Boekbespreking ‘Het bevuilde nest. Transgenerationeel trauma’ door José Al (English below)

“Wanneer zwijgen en ‘het uithouden’ een overlevingsmechanisme zijn geworden en de psyche en emoties geen kant meer op kunnen, dan doorbreekt het lichaam het stilzwijgen.”
“Als je opgroeit in trauma, wordt chronische pijn een achtergrondbehang waar je zo aan gewend bent dat het nauwelijks opvalt.”

Lichaam en geest als losstaande, onafhankelijk van elkaar functionerende delen van een mens… Al decennia geleden liet wetenschappelijk onderzoek zien dat we zo niet in elkaar zitten. Lichaam en geest zijn één geheel; invloeden van binnenuit en van buitenaf hebben voortdurend op heel genuanceerde manieren impact op hoe het met ons gaat. Als we voortdurend te zwaar belast worden, komt er echter een moment dat het lijntje breekt: we worden ziek of lopen anderszins vast. Dit wordt kernachtig weergegeven door deze twee citaten uit ‘Het bevuilde nest’ van José Al (respectievelijk op pagina 148 en 201).

Vroegkinderlijk trauma kruipt onder de huid en laat zich meestal vroeg of laat via het lichaam kennen als ziekte. De pijn van misbruik, verwaarlozing en emotionele overbelasting in de kindertijd kunnen zich ook uiten als emotionele problemen of sociaal disfunctioneren. De citaten stippen bovendien een heel bijzondere tegenstrijdigheid aan. Enerzijds geeft het lichaam signalen af die als teken van onderliggende pijn zouden moeten worden geïnterpreteerd. Anderzijds zijn degenen die met trauma zijn opgegroeid zo aan die pijn gewend, dat ze geneigd zijn die te negeren. Ze zullen die vaak niet bewust interpreteren als signalen van pijn die in het lichaam ligt opgeslagen.

Loskomen uit dit dilemma is waar het helingsproces omtrent trauma over gaat. Hoe kan een mens de pijn in het lichaam leren voelen en die met het hoofd leren begrijpen? Soms begint de heling bij het voelen in het lijf en soms begint het herstelproces met toegenomen kennis, die helpt om fysieke signalen goed te leren duiden. Wat als de veiligste route voelt, zal per persoon verschillen. Voor degene die zich met intellectuele vaardigheden een weg uit de ellende wist te banen, zal het een uitdaging zijn om zich (weer) meer door het lichaam te laten leiden. Voor degene die er via lichamelijke klachten in is geslaagd om bepaalde vormen van zorg en aandacht te krijgen die op een andere manier ontbraken, kan het een confrontatie zijn te ontdekken dat het lichaam via ziekte trauma weerspiegelt. Ziekte blijkt ineens niet slechts ‘pech’, maar kent neurofysiologische verklaringen. José Al laat met haar boek zien hoe ingrijpend het is om de eigen achtergrond te analyseren en het leven een andere draai te geven. sommige kinderen moeten doorstaan, is zó heftig, dat het waarachtig een wonder mag heten dat velen van hen er ondanks alles in slagen een ogenschijnlijk bevredigend bestaan op te bouwen. Daarom is het problematisch dat er nog zoveel stigma rust op openheid over misbruik, verwaarlozing en trauma. Volwassenen met een verwond innerlijk kind verdienen vooral compassie. In de woorden van Al: “Laten we (…) niet vergeten dat een kind dat een bevuild nest overleeft, wel bijzonder vindingrijk moet zijn in het overleven onder moeilijke omstandigheden. Het is gewend door te zetten wanneer alles tegenzit en mogelijkheden te zien waar anderen vast kunnen lopen” (p. 164). Met dat als uitgangspunt kunnen we, ook als samenleving, anders leren kijken naar mensen die geestelijk worstelen of het maatschappelijke tempo en de eisen niet (meer) kunnen of willen bijbenen.

 

De opbouw van het boek

Het boek is opgebouwd uit drie delen. Het eerste deel beschrijft het persoonlijke verhaal van het personage ‘Astrid’. We worden deelgenoot van haar heftige levensgeschiedenis, waarin heel veel gebeurtenissen nét niet tot aan het einde worden uitgeschreven. Zo blijft er voor de lezer een soort dreiging in de lucht blijft hangen, waardoor men enkel kan raden hoe een gebeurtenis zal aflopen – precies wat het leven voor een kind in een bevuild nest zo ingewikkeld maakt. Er is een constante dreiging en het kind is daardoor voortdurend hyperalert. Het kind leeft continu in opperste staat van paraatheid om alle signalen uit de sociale omgeving goed op te vangen en correct te interpreteren. Dat geeft wellicht de mogelijkheid te anticiperen op wat er komt.

Het tweede deel omvat, zoals de auteur het zelf noemt, de ‘toelichting en onderbouwing geschreven en benaderd vanuit mijn dagelijkse praktijk in de psychotraumahulpverlening’. Via een thematische bespreking komen allerlei aspecten aan bod van het leven van een kind dat met misbruik en verwaarlozing te maken heeft (gehad). Onderstaand benoemen we kort een aantal van de thema’s.

Onzichtbare persoonlijke grenzen – over een verminderde lichaamsbeleving, over privacy die met voeten wordt getreden, en over het continue zwijgen en de schuld en schaamte die daarbij horen.
Magisch denken – over de verklaringen die het kind zelf verzint om te begrijpen wat er gebeurt, over de hoeksteen en de molensteen, over rolomkering.
Verwevenheid met de verinnerlijkte daders – over de machtsverhoudingen tussen kind en ouder(s), over daarvan loskomen en de innerlijke terreur stoppen, over de dans tussen redder en slachtoffer.
Schaamte – over schaamte voor de ouders, over schuldgevoel, over het verbod op slechte gedachten over de ouders, over het daardoor ontstaan van een negatief zelfbeeld.
Maskerende mythes en blinde vlekken – over misvattingen: over slachtoffers, over thuis en moeders als veilige plek, over misbruik als enkel een verschijnsel binnen sociaal zwakkere milieus.
Verborgen trauma als een innerlijk slapende krokodil – over het verleden dat steeds het heden inhaalt.
Rouwen om ouders die je nooit gehad hebt – over het verdriet om wat je hebt gemist, ook als het je later beter gaat, en over mantelzorgers die geven wat ze nooit kregen (uit verlangen naar erkenning).

Het derde deel beschrijft de antwoorden op de onderzoeksvragen aan een populatie van tweehonderd cliënten. Zij geven aan wat het voor hen betekende om twee onveilige ouders te hebben.

 

Vormgeving van het boek

Het boek is prachtig vormgegeven. Het is in hardcover in een handzaam formaat uitgegeven en bevat mooie foto’s. Deze hebben een sobere, verstilde en toch ook warme kleurstelling, waarin de eenzaamheid bijna tastbaar is. Dat komt mede door de donkere tonen, die een verdrietige, zware sfeer neerzetten. Door het hele boek heen zijn veel gedichten opgenomen die aspecten van de besproken materie op poëtische wijze verwoorden. Wat fijn zou zijn, is een literatuurlijst en een trefwoordenregister.

Om de inhoud van dit boek goed op je te laten inwerken, hoef je geen professional te zijn. Het taalgebruik is toegankelijk en maakt het verdriet en de pijn zeer invoelbaar. Dat effect wordt mede bereikt door de royaal toegepaste beeldspraak in allerlei passages. Zo spreekt Al over ingehouden boosheid die in het lichaam kwaadaardig woekert in de vorm van tumoren (p. 37), over meubilair en serviesgoed dat door een agressieve ouder als door een wervelwind wordt vernield (p. 74), over willen verdwijnen in het afvoerputje, omdat je je zo kwetsbaar voelt tegenover je vader die plotseling in de douche tegenover jouw naaktheid staat (p. 85), over gebrek aan respect voor je persoonlijke grenzen dat voelt als ongenode vreemdelingen die hun gang gaan in je huis (p. 125), over de ervaring van allesomhullende onzekerheid die als een zware grijze sluierjas om het kind heen hangt en niet meer kan worden afgelegd (p. 131).

Conclusie

Interesse in onderwerpen rondom trauma is meestal gerelateerd aan eigen ervaringen. Velen van ons hebben in de kindertijd traumatische ervaringen opgedaan; hebben we die overwonnen of spelen die bewust of onbewust nog in hoe we functioneren? Hoe ben je je hiervan bewust in je rol als ouder, partner, leerkracht, zorgverlener, politieagent? Hoe spelen je eigen (onverwerkte) ervaringen mee in het contact met en je verwachtingspatronen richting de ander? Hoe oordeelt de neoliberale samenleving over mensen die het leven ingewikkeld vinden en vastlopen op de hoge eisen? Wat betekent het om als volwassene te concluderen dat je ouders niet het beste met je voor hadden? Of hadden ze dat wél, maar was hun werkelijkheid gebaseerd op hun eigen getraumatiseerde achtergrond?

Het boek roept heel veel vragen op en reikt enorm veel stof tot nadenken aan. Eén ding is zeker: het is moedig dat mensen hun verhaal vertellen, in welke positie ze ook zaten of zitten. Dat vraagt dikwijls om het tot op zekere hoogte loslaten van loyaliteit jegens ouders die het nest bevuilden, die hun kind geen veiligheid en geen liefdevolle start konden bieden. Ook degenen die niet met zwaar seksueel misbruik door beide ouders te maken hadden, maar zich thuis wel vaak onveilig hebben gevoeld, zullen veel dingen herkennen. Dat kan inzicht in en compassie jegens de eigen geschiedenis voeden.

Voor professionals is het boek daarnaast een krachtig statement: wanneer het niet lukt om de cliënt of patiënt zich veilig te laten voelen bij jou, als je er niet in slaagt ‘voorbij de eigen blinde vlekken’ te kijken (p. 110), wanneer je niet de moeilijke vragen durft te stellen, dan bestaat het risico dat je trauma toevoegt in plaats van heelt. Jouw moed, je betrokkenheid en je zachtheid in het contact met overlevenden van misbruik, verwaarlozing en trauma kunnen een wezenlijke factor zijn in hun herstel. Wanneer jij je durft te laten raken door wat bij hen onder de huid is gekropen, kan er werkelijk verbinding ontstaan tussen jou en je medemens… en wellicht tussen jou en je eigen innerlijke kind. Dit boek geeft daarvoor een schat aan materiaal en de uitnodiging om ‘met een ruimere blik om ons heen [te] durven kijken’, lijkt ons het aannemen meer dan waard!

Book review of ‘The soiled nest. Transgenerational trauma’ by José Al

“When silence and ‘enduring’ have become a survival mechanism and the psyche and emotions can no longer go anywhere, then the body breaks the silence.”
“When you grow up in trauma, chronic pain becomes a wallpaper that you are so used to that it is barely noticeable.”

Body and mind as separate, independently functioning parts of a person… Already decades ago, scientific research showed that we are not made that way. Body and mind are one whole; in very nuanced ways, influences from within and without are constantly impacting how we are doing. However, if we are constantly overloaded, there comes a time when the line breaks: we get sick or otherwise get stuck. This is summed up succinctly by these two quotes from José Al’s “The Soiled Nest” (on pages 148 and 201, respectively).

Early childhood trauma gets under the skin and usually sooner or later reveals itself through the body as a disease. The pain of childhood abuse, neglect, and emotional overload can also manifest as emotional distress or social dysfunction. Moreover, the quotations highlight a very special contradiction. On the one hand, the body sends out signals that should be interpreted as a sign of underlying pain. On the other hand, those who have grown up with trauma are so used to that pain that they tend to ignore it. They will often not consciously interpret them as signals of pain that is stored in the body.

Breaking free from this dilemma is what the trauma healing process is all about. How can a person learn to feel the pain in the body and understand it with the mind? Sometimes the healing starts with feeling in the body and sometimes the recovery process starts with increased knowledge, which helps to properly interpret physical signals. What feels like the safest route will vary from person to person. For those who managed to work their way out of misery with intellectual skills, it will be a challenge to let themselves be guided more by the body (again). For those who have managed through physical complaints to receive certain forms of care and attention that were otherwise lacking, it can be a confrontation to discover that the body reflects trauma through illness. Disease suddenly turns out to be not just ‘bad luck’, but to have neurophysiological explanations. With her book, José Al shows how far-reaching it is to analyse one’s own background and to give life a different spin. What some children have to endure is so intense that it is truly a miracle that many of them manage to build a seemingly satisfying existence despite everything. It is therefore problematic that there is still so much stigma attached to openness about abuse, neglect and trauma. Adults with a wounded inner child especially deserve compassion. In the words of Al: “Let us not forget (…) that a child who survives a soiled nest has to be very resourceful in surviving under difficult circumstances. It is used to persevering when things go wrong and to see opportunities where others might get stuck” (p. 164). With that as a starting point, we, also as a society, can learn to look differently at people who are mentally struggling or who are unable or unwilling to keep up with the pace and demands of society.

 

The structure of the book

The book is made up of three parts. The first part describes the personal story of the character ‘Astrid’. We become part of her intense life history, in which many events are just not written out to the end.  This leaves the reader with a kind of threat in the air and one can only guess how an event will end – exactly what makes life so complicated for a child in a soiled nest. There is a constant threat and the child is therefore constantly hyper-alert. The child lives continuously in a state of readiness to receive and correctly interpret all signals from the social environment. This may give the opportunity to anticipate what is to come.

The second part contains, as the author herself calls it, the ‘explanation and substantiation written and approached from my daily practice in psycho-trauma care’. Through a thematic discussion, all kinds of aspects of the life of a child who has or has had to do with abuse and neglect are discussed. Below we briefly mention some of the themes.
Growing up in a soiled nest – about the social environment that saw the problems but took no action, about the fear of not being believed, about the illusion of safety, and about the signals a child sends at school.
Invisible personal boundaries – about a diminished body experience, about privacy being trampled on, and about the continuous silence and the guilt and shame that go with it.
Magical thinking – about the child’s own explanations to understand what is happening, about the cornerstone and the millstone, about role reversal.
Intertwinement with the internalised perpetrators – about the power relations between child and parent(s), about breaking free from those and stopping the inner terror, about the dance between rescuer and victim.
Shame – about shame for the parents, about guilt, about the prohibition of bad thoughts about the parents, about the resulting negative self-image.
Masking myths and blind spots – about misconceptions: about victims, about homes and mothers as a safe place, about abuse as only a phenomenon within socially weaker environments.
Hidden trauma like an inner sleeping crocodile – about the past that keeps catching up with the present.
Grieving for parents you never had – about grieving for what you missed, even when you get better later on, and about carers who give what they never got (out of desire for recognition).

The third part describes the answers to the research questions to a population of two hundred clients. They indicate what it meant to them to have two unsafe parents.

 

Design of the book

The book is beautifully designed. It is published in hardcover in a handy format and contains beautiful photos. These have a sober, tranquil and yet warm colour scheme, in which the loneliness is almost tangible. This is partly due to the dark tones, which create a sad, heavy atmosphere. Throughout the book, many poems are included that poetically articulate aspects of the subject matter discussed. What would be nice is an added bibliography and a keyword index.

You do not have to be a professional to absorb the contents of this book. The language is accessible and makes the sadness and pain very palpable. This effect is partly achieved by the liberally applied metaphors in all kinds of passages. For example, Al speaks about restrained anger that malignantly proliferates in the body in the form of tumors (p. 37), about furniture and crockery that is destroyed by an aggressive parent as if by a whirlwind (p. 74), about wanting to disappear down the drain, because you feel so vulnerable in front of your father who suddenly stands in the shower facing your nakedness (p. 85), about lack of respect for your personal boundaries that feels like uninvited strangers going about their business in your home (p. 125), about the experience of all-enveloping uncertainty that hangs around the child like a heavy grey coat that cannot be taken off (p. 131).

Conclusion

Interest in trauma topics is usually related to personal experiences. Many of us have had traumatic experiences in childhood; have we conquered these or do they consciously or unconsciously still abundantly influence how we function? How are you aware of these in your role as a parent, partner, teacher, caregiver, police officer? How do your own (unprocessed) experiences play a role in your contact with and expectations towards other people? How does the neoliberal society judge people who find life complicated and get stuck on the high demands? What does it mean to conclude as an adult that your parents did not want the best for you? Or did they, but was their reality based on their own traumatised background?

The book raises a lot of questions and provides a lot of food for thought. One thing is certain: it is courageous for people to tell their story, no matter what position they were or are in. This often calls for a certain amount of letting go of loyalty towards parents who soiled the nest, who could not offer their child safety and a loving start. Also those who have not experienced serious sexual abuse by both parents, but who have often felt unsafe and insecure at home, will recognise many things. This can nurture insight into and compassion for one’s own life history.

For professionals, the book is also a powerful statement: when you fail to make the client or patient feel safe and secure with you, when you fail to see ‘beyond your own blind spots’ (p. 110), when you do not dare to ask the hard questions, you risk adding instead of healing trauma. Your courage, your commitment and your gentleness in dealing with survivors of abuse, neglect and trauma can be a vital factor in their recovery. When you dare to let yourself be touched by what has crawled under their skin, a real connection can arise between you and your fellow man… and perhaps between you and your own inner child. This book provides a wealth of material for this, and the invitation to ‘dare to look around us with a broader view’ seems more than worth accepting!

Van scherpe kantjes naar meer zachtheid (English below)

In het najaar van 2019 maakten Victor Bodiut en Marianne Vanderveen een plan voor de start van ACE Aware NL. Hun kennis op het gebied van fysiologie, psychologie, antropologie, sociologie, hechting, hersenontwikkeling en neurowetenschap maakte dat ze samen het belang zagen van een brede, compassievolle blik op het fundament van gezondheid en de rol van ongunstige ervaringen in de kindertijd. Daarin verdienen de meest recente neurofysiologische inzichten een belangrijke plaats. Die laten zien dat vooral de vroege sociale omgeving wezenlijk invloed heeft op hoe we functioneren en hoe zich onze gezondheid ontwikkelt. Ieder mens is onderdeel van een grotere gemeenschap. we de geest niet los kunnen zien van het lichaam, kunnen we het individu niet los zien van de sociale context. Dat betekent dat gezondheid niet simpelweg een individuele verantwoordelijkheid is; ze hangt niet simpelweg af van of we nú wel genoeg bewegen en of we nú wel gezond eten. Levenslange gezondheid vindt haar wortels voor een belangrijk deel in onze kinderjaren. Voelden we ons veilig? Waren we gewenst, gezien, gehoord, geliefd? Was er aandacht voor wat wij met onze unieke persoonlijkheid de wereld te geven hadden? En wat is de invloed van armoede, opleidingsniveau, werkdruk en discriminatie op hoe onze ouders ons meer of minder goed naar volwassenheid konden begeleiden? Hoe zat het met machtsverhoudingen? Dat zijn ingewikkelde kwesties, die je niet scherp en zwartwit kunt afdoen met: ‘Ga sporten! Rook en drink niet! Doe leuke dingen!’ Ze vereisen genuanceerde antwoorden op ongemakkelijke vragen. Ze verdienen een moedig verbindende, veelkleurige benadering.

Vic en Marianne waren geraakt door de documentairefilm ‘Resilience’, die deze onderwerpen behandelt. Boeiende gesprekken met psycholoog en wetenschapper Suzanne Zeedyk, één van de grondleggers van de ACE-awareness-beweging in Schotland, vormden een verdere aanmoediging om ook in Nederland de kennis over ACE’s breed te delen. Aspa Kandyli, met ervaring in het onderwijs en kennis op het gebied van babyslaapgedrag en borstvoeding, haakte aan bij ACE Aware NL. Vanwege haar bevallingsverlof was er behoefte aan nog een collega en sinds een tijdje draait Petra Bouma, verpleegkundige van oorsprong en tevens lactatiekundige, draagconsulent en geboortetraumaspecialist, mee in het team. In de loop van ruim twee jaar is er in het project een focus op krachtige zachtheid gegroeid, op waarachtige, niet veroordelende nieuwsgierigheid naar menselijke verhalen.

Toen de wereld in het voorjaar van 2020 werd geconfronteerd met grote gezondheidsuitdagingen, werd ineens nog duidelijker hoe cruciaal een goed functionerend immuunsysteem is. Er dienden zich nog veel meer prangende vraagstukken aan. Wat zeg je tegen mensen als hun gezondheid in het geding lijkt? Welke handvatten reik je aan om ziekte te vermijden? Hoe breng je die boodschap? Hoeveel ruimte gun je mensen om hun eigen invulling te geven aan wat ze nodig (denken te) hebben om zich tegen risico’s te beschermen? Wat is het effect van het ontberen van contact met dierbare naasten? Wat is de impact op de mentale gezondheid, als activiteiten die vreugde en zingeving bieden, wegvallen? Hoe duid je de wijze waarop men met een crisis omgaat? Wat is de impact van angst?

Tijden van crisis, transitie en transformatie vragen enerzijds om daadkrachtig en proactief handelen, om opkomen voor rechtvaardigheid en voor grondrechten op het gebied van autonomie en vrijheid, zowel fysiek als mentaal. Anderzijds vragen ze beslist ook om compassie en bezinning, om een pas op de plaats, om naar binnen keren en reflecteren op wat ons raakt en waarom ons dat . Reageren mensen op wat er nu gebeurt of op de herinnering van nu aan toen?

De afgelopen tijd heeft de grote relevantie van de zeven pijlers onder onze missie sterk benadrukt: verbinding, compassie, moed, nieuwsgierigheid, vertrouwen, vriendelijkheid en veerkracht. ACE’s gaan in essentie immers ook over crises, over ervaringen in de kindertijd die ons gevoel van veiligheid en vertrouwen aantastten en gepaard gaan met een hoger risico op ziekte en problemen. Weliswaar staat daarin primair het persoonlijke centraal, maar het persoonlijke is, zoals gezegd, zelden los te zien van de sociale omgeving waarin we geboren worden, opgroeien en leven.

In de meeste gevallen werkt zachtheid helend, zeker wanneer je de wereld als hard ervaart: zachtheid in de verbinding met anderen, zachtheid in de afwezigheid van een oordeel over wat jij en de ander voelen, kiezen en doormaken, zachtheid ook in hoe we onze visie op onszelf inkleuren, met het volle palet aan regenboogkleuren, en waar nodig zwart en wit en de grijstinten daartussenin.

De complexiteit van de afgelopen paar jaren maakte dat we het ACE Aware NL-logo wat meer wilden afstemmen op de menselijke behoefte aan zachtheid en we hebben daarom voortaan een wat rondere letter. Verder kent nog niet iedereen de betekenis van de term ‘ACE’. We wilden graag dat het logo daar in één oogopslag wat over toelicht. Daarbij wilden we niet alleen de verdrietige kant van ACE’s benoemen, maar ook heel bewust aandacht vragen voor het feit dat ACE’s geen diagnose zijn, geen doemscenario voor het leven. Een mens is tot veel herstel in staat, zeker in een omgeving die sensitief met verdriet omgaat. In lijn met de indrukwekkende film ‘The Wisdom of Trauma’ hebben we de A van ACE’s daarom ook een positieve betekenis gegeven: Awesome. Na ongunstige kun je geweldig mooie ervaringen opdoen, herstel van de verbinding met jezelf en anderen. Bovendien brengen de ongunstige ervaringen vaak met zich mee dat je een bepaalde wijsheid ontwikkelt, ‘de wijsheid van ’. Met die ervaringsdeskundigheid kun je voor je medemens en de wereld van heel bijzondere betekenis zijn. Zeker als je je eigen schaduwwerk hebt gedaan, kun je met compassie kijken naar de impact van trauma op menselijk gedrag. Dat maakt je een ‘awesome’ mens, minder ‘hoekig’, met minder scherpe kantjes, meer ‘afgerond’ en vloeiend in je aanpak. Ook daarom is het nieuwe font wat ronder.

Omdat we het maatschappelijke bewustzijn ten aanzien van de kindertijd willen helpen vergroten, heeft het woord ‘Aware’ al vanaf het begin een kleurtje. Het belang daarvan mag in het oog springen! Die kleur zal echter niet meer altijd rood zijn. Het leven ziet er voortdurend anders uit en onze stemming verandert geregeld van kleur. Hoe meer we verdriet van vroeger kunnen helen en boosheid kunnen loslaten, hoe speelser we het leven tegemoet kunnen treden. Die veelkleurigheid mag in het licht staan en zal zichtbaar zijn in diverse uitingen. (En ja… we werken nog aan het updaten van de website met het nieuwe materiaal… ;-))

We kijken uit naar de tijd die voor ons ligt, waarin we graag bij je langskomen voor een presentatie met filmvertoning van ‘Resilience’, voor een workshop of voor een consult. En wil je vertellen hoe jij in je werk of je persoonlijke leven de kennis rondom ACE’s een plaats geeft…? Laat het ons weten! We komen graag luisteren naar je verhaal – voel je uitgenodigd en welkom!

From sharp edges to more softness

In the autumn of 2019, Victor Bodiut and Marianne Vanderveen made a plan for the start of ACE Aware NL. Their knowledge of physiology, psychology, anthropology, sociology, attachment, brain development, and neuroscience led them to understand the importance of a broad, compassionate view of the foundations of health and the role of adverse childhood experiences. The most recent neurophysiological insights deserve an important place in this. These show that the early social environment in particular has a significant influence on how we function and how our health develops. Every person is part of a larger community. Just as we cannot separate the mind from the body, we cannot separate the individual from the social context. That means that health is not simply an individual responsibility; it does not simply depend on whether we are now getting enough exercise and whether we are now eating healthy. Lifelong health largely finds its roots in childhood. Did we feel safe? Were we wanted, seen, heard, loved? Was attention paid to what we had to give the world with our unique personality? And what is the influence of poverty, education level, work pressure and discrimination on how our parents were able to guide us more or less well into adulthood? What about power relations? These are complicated issues that cannot be dismissed sharply and in black and white manner with: ‘Go exercise! Do not smoke or drink! Have fun!’ They require nuanced answers to uncomfortable questions. They deserve a boldly connecting, multicoloured approach.

Vic and Marianne were touched by the documentary film ‘Resilience’, which deals with these subjects. Fascinating conversations with psychologist and scientist Suzanne Zeedyk, one of the founders of the ACE awareness movement in Scotland, provided further encouragement to widely share the knowledge about ACEs in the Netherlands as well. Aspa Kandyli, with experience in education and knowledge in the field of baby sleeping behaviour and breastfeeding, joined ACE Aware NL. Due to her maternity leave, there was a need for another colleague and Petra Bouma, a nurse by origin and also a lactation consultant, babywearing consultant and birth trauma specialist, has been part of the team for a while now. Over the course of over two years, the project has grown a focus on powerful softness, on a genuine, non-judgmental curiosity about human stories.

When the world was confronted with major health challenges in the spring of 2020, it suddenly became even clearer how crucial a well-functioning immune system is. Many more pressing issues arose. What do you say to people when their health seems to be at risk? What tools do you offer to avoid illness? How do you deliver that message? How much space do you allow people to give their own interpretation to what they need (or think they need) to protect themselves against risks? What is the effect of the lack of contact with loved ones? What is the impact on mental health if activities that provide joy and meaning disappear? How do you interpret the way in which people deal with a crisis? What is the impact of fear?

Times of crisis, transition and transformation on the one hand call upon us to act decisively and proactively, to stand up for justice and for fundamental rights in the field of autonomy and freedom, both physical and mental. On the other hand, they also definitely ask for compassion and contemplation, to step back, to turn inward and reflect on what touches us and why it touches us. Do people react to what is happening in the present or to the memory in the present of the past?

Recently, the great relevance of the seven pillars under our mission has been strongly emphasised: connection, compassion, courage, curiosity, confidence, kindness and resilience. After all, ACEs are essentially also about crises, about childhood experiences that affected our sense of security and trust and that are associated with a higher risk of illness and problems. ACEs may seem primarily personal, but the personal can, as stated, seldom be separated from the social environment in which we are born, grow up and live.

In most cases, softness has a healing effect, especially when you experience the world as harsh: softness in the connection with others, softness in the absence of judgment about what you and the other person feel, choose and go through, softness also in how we colour the view of our ourselves, with the full palette of rainbow colours, and where necessary black and white and shades of grey in between.

The complexity of the past few years made us want to tailor the ACE Aware NL logo a bit more to the human need for softness and we therefore have a slightly rounder letter from now on. Furthermore, not everyone knows the meaning of the term ‘ACE’. We wanted the logo to explain this at a glance. In doing so, we not only wanted to highlight the sad side of ACEs, but also very consciously draw attention to the fact that ACEs are not a diagnosis, not a doomsday scenario for life. People are capable of much recovery, especially in an environment that sensitively deals with grief. In line with the impressive film ‘The Wisdom of Trauma‘, we have therefore given the A of ACEs an additional positive meaning: Awesome. After adverse ones you can gain wonderfully beautiful experiences, restoring the connection with yourself and others. In addition, the adverse experiences often entail developing a certain wisdom, ‘the wisdom of trauma’. With that experiential expertise you can be of very special significance to your close others and the world. Especially if you have done your own shadow work, you can look with compassion at the impact of trauma on human behaviour. That makes you an ‘awesome’ person, less ‘angular’, with less sharp edges, more ’rounded’ and fluid in your approach. That is also why the new font is a bit rounder.

Because we want to help raise social awareness about childhood, the word ‘Aware’ has been coloured from the beginning. The importance of this should be eye-catching! However, that colour will no longer always be red. Life is constantly changing and our mood changes colour regularly. The more we can heal grief from the past and let go of anger, the more playfully we can approach life. That multi-colouredness may stand in broad light and will be visible in various ways. (And yes… still working on updating the website with the new stuff… ;-))

We look forward to the time ahead, when we would like to visit you for a presentation with a film screening of ‘Resilience’, for a workshop or for a consultation. And do you want to tell us how you give the knowledge about ACEs a place in your work or personal life…? Let us know! We’d love to hear your story – feel invited and welcome!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 4 – Deze week: Mirjam, Deel 3 (slot; English below)

De afgelopen week lazen we een heel aantal verdrietige ervaringen van Mirjam. Deze week kijken we wat analytischer naar haar leven.

Mirjam vertelt hoe nieuwe levenservaringen haar langzaam meer zicht boden op hoe ernstig de situatie thuis was. Ze overwoog weleens om de banden te verbreken, maar werd angstig over het idee wat dat zou betekenen voor de relatie met zussen en andere familieleden. Zou ze dan zélf bevestigen dat ze inderdaad een lastig kind was…? “ op de dag van vandaag merk ik dat ik enorm mijn best doe om liefde te verdienen, terwijl ik tegelijk veel moeite heb om liefde te ontvangen. Ben ik het wel waard? Wat ik voor mijn moeder deed, was immers nooit, nooit genoeg. Ik voel dat ik daardoor nog steeds hunkerend op zoek ben naar mensen die me accepteren om wie ik ben, niet om wat ik doe. Dat maakt relaties met anderen soms ook moeilijk, want je verlangt zo intens naar… ja… eigenlijk naar het bij iemand op schoot in liefdevolle armen wegkruipen, geborgenheid ervaren… Dat verlangen tekent mijn leven.” We zijn samen in ontroering stil over deze openhartige analyse van wat de kindertijd tot ver in het volwassen leven teweeg heeft gebracht.

Ik vertel over de balans die we als kind zoeken tussen hechting en authenticiteit en wat de gevolgen kunnen zijn als een kind die authenticiteit moet onderdrukken ten behoeve van de hechting, dat het kind daarmee als het ware de verbinding met het ware zelf verliest – het fundament van trauma.
Mirjam is stil en denk na en zegt dan: “Ja… dat herken ik… ik ben mezelf helemaal kwijtgeraakt in het proberen te verdienen wat ik nooit heb gekregen en tegelijk vind ik het moeilijk om liefde te ontvangen. De kinderen zijn daarop een uitzondering; met hen lukt dat wel.”
Ik vraag haar of ze trots is op hoe ze in haar eigen gezin een patroon heeft kunnen doorbreken. Met enige bescheidenheid, maar toch ook vastberaden antwoordt ze: “Ja, daar ben ik wel trots op. Ik ben er weleens onzeker over geweest, maar ik zie nu, ook met de kleinkinderen, hoe anders dat bij ons is gegaan.”
Dat ging niet vanzelf; soms zette ze zich als een leeuwin in om de kinderen te beschermen tegen de negatieve invloed van haar moeder, die muziekoptredens van de kleinkinderen onzin vond, voor haar gemaakte knutselwerkjes meteen na vertrek in de container gooide, of zich afkeurend uitliet over studiekeuzes van de kleinkinderen. “De koppies van de kinderen als hun oma ze zo bejegende… dan brak mijn hart. Ze maakte op structurele basis zoveel moois kapot.”

Ik vraag of Mirjam een idee heeft hoe het komt dat ze aldoor weer in omgevingen terechtkwam die lastig voor haar waren, privé en qua werk. “Ik weet het niet… ik weet het niet… [stilte] ik weet het niet.” Ze vertelt over het verlangen om echt gezien te worden en hoe haar moeder zich soms zelfs op een verjaardag in Mirjams aanwezigheid beklaagde over hoe die eruit zag, dat de jurk niet modern genoeg was, dat de sieraden niet genoeg glommen. “Werkelijk álles werd gezien en becommentarieerd, maar ik, als mens, werd juist níet gezien. Ik had de indruk dat ze zich voor me schaamde.”
Het constante oordelen door haar moeder had een zorgelijke voorbeeldfunctie. Als ik vraag of ze dingen heeft die ze als slechte gewoonte kwalificeert, zegt ze: “Het oordelen.” Ze zwijgt even na deze conclusie, voordat ze verder gaat: “Ik heb steeds meer geleerd om onbevangen naar anderen te kijken, maar dat is een keuze die ik bewust maak; het gaat nog niet vanzelf. Niet oordelen is een vaardigheid waarin ik mezelf nog altijd train.”

Wat ziet Mirjam, terugkijkend, als haar verdrietigste en fijnste herinneringen?
“Eén van mijn verdrietigste herinneringen is de periode rondom mijn Havo-examen. Mijn opa overleed toen; ik verzorgde hem deels en was heel verdrietig. Daardoor had ik me niet goed kunnen voorbereiden en had ik voor één vak een herexamen. Mijn vader zei dat het niks uitmaakte dat ik was gezakt, want ik was een meisje. Mijn moeder zei dat ze het jammer vond dat ik was gezakt; dat was niet nodig geweest, zei ze, als ik me beter had geconcentreerd. Ik verstijfde en keek haar met grote ogen aan, waarop ze zei: ‘Je mag wel huilen, hoor, als je wilt’, maar ze bood me op geen enkele manier troost en erkende mijn verdriet niet. Dat heeft mij ter plekke doen besluiten om thuis nooit meer te huilen. Pas zo’n twintig jaar later kon ik weer werkelijk huilen, toen iemand iets heel liefs voor mij deed om mij te vertroetelen; toen kwamen de tranen.
Mijn fijnste herinnering is de winter waarin mijn broertje werd geboren. Het was rond kerst; mijn moeder lag in het kraambed.” Ze krijgt een lach om haar mond en begint te fluisteren: “Wij zorgden als kinderen voor dat kleine baby’tje en het was voor het eerst dat we niet hoefden te werken in de kerstvakantie! Er was een sfeer van vertedering in huis en wij knuffelden wat af met dat kleine mannetje.”

Als ik vraag naar de wezenlijke aspecten uit haar kindertijd voor haar ontwikkeling als mens, denkt ze na voor ze zoekend en tastend formuleert: “Wat ik me heel erg heb voorgenomen is dat ik mijn best wil doen om de ander te zien en te erkennen zoals die is, omdat ik dat zelf zo enorm heb gemist. Mij werd voortdurend voorgehouden dat het ernstige gevolgen zou hebben als ik me niet gedroeg zoals mijn moeder wilde. Een auto, mijn bruiloft… de anderen kregen dat betaald door mijn ouders, maar ik niet, omdat ik hun onwelgevallige keuzes had gemaakt. Ik heb me vaak enorm machteloos gevoeld en kan me dingen als automutilatie en zelfmoord echt wel voorstellen. Het zijn pogingen om gezien en gehoord te worden. Als je het gevoel hebt dat je er tot op het diepst niet toe doet, verlies je alle zingeving. Wat mij daar gelukkig steeds weer uittrok, was mijn liefde voor onze kinderen.”

Hoewel ze door de situatie thuis erg is beïnvloed, voelde ze diep van binnen altijd dat die niet in orde was. Er klinkt geestdrift in haar stem als ze zegt: “Dat we op de dag van de begrafenis van mijn zevenjarige zusje extra vroeg moesten opstaan zodat het schoonmaakwerk op deze zaterdag gewoon kon doorgaan… ik was twaalf, maar ik voelde echt wel dat dat idioot was! Ik wilde mijn overleden zusje uitzwaaien; mijn andere zus en ik staakten het poetsen en liepen naar de deur, waar we de lijkwagen over het grind zagen en hoorden wegrijden. Ik heb ook toen al gezegd dat die gang van zaken niet normaal was. Maar goed… zelfs toen ik een keer contact opnam met de huisarts en zei dat mijn moeder helemaal hysterisch was en gek leek te worden, leidde dat alleen tot een shot valium, niet tot een gedegen onderzoek naar hoe het er bij ons thuis aan toe ging. Als kinderen werden we niet beschermd tegen wat er gebeurde en mijn moeder werd op zo’n moment met medicijnen rustig gehouden.”

Ik opper dat je dit als verslaving zou kunnen zien, zowel het eindeloze schoonmaken als de medicatie. Er wordt wel gezegd dat niet iedereen met trauma verslaafd raakt, maar dat verslaafden bijna altijd trauma in de voorgeschiedenis hebben. Ik deel met Mirjam de definitie die Gabor Maté geeft van een verslaving: alles wat je doet en nodig hebt om een tijdelijke verlichting van pijn te genereren, gedrag waar je geen afstand van kunt doen en wat schadelijk is voor de lange termijn en je leven ontwricht. Mirjam luistert met aandacht, is een poosje stil en vraagt me dan de omschrijving te herhalen. Ze laat die nogmaals op zich inwerken en zegt zich erin te kunnen vinden. “Ik denk dat mijn verslaving was om altijd maar door te gaan, geen rust te kunnen nemen, omdat doorgaan me hielp om de pijn niet te voelen.” De laatste jaren heeft ze daarvoor, soms noodgedwongen door ziekte, meer tijd ingeruimd en ze voelt progressie. Zo heeft ze inmiddels besloten dat ze zich gaat ziekmelden voor haar werk, nu haar weer een zwaar traject wacht voor de kankerbehandeling. Daarbij weegt het gezinsbelang zwaar, want als het gaat om wat haar leven zin en betekenis geeft, dan staan de kinderen en kleinkinderen met stip op nummer 1. Wat ook heel bevredigend is, is het werken met patiënten: “Wat ik zelf tekortgekomen ben, is wat mij ook sterk in mijn werk heeft gemaakt: mensen echt zien en tijd aan ze besteden en dan de helende effecten zien van oprechte aandacht voor mensen. Dan ben ik heel authentiek. Ik luister zorgvuldig en zie de mens tegenover me voor wie die is. Daarin voel ik me op mijn gemak. Ik heb er niks te verliezen en hoef me nergens tegen te wapenen. De momenten waarop het niet lukt om authentiek te zijn, zijn de momenten waarop ik toch weer angst hebt dat mijn eigenheid ertoe zal leiden dat ik mensen verlies – precies zoals het vroeger ging.”

Ze concludeert dat het een kunst is om te leren ontvangen wat je in het begin van je leven niet hebt gekregen: “Het is vaak gemakkelijker om compassie naar de ander te hebben dan naar jezelf. Ik ben in die zin ook bezorgd over het feit dat er zoveel kinderen lijken te zijn die op jonge leeftijd al worstelen met het leven en basisveiligheid missen. Ik heb het gevoel dat volwassenen daarvoor vaak onvoldoende aandacht hebben. Van kinderen wordt veel aanpassing gevraagd en hun basisbehoeften staan daarin lang niet altijd voorop. Die basisbehoefte is liefde, in de vorm van geborgenheid, veiligheid en aandacht, en ik ben dankbaar dat we onze kinderen op dat punt een zoveel mooier begin hebben kunnen geven.”

Daarmee sluiten we af. We hebben lang gepraat. In de loop van de middag is de hemel dichtgetrokken. De zon is weg, het is killer dan ik had verwacht en het sputtert zachtjes als ik naar huis rijd.