De ervaringsdeskundige, Aflevering 12 – Deze week: Gita

Ze zit nog geen vijf minuten bij me op de bank als de tranen al over haar wangen biggelen. Het is een opluchting voor haar om de stap naar mij te hebben gezet, maar het is ook ingewikkeld. Ze heeft er nog met niemand over gesproken dat ze naar mij zou gaan. En dat niet alleen: ook over veel van de dingen die ze aan me wil voorleggen, heeft ze nog met niemand gepraat. Er komen moeilijke gedachten op over wat te zeggen als ze hier ‘betrapt’ zal worden, zelfs terwijl ze weet dat er niks te ‘betrappen’ valt. Ze overweegt er thuis voorlopig maar niet het gesprek over aan te gaan, zelfs terwijl ze weet dat dit vroeg of laat onvermijdelijk zal zijn. Ze bereidt zich alvast voor op ruzie over de keuze om therapeutische ondersteuning te zoeken, zelfs terwijl ze weet dat dat de enige manier is waarop ze de komende tijd meer rust in zichzelf zal kunnen gaan vinden, want ze kan de last in haar eentje niet meer dragen. Ze voelt hoe er meer en meer dingen spaak beginnen te lopen in haar innerlijk, hoewel het er aan de buitenkant allemaal aardig uitziet. Ze vertelt, aan het begin van ons gesprek nog wat stoer, dat de meeste mensen niet aan haar kunnen zien hoe het er werkelijk met haar voorstaat, hoe ze altijd weer in staat is om klaar te staan voor anderen, maar dat ze, zodra ze alleen is, eigenlijk alleen maar wil huilen, wil wegkruipen voor de eisen van de wereld, onzichtbaar wil worden, zodat niemand meer iets van haar vraagt en verlangt. De eenzaamheid, het gevoel nergens thuis te horen, de ervaring dat alles in het leven een chaos is… ze worden langzaam maar zeker ondraaglijk en ze wil ze niet langer alsmaar alles verdoven op de momenten waarop ze er niet meer op een andere manier mee kan omgaan.

“Ik weet eigenlijk niet wie ik ben en wat ik wil… ik heb werkelijk geen idee… Andere mensen hebben doelen, maar ik zou niet weten wat ik met het leven aan moet… En als je me vraagt wat me een goed gevoel geeft, waar ik van opknap als ik me echt rottig voel… dan kan ik ook dat bijna niet beantwoorden… Ik heb er in feite nog nooit op die manier naar gekeken en over nagedacht. Er was altijd zoveel onrust… ik was gewoon aan het overleven, maar ik wil dat niet meer. Ik realiseer me dat ik de pijn niet langer uit de weg kan gaan. Als ik wat wil met mijn leven, dan moet ik die pijn onder ogen zien en op de één of andere manier leren om er anders naar te kijken en anders mee om te gaan. Ik heb heel veel klaargestaan voor anderen en ik heb de indruk dat die mij echt zien als degene bij wie ze terecht kunnen met al hun moeilijke dingen om erover te praten, maar de laatste tijd is me dat ook gaan tegenstaan. Waarom moet het altijd over hen gaan…? En waarom pakken ze hun problemen niet aan en moet ik het aldoor weer aanhoren? Ik ben bekaf. Ik wil het niet meer. Het wordt tijd dat ik beter voor mezelf ga zorgen. Nou… en dat is waarom ik hier ben. Ik hoop dat jij me daarmee op weg kunt helpen…”

Uiteindelijk werken we samen vier uur. Ik heb de verwarming eerder op de dag al opgestookt, want de ervaring leert dat als er zoveel emoties vrijkomen, mensen rillerig worden. In de wintermaanden voelt het meestal koesterend als een ruimte behaaglijk warm is. Het fysiologische effect is een grotere kans op het stromen van oxytocine: poriën en bloedvaten staan wijder open. Dat bevordert vaak ook dat de emotionele en psychologische openheid, mede omdat het hele organisme van oxytocine tot rust komt. Er is thee, er is wat lekkers, er branden kaarsjes, er liggen voor de zekerheid zelfs twee gehaakte wollen dekens klaar en tot twee of drie keer toe ben ik geneigd er één om haar heen te wikkelen, als ze snikkend en met de handen voor de ogen in de hoek van de bank wegkruipt en in stilte reflecteert op wat er speelt en op de vraag wat ze in haar lichaam waarneemt tijdens het verhaal dat ze vertelt.

Ik nodig haar uit echt te voelen wat haar lijf haar te zeggen heeft, maar voor wie in geen tijden werkelijk met aandacht naar het eigen lichaam heeft geluisterd, is dat nog helemaal geen eenvoudige opdracht. We nemen de tijd; bij mij hoeft iemand niet na drie kwartier weg omdat de tijd ‘om’ is. Bij mij mogen cliënten uren blijven zitten, zodat we tijd hebben om dingen diep te onderzoeken en om intense emoties eindelijk eens naar de oppervlakte te laten komen zonder dat ze meteen te hoeven worden gedempt of afgeschermd, weggepoetst of opzij geschoven. Ze zegt het diverse keren: “Het voelt alsof er iets uit wil, alsof er iets op knappen staat…”

Dat is al een heel mooi inzicht, de gewaarwording dat zich vanuit het lichaam iets meldt dat gezien wil worden. Ik ben bij haar en ik zie het; ik hoor wat ze zegt en ze is verbaasd als ze mij haar eigen woorden aan haar hoort teruggeven. “Als je het zo zegt, dan klinkt het zo logisch… Ja, ik ben ook wel een sukkel, dat ik er al die tijd nog niks mee heb gedaan…” Dat is een uitspraak die geregeld ook in andere gedaantes even opduikt en die ik zowel aan het begin als aan het einde krachtig onder haar aandacht breng.

Ik vraag haar hoe ze zich zou voelen als ík dat tegen haar zou zeggen, dat ze een sukkel is omdat ze nog altijd bepaalde issues niet heeft aangepakt en opgelost. Ik vraag haar of ze zou blijven en of we in dat geval een fijn en veilig aanvoelend gesprek zouden hebben. Ze lacht: “Euh… nee. Bepaald niet!” We concluderen dat als ze niet meteen zou weglopen, ze in ieder geval niet zou terugkomen. We concluderen eveneens dat dit wél de manier is waarop ze zichzélf toespreekt. De relatie met haar ware Zelf wordt daardoor óók onaangenaam en onveilig. Daarom zeg ik zowel aan het begin als tussendoor als aan het einde dat het allergrootste geschenk dat ze zichzelf met deze en een eventuele vervolgsessie mag geven, is dat ze liever wordt voor zichzelf.

Ze heeft als kind veel liefde en veiligheid gemist en dat gegeven kan niet meer ongedaan worden gemaakt. Dat heeft invloed gehad op hoe zich haar persoonlijkheid en overtuigingen hebben ontwikkeld. Wat ze wél kan doen, is in lastige situaties of als het tegenzit, dat kleine meisje in zichzelf met zachte ogen aankijken en zich afvragen wat zij nu nodig zou hebben. Dat is wat ze zichzelf mag geven en wat ze ook van dierbare anderen in ontvangst mag nemen. Dat kan ze verstandelijk wel begrijpen, maar emotioneel is dat nog niet één-twee-drie een vanzelfsprekendheid. Het vergt immers ook dat ze kenbaar maakt wat er speelt. Het is logisch dat dat beangstigend kan voelen: je kunt decennialange patronen meestal niet van de ene op de andere dag veranderen, zeker niet als ze zo lang met onveiligheid gepaard gingen of als ze juist de enige manier waren om te overleven. Vandaag heeft ze echter een begin gemaakt en een belangrijke, moedige stap gezet. Ik beloof haar dat ik het verslag van onze ontmoeting zo snel mogelijk zal uitwerken. Met haar toestemming geef ik haar een knuffel voordat ze vertrekt. Ze ziet er wat minder bezwaard uit, maar het verdriet en de kwetsbaarheid zijn zichtbaar. Dat is mooi; ze heeft kunnen verzachten tijdens ons gesprek en heeft haar muur een beetje afgebroken. Ik hoop dat ze die zachtheid kan vasthouden, vooral ook naar zichzelf, en dat ze het laat weten als ik wat voor haar kan betekenen.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 11 – Deze week: Elize

Deze week pakken we na een lange tijd de draad van het bloggen weer op! We hebben in de afgelopen periode heel veel andere prachtige dingen mogen doen, maar willen heel graag weer mooie verhalen met jullie delen. Het onderstaande blog is een gastblog van ‘Elize’, die ACE Aware NL benaderde en haar verhaal met ons deelde.

 

Kennis rondom ACE’s – het ontbrekende puzzelstukje?

Als ik in de auto naar mijn werk rijd, luister ik vaak een podcast. Opgeleid tot leefstijlcoach, ben ik geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met gezondheid en vitaliteit. Deze keer luisterde ik naar de OERsterk-podcast van Richard de Leth, waar Marianne Vanderveen te gast was. Van begin tot einde was ik geboeid door het onderwerp: ACE’s, ongunstige ervaringen in de kindertijd.

Gezien worden
Ik herinner me mijn kindertijd als een fijne tijd, maar tóch herken ik veel in de podcast. Dit is mijn verhaal.
Ik ben ruim 50 jaar, geboren als middelste kind van een drieling. Mijn oudste zus had al op jonge leeftijd mentale problemen, mijn jongste fysieke. Ik huppelde door het leven, maar moest het met veel minder aandacht doen van mijn ouders. Mijn zussen haalden hun havodiploma. Ik deed mijn stinkende best om óók gezien te worden en haalde een jaar later mijn vwo-diploma. Het gevoel er niet toe te doen, bleef echter aanwezig.

Kloof
Mijn partner en ik kregen drie prachtige kinderen. Toen ze wat ouder waren, hadden onze kinderen een aantal flinke uitdagingen op hun levenspad: onze oudste dochter kreeg op haar elfde de diagnose Asperger, een autismespectrumstoornis. Onze tweede dochter ontwikkelde een eetstoornis. Onze zoon kreeg, naast zijn ADD, een depressie. Destijds vermoedde ik dat de ADD van onze zoon en zijn depressie een relatie hadden met het autisme en de anorexia van zijn zussen. Na het luisteren van de podcast, het lezen van de website van ACE Aware NL én een gesprek met Marianne heb ik een ander beeld. De kinderen lieten gedragspatronen zien die gelabeld worden als ‘autisme’, ‘anorexia’ en ‘ADHD’, maar in feite waren dat in belangrijke mate ‘coping strategies’. Dit gedrag was voor hen een manier om te overleven in een ongunstige omgeving. Met de kennis van nu zie ik dat het bijna niet anders kon dan dat ons huwelijk strandde – de kloof was te groot. Op dat moment in ons leven konden we elkaar niet ondersteunen bij alles wat er speelde. Door de gebeurtenissen werden onze eigen trauma’s blootgelegd. En op nog een diepere laag denk ik nu dat het onderliggende trauma bij ons allebei van invloed is geweest op het ontstaan van de problemen van de kinderen. Na de scheiding ben ik op meerdere manieren met mijn persoonlijke ontwikkeling aan de slag gegaan. De kinderen zijn nu 25, 23 en 20 jaar, fijne jongvolwassenen met wie het goed gaat. De basis daarvoor is denk ik in hun vroege leven gelegd.

Ratrace
De eerste tien jaar was ik fulltime thuis voor de kinderen. Toen de jongste naar school ging, werkte ik drie ochtenden en ving ik ze na school thuis op. Na de scheiding, toen de jongste zeven jaar was, heb ik me laten omscholen. Daarna kon ik helaas niet anders dan 32 uur werken, waardoor ik minder thuis was voor de kinderen. Ik had een hoop ballen hoog te houden en ik ging mee in de ratrace van het leven.
Dat veranderde met één telefoontje: “Je moet nú je dochter komen halen, want ze wil naar het spoor.” Zij was toen al ernstig ziek. Op dat moment stond mijn wereld stil. Het was alsof ik wakker schrok, alsof ik voor het eerst besefte ik dat ik haar daadwerkelijk kon verliezen door haar ziekte. Ik was compleet in paniek: waar was ik mee bezig? Wij leven met zijn vieren onder één dak, maar we leiden ieder ons eigen leven. Hoe werkelijk verbonden zijn we eigenlijk met elkaar? Dat wilde ik anders!

Beschikbaar zijn
Ik maakte afspraken op mijn werk en stond mijn dochter bij waar ik kon. Alle eetmomenten deden we samen. Ook bezoeken aan arts en therapeuten deden we voor het grootste deel samen. Ik kon er voor haar zijn en dat voelde fijn. Ik voelde echter des te meer hoe ik mijn moeder had gemist in mijn eigen jeugd. Dat ik het anders kon doen dan mijn eigen moeder, was helend voor mij en hopelijk ook voor mijn dochter. Zoals ik mijn moeder destijds miste, heeft zij mij ook moeten missen. Als ouders hadden wij haar in de steek gelaten in onze zoektocht naar een verklaring voor het gedrag van haar oudste zus (autisme). Ik was me ervan bewust en toch wist ik op dat moment niet hoe ik het anders kon doen. De anorexia dwong ons om anders met elkaar om te gaan. Het resultaat hiervan is een nóg betere band met elkaar.

Persoonlijke ontwikkeling
Na een aantal ingrijpende life events sloeg ik in 2004 het pad van persoonlijke ontwikkeling in. Begin 2018 bleek de eetstoornis in remissie. Dat zelfde jaar volgde ik een jaarprogramma bij ‘365 dagen succesvol’. Voor mij was dit life changing! Laatst keek ik een webinar van hen over niet genomen rouw, bijvoorbeeld na trauma. Bij trauma dacht ik altijd aan grote zaken als misbruik of mishandeling. Dat bleek onvolledig; ook kleinere gebeurtenissen kunnen impact hebben op iemands leven en tot trauma leiden. In mijn hoofd ontstond er een indrukwekkende lijst, waaronder de emotionele ervaringen die voorafgingen aan en volgden op twee auto-ongelukken, een miskraam, scheiding en ziekte. Na het beluisteren van de OERsterk-podcast luisterde ik de podcast van Marianne zélf: ‘Voed de Veerkracht’. Ik begrijp nu veel beter waar het gevoel van ‘ik doe er niet toe’ vandaan komt. Ook kijk ik nu anders naar de gevolgen van het auto-ongeluk. Dat vond plaats in een periode waarin de anorexia van de tweede om een ander behandeltraject vroeg. Ik voelde simpelweg de ruimte niet om de emotionele en fysieke kant ervan te verwerken. Ik gaf voorrang aan wat ik zag als haar belang, en vergat dat mijn eigen welzijn (of gebrek eraan) in feite het fundament is onder het geluk (of gebrek eraan) van de kinderen.

Traumatherapie
Na mijn auto-ongeluk in 2016 kreeg ik gerichte traumatherapie in de vorm van EMDR. Het deed me niets. In 2019 boekte ik een sessie EMI, een variant op EMDR, waarmee de lading van de gebeurtenis verdween. Een vergelijkbare ervaring had ik recent. Ik werd getriggerd op mijn stuk ‘ik voel me niet gezien’, waarvan ik nu begrijp dat dat valt onder de gevolgen van ACE’s. Mijn lief boekte een traject voor me bij een bevriende traumatherapeut. Na een uitgebreide intake pakte hij niet alleen het auto-ongeluk aan, maar al het trauma dat ik onbewust verzameld had in mijn leven, trauma dat me beperkte in mijn functioneren en dat me moe maakte. Hij keek daarbij naar het grotere geheel. Samen gingen we een middag intensief aan de slag met het herprogrammeren van de verschillende gebeurtenissen. Het resultaat is verbluffend: de lading is weggenomen!

Spiegelen
Hoe is het nu? Ik ben als vrijwilligster verbonden aan het Leontienhuis, een inloophuis voor mensen met een eetstoornis. Veel ouders zie ik worstelen met de issues die ik zelf ook heb gehad. Ik vertellen me dat ze zich machteloos voelen staan tegenover de eetstoornis van hun kind. Zou het kunnen zijn dat ouders en/of hun kinderen óók te maken hebben met de gevolgen van ACE’s, zonder dat zij zich hiervan bewust zijn? Zou het kunnen zijn dat kinderen ons dan in liefde spiegelen hoe wij met onszelf omgaan? Is het een uitnodiging aan ons als ouders om ook zélf naar binnen te keren, met onze eigen issues aan de slag te gaan en zo samen te helen? Ik ben me in ieder geval veel meer bewust van de impact van trauma op mijn leven en daarmee ook op dat van mijn kinderen. Mijn wens is ouders te kunnen bijstaan die in een vergelijkbare situatie zitten. Is de kennis rondom ACE’s het ontbrekende puzzelstukje? Dat is waar ik de komende tijd verder in wil duiken!

 

De ervaringsdeskundige, Aflevering 10 – Deze week: Esther, Deel 3 (slot)

Afgelopen week lazen we over de pijnlijke ervaringen van Esther. In dit laatste deel zien we voorzichtige, dappere aanzetten naar een andere aanpak.

We zijn al lang in gesprek en na een korte pauze is Esthers partner er nu bij komen zitten als ze over dit deel van hun leven samen vertelt. Als de emoties opkomen en ik haar uitnodig om de ogen te sluiten en te voelen wat er in haar lichaam gebeurt, merkt ze dat ze is afgeleid door de ademhaling van haar man. Ze doet iets ongewoons; ze zegt rustig, maar met vastberadenheid: “Ik word heel zenuwachtig van het horen van je ademhaling. Ik realiseer me dat ik toch graag weer met z’n tweeën wil praten.” Het is prachtig om te zien hoe haar partner dat oppakt: hij erkent haar gevoel, staat op van de bank, loopt naar de keuken, pakt iets te drinken en vraagt of zijn vrouw nog wat nodig heeft en dan verdwijnt hij naar boven, waar hun zoontje inmiddels in bed ligt voor zijn slaapje. We kijken elkaar aan: “Je had gelijk”, zegt ze, “ik ga met hem naast me inderdaad voor hém zorgen en niet voor mezelf.” Twee heel dappere mensen heb ik voor me: één die zich uitspreekt en één die daar met begrip op reageert.

We hervatten het gesprek over hun relatie. Ze geeft aan dat ze al haar veiligheid voelde wegvallen door het gebrek aan steun van haar ouders, alsof ze dakloos werd. Ze stelt zich op mijn uitnodiging voor wat het voor haar zoontje zou betekenen als hij zich zo zou voelen. De tranen wellen weer op: “Dat gevoel zou ik hem nooit willen geven… Daarom ben ik ook zo boos op mezelf over dat laten huilen…” Ook in dit oordeel over haarzelf zoeken we samen naar verzachting, naar meer begrip.

We werken langzaam naar een afronding toe. Ik vat een beetje samen wat ze heeft verteld, hoe ze in zoveel dingen is weggedreven van de diepe verbinding met haar Zelf, met wie ze werkelijk is, hoe ze zo vaak niet zichzelf kon zijn, en hoe ze nu net, met het erkennen van de zenuwen als gevolg van de aanwezigheid van haar partner, wél naar haar innerlijke weten heeft geluisterd. “Maar het is een diepe overtuiging, dat als ik niet voor de ander zorg, dat ik dan heb gefaald. Die loyaliteit, die mag ik niet beschamen.” Verstandelijk weet ze wel dat het haar verantwoordelijkheid niet is om voor de gevoelens van de ander te zorgen, maar het patroon is er diep ingeslepen en als ze nog verder vertelt, blijkt dat er ook intergenerationeel heel veel is wat daarvoor een verklaring biedt. Er zit veel bedreiging in de voorgeschiedenis, veel maatschappelijke onrust, en de neiging tot overbescherming door haar ouders zal daar zeer waarschijnlijk mee verbonden zijn. Die was echter contraproductief, want de vrijheid die ze daarmee probeerden veilig te stellen, was er daardoor juist niet meer: Esther voelde zich als een gevangene, iemand die niet voor zichzelf kon en mocht zorgen.

Ze is stil en ineens zegt ze: “Ja, dat klopt… en ik geef dat door op het moment dat ik mijn partner niet voor onze zoon laat zorgen, omdat ik het allemaal zelf wil doen… Toen er onlangs weer iets gebeurde, voelde ik wel dat ik een beetje mocht dimmen, dus ik heb gebeld en gezegd: ‘Doe het zoals jij het wilt.’ Inderdaad: dat is niet per se ‘minder’, maar gewoon ‘anders’ en dat mag best.” Ik herken haar gevoel van toen onze eigen kinderen jong waren: ook ik dacht dat ze met mijn benadering het beste af waren. Ze is beslist niet alleen in die ervaring en ze mag zichzelf daarvoor vergeven. Ze doet haar best met wat ze beschikbaar heeft; meer kan niemand doen. Wel kan het zijn dat ze met meer bewustzijn omtrent haar gedragspatronen tot andere keuzes komt, keuzes die het voor haar bovendien allemaal wat gemakkelijker en lichter maken.

De oordelen die ze van haar ouders niet waardeert, mag ze ook zelf proberen los te laten. Dan kan er een gevoel ontstaan dat ze er mag *zijn*, dat ze niet pas ertoe doet wanneer ze gezien wordt in wat ze *doet* in haar werk of in wat dan ook. Als ze een lievere ‘inner dialogue’ kan voeren, als ze zichzelf niet meer zo streng toespreekt, maar haar handelen met compassie beschouwt, kan alles meer tot rust komen. “Je hebt het net gedaan met je man – je kunt het, het zit in je!”, zeg ik als aanmoediging, terwijl ze me met grote ogen aankijkt. Ik vraag of ik haar mag vasthouden. Dat mag en ik sla mijn armen om haar heen. Ze leunt tegen me aan en ik voel hoe haar spieren zich ontspannen, hoe ze als een jong meisje wegkruipt in mijn omhelzing. Zo zitten we minutenlang, in stilte, zonder beweging. Na een poosje zegt ze in tranen: “Dit is wat ik van mijn moeder graag had willen krijgen, een omhelzing en het uitgesproken vertrouwen dat het goedkomt.”

We ronden af en ik vraag haar wat het haar heeft opgeleverd. Ze denkt even na en zegt: “Ik voel opluchting. Ik heb bepaalde dingen uitgesproken en het was de eerste keer dat ik écht naar mijn emotie heb geluisterd. Ik heb die aandacht gegeven en aangekeken, alsof ik tegen mezelf heb gezegd: ‘Ik zie jou nu!’ en daardoor verdween de heftigheid van wat ik voelde. Dat was echt de eerste keer, ondanks jaren therapie.” We zwijgen en staan samen stil bij deze overwinning die ze op zichzelf heeft geboekt, bij deze reuzenstap die ze heeft gezet op haar helingsreis.

Hiermee is niet alles klaar en opgelost, maar ze heeft een dappere doorbraak gerealiseerd en ze mag zichzelf tijd en ruimte gunnen om dat proces gaande te houden. Ze mag daarbij hulp inroepen als ze die nodig heeft, van haar partner, van vriendinnen, van familie, van wie ze dan ook maar werkelijk vertrouwt als reisgenoot. Ik heb haar kracht gevoeld en heb er alle vertrouwen in dat ze mooie vergezichten onthuld zal krijgen!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 10 – Deze week: Esther, Deel 2

In het vorige blog leerden we Esther kennen, die vertelde hoe eenzaam en buitengesloten ze zich vaak voelde en hoe ze kort na de geboorte van haar zoontje in een depressie terechtkwam.

Gedurende ons gehele gesprek zie ik hoe haar brein op volle toeren werkt en bezig is om verbindingen te leggen tussen lichamelijke sensaties en emotionele beleving van dingen: “Jezus, ik voel het zo aan mijn keel… weer zo’n prop in mijn keel, die nu brandt… En nu denk ik daaraan… was daarom het maagzuur tijdens de zwangerschap? Als ik dit allemaal bedenk, voel ik tintelingen over mijn hele lichaam…” Ik vraag wat de boodschap ervan zou kunnen zijn. “Ik heb het gevoel alsof er iets van binnen naar buiten wil. Misschien wil ik wel meer territorium! Ik wil ruimte innemen, plek innemen. Dat ik zo vaak merkte dat ze geen tijd voor me namen… ik weet dat ze druk waren, maar toch… het heeft de overtuiging doen ontstaan dat ik er niet toe deed…” Ze huilt weer, maar is ook strijdbaar: “En dat klopt niet, want ik heb door de jaren heen bewezen wat ik in mijn mars heb.” Ze gaat nu rechterop zitten en ik vraag haar welke emotie ze voelt: “Trots! Ik ben trots op mijn keuzes en wat ik tot stand heb gebracht!”

Momenteel, met de zorg voor haar jonge kind, is er echter te veel wat energie vraagt en de trots is daardoor naar de achtergrond verdwenen. Ze is weer in tranen als ik vraag welke steun er recent is verdwenen: “Die van mijn moeder; die was er niet toen ik haar nodig had na de bevalling…” Ze snikt. “Ik heb het gevoel dat ze me niet heeft voorbereid op de bevalling… op het leven, eigenlijk…” Ik vraag of het de eerste keer was dat ze het gevoel had dat ze er alleen voor stond en dan ontstaat er iets bijzonders. Ze zegt dat het tot dan toe allemaal te tackelen was, maar met de komst van haar kind niet meer: “Nu was ik niet sterk genoeg…” Ik krimp een beetje in elkaar, merk ik, omdat ze zo’n hard oordeel over zichzelf uitspreekt. Dat tackelen… dat deed ze zelf. Ze kon tot dan toe op zichzelf rekenen; ze had genoeg kracht om het alleen te doen, maar ook toen was ze er al vaak alleen mee. Het is dus niet zo dat ze niet nu niet sterk genoeg is; wat er speelt, is dat ze nu meer te dragen had dan haar (gespannen) schouders konden tillen. Het is een heel nieuw perspectief, dat het dus niet de eerste keer was dat ze geen steun kreeg, maar wél de eerste keer dat ze het niet alleen kon.

Ik stel een meer compassievolle formulering voor: “Ook eerder had je al steun nodig die je niet kreeg, maar nu ben je je er ten volle van bewust dat je zonder die steun echt niet verder kunt. Daardoor kun je nu langzaam maar zeker ook andere keren waarin je die steun ontbeerde, in een ander licht gaan zien.” Deze formulering plaatst ook haar depressieve gevoelens in een ander licht. Mensen zijn ‘wired for connection’, gericht op de relationele verbinding en daarin speelt coregulatie een enorm belangrijke rol: zijn onze meest naaste dierbaren in staat zich in te leven in wat we nodig hebben en in hoe we ons voelen? En zijn ze in staat om die behoefte te vervullen?

We vergeten soms dat ook als we aan gebeurtenissen geen intellectuele herinnering hebben vanuit ons cognitieve geheugen, ons lichaam er wel een fysieke, emotionele herinnering aan heeft opgeslagen. Dat maakt het soms ingewikkeld om te snappen wat er gebeurt. Als iets preverbaal is (omdat je te klein was) of nonverbaal (omdat je er geen woorden aan kon geven), kan het lastig zijn concreet de vinger te leggen op pijnlijke gebeurtenissen. Je vóelde het destijds wél en ook nu kunnen oudere gevoelens die in het lichaam zijn opgeslagen, worden aangeraakt. Met andere woorden: gevoelens kunnen worden getriggerd. Ze worden dus niet veroorzaakt door wat er in het moment gebeurt, maar ze worden wakker gemaakt. Ze waren er al.

Zo is het feit dat Esthers vader twee kinderen eigenlijk wel genoeg vond, iets waaraan Esther natuurlijk geen verbale, bewuste herinnering heeft van toen ze klein was. Dat betekent echter niet dat ze het niet heeft gevoeld, dat ze de spanning van haar moeder tijdens de zwangerschap (‘hoe gaat het zijn met dit nakomertje die mijn man niet per se wil…?’) via de navelstreng niet heeft meegekregen in de vorm van stresshormonen. Dat betekent dat haar twijfel over wie ze is, vanuit een ander perspectief kan worden bekeken. Hoe zichtbaar is ze voor zichzelf en anderen? Hoeveel ruimte durft ze in te nemen? Hoe krachtig durft ze zich uit te spreken…? Hoe kan ze afkomen van die brok in haar keel, zodat haar woorden vrij kunnen stromen en ze haar eigen Wijsheid kan laten spreken?

We praten over hoe belangrijk het is om goed voor jezelf te zorgen, omdat het anders vrijwel onmogelijk is om voor een ander te zorgen, zeker voor een kleine baby die zo enorm veel van je nodig heeft. Esther maakt zich zorgen over het feit dat ze haar zoontje een aantal keren heeft laten huilen omdat de energie simpelweg op was en ze niet meer kon. Ze is streng voor zichzelf: “Ik kan mezelf wel voor de kop slaan. Ik ben bang dat ik onze vertrouwensband heb beschadigd…”

We stellen vast dat geen enkel kind opgroeit zonder dat er momenten zijn waarop de ouders even niet in staat zijn om alle behoeftes te vervullen. Dat overkomt ons als ouders allemaal en dat is okay, zolang er voldoende andere momenten zijn, waarop je de ‘rupture’ (het tijdelijk verbreken van de verbinding) ook weer tot ‘repair’ brengt (het herstellen met sensitiviteit, aandacht, koestering). Dat is een onderdeel van wat het nu moeilijk maakt: de ‘repair’ die ze van haar moeder nodig heeft, ontbreekt en dat doet pijn. Dat appelleert aan alle keren dat ze die verbinding als klein meisje miste. Zeker nu ze zich zelf actief inzet om haar zoontje op dat punt te bieden wat hij nodig heeft, wordt ze extra geconfronteerd met hoe pijnlijk het is als je dat als jonge baby mist.

Er is bovendien nog een heel grote olifant in de kamer, die binnen haar familie niet kan worden benoemd. Ze had geen vrije partnerkeuze en het feit dat ze haar hart volgde in de man met wie ze wilde trouwen, heeft veel onrust in de familie gecreëerd. Ze woonde nog thuis toen ze vertelde dat ze iemand had gekozen vanuit liefde, en haar vader sprak vervolgens anderhalf jaar niet met haar. Hij negeerde haar, keek haar niet aan, wisselde geen woord. Vervolgens gaf hij haar een ultimatum: kiezen voor haar partner of voor haar ouders. Ze liet zich niet onder druk zetten; ze koos haar partner en wees haar ouders niet af, maar dat ze van haar moeder geen steun kreeg, heeft haar diep gekwetst. Het was opnieuw een situatie waarin haar authentieke Zelf niet werd gerespecteerd, waarin haar vrijheid haar werd ontnomen.

Volgende week lezen we over de dappere eerste stappen van Esther op weg naar een vrijer, meer sprankelend bestaan.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 10 – Deze week: Esther, Deel 1

Esther is via een omweggetje bij mij terechtgekomen omdat er borstvoedingsproblemen waren: overproductie, borstontstekingen, veel kolven, eindeloos lang durende voedingen, een te korte tongriem… ze liep vast en heeft daar hulp bij gehad, maar nu is er een andere grote horde: ze heeft zich gerealiseerd dat het verdriet dat haar een paar weken na de geboorte overviel, niet zomaar een ‘slechte dag’ was of een beetje neerslachtigheid, maar een postpartum depressie, zoals het is gelabeld. Ze woont ver bij mij vandaan, maar een andere afspraak bij haar in de buurt maakt dat er een combinatie mogelijk is, zodat zij geen lange, belastende reis hoeft te maken.

Eenmaal bij Esther thuis merk ik dat ze snel heel open is: ze is klaar voor dit proces. Ze wil de ‘rommel’ van vroeger achter zich laten, zich losmaken uit wat ze noemt de toxische dynamieken met mensen die heel dicht bij haar staan: de leden van haar gezin van oorsprong. Tijdens de kennismaking en introductie zegt ze eerst nog niet zoveel over de impactvolle periode die de puberteit voor haar was, maar gedurende ons vier uur durende gesprek werkt ze er dapper en vastberaden naartoe om erover te vertellen. De systemische methodiek waarmee we starten, doet meteen de tranen opwellen. Ze voelt een prop in haar keel, een brandende brok die ze niet kan wegslikken, die haar bijna de adem beneemt.

Als we samen evalueren, valt haar net als mij op hoe positief ze de relatie met haar partner ervaart. Hij en zijn familie waren lange tijd een toevluchtsoord voor haar. Ze voelde zich er welkom en gezien en ze waren blij met haar als vrouw van hun zoon, hun broer, hun zwager.
Lange tijd wilde ze geen kinderen, maar nu haar zoontje er is, is ze diep ontroerd door de hoeveelheid liefde die hij in haar losmaakt. Hij maakt echter niet alleen liefde los, zoals we tijdens ons gesprek zullen vaststellen – hij maakt ook veel oud verdriet los en haar tranen zijn het smeltwater van alles wat in haar bevroren is geraakt en als een koude en inflexibele massa binnenin haar vastzit.

Ze realiseert zich dat ze eigenlijk niet weet wie ze is, naast het moederschap. Waar staat ze nu? Hoe verder? Hoe kan ze de ruimte innemen die ze als kind niet had? Hoe kan ze krachtig haar vrijheid opeisen en zich losmaken van dat wat de ontwikkeling van haar potentieel belemmert? Het zijn grote vragen die onvermijdelijk zijn, maar die haar tegelijkertijd ook benauwen en haar stil en verdrietig en soms angstig maken. Ze heeft geregeld het gevoel dat de muren op haar afkomen, dat ze zou willen vertrekken en een heel nieuw leven zou willen beginnen, op een plek waar niemand haar kent.

Ze was een nakomertje; haar twee broers waren 11 en 8 toen zij ter wereld kwam. Ze had qua werk best iets anders willen doen, maar dat stonden haar ouders haar niet toe. Werken bij haar broer leek hun de veiligste plek voor haar. Het herinnert haar aan hoe ze ook als jong meisje voortdurend werd beschermd en gepamperd, zoals ze het noemt, hoewel het zo niet voelde. Het voelde als verstikkend, als een gebrek aan vrijheid die andere kinderen in haar klas wél mochten ervaren: zelf naar school lopen, zelf de vrijetijdsbesteding kiezen, ruimte krijgen om lekker te lanterfanten… Zo was het niet voor haar: ze zat op zoveel buitenschoolse activiteiten dat haar hele week stampvol zat. Overal werd ze gebracht en gehaald; haar ouders stonden haar daarin geen zelfstandigheid toe. Vooral school was een lastige situatie: het was maar tien minuten lopen, maar ze werd in alle seizoenen van het jaar met de auto gebracht. Door haar moeders planning was ze bovendien iedere dag te laat. Esther herhaalt het een paar keer: ‘Ie-de-re dag, werkelijk ie-de-re dag!’ Door haar klasgenoten werd ze daarom vreemd aangekeken. Esther voelde zich een buitenbeentje; ze hoorde er niet bij. “Ik had dat kleine stukje kunnen lopen of kunnen fietsen, samen met de anderen! Ik voelde me belachelijk gemaakt. Ik ervoer het als een enorme vrijheidsbeperking.” Het is dan ook niet zo’n wonder dat ze zoveel waarneemt in haar keel, zoveel wat de vrije loop van het inademen en het uitspreken belemmerde…

Na een tijd in loondienst startte haar vader een eigen bedrijf en daar bracht hij het gros van zijn tijd door. Er was weinig aandacht voor Esther. Zijn bedrijven floreerden en er was altijd geld genoeg, maar het ontbrak Esther aan aandacht en erkenning voor wie ze was en wat ze kon en waarvan ze droomde.

Haar vader had vanaf zijn 55e geen financiële noodzaak meer om te werken en was meestal thuis, net als haar moeder, en ze zag tussen hen een dynamiek waarin eveneens de wederzijdse belangstelling ontbrak, met weinig overlap tussen hun activiteiten. Haar oudste broer woonde een tijd op zichzelf, maar is nu begin veertig en woont weer bij zijn ouders. Hij heeft een zoveelste studie opgepakt en heeft een bedrijf gestart waarin hij met zijn jongere broer samenwerkt.

Esther heeft al deze ontwikkelingen aangezien en zegt: “Ik vind mezelf heel stom. Ik heb veel meer in mijn mars en ik had niet tot deze leeftijd hoeven wachten om mezelf te ontdekken…” Ze huilt weer en we zijn samen stil. Ik vraag wat het oproept in haar lijf. Ze denkt met gesloten ogen na en zegt: “Verdriet… en ook boosheid…” Ik vraag haar wat die boosheid zou zeggen, als die kon praten. Nu hoeft ze niet lang na te denken: “Flikker op! Ik haat je voor wat je hebt gedaan!” Ze voelt nu ook een tinteling in haar tenen, spanning in haar onderrug, verstijving in haar schouders. We bespreken alle sensaties en wat ze haar te vertellen zouden kunnen hebben.

“Sinds de dag dat ik me kan herinneren, heb ik nooit vrijheid gehad. Dat gevoel is heel oud, echt heeeeel oud…” We spreken over de emoties die destijds moeten zijn ontstaan als gevolg van haar gevoel van eenzaamheid en we kijken of ze zich een kind van die leeftijd kan voorstellen. Als dat niet lukt, nemen we haar eigen zoontje als voorbeeld, ook al is hij pas ruim een jaar. Ik vraag hoe hij zich zou voelen als zij en haar partner zo met hem zouden omgaan en wat het voor haar zou betekenen als hij daar niet met haar over zou praten. Haar vermoeide ogen vullen zich opnieuw met tranen en ze snikt als ze zegt: “Dat zou mij heel erg kwetsen. Het zou betekenen dat hij denkt dat ik hem toch niet zal begrijpen, dat ik hem niet hoor en niet zie.” Dat ze zelf met niemand sprak over hoe ze zich voelde op school… dat had precies diezelfde reden: ze was in de jaren ervoor het vertrouwen al kwijtgeraakt dat haar moeder haar begreep. Dat was het kind dat ze was: verdrietig, schaamtevol, alleen met haar pijn.

Ik leg uit dat ze de emoties wellicht niet tot uitdrukking bracht, maar dat ze daarmee natuurlijk niet weg waren, dat ze ze alleen maar aan het ‘onder-drukken’ was. Ik praat langzaam, knip het woord in tweeën en las een pauze in tussen ‘onder’ en ‘drukken’. Ik vang haar ogen en vraag wat een ander woord is voor ‘onderdrukken’. Ze aarzelt en schudt haar hoofd. Ik zeg: ‘de-pressie’. Ze kijkt me aan en zegt: “Ooooooh… woooow… Ja, dat klinkt heel logisch… maar die verbinding heb ik zelf nog nooit gelegd…” We bespreken dat ze nu blijkbaar wél ruimte heeft om haar gevoelens tot uitdrukking te brengen, dat haar eigen gezin haar de veiligheid en het luisterende oor biedt die ze vroeger miste.

Dat is een prachtige basis voor verandering. Volgende week lezen we daar meer over.