Filmbespreking van ‘The Wisdom of Trauma’

Er is ongeveer een maand verstreken sinds we, bij ACE Aware NL, ‘The Wisdom of Trauma’ hebben gezien. Na de film een tijdje te hebben laten bezinken en na het bespreken van de mooiste momenten en sterke punten lijkt de tijd rijp voor een recensie erover.

De 1,5 uur durende film is gemaakt door Zaya en Maurizio Benazzo van Science and Nonduality. De film werd aangeboden op basis van een donatie, waardoor je zeven dagen lang toegang had tot de film en (met een upgrade) discussies kon bekijken van professionals zoals Stephen Porges, Fritzi Horstman, Esther Perel, Peter Levine en vele anderen. Er is ook een zeer actieve Facebook-groep met veel interessante discussies, waar actief wordt genetwerkt.

Dr. Gabor Maté is waarschijnlijk een van de meest uitgesproken en geciteerde schrijvers op het gebied van trauma. Hij is wereldwijd een veelgevraagd spreker bij evenementen, conferenties en festivals. Als je een Google-zoekopdracht doet, kun je online een ongelooflijk aantal opnames van optredens vinden. In deze film kom je de meeste thema’s tegen die hij in zijn lezingen aansnijdt en waarom hij bekend staat. Hij gaat echter nog meer de diepte in met het delen van zijn ideeën die zijn voortgevloeid uit tientallen jaren werken in het veld van trauma-onderzoek. De manier waarop de film is geschoten en gemonteerd, trekt de kijker mee in de verhalen die worden verteld; met Dr. Maté in de hoofdrol en in de voice-over krijgen we inzichten aangereikt van mensen uit alle lagen van de bevolking die werken en leven volgens de principes van zijn boeken en lessen.

De filmtitel verwijst naar twee vormen van wijsheid:

  • het geesteslichaam heeft veel wijsheid in het omgaan met tegenspoed; copingstrategieën en -gedragingen die veroorzaakt en getriggerd worden door trauma, laten meestal de meest wijze manier zien van overleven onder moeilijke omstandigheden en zijn geen teken dat er in de persoon in de kern iets ‘mis’ is;
  • de wijsheid die we verwerven wanneer we door trauma gaan, inzichten opdoen en genezing bereiken, kunnen we gebruiken om anderen te ondersteunen in hun reis naar genezing.

In de film komen we meer te weten over de manier waarop hij met zijn cliënten werkt, over zijn benadering om respectvol naar hun geschiedenis te vragen (een methode die ‘compassionate inquiry’ wordt genoemd), en over de relatie met zijn vrouw Rae Maté. Ze spreken allebei met oprechte openheid over de turbulentie in hun huwelijk, maar ook over de liefde en verbondenheid die ze hebben gedeeld sinds ze elkaar in 1967 ontmoetten.

Het deel waar we het paar beter leren kennen, is ontroerend in zijn openhartigheid. We zien een man die heel erg gericht is op kennis en die tracht tel leren zijn kwetsbaarheid als kracht te integreren, en we zien een vrouw die als kunstenaar heel nauw in contact is met haar intuïtie en die tracht te leren reageren op een evenwichtige manier te reageren op haar partner, waarbij ze haar eigen pijn integreert met die van een man die werd getroffen door intergenerationele en persoonlijke trauma’s als gevolg van de holocaust. Ze geven toe dat ze moeilijke tijden hebben gehad, maar ze hebben manieren gevonden om, in plaats van hun trauma’s af te reageren door ruzie te maken of zich van elkaar af te wenden, elkaar wederzijds te co-reguleren en te helen. In een latere opname zien we ze zij aan zij in het park lopen – een op leeftijd gekomen, wijs en diep verbonden stel.

Indrukwekkende momenten

We willen graag met je delen wat wij zeer indrukwekkende momenten in de film vonden.

  • Al vrij in het begin zien we Fritzi Horstman, grondlegger van het Compassion Prison Project. Gevangenen staan op de binnenplaats in een enorme cirkel en Fritzi vraagt ze om ‘in de cirkel te stappen’, telkens als ze met ‘ja’ moeten antwoorden op de vragen die ze stelt over vormen van vernedering, straf en trauma die ze als kind hebben meegemaakt. Het is zowel huiveringwekkend als hartverwarmend om te zien hoe dit proces ze doet beseffen hoeveel ze met elkaar gemeen hebben qua vroege tegenslag en jeugdtrauma, en hoe ze de steun van de gemeenschap waarin ze leven (vertegenwoordigd door de cirkel) nodig hebben om te genezen.
  • Ergens in het laatste deel van de film is er een totaal grappige scène, waarin Maté een vraag beantwoordt met een hilarisch antwoord vol zelfspot. We gaan niks verklappen; je zult zeker herkennen wat we bedoelen!
  • Verschillende mensen vertellen over hun eigen ervaring; deze momenten illustreren op indringende wijze de impact van vroege tegenslag of verwaarlozing. In reactie op het punt van het verliezen van de verbinding met het zelf en het ‘nut’ van de pijn die dat geeft, zegt een van hen tegen Dr. Maté: “Je vertelt me ​​​​dat de pijn die ik heb ervaren, me dieper op mezelf terug wierp en me liet zien hoe ik mezelf in de steek liet.”

De sterke punten van de film

  • Door het ontbreken van commentaar hoor je mensen praten over hun trauma, terwijl de camera scherpstelt op hun handen, hun ogen, hun persoonlijke omgeving en hun kunstzinnige, symbolische of alledaagse bezittingen.
  • Het is een openbaring om ‘compassionate inquiry’ (compassievol onderzoek) in actie te zien. Maté heeft deze manier ontwikkeld om meer duidelijkheid te verkrijgen over iemands levenservaring met trauma en de kindertijd, terwijl de persoon in kwestie de regie houdt over wat en wanneer men wil delen en wordt uitgenodigd om met mededogen naar deze elementen te kijken en te begrijpen hoe die behulpzaam waren bij het overleven. Verslavingsgedrag is meestal een oplossing voor een veel dieper, onderliggend probleem. ‘Compassionate inquiry’ vertoont overeenkomsten met motiverende gespreksvoering en geweldloze communicatie. Het is echter gericht op het blootleggen van trauma en op hulp aan mensen om de onderliggende oorzaak van hun worstelingen te vinden, meestal in een voorbije traumatische ervaring of in iemands opvoeding.
  • De kernboodschap van de film is dit wijdverbreide citaat van Gabor Maté: “Trauma is niet wat je overkomt; trauma is wat er binnen in je gebeurt als gevolg van wat je is overkomen.” In de traumageïnformeerde benadering vragen professionals “wat is er met je gebeurd?” als startpunt van het onderzoeken van de copingmechanismen van iemand met stress, met ziekte veroorzakend gezondheidsgedrag. In deze film legt Gabor een andere laag bloot in antwoord op deze belangrijke vraag: het is niet de gebeurtenis zelf die het individu traumatiseert; het is de impact op het lichaam als gevolg van die gebeurtenis.
  • De film gaat expliciet in op het belang van sensitief ouderschap en bijvoorbeeld het belang van baby’s en jonge kinderen niet zonder troost te laten huilen, als volgt samengevat in dit citaat: “Kinderen raken niet getraumatiseerd omdat ze pijn doormaken; kinderen raken getraumatiseerd omdat ze alleen zijn met de pijn.”
  • De film stopt niet op het persoonlijke niveau, maar behandelt ook grote kwesties, zoals de invloed van het patriarchaat, van het kapitalisme en geglobaliseerd materialisme die vaak concurrentie en prestige voeden en tot stress leiden, wat het risico vergroot dat mensen zich onwaardig voelen en het idee hebben dat ze tekort schieten. De link is intrigerend: als we de verbinding met ons authentieke zelf (de essentie van trauma) verliezen en de wereld gaan ervaren als een gevaarlijke, afschuwelijke plek, zal dit bepalen hoe we de wereld om ons heen benaderen: agressief, achterdochtig, sluw. Mensen die zich zo gedragen, worden vaak beloond met macht, waardoor de vicieuze cirkel opnieuw begint. Het scheiden van lichaam en geest en van het individu van de omgeving, wat in de geneeskunde nog steeds een zeer dominante benadering is, is waar we vanaf moeten om de wereld te helen, aldus Maté.

Conclusie

De filmmakers zijn zo goed om de film van 28 juli t/m 1 augustus nogmaals op donatiebasis beschikbaar te stellen. Dus… als je de film wilt zien… grijp je kans! Je kunt de details voor registratie en informatie over de film hier vinden: https://thewisdomoftrauma.com/
De trailer van de film vind je hieronder.

Boekbespreking ‘Wat is je overkomen?’ door Bruce Perry en Oprah Winfrey

Meer dan zomaar een vraag werd meer dan zomaar een boek!

(We lazen het boek in het Engels, waardoor de citaten wellicht niet volledig overeenkomen met de Nederlandse boekvertaling.)

Die waanzinnig belangrijke vraag… ‘Wat is je overkomen?’ (als een uitnodigend, compassievol alternatief voor ‘Wat is er met je aan de hand?’) wint aan populariteit als de leidende vraag om gezondheidsproblemen te begrijpen. In dit baanbrekende boek gaan auteurs Bruce Perry en Oprah Winfrey een lange en fascinerende dialoog aan, afgewisseld met verhelderende monologen, waarin ze de vele gezichten van trauma bespreken. Op een van de laatste pagina’s van het boek verwijst Oprah naar een gast uit een van haar shows: “Ze zei dat je zult blijven bloeden totdat je de wonden uit je verleden heelt. De wonden zullen blijven bloeden en vlekken maken op je leven, door alcohol, door drugs, door seks, door overwerk.” In een notendop is dit waar chronisch trauma over gaat en waarom een gepaste aanpak ervan meer maatschappelijke aandacht verdient. Er zijn weliswaar veel definities van trauma, maar het is vooral belangrijk om te beseffen dat trauma veel breder is dan bijvoorbeeld verkracht worden, getuige zijn van moord of vechten in een oorlog. Dit boek bevat een schat aan ware levenslessen over hoe in ieder menselijk bestaan dingen fout kunnen gaan. Gelukkig helpen Perry en Winfrey ons ook om inzicht te krijgen in hoe we daarvan kunnen genezen, mede doordat ze uiteenzetten wat we nodig hebben voor een gezonde ontwikkeling.

We kunnen in deze recensie niet alle wijsheid die de auteurs met de lezer delen volledig tot haar recht laten komen; dat is een te hoge ambitie. In plaats daarvan geven we je een indruk van wat je kunt verwachten en wat het boek je te bieden heeft. We bleven maar aantekeningen maken van mooie oneliners en pakkende zinsneden. Er is ook een groot aantal concepten die relevant zijn voor meer bewustzijn omtrent de impact van jeugdtrauma en we zullen daar te zijner tijd zeker op terugkomen. We hebben tal van waardevolle ideeën met ingrijpende beleidsimplicaties gesignaleerd.

Het boek is uitgegeven met een harde kaft en de kleurstelling is een zacht zomers blauw, vermengd met tere tinten groen. Het heeft 10 hoofdstukken, naast de inleiding en bijlagen, en is prachtig opgebouwd. Elk hoofdstuk begint met een illustratie, waarbij links het thema van het hoofdstuk op abstracte wijze wordt weergegeven, rechts de titel, op de volgende pagina links een meditatieve wolkachtige pagina en weer rechts een aangrijpend verhaal, waarbij de auteurs elkaar per hoofdstuk afwisselen. Na iedere inleiding gaat de dialoog verder, met Winfrey’s woorden en vragen in blauw, Perry’s verhalen en antwoorden in zwart. In totaal zijn er 11 visuals die de basis van neurofysiologie en stressregulatie uitleggen. Door het hele boek heen wordt er, waar van toepassing, naar de visuals verwezen, zodat de lezer ernaar kan terugkeren en de materie goed kan leren begrijpen. Wat nog behulpzaam zou zijn geweest, is een gedetailleerd register, zodat je gemakkelijk bepaalde concepten en terminologie kunt terugvinden; misschien kan die in een tweede druk worden toegevoegd.

Een andere, bijzondere verdienste van dit boek is dat het als een doorlopend gesprek is geschreven. Dat is niet alleen interessant om te lezen, maar helpt ook de niet-ingewijde lezer om te begrijpen hoe trauma ontstaat, hoe trauma iemands leven zelfs decennia later kan beïnvloeden en hoe genezing van trauma eruitziet. In de dialoog legt Perry telkens een complex neurologisch concept uit, waarna Winfrey reageert door de vragen te stellen die een niet-deskundige kan hebben, waarna Perry met nog meer diepgang verdere toelichting geeft. Verhalen vertellen en de doorleefde ervaring van trauma delen is een schrijfwijze die lezers kan helpen om trauma en de impact ervan op een toegankelijke manier te begrijpen. De wijze waarop deze twee auteurs met deze benadering omgaan, geeft het materiaal een indrukwekkende authenticiteit en diepgang.

Afbeelding van de inhoudsopgave gebruikt met toestemming van www.neurosequential.com

Uit de talloze belangrijke onderwerpen hebben we een selectie gemaakt van thema’s die een schat aan inzichten bevatten en die behulpzaam zijn bij het bewerkstelligen van nieuwe paradigma’s. Deze thema’s verdienen het om zowel ervaringsdeskundigen als lezerspubliek te hebben als degenen met professionele expertise, beleidsposities en politieke macht. Het boek richt zich tot ‘iedereen met een moeder, vader, partner of kind die mogelijk een trauma heeft meegemaakt’ (p. 10). Natuurlijk zullen velen van ons zich tegelijkertijd in meerdere categorieën bevinden, wat dit materiaal des te relevanter maakt.

Theoretische achtergrond

De kern van het werk van Bruce Perry ligt in het concept van neurosequentiële programmering, wat inhoudt dat de hersenen en de neurobiologie ervan van onderaf worden opgebouwd, van eenvoudig naar complex, van de hersenstam naar de cortex: we voelen voordat we denken (p. 27-29). Al die vroege ervaringen bouwen ons ‘wereldbeeld’ op en creëren setpoints voor onze stressregulatie, waarbij het eerste levensjaar een onevenredig grote impact heeft. Als iemand in die levensfase te veel ervaringen opdoet met ongezien en onbemind zijn, verwaarloosd of misbruikt, dan komt de gezonde ontwikkeling in gevaar. Als we te veel toxische stress ervaren (in tegenstelling tot gezonde stress en aanvaardbare stress met bufferende bescherming van stabiele volwassenen), raken we ontregeld. Onze neurobiologie raakt gesensibiliseerd en wordt ‘overactief en overdreven reactief’, wat leidt tot stress, tot ongemak en kan leiden tot ziekte (‘dis-ease’ in het Engels, ‘on-gemak’!) en disfunctioneren op vele niveaus. Ook vertroebelt dat onze kijk op anderen als veilig, voorspelbaar en zorgzaam. Dit kan enorme gevolgen hebben voor de manier waarop we omgaan met persoonlijke relaties en met de uitdagingen van het leven. Het kan ertoe leiden dat we de wereld gaan zien door een ‘prisma van pijn’ (p. 97) en een diep gevoel van onwaardigheid ontwikkelen (p. 98). Om die gevoelens het zwijgen op te leggen, kan vluchten in verslavingen de oplossing lijken. Uitsluiting, vernedering, schaamte en emotionele mishandeling maken allemaal deel uit van ACE’s, ‘ongunstige jeugdervaringen’ (p. 103). Dr. Perry wijst er echter terecht op dat ACE’s geen diagnose zijn, niet de ‘langdurige verkenning die nodig is om [iemands] persoonlijke levensreis echt te begrijpen’ (p. 108). Ze vergroten echter wel degelijk de kans op worsteling later in het leven, afhankelijk van de duur, intensiteit en timing: ‘Tegenslag heeft gevolgen voor het zich ontwikkelende kind. Punt’ (p. 191).

Belang van koestering en verbinding

Als we beseffen dat bufferende bescherming cruciaal is om te voorkomen dat stress verandert in toxische stress en trauma, dan wordt het belang duidelijk van koestering en verbinding, gedurende het hele leven, maar vooral in de eerste jaren. Als een kind coregulatie en verbinding ervaart, kan het veerkracht opbouwen, wat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, geen aangeboren eigenschap is. Er is sprake van ‘neuroplasticiteit’ (vormbaarheid van het brein), maar dit kan twee kanten op. Dit betekent dat veerkracht een potentieel is dat gezonde relaties vereist. Veerkracht komt niet tot bloei als er sprake is van ‘relationele en emotionele uithongering’ (p. 266). Daarom is de kwaliteit van zorg en opvoeding van wezenlijk belang voor het welzijn van het kind. Er is een aantal geweldige concepten in het boek die dat verder uitleggen en illustreren. We noemen drie belangrijke:

  • reguleren, relateren, redeneren: eerst stress verminderen, zodat je de relatie goed kunt krijgen, en pas dan wordt de cortex toegankelijk voor redeneren en leren (p. 142);
  • relationele armoede: niet genoeg volwassenen om in de behoeften van kinderen te voorzien (p. 201);
  • sociaal-culturele evolutie: leren van onze ouderen en abstracte (corticale, dus zeer menselijke) dingen zoals waarden, overtuigingen, vaardigheden, hoop en dromen doorgeven aan de volgende generatie, niet via genetische overerving, maar via voorbeeldfunctie en doelbewuste instructie, wat betekent dat we proactief kunnen beïnvloeden wat we doorgeven (p. 129-131).

Via ‘holding space’ (p. 114) en ‘reflectief luisteren’ (p. 197) en ‘empathische vaardigheid’ (p. 259) kunnen we elkaar helpen om een veilige atmosfeer te creëren, waar we ons echt thuis voelen.

De pijn helen

Als de pijn er is, hoe verzachten we die dan? Het komt allemaal neer op liefdevolle relaties: ‘Alles doet ertoe’ en ‘je thuis voelen is biologie’: onze zintuigen en hersenen vertalen ervaring naar biologische activiteit van het lichaam (p. 137). Brein en lichaam zijn altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze ervaringen, dus, stelt Perry, een dualistische benadering van gezondheid is denigrerend en doet geen recht aan deze verbondenheid; het gaat dan alleen maar over symptomen. Als we begrijpen dat ‘de relatie de snelweg naar de cortex is’ (p. 144) en dat ‘als we ons niet veilig voelen, we ontregeld raken’ (p. 148), weten we wat we voor onszelf en de mensen om ons heen kunnen doen: we kunnen er zijn voor elkaar, want ‘verwaarlozing is even giftig als trauma’ (p. 159). Als we niet meer vragen ‘wat is er met je aan de hand’, maar snappen ‘wat je is overkomen’ (en ook onszelf is overkomen), kunnen we op een andere manier leren kijken naar gezondheid. Dan kunnen we leren om op een niet-oordelende en meelevende manier te kijken naar gedrag en ziekte van onszelf en anderen, als het resultaat van onze pogingen om onder moeilijke omstandigheden te overleven. Zoals Perry nederig uitlegt over zijn eigen proces om vaardiger te worden in het ondersteunen van mensen: ‘[W]e bleven luisteren en leren’ (p. 151), iets wat we allemaal kunnen doen.

Perry ziet echter wel een probleem: ‘De wetenschap verzamelt sneller kennis dan de samenleving wijsheid vergaart’ (p. 257) en ‘veel beleidsaanbevelingen worden gedaan met goede bedoelingen, maar met een minimaal begrip van de ontwikkelingsbehoeften van kinderen’ (p. 267). Dit is een oproep aan al die professionals die met jongeren werken (of met de innerlijke kinderen van ouderen!), want ‘veel mensen voelen zich ongelooflijk opgelucht als ze begrijpen hoe hun brein werkt en waarom’ (p. 283). Als we erin slagen te genezen van het trauma dat we hebben meegemaakt, kunnen we ‘posttraumatische wijsheid’ (p. 200) ontwikkelen, wijsheid die voortkomt uit de moeilijkheden die we hebben doorstaan ​​en de genezing die we hebben doorgemaakt.

Samenvattend kunnen we stellen dat  ‘Wat is je overkomen?’ een geweldig boek is, een gegarandeerde pageturner. Het is een indrukwekkende toevoeging aan het veld van traumastudies. Het werd pas in april van dit jaar in het Engels gepubliceerd en was in mei al een bestseller van de New York Times en is ook al opgenomen in de lijst van beste wetenschappelijke boeken van Amazon voor 2021. Het is in het Nederlands vertaald en deze maand gepubliceerd door Spectrum.
Ons verleden, vooral als we trauma hebben meegemaakt, bepaalt de manier waarop we met anderen omgaan, relaties aangaan en ons leven leiden. Dit boek helpt bij het opsporen en samenbrengen van al die ervaringen die ons hebben gevormd, terwijl het ons vele wegen naar genezing laat zien. Of het nu gaat om jou of een dierbare die tegenspoed heeft meegemaakt, waarna je nu probeert jezelf en anderen beter te begrijpen, of dat je werkt in de gezondheidszorg, het onderwijs, de justitiële of andere professionele omgevingen, dit boek is een must om te lezen. Het idee dat je posttraumatische wijsheid kunt ontwikkelen, is een zeer hoopvolle en bemoedigende gedachte. We wensen alle lezers met de hulp van dit boek veel vooruitgang in dat proces!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 5 (slot)

Vorige week eindigden we met het belang van onvoorwaardelijke liefde; deze week gaan we verder op dit pad van aspecten die helpen bij genezing.

“Als je nu naar je leven kijkt en zegt dat je echt gelukkig bent… wat zijn dan de hoofdlijnen die er betekenis aan geven?”

“Ja… mijn partner natuurlijk… Hij is gewoon zo geweldig…” Een paar keer tijdens ons gesprek hebben haar ogen geglansd en kleurden ze rood langs de randen, maar nu ze de vraag krijgt wat haar leven zin geeft, stromen de tranen vrijelijk. Ze krijgt een knuffel, pakt een tissue uit de keuken en gaat weer zitten. Ze zegt dat het hebben van een partner die onvoorwaardelijk van haar houdt verreweg het beste is dat haar ooit is overkomen.

Het is wonderbaarlijk om te zien hoe het uiteindelijk meestal hierop neerkomt: sterke, liefdevolle relaties met anderen zorgen dat mensen gedijen. We zijn inderdaad ‘wired for connection’. Via verbinding voelen we overvloed; we groeien en bloeien. Zonder verbinding voelen we ons berooid; we lijden en kwijnen weg. Als we ons gehoord en gezien voelen, kunnen we genezen van wat pijnlijk was. Als we ons veilig en zeker voelen, kunnen we met mededogen onszelf onderzoeken en werken aan onze problemen en onze genezing.

Ze vervolgt met een geëmotioneerde stem: “Hij heeft gewoon oneindig veel geduld met mij. Ik heb in een eerder stadium met al die shit moeten dealen en ik sprak met een vriend die zei: ‘Waarom nu naar een psycholoog gaan, terwijl je al zeven jaar weg bent van thuis?’ Ik denk dat ik in de eerste jaren dat ik van huis weg was, gewoon heel goed was in het wegduwen van wat ik voelde, altijd bezorgd over een nieuw visum, over verhuizen naar een ander land of wat dan ook. Er was nooit de mentale ruimte om met al deze shit te aan het werk te gaan, om er doorheen te gaan en het te verwerken. Ik ben op mijn 18e vertrokken en heb er nooit meer naar gekeken. Nu voel ik me veiliger; ik heb een baan, een liefhebbende partner, ik ben niet meer gestrest over rondkomen tot het einde van de maand. Ineens was er nu deze mentale ruimte en begonnen er dingen naar boven te komen. Toen dacht ik: ‘Oké, ik heb een professional nodig om me hier doorheen te helpen!’ ”

“Dat is heel moedig van je!”

“Ja! Mijn partner is er vanaf het begin van dit proces, zo’n vier jaar geleden, bij geweest. Dingen in mezelf leren herkennen, omgaan met alle shit die opkomt, leren me te verontschuldigen, en hij is zo oneindig geduldig geweest met alles en heeft me onvoorwaardelijke liefde getoond, wat echt het beste is wat een mens kan overkomen… Wauw! Hij staat zeker bovenaan die lijst.”

“Besef je dat er iets aan jou moet zijn dat het liefhebben waard is…? Ik bedoel, hij is niet gewoon een sukkel die een slachtoffer vindt en de reddersrol speelt, toch?”

“Nou… ja… maar soms vraag ik me af of ik niet gewoon weer manipulatief ben en dat hij van me houdt omdat ik de juiste woorden zeg en hem zo de juiste dingen voor me laat doen.”

“Dit is dus hoe diep geworteld dit gevoel is… dat zelfs als je echt bemind wordt, je je nog steeds afvraagt ​​of je het echt waard bent.”

“Ja, absoluut. Het is moeilijk om het onvoorwaardelijke aspect ervan te aanvaarden, omdat ik nog steeds het gevoel heb dat ik die diepe verbinding niet waard ben.”

Voor veel mensen met trauma is het aspect ‘waardigheid’ zeer prominent aanwezig. Als we de verbinding met ons ware zelf verliezen, kan het moeilijk zijn om een diep vertrouwen te koesteren dat we liefde, verbinding en vreugde in het leven waard zijn. In lijn hiermee keren we terug naar het thema van trouw blijven aan jezelf, authentiek zijn en je daar goed bij voelen.

“Hoe authentiek denk je dat je kunt zijn in je huidige leven en werk?”

Elizabeth zucht: “Euhm… niet erg, denk ik… Het hangt van de situatie af, maar ik merk altijd dat ik mezelf controleer en opnieuw controleer, vooral in sociale situaties. Ik heb het gevoel dat ik op geen enkele manier mezelf kan zijn en dat mensen me dan accepteren. Dat is zo’n gewaagde manier om naar sociale ontmoetingen te kijken, dat… nou ja… dat kan niet!” Ze zegt het met passie en samen lachen we erom, al zijn we ons bewust van het feit dat er blijkbaar nog een lange weg te gaan is.

We dagen haar plagerig uit: “Hoe zou dat eruit zien, de authentieke Elizabeth?!”

Ze licht op: “Heel uitgesproken, heel luidruchtig, geïnteresseerd in van alles! Ik heb het gevoel dat ik een soort allesomvattende brug ben tussen onderwerpen en interessegebieden die de meeste mensen niet combineren, maar ik kan niet echt openlijk over al deze onderwerpen praten, omdat mensen zouden kunnen zeggen ‘oh, het is raar dat ze daarvan houdt, omdat onze groep mensen daar niet van houdt’. Dus ja… de authentieke Elizabeth is veel luider dan ze overkomt, en niet constant voorzichtig met de manier waarop ze dingen benadert. Ik ben constant bezig met het opnieuw evalueren en overdenken van dingen, en dat zou geen deel moeten uitmaken van mijn authenticiteit.”

We spreken over de impact van stress op het lichaam, van voortdurend alert zijn op gevaar, nadat Elizabeth vermeldt dat ze onlangs een bloedanalyse heeft ondergaan en enkele onverwachte waarden had. Ze zegt: “Ik realiseerde me tot nu toe niet dat stress zo’n sterke invloed op het lichaam heeft.”

“Oh, dat is interessant! Je realiseerde je dat tot voor kort niet? Eigenlijk is dit waar alles om draait en het wordt wel ‘psycho-neuro-immuno-endocrinologie’ genoemd, het effect van de psyche op de neurofysiologie en het immuunsysteem en de hormonale regulatie. Eigenlijk is het ook de kern van wat sommigen zien als een belangrijke definitie van trauma: ‘het is niet wat er met je gebeurt, maar wat er binnenin je gebeurt als gevolg van wat er met je gebeurt’. Het kan worden gezien als ‘een wond van de geest’, een ontkoppeling van het zelf. Je had het over je zussen die gewoon alles in zich opnamen en onderdrukken hoe ze zich voelden ten opzichte van je ouders. Maar wat we zien is dat als je je emoties en gevoelens onderdruk, je je immuunsysteem onderdrukt en dit kan leiden tot allerlei fysieke problemen en ook depressies.”

Elizabeth kijkt verbaasd en onderbreekt: “Mijn zus is altijd ziek; ze heeft altijd wel iets!”

“Stress… toxische stress, langdurige, chronische stress!”

Verbaasd luistert ze naar de link die ze nu ontdekt: “Wauw!”

“Verder, als het gaat om je volledige potentieel te kunnen inzetten, zijn hoge adrenaline- en cortisolspiegels neurotoxisch; ze vreten hersencellen weg, wat betekent dat je verbindingen in de hersenen verliest die je reacties op triggers uit de omgeving sturen. Je ontwikkelt dan een beperkt aantal ‘basisroutes’ voor als er iets gebeurt. Hoe meer een route wordt bewandeld, hoe sterker deze wordt. Het wordt de standaard route, de veilige modus. Het wordt jouw manier van omgaan met wat er gebeurt en je hebt minder gespecialiseerd netwerk tot je beschikking om in verschillende situaties verschillend te reageren. Hoe langer je de stress onderdrukt, hoe groter je kansen zijn op allerlei soorten niet-besmettelijke ziektes, bloeddrukverhoging, hartproblemen en zelfs kanker. Als je je immuunsysteem langdurig onderdrukt, heeft je lichaam steeds meer moeite om gezondheidsbedreigingen te bestrijden en je balans, je homeostase, te behouden. Als je hier dieper in duikt, wordt het gemakkelijker om te zien hoe stressfysiologie een rol speelt in de algehele gezondheid.”

We merken op dat ze meerdere keren de ‘shit’ die naar boven is gekomen, naar voren heeft gebracht. We vragen ons af op welk punt ze vooral zou willen genezen. “Ja … nogmaals, alle dingen die ik heb geïnternaliseerd en die erg ongezond zijn. Lange tijd was mijn coping-mechanisme zelfbeschadiging, zoals snijden; zo ging ik met dingen om. Dat is iets dat nog moet worden opgelost. Ik voel me echt tekort gedaan en verraden als ik kijk naar alle dingen die andere mensen hebben, zoals een goede relatie met hun ouders, en daar voel ik me erg bitter over en jaloers op andere mensen die dat hebben… en dat gevoel beïnvloedt echt mijn relaties met andere mensen. Dat zijn zo’n beetje de belangrijkste dingen die ik met een professional hoop uit te zoeken.”

“Als je zegt ‘bitter en jaloers’… zou je dat dan kunnen herformuleren op een meer compassievolle manier naar jezelf toe?” Ze glimlacht en wordt zacht: “Ja… misschien als verdriet om wat ik niet had…?” “Rouw…?” “Ja, rouw is daar een heel goed woord voor. Rouw en verdriet voelen als iets wat een gemakkelijker proces is dan bijvoorbeeld jaloezie. Je doorloopt fases van rouw en werkt je omhoog.” “Ja, precies, terwijl jaloers en verbitterd zijn nog steeds erg veroordelend is naar jezelf toe, in plaats van medelevend…” Ze knikt: “Ja…dat is waar; dat is opnieuw een interessant perspectief.”

We vragen ons af of ze ideeën heeft over waarom haar moeder haar niet de zorgzame en attente bufferende bescherming kon bieden die ze nodig had.

“Ik bedoel… ik denk dat dit deels kwam omdat ze niet heeft geleerd hoe ze dat moet doen, omdat ze het zelf nooit heeft gekregen. Ze voelt zich over het algemeen ook bedreigd in haar eigen leven, denk ik, in haar identiteit als goede moeder. Het is ironisch, want dat zei ze wel eens: ‘Ik ben zo’n slechte moeder.’ Ik denk dat ze daar erg onzeker over was. Ze wilde echt controle, en omdat ze als kind in die chaotische omgeving geen controle had over haar eigen leven, voelde ze dat ze controle kon uitoefenen toen ze moeder werd en haar eigen gezin stichtte. Ze wilde die niet opgeven en terwijl ik opgroeide en steeds meer begon te twijfelen, bleef ze die behoefte aan controle behouden. Ik denk dat ze gewoon bang was. Ik denk dat mijn moeder, nadat ik van huis was gegaan, waarschijnlijk erg verdrietig was. Ik herken dat element en ik voel me steeds meer verdrietig voor haar; hoe langer ik afstand kan nemen van die woede, hoe meer ik bijna medelijden met haar krijg.”

We noemen nog eens die volgorde van gedrag, dat het resultaat is van een emotie, die voortkomt uit een onvervulde onderliggende behoefte. Als je dat erkent, verandert je blik op en aanpak van een probleem. Focussen op gedrag laat veel onderliggende pijn onaangeroerd en is misschien niet zo nuttig. Op de een of andere manier lijkt het erop dat Elizabeth haar pad naar genezing al aan het bewandelen is, want ze onderkent het intergenerationele trauma; ze begrijpt dat het gedrag van haar moeder waarschijnlijk was gebaseerd op angstgevoelens en ze heeft medelijden met haar.

Wij ronden af en danken Elizabeth oprecht voor haar openheid en zullen haar op de hoogte houden van de blogposting. Ze begeleidt ons naar beneden en we nemen warm afscheid. Terwijl we onze fietsen losmaken, hangt de indruk van Elizabeths openhartigheid nog om ons heen. De wolken van eerder op de ochtend zijn verdwenen en de zon is doorgebroken. De meeuwen zijn er nog steeds; ze vliegen schreeuwend rond en verraden de nabijheid van de zee. We besluiten naar de kustlijn te fietsen, over het strand te lopen en te lunchen met de zon op ons gezicht, terwijl we het verhaal laten bezinken waarnaar we met eerbied hebben geluisterd.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 4

Vorige week spraken we over de impact van je authentieke zelf zijn op de relatie met verzorgers en hoe hun reactie op dat authentieke zelf je gevoel van eigenwaarde kan beïnvloeden.

Deze week komen we bij het thema ‘slechte gewoonten’, en vragen we Elizabeth of ze gedragingen heeft die ze zo zou kwalificeren en of ze denkt dat die een reactie zijn op de ervaringen van haar vroege jaren. Ze denkt na en zegt: “Geen excuses aanbieden is er zeker een die ik thuis heb opgepikt. En toen ik eindelijk alleen in het buitenland was, was ook middelengebruik een groot ding: ik had geen ervaring met alcohol en was elke avond dronken. En nog één: vooroordelen. Ik merk dat ik vaak onbewust vooroordelen heb over veel dingen, ook al doe ik echt mijn best om open-minded te zijn. Zelfingenomenheid is een andere, het gevoel van ‘ik verdien dit omdat ik beter ben en omdat ik weet dat…’ Ik zou zeggen dat ik vaak te snel mijn oordeel klaar heb.” We vragen of dit invloed heeft op haar werk en dat bevestigt ze. Ze legt uit hoe ze met veel verschillende culturen werkt en hoe mensen een verschillende werkethiek hebben. Ze raakt ‘ongelooflijk gefrustreerd’ als mensen niet op tijd hun werk afleveren of niet goed communiceren: “Mijn directe, reflexmatige reactie is altijd: ‘Kom op, schiet ‘s op met die klus!’ en ik vind het verschrikkelijk om zo snel zulke vooroordelen klaar te hebben; ik haat het, want het voelt soms bijna als racisme!”

Elizabeth toont indrukwekkende en opmerkelijke zelfreflectie in haar woorden, wat een veelbelovende weg naar genezing is. Wanneer we begrijpen dat ons gedrag een coping-mechanisme is in een poging ons welzijn voor dit moment te vergroten, kunnen we er gemakkelijker aan werken. We kunnen dan meer compassie hebben voor onszelf, ongeacht de lengte of duur van de helende reis die voor ons ligt. Het trieste van Elizabeths woorden is echter dat ze duidelijk ziet dat ze in haar huidige leven kenmerken uit haar kinderjaren meedraagt die het haar moeilijk maken om mensen in haar sociale omgeving open en vertrouwensvol te benaderen, of het nu om collega’s of om anderen gaat, ook al spant ze zich daar nog zo voor in. Ze is zich heel erg bewust van zichzelf, ervaart daarbij een negatief zelfoordeel en schaamte, wat leidt tot een negatief zelfbeeld, wat resulteert in nog meer zelfbewustzijn. Het is een vicieuze cirkel, die moeilijk te doorbreken is.

“Wat denk je… wat zie je als de drijvende kracht achter die gedachten? Waar komen ze vandaan? Welk doel dient het om zo te denken?”

“Euhm…” Er valt een lange pauze terwijl Elizabeth over een antwoord nadenkt. De meeuwen vliegen om het huis en we kunnen ze horen schreeuwen terwijl we in innige stilte bij elkaar zitten. Ze neemt de tijd en reageert dan aarzelend: “Volgens mij komt het voort uit een soort ongeduld, uit jezelf begraven en opgaan in je werk. Als kind ontsnapte ik aan alles door te lezen; ik las en las en las, en dompelde mezelf onder in de wereld van mijn boeken, alles om mijn ouders niet in de weg te zitten. Ik was een slimme meid, liep altijd voor op mijn klas. En als ik nu merk dat iemand niet tegen mijn competenties op kan, dat ik dan gefrustreerd raak. Het lastige is…” Ze neemt een lange pauze en denkt na over hoe verder te gaan. Ze haalt diep adem, wacht nog even en vervolgt voorzichtig: “… het voelt bijna goed, het gevoel beter te zijn dan de ander; het is frustrerend en het is tegelijk ook bevredigend om je beter te voelen dan andere mensen. Als ik het echt onder een microscoop bekijk, denk ik dat daar een element zit, dat het me een goed gevoel over mezelf geeft om te zien dat andere mensen moeite hebben om mijn werkniveau bij te houden.”

“Wat mooi dat je het woord ‘ontsnappen’ gebruikt, omdat sommige definities van trauma zeggen dat ‘alles wat helpt om tijdelijk de pijn van het gebrek aan verbinding te verlichten, verslaving is’.”

“Hmm… denk je dat mijn lezen een verslaving was?”

“Nou, je hoeft het niet per se verslaving te noemen, maar sommige mensen zeggen dat alles waar je niet zonder kunt en wat op de lange termijn schadelijk is, maar wat je een tijdelijke verlichting geeft van de pijn waaraan je lijdt, een verslaving zou kunnen worden genoemd. Het is dan jouw manier om je pijn te verdoven, om je los te maken van je omgeving en om te gaan met de moeilijke situatie waarin je je bevindt en die je een gevoel van onzekerheid geeft, het gevoel er niet bij te horen.”

Elizabeth denkt even na en zegt: “Interessant… Mijn ouders pakten voor straf vaak mijn boeken af. Ik vond dat grappig, omdat de meeste ouders moeite hebben om hun kinderen aan het lezen te krijgen, maar nu je het zegt… Misschien was het afpakken van mijn boeken in zekere zin ook traumatisch, omdat die boeken mijn enige manier waren om geestelijk gezond te blijven. Het is een interessant perspectief.”

“Het kan heel interessant zijn om er zo naar te kijken, omdat het je een duidelijker beeld kan geven van ‘wat had ik nodig om me op zijn minst een beetje gelukkig en okay te voelen; wat moest ik doen om weer contact met mezelf te maken, zodat ik weer kon voelen wie ik werkelijk ben en hoe werd dat onmogelijk gemaakt of bestraft of beschuldigd of beschaamd door anderen of hoe werd dat gebruikt om te zorgen dat ik me schuldig zou voelen?’ Je kunt je altijd afvragen op welke manier de ‘slechte gewoonten’ jou dienen; wat doen ze voor je, hoe zijn ze behulpzaam?”

Elizabeth knikt: “Ja, ik worstelde altijd met mijn zelfbeeld toen ik opgroeide, want mijn moeder bleef me slechte dingen over mezelf vertellen die ik 100% geloofde. Dit kan vervolgens heel snel veranderen in zelfhaat… laaiende zelfhaat waarmee ik nog altijd worstel. Dat gevoel wordt dan heel overheersend. Ik denk dat het doel is dat ermee wordt gediend, het feit dat ik me beter voel dan anderen in mijn werk, een tijdelijke pleister op de wond: ‘ik ben geen loser, ik ben beter dan zij…’ en dat ik daar dan wat troost in vind.”

“Inderdaad. Sommige trauma-experts zouden zeggen dat als we onze ‘slechte gewoonten’ zien als onze eigen, unieke manier van omgaan met de moeilijke omstandigheden, we met veel meer compassie naar onszelf kunnen kijken. Dan kunnen we stoppen onszelf zulke negatieve labels op te plakken. Je noemde al een heel aantal van zulke moeilijke labels over jezelf, en ik herken ze omdat ik zelf ook vertrouwd ben met dat proces. Nu ik veel meer over dit onderwerp heb nagedacht, herken ik het beter bij mezelf, en zie ik het ook als andere mensen het zichzelf aandoen: ‘Ik ben gewoon lui, ik ben gewoon confronterend, ik ben gewoon dom…’ Niet-confronterend zijn kun je bijvoorbeeld als een positieve eigenschap bestempelen, maar als het een vorm is van de situatie ontvluchten, zoals bij je vader, dan kan het ook giftig zijn. Daarom hangt het vaak echt af van hoe je het labelt. Als je de reis naar waar je nu in je leven bent, labelt als het gevolg van je gretige nieuwsgierigheid, dan krijgt het verhaal een heel andere kleur dan wanneer je het als confronterend bestempelt.

“Ja… dat is helemaal waar…”

Elizabeth vertelt in haar verhaal over ontvluchten, dissociatie, over het loskoppelen van haar gelukkige zelf ter voorkoming van ruzie met haar ouders. Ze benoemt ook de strafmaatregelen die haar ouders namen om te proberen hun dochter onder controle te krijgen en van haar af te pakken wat volgens haar echt van haar was: een onderzoekende houding, een brandend verlangen om kennis op te doen en haar nieuwsgierigheid te bevredigen, manieren om contact te maken met haar innerlijke drive voor dingen. Straffen vergroot echter het verlies van de onderlinge verbinding, zowel die met haar ouders als die met haar authentieke zelf. We zijn in Elizabeths woorden getuige van heel moedige overwegingen. We luisteren aandachtig en zijn mentaal aanwezig bij haar verhaal, waardoor duidelijk wordt dat het deze keer om haar opvattingen en beslissingen gaat. Door op deze manier ruimte te creëren voor Elizabeth, een veilige ruimte waar ze wordt gehoord en gezien en waar haar verhalen niet worden beoordeeld of afgewezen, kunnen we samen voorzichtige stappen zetten om bepaalde vormen van gedrag te herformuleren als copingstrategieën. We ervaren het als een eer om getuige te mogen zijn van hoe ze zich openstelt en haar verhaal met ons deelt. Voor iedereen met trauma-ervaringen zijn steun en onvoorwaardelijke liefde uiterst waardevol op het pad naar genezing.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 3

De fijne, en soms pijnlijk lastige balans tussen gehechtheid en authenticiteit

Vorige week spraken we over de impact van schaamte en verbroken verbinding als hindernissen voor het gevoel er echt bij te horen. Deze week duiken we dieper in de fijne en soms pijnlijk lastige balans tussen gehechtheid en authenticiteit.
We beginnen met Elizabeth te vragen naar het moment en de wijze waarop ze, terugkijkend op haar kinderjaren, tot de conclusie kwam dat dingen met elkaar verbonden waren. “Ik had onlangs mijn intake bij een psycholoog en die stelde ook ongeveer deze vraag [gelukkig!]. Wat me echt heel scherp is bijgebleven, is het gevoel altijd op mijn tenen te lopen, omdat ik nooit wist waarover mijn moeder zou ontploffen. Ondanks alle leuke dingen op school en het sporten en het ontbreken van financiële zorgen… zodra ik thuiskwam, moest ik heel voorzichtig zijn, want alles kon tot een explosie leiden.”

We merken op dat haar moeder veel meer aanwezig is in haar herinneringen dan haar vader: “Absoluut. Mijn moeder was de hoofdrolspeler. Mijn vader en ik hebben nooit een slechte relatie gehad, ook al was ik boos dat hij ons niet verdedigde, vooral als bij haar echt uit de hand liep, maar ik voelde nooit enige vijandigheid naar hem toe. Het voelde als ‘good cop, bad cop’ en mijn moeder was absoluut de bad cop.” Ze lacht, maar niet blij of oprecht. Ze pauzeert en vervolgt: “Ik heb een heel duidelijke herinnering aan de keer dat mijn moeder me in het gezicht sloeg bij een gelegenheid waarbij ik mijn zusje dwarsboomde. Ik was daar heel goed in. Mijn moeder werd boos en sloeg me. Zoiets gebeurde echter niet vaak, en als het gebeurde, denk ik dat ik het verdiende; ik was een verwend nest. Het is apart, want als ik aan het woord ‘mishandeling’ denk, zou ik het nooit op mezelf toepassen. Als iemand naar me toe zou komen en me zou vertellen dat ze samenwoont met iemand die haar constant uitscheldt en schreeuwt en haar slaat, zou ik zeggen: “Wegwezen daar!”” Maar hoewel dat in feite de relatie is die ik met mijn moeder had, ik zou het label van mishandeling nooit op mezelf plakken, vroeger niet en nu ook niet. Waarom niet? Nou, het is een zware term en zoveel mensen zijn veel slechter af dan ik, dus ik heb het gevoel dat ik niet het recht heb om dat label te gebruiken voor wat er met mij is gebeurd. Het zou voelen alsof je anderen onrecht aandoet.” In de stilte die volgt, horen we de meeuwen weer luid schreeuwen. “Ja”, vervolgt ze, “ik hoop hier binnenkort met mijn psycholoog over te praten!” Met haar lach, waarbij we aanhaken, doorbreken we de opgebouwde spanning.

Jezelf negatieve etiketten opplakken, verteerd worden door schuld en schaamte, je levensverhaal als minder waardevol of minder bijzonder zien, is een veel voorkomend denkpatroon in onderzoek naar trauma. Wanneer we doorkrijgen dat degenen die ons zouden moeten koesteren en beschermen, zodat we ons gelukkig en levendig en veilig voelen, degenen blijken te zijn die ons pijn doen en maken dat we ons niet thuis voelen en eenzaam zijn, maakt ons dat bang, onzeker en verdrietig. Dit kan ons wereldbeeld zozeer vernietigen dat we irrationele verklaringen gaan zoeken voor wat er is gebeurd. Als gevolg hiervan kunnen we onszelf klein maken en naar beneden praten en onszelf wijsmaken dat het niet zo erg was, en dat we dat wat ons overkwam, waarschijnlijk verdienden. We vertellen onszelf daarmee een verhaal dat maar één doel heeft, namelijk onszelf te redden uit een gevoel van diepe angst voor totaal ten onder gaan, het helemaal niet waard te zijn om te bestaan. Dit kan ons op korte termijn redden, maar de toxische stress bouwt zich op en door het gebrek aan bufferende bescherming van een zorgzame, attente volwassene raken onze systemen op de lange termijn ontregeld. Dit hoeft echter niet altijd voor iedereen het geval te zijn. Een belangrijke vaardigheid als ouder is om te weten wanneer en hoe je naar je kind toe meer gezaghebbend (niet autoritair) kunt zijn, zodat er een veilige hechting ontstaat. Als de gehechtheid echter onveilig is en de authenticiteit van het kind niet gezien mag worden, werkt dit bijna voor niemand goed uit, voor het kind noch voor de ouder. Dit is het thema van de strijd tussen authenticiteit en gehechtheid waar onder meer Gabor Maté en Ingeborg Bosch nader op ingaan.

We blijven ons afvragen: “Is het niet vreemd dat we als kinderen het gevoel kregen dat we zo’n benadering van onze ouders verdienden?”Elizabeth reageert: “Mijn ouders noemden me respectloos, omdat ik altijd een antwoord terug had. Het ergste was echter de emotionele manipulatie, niet de fysieke mishandeling. Het was echt het emotionele aspect. Ze kon gewoon gillen, gillen, gillen tegen me, schreeuwen, me uitschelden, me het gevoel geven dat ik een manipulatief persoon ben. En dat is iets wat ik tot op de dag van vandaag nog steeds geloof, want dat heeft ze me altijd verteld. Het werd een deel van mijn identiteit, dit gevoel van ‘ik denk dat dat gewoon is wie ik ben, een manipulatief persoon’.”
We lichten toe dat dit behoorlijk zelfdestructief kan zijn. Wanneer je als kind dergelijke kwalificaties maar vaak genoeg hoort, dan ga je er waarschijnlijk in geloven en dan je je misschien zelfs ook zo gedragen. Ze deelt een aantal zeer droevige herinneringen: “Ik was rond de 12 of 13 en veel van mijn vrienden hadden anorexia. Ik heb zelf ook een eetstoornis ontwikkeld en ik herinner me dat mijn ouders me nauwelijks steunden: ‘Dit is zo’n bullshit; je bent gedraagt je als een klein kind.’ Ze brachten me naar een kliniek voor therapie en zelfs jaren nadat de stoornis was opgelost, zei mijn moeder wanneer ik geen zin had om te eten of zoiets: ‘Oh, niet weer deze shit…’ Die momenten horen bij de grootste dieptepunten in mijn leven, dat ik me realiseerde dat ze me niet serieus nam bij de dingen die moeilijk waren voor me. Het kon haar niet echt wat schelen of, als het haar wel wat kon schelen, liet ze dat wel op een heel rare manier merken.”

“Hadden je zussen dezelfde problemen met je ouders?” Ze is heel vastberaden: “Nee, het betrof alleen mij! Zij gingen er op heel andere manieren mee om. Ze waren erg goed in het niet provoceren van mijn moeder en geen knuppels in het hoenderhok gooien. Ik ergerde mijn ouders constant, praatte terug en ging met plezier de strijd aan. Mijn beide zussen leerden het spel beter te spelen, denk ik, terwijl ze me ook als de oudere zus zagen en beseften dat ze het niet wilden doen zoals ik deed.” Op de vraag wat ‘het spel’ was, antwoordt ze onverschrokken: “Oh, hoe mam niet pissig te maken, hoe de vrede in huis te bewaren!” We bieden een alternatieve optie: “Maar wat als het spel zou zijn ‘hoe blijf ik het dichtst bij mijn authenticiteit’, misschien ben jij dan de winnaar …?” Ze kijkt, pauzeert en knikt dan: “Ja, zeker… Ik was eigenlijk geschokt toen ik van mijn zussen hoorde dat ze zich emotioneel precies zo voelden als ik. Ze gingen er alleen anders mee om. Ik sprak altijd mijn mening uit, en daardoor leidde alles voortdurend tot strijd, terwijl zij gewoon ‘ja mama’ zeiden en naar hun kamer gingen. Ik denk dat mij goed observeerder en de consequenties leerden kennen.” We vragen ons af of ze, terugkijkend, wenst dat ze de situatie anders had aangepakt en ze antwoordt met een volmondig ‘Nee!’ “Ik ben blij dat ik hoe dan ook trouw ben gebleven aan mezelf, ook al heeft het me veel pijn gekost. Ik denk niet dat ik daar gewoon zou kunnen zitten en alles zou pikken; dat is gewoon niet hoe ik ben. Welke persoonlijkheid ik in die jaren ook heb ontwikkeld, alles heeft me geleid naar waar ik nu ben en naar het fantastische leven dat ik nu leid. Dus, hoe kan ik er spijt van krijgen als ik zo gelukkig ben met waar ik nu sta?”

We vieren deze conclusie met Elizabeth mee en vragen ons af of ze het gevoel heeft dat bepaalde aspecten van haar jeugd bijzonder relevant zijn voor haar persoonlijke ontwikkeling in haar leven. “Ik denk dat ik tot op de dag van vandaag een onverzadigbare nieuwsgierigheid heb die voortkomt uit alle activiteiten waaraan ik als kind heb mogen deelnemen. Die gretigheid voedt mijn liefde voor reizen, mijn liefde voor echte ‘nerd’ dingen en mijn wens om een ​​master te behalen in het vakgebied dat ik heb gekozen. Dat vind ik heel leuk aan mezelf. Ik heb veel kunnen doen, zolang het maar niet buiten het domein van mijn ouders was. Ze waren rond mijn 18e bijvoorbeeld heel duidelijk over het niet financieren van mijn universiteit als het geen christelijke opleiding was: ‘Ga gerust naar een seculiere school, maar dan sta je er alleen voor’, zeiden ze.”

Dan: “Mijn moeder noemde me altijd manipulatief. In zekere zin had ze gelijk: ik kan dat wel zijn; Ik probeer meestal mijn zin te krijgen. Ik schijn ook het humeur van mijn moeder te hebben geërfd, het heethoofdige, ‘kom-maar-op-want-ik-vecht’-achtige. Woede is vaak mijn eerste reactie in geval van frustratie en dit was echt iets waaraan ik moest werken toen mijn partner en ik gingen samenwonen; ik moet andere manieren vinden om mijn woede te kanaliseren. Het feit dat hij zo’n geweldig persoon is en echt niet-confronterend, is zo behulpzaam geweest. Ik ben veel reflectiever geworden over mijn eigen gedrag en ik kan om feedback vragen over hoe ik heb gereageerd en mijn excuses aanbieden wanneer dat nodig is. Me verontschuldigen maakte me altijd zo ongemakkelijk; ik wilde gewoon niet toegeven dat ik ongelijk had…’ Ze klemt haar tanden op elkaar als ze denkt aan hoe het voor haar voelde en schudt haar hoofd. “Nu kan ik zeggen ‘kijk, het spijt me; kan ik het goedmaken met je?’ en dat voelt heel goed. Het is zo’n verschil…” Mijn moeder heeft nooit haar excuses aangeboden aan ons, nooit, niet aan mij en mijn zussen, en niet aan mijn vader. Ik heb nooit geleerd hoe ik mijn excuses moet aanbieden aan anderen. Pas later leerde ik dat je dat moet kunnen, als je dingen met mensen wilt oplossen.” Ze vertelt hoe ze de laatste periode, in COVID-tijd, wat meer contact met haar moeder heeft gehad, hoewel het vertrouwen dat nog over was, zwaar beschadigd is. “Ik wil de ervaring die mijn moeder met haar moeder had niet herhalen, om aan haar sterfbed te staan en het gevoel te hebben dat we nooit hebben geprobeerd om dingen op te lossen. Ze is alleen nog steeds niet erg zelfbewust en het zou moeilijk voor me zijn om met haar te praten over alles wat er is gebeurd zonder haar te beschuldigen of haar in de verdediging te laten schieten.’

Volgende week zullen we het hebben over slechte gewoonten en verslaving, vermijden ze onder ogen te zien, en het genezingsproces dat door onvoorwaardelijke liefde wordt ondersteund.