De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 3 (English below)

De fijne, en soms pijnlijk lastige balans tussen gehechtheid en authenticiteit

Vorige week spraken we over de impact van schaamte en verbroken verbinding als hindernissen voor het gevoel er echt bij te horen. Deze week duiken we dieper in de fijne en soms pijnlijk lastige balans tussen gehechtheid en authenticiteit.
We beginnen met Elizabeth te vragen naar het moment en de wijze waarop ze, terugkijkend op haar kinderjaren, tot de conclusie kwam dat dingen met elkaar verbonden waren. “Ik had onlangs mijn intake bij een psycholoog en die stelde ook ongeveer deze vraag [gelukkig!]. Wat me echt heel scherp is bijgebleven, is het gevoel altijd op mijn tenen te lopen, omdat ik nooit wist waarover mijn moeder zou ontploffen. Ondanks alle leuke dingen op school en het sporten en het ontbreken van financiële zorgen… zodra ik thuiskwam, moest ik heel voorzichtig zijn, want alles kon tot een explosie leiden.”

We merken op dat haar moeder veel meer aanwezig is in haar herinneringen dan haar vader: “Absoluut. Mijn moeder was de hoofdrolspeler. Mijn vader en ik hebben nooit een slechte relatie gehad, ook al was ik boos dat hij ons niet verdedigde, vooral als bij haar echt uit de hand liep, maar ik voelde nooit enige vijandigheid naar hem toe. Het voelde als ‘good cop, bad cop’ en mijn moeder was absoluut de bad cop.” Ze lacht, maar niet blij of oprecht. Ze pauzeert en vervolgt: “Ik heb een heel duidelijke herinnering aan de keer dat mijn moeder me in het gezicht sloeg bij een gelegenheid waarbij ik mijn zusje dwarsboomde. Ik was daar heel goed in. Mijn moeder werd boos en sloeg me. Zoiets gebeurde echter niet vaak, en als het gebeurde, denk ik dat ik het verdiende; ik was een verwend nest. Het is apart, want als ik aan het woord ‘mishandeling’ denk, zou ik het nooit op mezelf toepassen. Als iemand naar me toe zou komen en me zou vertellen dat ze samenwoont met iemand die haar constant uitscheldt en schreeuwt en haar slaat, zou ik zeggen: “Wegwezen daar!”” Maar hoewel dat in feite de relatie is die ik met mijn moeder had, ik zou het label van mishandeling nooit op mezelf plakken, vroeger niet en nu ook niet. Waarom niet? Nou, het is een zware term en zoveel mensen zijn veel slechter af dan ik, dus ik heb het gevoel dat ik niet het recht heb om dat label te gebruiken voor wat er met mij is gebeurd. Het zou voelen alsof je anderen onrecht aandoet.” In de stilte die volgt, horen we de meeuwen weer luid schreeuwen. “Ja”, vervolgt ze, “ik hoop hier binnenkort met mijn psycholoog over te praten!” Met haar lach, waarbij we aanhaken, doorbreken we de opgebouwde spanning.

Jezelf negatieve etiketten opplakken, verteerd worden door schuld en schaamte, je levensverhaal als minder waardevol of minder bijzonder zien, is een veel voorkomend denkpatroon in onderzoek naar trauma. Wanneer we doorkrijgen dat degenen die ons zouden moeten koesteren en beschermen, zodat we ons gelukkig en levendig en veilig voelen, degenen blijken te zijn die ons pijn doen en maken dat we ons niet thuis voelen en eenzaam zijn, maakt ons dat bang, onzeker en verdrietig. Dit kan ons wereldbeeld zozeer vernietigen dat we irrationele verklaringen gaan zoeken voor wat er is gebeurd. Als gevolg hiervan kunnen we onszelf klein maken en naar beneden praten en onszelf wijsmaken dat het niet zo erg was, en dat we dat wat ons overkwam, waarschijnlijk verdienden. We vertellen onszelf daarmee een verhaal dat maar één doel heeft, namelijk onszelf te redden uit een gevoel van diepe angst voor totaal ten onder gaan, het helemaal niet waard te zijn om te bestaan. Dit kan ons op korte termijn redden, maar de toxische stress bouwt zich op en door het gebrek aan bufferende bescherming van een zorgzame, attente volwassene raken onze systemen op de lange termijn ontregeld. Dit hoeft echter niet altijd voor iedereen het geval te zijn. Een belangrijke vaardigheid als ouder is om te weten wanneer en hoe je naar je kind toe meer gezaghebbend (niet autoritair) kunt zijn, zodat er een veilige hechting ontstaat. Als de gehechtheid echter onveilig is en de authenticiteit van het kind niet gezien mag worden, werkt dit bijna voor niemand goed uit, voor het kind noch voor de ouder. Dit is het thema van de strijd tussen authenticiteit en gehechtheid waar onder meer Gabor Maté en Ingeborg Bosch nader op ingaan.

We blijven ons afvragen: “Is het niet vreemd dat we als kinderen het gevoel kregen dat we zo’n benadering van onze ouders verdienden?”Elizabeth reageert: “Mijn ouders noemden me respectloos, omdat ik altijd een antwoord terug had. Het ergste was echter de emotionele manipulatie, niet de fysieke mishandeling. Het was echt het emotionele aspect. Ze kon gewoon gillen, gillen, gillen tegen me, schreeuwen, me uitschelden, me het gevoel geven dat ik een manipulatief persoon ben. En dat is iets wat ik tot op de dag van vandaag nog steeds geloof, want dat heeft ze me altijd verteld. Het werd een deel van mijn identiteit, dit gevoel van ‘ik denk dat dat gewoon is wie ik ben, een manipulatief persoon’.”
We lichten toe dat dit behoorlijk zelfdestructief kan zijn. Wanneer je als kind dergelijke kwalificaties maar vaak genoeg hoort, dan ga je er waarschijnlijk in geloven en dan je je misschien zelfs ook zo gedragen. Ze deelt een aantal zeer droevige herinneringen: “Ik was rond de 12 of 13 en veel van mijn vrienden hadden anorexia. Ik heb zelf ook een eetstoornis ontwikkeld en ik herinner me dat mijn ouders me nauwelijks steunden: ‘Dit is zo’n bullshit; je bent gedraagt je als een klein kind.’ Ze brachten me naar een kliniek voor therapie en zelfs jaren nadat de stoornis was opgelost, zei mijn moeder wanneer ik geen zin had om te eten of zoiets: ‘Oh, niet weer deze shit…’ Die momenten horen bij de grootste dieptepunten in mijn leven, dat ik me realiseerde dat ze me niet serieus nam bij de dingen die moeilijk waren voor me. Het kon haar niet echt wat schelen of, als het haar wel wat kon schelen, liet ze dat wel op een heel rare manier merken.”

“Hadden je zussen dezelfde problemen met je ouders?” Ze is heel vastberaden: “Nee, het betrof alleen mij! Zij gingen er op heel andere manieren mee om. Ze waren erg goed in het niet provoceren van mijn moeder en geen knuppels in het hoenderhok gooien. Ik ergerde mijn ouders constant, praatte terug en ging met plezier de strijd aan. Mijn beide zussen leerden het spel beter te spelen, denk ik, terwijl ze me ook als de oudere zus zagen en beseften dat ze het niet wilden doen zoals ik deed.” Op de vraag wat ‘het spel’ was, antwoordt ze onverschrokken: “Oh, hoe mam niet pissig te maken, hoe de vrede in huis te bewaren!” We bieden een alternatieve optie: “Maar wat als het spel zou zijn ‘hoe blijf ik het dichtst bij mijn authenticiteit’, misschien ben jij dan de winnaar …?” Ze kijkt, pauzeert en knikt dan: “Ja, zeker… Ik was eigenlijk geschokt toen ik van mijn zussen hoorde dat ze zich emotioneel precies zo voelden als ik. Ze gingen er alleen anders mee om. Ik sprak altijd mijn mening uit, en daardoor leidde alles voortdurend tot strijd, terwijl zij gewoon ‘ja mama’ zeiden en naar hun kamer gingen. Ik denk dat mij goed observeerder en de consequenties leerden kennen.” We vragen ons af of ze, terugkijkend, wenst dat ze de situatie anders had aangepakt en ze antwoordt met een volmondig ‘Nee!’ “Ik ben blij dat ik hoe dan ook trouw ben gebleven aan mezelf, ook al heeft het me veel pijn gekost. Ik denk niet dat ik daar gewoon zou kunnen zitten en alles zou pikken; dat is gewoon niet hoe ik ben. Welke persoonlijkheid ik in die jaren ook heb ontwikkeld, alles heeft me geleid naar waar ik nu ben en naar het fantastische leven dat ik nu leid. Dus, hoe kan ik er spijt van krijgen als ik zo gelukkig ben met waar ik nu sta?”

We vieren deze conclusie met Elizabeth mee en vragen ons af of ze het gevoel heeft dat bepaalde aspecten van haar jeugd bijzonder relevant zijn voor haar persoonlijke ontwikkeling in haar leven. “Ik denk dat ik tot op de dag van vandaag een onverzadigbare nieuwsgierigheid heb die voortkomt uit alle activiteiten waaraan ik als kind heb mogen deelnemen. Die gretigheid voedt mijn liefde voor reizen, mijn liefde voor echte ‘nerd’ dingen en mijn wens om een ​​master te behalen in het vakgebied dat ik heb gekozen. Dat vind ik heel leuk aan mezelf. Ik heb veel kunnen doen, zolang het maar niet buiten het domein van mijn ouders was. Ze waren rond mijn 18e bijvoorbeeld heel duidelijk over het niet financieren van mijn universiteit als het geen christelijke opleiding was: ‘Ga gerust naar een seculiere school, maar dan sta je er alleen voor’, zeiden ze.”

Dan: “Mijn moeder noemde me altijd manipulatief. In zekere zin had ze gelijk: ik kan dat wel zijn; Ik probeer meestal mijn zin te krijgen. Ik schijn ook het humeur van mijn moeder te hebben geërfd, het heethoofdige, ‘kom-maar-op-want-ik-vecht’-achtige. Woede is vaak mijn eerste reactie in geval van frustratie en dit was echt iets waaraan ik moest werken toen mijn partner en ik gingen samenwonen; ik moet andere manieren vinden om mijn woede te kanaliseren. Het feit dat hij zo’n geweldig persoon is en echt niet-confronterend, is zo behulpzaam geweest. Ik ben veel reflectiever geworden over mijn eigen gedrag en ik kan om feedback vragen over hoe ik heb gereageerd en mijn excuses aanbieden wanneer dat nodig is. Me verontschuldigen maakte me altijd zo ongemakkelijk; ik wilde gewoon niet toegeven dat ik ongelijk had…’ Ze klemt haar tanden op elkaar als ze denkt aan hoe het voor haar voelde en schudt haar hoofd. “Nu kan ik zeggen ‘kijk, het spijt me; kan ik het goedmaken met je?’ en dat voelt heel goed. Het is zo’n verschil…” Mijn moeder heeft nooit haar excuses aangeboden aan ons, nooit, niet aan mij en mijn zussen, en niet aan mijn vader. Ik heb nooit geleerd hoe ik mijn excuses moet aanbieden aan anderen. Pas later leerde ik dat je dat moet kunnen, als je dingen met mensen wilt oplossen.” Ze vertelt hoe ze de laatste periode, in COVID-tijd, wat meer contact met haar moeder heeft gehad, hoewel het vertrouwen dat nog over was, zwaar beschadigd is. “Ik wil de ervaring die mijn moeder met haar moeder had niet herhalen, om aan haar sterfbed te staan en het gevoel te hebben dat we nooit hebben geprobeerd om dingen op te lossen. Ze is alleen nog steeds niet erg zelfbewust en het zou moeilijk voor me zijn om met haar te praten over alles wat er is gebeurd zonder haar te beschuldigen of haar in de verdediging te laten schieten.’

Volgende week zullen we het hebben over slechte gewoonten en verslaving, vermijden ze onder ogen te zien, en het genezingsproces dat door onvoorwaardelijke liefde wordt ondersteund.

The Lived Experience, Episode 1 – This week: Elizabeth, Part 3

The fine, and sometimes edgy, balance between attachment and authenticity

Last week, we spoke about the impact of shame and disconnection as a hindrance to a sense of true belonging. This week, we will dive deeper into the fine, and sometimes edgy, balance between attachment and authenticity.
We start by asking Elizabeth about the time and process around coming to the conclusion that things were connected, looking back on her childhood years. “I recently did an intake for a psychologist and there, this kind of question came up as well [fortunately!]. What really stands out is a feeling of always walking on eggshells because I never knew what mom was going to blow up over. Despite all the fun stuff at schools and the sports and the lack of financial worries… as soon as I came home, I had to be very cautious because anything could set her off.”

We notice her mom being much more present in her memories than her dad: “Definitely. My mom was the main player. My dad and I never had a bad relationship, even though I was upset that he didn’t defend us, especially if she got really bad, but I never had any animosity against him. It felt like ‘good cop, bad cop’ and my mom was definitely the bad cop.” She laughs, but not happily or wholeheartedly. She pauses and goes on to say: “I have a very distinct memory of when my mom slapped me across the face on an occasion where I was antagonising my little sister. I was very good at that. My mom got angry and slapped me. Something like that didn’t happen very often, though, and when it did, I think I deserved it; I was being a brat. It’s funny, because when I think of the word ‘abuse’, I would never apply it to myself. If someone came to me and told me that she’s living with someone who constantly calls her names and shouts and hits her I would be like ‘Get the hell out of there!’ But although that is basically the relationship I had with my mom, I would never apply the label of being abused to myself, not before and not now. Why not? Well, it carries a lot of weight and so many people are much worse off than me, so I feel I am not entitled to use that label for what happened to me. It would feel like doing others an injustice.” In the silence that follows, we hear the seagulls shouting loudly again. “Yeah”, she resumes, “I’m hoping to talk about this with my psychologist shortly!” With the laugh we all join into, we break the tension that has built up.

This negative self-labelling, the shaming and blaming towards oneself, seeing one’s life story as less worthy or less special is a very common thinking pattern in trauma research. When we come to understand that the ones who are supposed to nurture and protect us, so that we feel happy and alive and safe, end up being the ones who hurt us and make us feel lonely and lacking a sense of belonging, this makes us feel scared, insecure and sad. This can shatter our lifeview to the extent that we tend to find irrational explanations for what happened. As a consequence, we may downplay and downgrade ourselves, and tell ourselves it was not that bad, and that we probably deserved it. So, we built different stories for ourselves, with the same purpose of rescuing ourselves from a sense of deep fear of annihilation and not being worthy of existing at all. This may rescue us for the short term, but the toxic stress builds up and because of the lack of buffering support from a caring, attentive adult our systems get dysregulated for the long term. This need not be the case for everyone all the time, however. Knowing as a parent when and how to be more authoritative (not authoritarian) with a child is a central skill to master when working towards secure attachment. When the attachment is insecure, however, and the authenticity of the child has ‘no place at the table’, it almost never benefits anyone, neither the child nor the parent. This is the story of the struggle between authenticity and attachment that Gabor Maté and Ingeborg Bosch, amongst many others, address in more detail.

We continue wondering: “Isn’t it strange, that as children we are made to feel we deserved an approach like this from our parents?” Elizabeth responds: “My parents called me disrespectful, as I was always talking back to them. The worst, however, was the emotional manipulation, not the physical abuse. It was really emotional. She would just scream, scream, scream at me, call me names, make me feel like I’m a manipulative person. And that is something which I believe still to this day, because she always told me that. It became part of my identity, this feeling of ‘I guess that’s just who I am, a manipulative person’.”
We argue that this can be quite self-destructive. If you hear such qualifications often enough as a child, you will probably start believing in them and maybe even behaving accordingly. She shares some truly saddening memories: “I was around 12 or 13 and many of my friends had anorexia. I myself developed an eating disorder as well and I remember my parents being very unsupportive: ‘This is such bullshit; you are just being a child.’ They brought me to a clinic for therapy and even years after the disorder was solved, whenever I didn’t feel like eating or something, my mom would say: ‘Oh, not this shit again…’ Those moments were some of my lowest points in life, realising that she would not take anything that really bothered me seriously. She didn’t really care or if she did care, it was in a really weird way.”

“Did your sisters have the same issues with your parents?” She’s very determined: “No, it was only me! They dealt with it in very different ways. They were very good at not provoking my mom and not rocking the boat. I was constantly aggravating my parents, talking back and happy to fight. Both of my sisters learned to play the game better, I think, while also watching me as the older sister and realising that they didn’t want to do it like I did.” To the question about what ‘the game’ was, she unflinchingly responds: “Oh, how not to piss mom off, how to keep peace in the household!”. We offer an alternative option: “But what if the game would be ‘how do I stay closest to my authenticity’, you might be the winner, maybe…?” She looks, pauses and then nods: “Yeah, definitely… I was actually shocked to hear from my sisters that they felt exactly the same way as I did emotionally. They just dealt with it differently. I always spoke my mind, and everything would turn into a fight, while they would just be like ‘yes mom’ and go to their room. I guess they watched me and learned the consequences.” We wonder if, looking back, she wished she had dealt with the situation differently and she replies with a resounding ‘No!’ “I am happy that no matter what, I managed to stay true to myself, even if it caused me a lot of pain. I don’t think I could just sit there and take it; that is just not how I am. Whatever personality I developed in those years, it led me to where I am, and to the fantastic life that I’m living now. So, how can I regret it if I love where I stand now?”

We celebrate this conclusion with Elizabeth and wonder if she feels that there are certain aspects of her childhood that are particularly relevant for how she personally developed into her present life. “I think that, to this very day, I have an unquenchable curiosity that comes from all the activities I was able to take part in as a child. It feeds into my love for travelling, my love for nerdy stuff and my wish to get a master’s degree in the field I chose. I really like that about myself. I was able to do a lot, as long as it was not outside of my parents’ realm. For instance, they were very clear about not financing my University if it was not a Christian-based schooling, when I was about 18; “go to a secular school and you’re on your own”, they said.

Then, “My mom used to call me manipulative all the time. In a way, she was right: I can be; I will try to get my own way. I also seem to have inherited my mom’s temper, the hot-headed-ready-to-fight kinda thing. Anger is often my first reaction in case of frustration and this was really something I had to work on when my partner and I were moving in together, finding other ways to channel my anger. The fact that he is such an amazing person and really non-confrontational has been so helpful. I have become much more reflective regarding my own behaviour and I can ask for feedback on how I reacted and make apologies when they are due. Apologising used to make me so uncomfortable; I just didn’t want to admit I was wrong…” She clenches her teeth in thinking about how it felt to her and shakes her head. “Now, I can say ‘look, I’m sorry; can I please make it up to you?’ and that feels really good. It is such a difference…” My mom never apologised to us, never, not to me and my sisters nor to my dad. I never learned how to apologise to others. Only later did I learn that you need to be able to, if you want to fix things with people. She tells us how lately, in COVID time, she connected a bit more with her mom, although any trust that was left was broken. “I don’t want to repeat the experience my mom had with her mom, to go to her deathbed and feel like we never even tried to fix things. She is still not very self-aware, though, and it would be hard for me to talk to her about everything that happened without being accusatory or making her defensive.”

Next week, we will touch on bad habits and addiction, avoiding facing them, and the process of healing helped by unconditional love.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 2 (English below)

Wanneer schaamte en gebrek aan verbinding verhinderen dat je je thuis voelt

Vorige week hebben we een begin gemaakt met het verkennen van Elizabeths jeugd, de dingen die ze zich nog goed kon herinneren en de dingen die op de een of andere manier verdwenen leken te zijn.
We duiken dieper in haar jongste jaren en vragen of er een bepaalde sfeer is die ze zich van die tijd kan herinneren. Ze zit en denkt na… Op de achtergrond horen we het geluid van meeuwen die over het balkon vliegen. Vervolgens noemt ze het vioolspelen op 3- of 4-jarige leeftijd, de op- en neergaande relatie met haar zus en een aantal specifieke herinneringen aan de kerk. “Veel van mijn goede vrienden uit de tijd dat ik jong was, kwamen uit de kerk. Ik heb herinneringen aan spelen buiten de kerk in een enorm korenveld, of in de zomers naar Jezuskamp gaan – dat soort dingen.”

“Was er iets van een echt gemeenschapsgevoel?”

Ze beaamt dat: “Ja, zeker een gemeenschapsgevoel. Vreemd, toch? Ik was super, megareligieus tot ik ongeveer 16 was. Een groot deel van mijn jeugd was ik echt helemaal dol op de kerk, de evangelische tak. Ik bestudeerde de Bijbel, deed workshops en ging naar kampen. Er was echter ook een aspect van ‘shaming’, schaamte oproepen, en van controle. Ik herinner het me heel duidelijk, ik was ongeveer 10 – je mocht geen korte broeken boven je knie of mouwen boven je schouder dragen, of mobiele telefoons bij je hebben. Op een dag had ik een korte broek die tot net boven de knie kwam, en de kampdirecteur nam me apart en gaf me een preek over hoe dat ongepast was en zei dat ik me moest omkleden. Ik schaamde me zo… Er was zeker een element van ‘shaming en blaming’, en zeer strikte regels waaraan we ons moesten houden.
Toch hadden we ook veel plezier tijdens de kampen en samen met al mijn vrienden voelde ik me echt thuis in deze gemeenschap. Het voelt soms alsof de belangrijkste fases van groter worden zich in deze kampen afspeelden: de eerste jongen op wie ik verliefd was, mijn eerste menstruatie (een grote mijlpaal voor me), dat ik werd gedoopt – heel veel levensgebeurtenissen vonden plaats in de zomers in het Jezuskamp. Ik was er dus zeer aan gehecht; het was zo’n groot deel van mijn leven en dat is waarschijnlijk de reden waarom het tot mijn 16e of 17e heeft geduurd om het geloof achter me te laten.”
Op de vraag wat er gebeurde op die leeftijd, zegt ze dat het geen bepalend punt was, maar meer een geleidelijk proces met lezen en denken en het in twijfel trekken van de traditionele opvattingen van haar ouders en de gemeenschap, bijvoorbeeld over homoseksualiteit en religie.

“Een van de weinige herinneringen die ik heb van toen ik een jaar of vijf was – ik nam elke dag de stereotypische gele bus naar school en ik zat naast een meisje genaamd Zoe, en Zoe vertelde me op een dag (nadat ze ontdekte dat ik op die leeftijd zo christelijk was als je maar kunt zijn op die leeftijd) dat ‘God niet echt is’. En ik had zoiets van… ‘Wat bedoel je, God is niet echt?’ Dit was de eerste keer dat ik zoiets hoorde, dus ik ging naar mijn moeder en vroeg: ‘Mam, bestaat God echt?’ Ze werd zo boos: ‘Hoe durf je deze vraag te stellen! Natuurlijk bestaat God echt, je zou je moeten schamen!’ Ik herinner me dat ik gewoon wat troost zocht, iets van: ‘Laten we erover praten en het bespreken, waarom vraag je dit’… dat soort gesprekken. Zo ging het helemaal niet; mijn moeder toonde geen nieuwsgierigheid naar mijn vragen. Toen dacht ik: ‘Natuurlijk heeft ze gelijk, hoe kan ik dat vragen…’ Maar als ik me dat nu nog zo levendig herinner, heeft het me duidelijk meer geraakt dan ik dacht.” Ze vervolgt: “Ik was een heel slim meisje dat eindeloos vragen over de wereld stelde en verschillende ideologieën om me heen zag. Dat maakte me steeds nieuwsgieriger naar andere omgevingen en toen ik 18 werd, besloot ik het huis en de kerk te verlaten.”

In de voorgaande paragrafen heeft Elizabeth het woord ‘schaamte’ meerdere keren genoemd. Schaamte is een zeer moeilijk begrip om mee om te gaan, zowel voor degenen die het ervaren als voor degenen die het onderzoeken en proberen uit te leggen, omdat het een zeer gecompliceerde emotie is met veel sociaal-culturele aspecten. Als we jong zijn, hebben we de liefde van onze naaste verzorgers nodig om een gevoel van eigenwaarde te ontwikkelen, het idee dat we het waard zijn om liefde en verbondenheid te ervaren. Gestresste en strijdende ouders stralen een energie uit die wordt opgepikt door hun kinderen, die, afhankelijk als ze zijn van hun ouders om te overleven, de ouderlijke ellende proberen te verlichten en zichzelf gemakkelijk de schuld ervan kunnen geven. Het zelfverwijt verandert vaak in schaamte, wat een indringend, vernietigend effect kan hebben op iemands gevoel van eigenwaarde: ‘Verdien ik het om bemind te worden? Zullen deze mensen me in de steek laten omdat ze slecht over me denken? Moet ik voldoen aan wat er van mij wordt gevraagd, zodat men mij weer waardevol vindt omdat ik me heb aangepast?’
Zulke overwegingen wekken een diep gevoel van angst op en kunnen mensen in een constante stress-modus brengen waarin allerlei verdedigingsmechanismen worden geactiveerd. Als mens hunkeren we naar een zinvolle verbinding met anderen, waarin we onszelf kunnen zijn, en als we die niet kunnen krijgen van degenen in onze sociale omgeving, zoeken we naar andere bronnen van troost en manieren om het gevoel van eenzaamheid en gebrek aan verbondenheid te verdoven (en precies dat is waar verslavingen en ander ongezond gedrag op de loer liggen).
In haar boek ‘Daring Greatly’ spreekt sociaal wetenschapper Brené Brown over hoe ‘aanpassen’ precies het tegenovergestelde is van ‘je thuis voelen’. Je aanpassen betekent vaak dat je een situatie beoordeelt en probeert te voldoen aan de normen van de groep; die accepteert je *ondanks* je authenticiteit, zolang je je maar ‘gedraagt’. Je thuis voelen betekent dat mensen je accepteren *vanwege* je authenticiteit; je hoeft niet te veranderen wie je bent – je hoeft alleen te zijn wie je bent. Elizabeth geeft een paar voorbeelden waarbij ze zich ongemakkelijk voelde als ze zich aanpaste aan de normen van anderen. Ze verloor daarmee op de een of andere manier de verbinding met zichzelf, iets wat ze pas jaren later ontdekte; ze zegt zelfs dat ze nog steeds bezig is om zich opnieuw met haar authentieke zelf te verbinden.

Naar aanleiding van het gesprek met haar moeder over religie, praten we over andere situaties waarin ze troost zocht en over wie haar die troost kon bieden. “Ik denk dat mijn vader en mijn zus degenen waren. Mijn vader… hij is heel rustig, heel niet-confronterend. Aan de andere kant… Ik haatte hem uiteindelijk ook, omdat hij nooit opkwam voor mij en mijn zus; hij stond altijd aan mijn moeders kant. Maar tegelijkertijd was hij een heel vriendelijk en zachtaardig persoon, dus als ik echt van streek zou zijn, zou hij degene zijn naar wie ik toe zou gaan. Toch was dit niet in termen van ‘ik worstel met mijn wereldbeeld en ik heb hulp nodig…’ Daarmee zou ik ook niet naar mijn vader gaan. Ja, als ik terugkijk, voel ik dat er echt een gapend gat was, dat ik niemand had die ouder was en naar wie ik toe kon gaan voor advies of troost. Dat ontbrak voor mij in de ervaring met mijn ouders; er was niemand op wie ik altijd kon rekenen, geen constante…” We vragen ons af of het een gebrek was aan een continue hechtingsfiguur en ze zegt: “Ja, precies. Je wisselt elk jaar van leraar, je gaat weg; er zijn mensen met wie je niet echt kunt praten omdat ze vrienden zijn van je moeder uit de kerk, enzovoort. Zelfs nu voel ik hetzelfde, vooral omdat ik allerlei mijlpalen in mijn leven doormaak, zoals het krijgen van mijn eerste baan nu. Ik zou graag met mijn moeder willen praten over de grote stappen die ik zet en haar vertellen hoe ik me voel, maar zo’n band is er niet echt.”
Dit gevoel van gebrek aan vertrouwde figuren kan dus blijven bestaan ​​tot in de volwassenheid; de ervaring wordt een constante gedurende het hele leven. Voor Elizabeth maakte de eenzaamheid de kindertijd moeilijk en het gevoel blijft ook in de volwassenheid complex.

De vraag rijst of dat gebrek aan verbondenheid alleen met de religieuze aspecten te maken heeft. Elizabeth zegt dat haar moeder christen werd nadat haar ouders verkering kregen op de universiteit. Haar vader groeide op met de kerk, maar haar moeder trad pas later toe en was toen zeer toegewijd. “Ik denk dat mijn moeder op zoek was naar zingeving in haar eigen leven, omdat ze een vreselijk verschrikkelijke relatie met haar ouders had. Toen ik vier jaar oud was, gebeurde er iets tijdens een bezoek aan mijn grootouders. Mijn moeder liep weg en we gingen nooit meer naar ze toe. Ik was 12 toen mijn oma stierf, maar we gingen niet naar haar begrafenis. Er werd niet over gesproken; ik had geen emotionele band met haar en ik miste haar niet toen ze stierf. Rond die tijd, toen ik al in Europa was, kwam ik erachter dat mijn moeder een blog had geschreven met foto’s van haar laatste bezoek aan mijn oma, haar moeder, nadat ze haar jarenlang niet had gezien. Blijkbaar vond er een gesprek plaats waarin mijn oma tegen mijn moeder zei: ‘Ik ben zo teleurgesteld in je, je bent zo’n mislukkeling’, en toen stierf ze… Ik was echt geschokt toen ik dat las.” We bespreken dat, ongeacht of dit de precieze woorden waren, dit is hoe het bij haar moeder is aangekomen: ‘Dus … helemaal waar of niet… dit is het gevoel dat ze eraan overhield, dus, hè? Dit is wat ze heeft geïnternaliseerd. Ik begrijp volledig dat mijn problemen met met mijn moeder toen ik opgroeide, volledig voortkomen uit de problemen die zij had met háár moeder. We hebben er alleen nooit echt over gesproken en ik heb geen idee hoe ik het ter sprake zou kunnen brengen, wetende hoe gevoelig dit onderwerp voor haar is. Soms heb ik het gevoel dat ik heel dat verhaal overdrijf, maar ik ben me gaan realiseren dat de manier waarop het me nu beïnvloedt, laat zien hoe relevant het was en hoe logisch mijn gevoel van weerzin.”

In deze trieste regels horen we Elizabeth uitweiden over de intergenerationele effecten van trauma. Haar moeder heeft duidelijk geleden onder een zeer moeilijke relatie met haar eigen moeder, en achteraf kan Elizabeth zien hoe dit van invloed was op de manier waarop haar moeder haar en haar zussen opvoedde. Een verband zien tussen je eigen jeugd en die van je ouders is al een belangrijke ontdekking om te doen, één die kan dienen als een eerste stap naar een beter begrip van waar relationele en andere problemen misschien vandaan komen.

De vraag hoe je hiermee kunt omgaan is heel belangrijk. In alle situaties waar trauma aanwezig is en waar schaamte en schuld vaak een belangrijke rol spelen, kan het nuttig zijn om te weten wat de onderstromen zijn, de onderwerpen die niet ter sprake komen, maar die wel aanwezig zijn en een negatieve invloed hebben op de relaties binnen een gezin, een gemeenschap, of zelfs een hele cultuur. Deze onderstromen kunnen soms zichtbaar worden gemaakt door een niet-invasieve aanpak waarbij de vraag centraal staat: ‘Wat is er met je gebeurd? Wat is je verhaal?’ Als we een omgeving kunnen bieden met ‘holding space’, ruimte voor de ander waarin we met heel ons hart en zonder oordeel kunnen luisteren, en als we daarbij ‘compassionate inquiry’ kunnen toepassen (met mededogen vragen naar wat er is gebeurd), dan kunnen mensen misschien de moed vinden om hun verhaal te vertellen, om met nieuwe ogen en meer compassie te kijken naar hun eigen levensgeschiedenis te kijken. Dit kan een zeer helende werking hebben op alle betrokkenen.

Volgende week gaan we nog dieper in op de gezinssfeer bij Elizabeth thuis.

The Lived Experience, Episode 1 – This week: Elizabeth, Part 2

When shame and disconnection hinder true belonging

Last week, we made a start by exploring Elizabeth’s childhood, the things she could remember clearly and the things that seemed to have somehow disappeared.
We continue by diving into her really early years and ask whether there is a certain vibe she can remember from around that time. She sits and thinks… In the background, the sound of seagulls flying over the balcony laces the scene. She then mentions playing violin at the age of 3 or 4, the ebbing and flowing relationship with her sister, and rather detailed memories from Church. “A lot of my really close friends when I was young are from the Church. I have memories of playing outside the Church in this huge cornfield, or going to Jesus camp in the summers, and things like that.”

“Was there something of a real community feeling?”

She agrees: “Yeah, definitely a community feeling. It’s weird, isn’t it? I was super, mega religious until I was about 16. A large part of my youth I was really into the Church, the evangelical branch. I was studying the Bible, doing workshops, and going to camps. There was also an aspect of shaming and control, though. I remember very clearly, I was about 10 – you weren’t allowed to wear shorts above your knee, right, or sleeves above your shoulder, or mobile phones on site. One day, I had shorts that came right above the knee, and the camp director took me aside and gave me a lecture on how that was inappropriate and told me to change clothes. I was so embarrassed… There was definitely an element of shaming and blaming, and very strict rules that we had to adhere to.
Nevertheless, there was also a lot of fun during the camps and with all my friends being in this community, I felt a true sense of belonging. It almost feels like the quintessential part of me growing up was at this camp: the first boy I had a crush on, I got my first period there (a big milestone for me), I got baptised at that camp – just really big life events happened at Jesus camp over the summers. So, I had a big attachment to it; it was such a big part of my life, which is probably why it took me until 16-17 to leave it.”
When asked what happened at that age when she left, she says it was not a defining point, but more of a gradual process with reading and thinking and starting to question the traditional views of her parents and community, for example on homosexuality and religion.

“One of the few memories I have from when I was around 5 – I would take the stereotypical yellow American bus to school every day, right, and I was sitting next to this girl named Zoe, and Zoe told me one day (after she found out that I was as Christian as one can be at that age) that ‘God isn’t real’. And I was like… ‘What do you mean, God isn’t real?’ This was the first time I heard such a thing. So, I went to my mom and asked: ‘Mom, is God real?’ She got so angry: ‘How dare you, asking this question! Of course God is real, you should be ashamed!’ I remember that I was just looking for some comfort, you know, like: ‘Let’s talk about this and discuss, why are you asking this’… that sort of conversation. It wasn’t that at all; my mom showed no curiosity in my questions. Then I thought: ‘Of course she’s right, how could I be asking that…’ But if I still remember that now so vividly, it obviously affected me more than I thought.” She continues: “I was a really smart kid asking all types of questions about the world and seeing different ideologies around me. That got me more and more curious about other things and when I turned 18 I decided to leave home and Church.”

In these previous paragraphs, Elizabeth has mentioned the word ‘shame’ several times. Shame is a very difficult concept to deal with, both for those who experience it and for those who research and try to explain it, because it is a very complicated emotion with many sociocultural aspects. When we are young, we need to feel the love of our closest caregivers to develop a sense of selfworth, to learn that we are worthy of love and belonging. Stressed and struggling parents radiate an energy that is picked up by their children, who, dependent as they are on their parents for survival, try to ease the parental pain and can easily start blaming themselves for it. The self-blame often turns into shame, which can have a pervasively destructive effect on a person’s feeling of worthiness: ‘Do I deserve to be loved? Will these people abandon me because they think badly of me? Should I comply with what is asked of me, so that I am worthy again and fit in?’
Such considerations instill a deep sense of fear and can move people into a constant stress mode in which all kinds of defense mechanisms are activated. As humans, we crave meaningful connection to others, in which we can be ourselves, and if we cannot get that from those in our social environment, we look for other sources of comfort and ways to numb the feeling of loneliness and lack of belonging (which is where addictions and other unhealthy behaviors lurk).
In her book ‘Daring Greatly’, social scientist Brené Brown speaks about how ‘fitting in’ is the exact opposite of ‘belonging’. Aiming to fit in often means that you assess a situation and try to meet the standards of the group; they accept you *despite* your authenticity, as long as you ‘behave’. Belonging means that people accept you *because of* your authenticity; you don’t have to change who you are – you only have to be who you are. Elizabeth gives a couple of examples where fitting in with the standards of others made her feel uncomfortable. It somehow created a disconnection from the self that took her years to identify; she actually says she is still in the middle of reconnecting to her authentic self.

Following up on the talk with her mom about religion, we speak about other situations where she was looking for comfort and about who could provide that for her. “I think my dad and my sister were the ones. My dad… he’s very quiet, very non-confrontational. Then again… I hated him, too, eventually, because he would never stick out for me and my sister; he was always on mom’s side. But, at the same time, he was a very kind and gentle person, so if I would be really upset he would be the one I would go to. Still, this was not in terms of things like ‘I am struggling with my worldview and I need help…’ I would not go with that to my dad either. Yeah, when looking back I feel that there really was this gap of having someone older to go to for advice, or comfort. That part of the parental experience was missing for me; there was no one to always know that I could count on, no constant…” We wonder if it was a lack of a continuous attachment figure and she says: “Yeah, exactly. You switch teachers every year, you move away; there are people you couldn’t really talk to because they were friends of my mom from Church, and so on. Even now, I feel the same. Especially since I’m going through other life milestones like getting my first job now, I would like to be able to talk to my mom about these huge steps and tell her how I feel, but that’s not really there.”
This feeling of lacking trusted figures can thus continue into adulthood; the experience becomes a continuity throughout life. For Elizabeth, this loneliness made childhood difficult and keeps making adulthood complex.

The question comes up whether that lack of connection only has to do with the religious aspects. Elizabeth says her mother became a Christian after her parents started dating at university. Her father grew up with the Church, but her mom only joined later and was then very committed. “I think my mom was looking for meaning in her own life, because she had a terrible, terrible relationship with her parents. When I was four years old, something happened during a visit to my grandparents. My mom walked out and we never went to them again. I was 12 when grandma died, but we did not go to her funeral. It wasn’t even discussed; I had no emotional attachment to her and didn’t miss her when she died. Around that time, when I was already in Europe, I found out that my mom wrote a blog and in it, she pictures her last visit to my grandma, her mom, after not having seen her for years. Apparently, a conversation took place in which my grandma told my mom: ‘I’m so disappointed in you, you’re such a failure in life’, and then she died… I was really shocked, reading that.” We touch on how, regardless of whether these were the actual words, the fact is that this is how it landed with her mother: “So… fully true or not.. that’s how it made her feel, right? This is what she internalised. I completely understand that my issues with my mom growing up fully stem from the issues she had with her mom. We never really talked about it, however, and I would have no clue how I could possibly bring it up, knowing how sensitive it is for her. Sometimes I feel I’m exaggerating the whole thing, but I have started realising that the way it affects me now, shows how relevant this was and how valid my repulsion.”

In these sad lines, we hear Elizabeth elaborate on what are the intergenerational effects of trauma. Her mom has clearly suffered from a very difficult relationship with her own mother, and in hindsight, Elizabeth can see how this impacted the way her mom raised her and her sisters. Seeing a link between your own childhood and that of your parents is already an important discovery to make, one that can serve as a step towards a better understanding of where relational and other issues could originate.

The question of how to address this is very important. In all situations where trauma is present and where shame and blame often play an important role, it can be helpful to find out about the undercurrents, the topics that are not discussed, but are nevertheless present and negatively influence the relationships within a family, a community, a whole culture, even. These undercurrents can sometimes be made visible by a non-invasive approach in which the central question is ‘What happened to you? What is your story?’ If we can provide an environment with holding space, in which we listen wholeheartedly and without judgment and if we can practice what is called ‘compassionate inquiry’, people can maybe find the courage to tell their story, to look at their own life history with new and more compassionate eyes. This can have a very healing effect on everyone involved.

Next week, we will take an even closer look at the family atmosphere in Elizabeth’s home.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 1 (English below)

Deze week starten we met een serie over ervaringsdeskundigheid met ACE’s. We delen een aantal blogs met je die zijn gebaseerd op een interview met Elizabeth (pseudoniem). In het gesprek dat we met haar hadden, was ze geweldig moedig en open en we voelen ons vereerd dat we met ons publiek de inzichten mogen delen die ze in de loop der jaren heeft gekregen en waarover ze met ons sprak. Houd ons blog in de gaten de komende weken!

Wanneer de herinnering aan de kindertijd verdwenen lijkt

Er werd veel regen verwacht voor vandaag, maar tegen de tijd dat we op de fiets het station verlaten is het droog. We doorkruisen de stad met een telefoon in de hand zodat de GPS ons naar haar huis kan leiden. Elizabeth had verteld hoe blij ze was met hoe haar leven het afgelopen jaar was veranderd. Enthousiast vertelde ze over het nieuwe, mooiere en veel goedkopere appartement dat zij en haar partner hadden gevonden, hoe ze eindelijk een verblijfsvergunning had om de komende vijf jaar in Nederland te blijven en te werken, en hoe ze een baan kreeg bij een liefdadigheidsstichting in een zeer internationaal team.” Alles waar ik zo gestrest en verbitterd over was, is opgelost en ik voel een overweldigende vreugde!”, had ze gezegd. Toch was ze zich nog steeds zeer bewust van wat ze eerder zo moeilijk had gevonden. Nu ze eindelijk meer ruimte in haar hoofd voelde, had ze besloten dat ze naar een psycholoog wilde en dat ze de problemen uit haar vroege jaren wilde aanpakken. Ze wilde schoon schip maken met ‘alle shit die naar boven kwam’, zoals ze het noemde: “Ik ga er nu eindelijk prioriteit aan geven om te genezen van het verleden!” Ongeveer een jaar eerder hadden we het werk van John Bowlby besproken en nadat ze twee titels van iemand had geleend, besloot ze die zelf aan te schaffen, omdat ze er dieper in wilde duiken. Onze uitnodiging om haar te interviewen leek goed bij dat doel te passen en we sluiten niet uit dat de bijeenkomst intens wordt.

We bellen aan en via de intercom zegt ze dat ze naar beneden komt. Als ze de deur opent, barsten we alle drie uit in een grote glimlach. Wat mooi om elkaar weer te ontmoeten na zo’n lange tijd! We begroeten elkaar en dan gaat ze ons voor naar boven. Een eerste trap, een tweede, een steile klim langs wit geschilderde muren en een witte, mooi uitgesneden houten trap. Bovenaan opent ze de afgesloten deur naar nog een derde trap en dan zijn we in hun knusse appartement, waar het daglicht van beide kanten binnenstroomt. De woonkamer heeft een comfortabele bank in één hoek, met zicht op een groot tv-scherm, en een ronde tafel met vier stoelen in de andere, planten op verschillende plaatsen, een studeerhoek aan de overzijde van de kamer, de keuken ertussen, pannen en keukengerei op een lang aanrecht waarvan de achterwand langs de trap loopt waar we naar boven zijn gekomen, magneetdoosjes met kruiden op de koelkast, verschillende theesmaken aan de zijkant ervan, een slaapkamer met een veelkleurig, bloemrijk dekbedovertrek en een oliebrander met een brandende kaars in de badkamer. Het is duidelijk dat ze zichzelf in dit huis een thuis hebben gecreëerd en het is goed om haar opgewekt en stralend te zien met een nieuw kapsel.

Ze zet thee en koffie voor ons en nadat we hebben bijgepraat over wat we hebben uitgespookt, beginnen we aan het interview. We leggen uit dat we wel vragen hebben voorbereid, maar voegen er voor de grap aan toe dat het interview meer ‘semi’ dan ‘gestructureerd’ zal zijn . We lachen allemaal om de vertrouwdheid van de terminologie. We zeggen dat ze met de vragen iedere richting kan kiezen die ze wil. Ze kan ze zo diep of zo oppervlakkig beantwoorden als waar ze zich goed bij voelt. Ze knikt en lijkt te popelen om te beginnen. Meteen vanaf de eerste vraag, over wat ze zich kan herinneren uit haar vroege jeugd en welke periode daarin bijzonder relevant lijkt, raakt Elizabeth aspecten van jeugdtrauma aan die zeer kenmerkend zijn. Ze denkt na en antwoordt: “Na jullie uitnodiging voor een interview, realiseerde ik me dat ik me eigenlijk niet veel meer herinner van mijn kindertijd. Ik herinner het me echt niet meer.” Ze bevestigt onze opmerking dat dit op zich interessant is: “Ja, en het is apart, want mijn zus heeft bijvoorbeeld een haarscherpe herinnering aan heel veel dingen en die kan dan zeggen ‘weet je nog toen we dit en dit deden?’, en ik heb dan zoiets van ‘nee, geen idee…’ Ik voelde me er een beetje raar, een beetje ongemakkelijk bij, vooral omdat veel mensen met wie je praat van die herinneringen en ervaringen hebben van toen ze heel klein waren, en voor mij is het bijna alsof het er niet eens is, alsof het is uitgewist… Het is ongemakkelijk, maar ik ervaar het niet als verontrustend. Het is een beetje ‘het is wat het is’.”

Hoewel het gebrek aan herinneringen voor Elizabeth misschien niet al te verontrustend is, verdient haar ervaring een nadere blik. De wetenschap vertelt ons dat wanneer we ons onveilig voelen en onze stressniveaus stijgen, we veelal een van meerdere mogelijke overlevingsstrategieën hanteren: vechten, vluchten, bevriezen of veinzen (de neiging om onze ‘tegenstander’ te plezieren of te paaien). Onze hormonale toestand wordt zodanig dat we volledig alert zijn en klaar om te ontsnappen aan het gevaar dat ons bedreigt. Dit brengt ons in een ‘veilige modus’, waar ons evolutionair oudere oerbrein (voornamelijk verantwoordelijk voor de meer basale functies) het overneemt, en onze evolutionair nieuwere neocortex (voornamelijk verantwoordelijk voor de meer complexe en analytische functies) niet langer het stuur in handen heeft. Het feit dat we in stresssituaties gefocust zijn op overleven en het hervinden van veiligheid, zorgt ervoor dat onze hersenen herinneringen niet zo goed verwerken en opslaan als wanneer we ons in een niet-gestreste, veilige toestand bevinden, waarin we aandacht kunnen besteden aan onze omgeving en die kunnen integreren in ons geheugen. Als deze toestand weken, maanden of jaren aanhoudt en we het gebied betreden van (chronische) ‘toxische stress’, kan het kortetermijngeheugenverlies inderdaad een algemene toestand worden van langdurige ‘amnesie’. Natuurlijk kunnen we nooit zeker weten of dit het geval was voor Elizabeth, maar dit is een veelvoorkomend scenario, dat gezien haar verhaal niet al te vergezocht lijkt.

Er is echter genoeg dat Elizabeth wel weet en heeft onthouden. Ze is de oudste van drie en haar familie is voor haar eerste verjaardag naar een ander deel van het land verhuisd. Minder dan een jaar later verhuisde ze weer en daar groeide ze op in een buitenwijk van een grote stad, een plek waar grote gezinnen allemaal blank waren, allemaal behoorlijk welvarend, allemaal met 2,5 kinderen, en allemaal in het bezit van een tuin met een gazon met een hek eromheen. “Zo’n plek is zo walgelijk stereotiep”, zegt ze, terwijl ze haar hoofd schudt en met haar ogen rolt. “Het was een heel homogene en christelijke omgeving; ik had geen zwarte vrienden en ik had echt het gevoel dat ik in een bubbel opgroeide.” Op de vraag wanneer ze zich realiseerde dat ze in deze bubbel leefde, zegt ze dat ze het herkende toen ze een tiener was: “Als kind wist ik natuurlijk niets. Een deel van de reden waarom ik naar een ander continent verhuisde toen ik 18 was, was dat ik wist dat er meer moest zijn buiten mijn kringetje. Er moest gewoon meer zijn dan de omgeving waaraan ik gewend was. Ik was benieuwd hoe de echte wereld eruit zag, en niet alleen dit kleine hoekje, waar de meeste van mijn vrienden rijke ouders hadden (inclusief de mijne), grote huizen, vakanties in het buitenland… noem maar op. De scholen daar worden door de overheid gefinancierd uit de onroerendgoedbelasting die door de omliggende huizenbezitters wordt betaald, wat betekent dat als je een rijke buurt hebt, je school goed gefinancierd wordt, zoals ook de onze. We hadden cursussen om zweefvliegtuigpiloot te worden met uitstapjes naar het vliegveld en al dat soort dingen; het was krankzinnig!”

Ook dit is interessant en verdient een nadere bespreking. Een deel van wat de oorspronkelijke ACE-studie van Anda en Felitti uit 1998 aantoonde, was dat ACE’s niet alleen veel voorkomen onder economisch achtergestelde, arme of minderheidsgemeenschappen. Ze doen zich ook voor in hoogopgeleide omgevingen, onder mensen die het financieel goed hebben en een hoge sociaaleconomische status genieten, maar die emotioneel of qua persoonlijke contacten in armoede leven of die een gevoel van verbondenheid missen, een gevoel erbij te horen. We kunnen er helemaal kapot van zijn, het gevoel geen deel uit te maken van een liefhebbende ‘stam’, van een groep met mensen die ons werkelijk begrijpen, die ons horen en zien en van ons houden, niet ondanks onze eigenaardigheden, maar juist vanwege onze authenticiteit. Mensen zijn gemaakt om zich te verbinden met anderen en als die verbinding er niet is, is gedijen een zware opgave. De meesten van ons beschouwen de omgeving waarin we opgroeien echter als ‘normaal’, omdat die het enige is wat we hebben en het enige wat we kennen.

Het is soms bijna onmogelijk om erachter te komen dat wat je als kind meemaakt, niet normaal, niet eerlijk, niet gezond is. Je leeft met wat je gewend bent en waarmee je van jongs af aan bent ‘gevoed’. Het trieste van zo’n situatie is dat deze vroege ervaringen in hoge mate je opvattingen en overtuigingen zullen vormen. Je gaat misschien denken dat het leven er nu eenmaal zo uitziet; het kan zijn dat je gaat geloven dat dit nu eenmaal de manier is waarop de wereld werkt, dat het normaal is om geen mensen te hebben bij wie je terecht kunt als je je gevangen voelt in eenzaamheid, ellende of gevaar. De schaamte die gepaard gaat met dit gevoel van ‘nooit genoeg’ te zijn, dit gevoel van niks waard te zijn, kan ervoor zorgen dat je je verbergt, dat je terugtrekt en afsluit, in plaats van contact te maken met responsieve anderen. Pas als je wereld groter wordt en je kennismaakt met andere gezins- en gemeenschapsculturen, andere manieren waarop mensen met elkaar omgaan, andere communicatiestijlen, kun je misschien leren om vanuit een ander perspectief naar het leven te kijken. Soms gebeurt dit al op vrij jonge leeftijd, soms pas veel later, waardoor je ook veel meer tijd nodig hebt om te genezen.

De volgende keer zullen we meer te weten komen over hoe Elizabeth de wereld heeft ervaren waarin ze opgroeide.