Een dialoog over verbindend opvoeden, Deel 1

Onlangs raakte ACE Aware NL naar aanleiding van een bericht op Instagram in gesprek met Anky De Frangh, kinderpsycholoog en gedragstherapeut van ‘Verbindend Opvoeden’.

In haar post deelde ze de volgende tekst:
Reminder: De driftbuien van je kind zeggen niets over jou als ouder, maar zeggen iets over de ontwikkelingsfase waarin je kind zich bevindt.
Die uitspraak zette ons aan het denken. Kunnen we stellig zeggen dat driftbuien van een kind ‘niets’ zegt over jou als ouder? Zouden ze ook ergens anders iets over kunnen zeggen dan over de ontwikkelingsfase? En om wiens ontwikkelingsfase gaat het – inderdaad die van het kind?
We besloten contact te leggen met Anky en daaruit rolde een boeiende uitwisseling voort over de afbeelding en de begeleidende tekst. Na onderling overleg willen die dialoog graag met je delen! We denken namelijk dat het heel waardevol is elkaar te bevragen op gedeelde inzichten en taalgebruik en zo elkaar beter te leren kennen. Op die manier kunnen professionals van elkaar leren, en elkaars werk benutten en doorgeven omwille van het grotere doel, namelijk kinderen een zo veilig mogelijke start bieden.

Hoi Anky,
Zoals beloofd stuur ik je mijn gedachten over de afbeelding en de tekst.
Ik kijk ernaar uit nader kennis te maken en verder te praten om te zien of we elkaars doelen kunnen ondersteunen, want mijn indruk is dat we in essentie op dezelfde lijn zitten!
Warme groet!

Dag Marianne,
Bedankt voor je feedback! Ik denk ook dat we op dezelfde lijn zitten. Je aanpak als ouders tijdens een driftbui is inderdaad ontzettend belangrijk. Ik heb een aantal zaken aangevuld en toegelicht in je opmerkingen bij de tekst. Het lijkt me leuk een keer te videobellen!
Hartelijke groet!

De begeleidende tekst van de Instagram-post was waarover de uitwisseling voornamelijk ging.
“Gemiddeld heeft een kind tussen 18 maanden en 5 jaar 1 driftbui per dag, met een gemiddelde lengte van 3 minuten. (Dit zijn uiteraard gemiddelden! Kinderen kunnen meer dan 1 woedebui per dag hebben en die kunnen ook langer dan 3 minuten duren. En niet alle kinderen hebben elke dag driftbuien.)”

Marianne: Ik schrok ervan, Anky; als ze waar zijn, zijn dat heftige cijfers. Weet je waarop die cijfers zijn gebaseerd? Ik ben nieuwsgierig naar hoe en met welke definities het onderzoek daarnaar is uitgevoerd, want dat kan veel invloed hebben op de conclusies.

Anky: Ik baseer me voor de cijfers op dit overzichtsartikel. Alle referenties vind je daar terug: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK544286/
Wanneer ik in een workshop een poll doe naar frequentie en duur van driftbuien, blijkt dat de antwoorden van de deelnemers hier heel dicht bij aansluiten!

Marianne: Eigenlijk werd ik meteen best verdrietig van het woord ‘driftbui’. We zouden als volwassenen (en zeker als zorgverleners, beleidsmakers, schrijvers en ‘influencers’) kunnen overwegen ons taalgebruik eens onder de loep te nemen. We kunnen ons serieus kunnen afvragen of we dat waarop we duiden, wel met het woord ‘driftbui’ willen labellen.

Anky: Goeie vraag! Hoewel ikzelf niet die negatieve connotatie ervaar, realiseer ik me dat dat natuurlijk subjectief is en dus ook voor iedereen anders kan zijn. Ik vind het ook wel belangrijk om aan te sluiten bij het taalgebruik van ouders. Ik denk dat het dan misschien ook gemakkelijker voor ze is om hun blik op ‘driftbuien’ te veranderen. Dat is trouwens ook heel specifiek het doel van onze masterclass over driftbuien (maar dat ontdekken mensen gaandeweg 😉).

Marianne: Ja, dat zou zeker kunnen. Mijn pijn zit hierin… er zit een soort oordeel over het kind in verweven, een negatieve kwalificatie van ongewenst gedrag. Daarbij blijft buiten beeld of de boosheid van het kind misschien terecht is. Driftbuien worden vaak als onredelijk en onacceptabel gedrag gezien, maar dat is beredeneerd vanuit het volwassen perspectief, niet vanuit het kindperspectief.

Anky: Ik denk dat boosheid altijd terecht is, want dat is een gevoel en wat een kind voelt, is op dat moment gewoon zijn realiteit en mag er dus zijn. Het gedrag wordt inderdaad als onredelijk gezien, of vooral niet in verhouding met de aanleiding, maar ook daar is het natuurlijk belangrijk om te weten dat de aanleiding van een driftbui doorgaans niet de oorzaak is. Ook dat vind ik heel belangrijk om ouders mee te geven. En daarnaast is het goed om ook de vertaling te maken naar onszelf als volwassenen, want ook wij reageren wel eens niet in verhouding met de aanleiding.

Marianne: Zeker, heel goed punt! Kijken vanuit het kind lijkt me van belang, want dat verschil in perspectief maakt heel veel communicatie en advies over opvoeding problematisch. Vaak wordt er vanuit het volwassen perspectief gekeken naar het kind en diens gedragsmatige, sociale en emotionele uitingen. Daarbij kunnen we denk ik van alles over het hoofd zien. Welke emotie ligt er onder het gedrag of de uiting? En van welke niet vervulde behoefte is dat gedrag een logisch en terecht signaal of een symptoom?
Onlangs hoorden we over dit dialoogje:
Kind (bijna 4): ‘Mama, is het opruimen nu eeeindelijk klaar??’
Mama even later: ‘Kijk, lieverd, daarom duurt het zo lang: omdat jullie zelfs tijdens het opruimen weer allemaal nieuwe troep maken.’
Kind: ‘Ja, dat hoort!’
Mama: ‘Nou, niet in mijn wereld.’
Kind: ‘Maar dat is wel jouw wereld!’

Anky: Daar sluit ik me zeker bij aan. Mijn missie met ‘Verbindend Opvoeden’ is dan ook heel erg om ouders te helpen om de vertaling te maken en te kijken vanuit het perspectief van het kind. Het is belangrijk om vooral net wat verder te kijken dan het gedrag en te achterhalen welke emoties en (onvervulde) behoeften eronder zitten. Dat geldt niet alleen voor het kind trouwens, maar ook voor ouders zelf. Ik probeer constant de vertaling te maken van kind naar ouders en ook ouders te helpen om hun eigen reacties beter te leren begrijpen. Daar gaat het om: verbinding met je kind en met jezelf!

De caption ging als volgt verder (zie de cursieve passages):
“Driftbuien bij jonge kinderen zijn dus heeeeeeeeel normaal! Peuters en kleuters willen onafhankelijk zijn, maar hebben tegelijkertijd ook heel veel behoefte aan de aandacht van hun ouders. Dat maakt het moeilijk om te weten wat ze nu juist willen. Ze willen nieuwe dingen uitproberen maar niet alles loopt zoals ze het willen net omdat ze alles nog aan het leren zijn. Ze hebben ook nog niet de nodige vaardigheden om op een goede manier om te gaan met hun emoties of er iets over te kunnen zeggen. ⁠⁠Het ideale recept dus voor frustratie en driftbuien.”

Marianne: Hier viel me het woord ‘normaal’ op, een woord dat denk ik voorzichtigheid verdient. Er is namelijk een onderscheid tussen ‘normaal’ (het Engelse ‘normal’: overeenkomstig de norm) en ‘veelvoorkomend’ (het Engelse ‘common’: een vrij hoge frequentie).

Anky: Daar kan ik me zeker in vinden. Ik heb er nooit zo bewust bij stilgestaan, maar dat is zeker iets om in de toekomst meer te doen. Ik denk dat ik op een bepaalde manier naar beide betekenissen wil verwijzen, sowieso ook naar het aspect ‘veelvoorkomend’. Ik merk namelijk dat ouders zich vaak heel erg zorgen maken, terwijl dat niet altijd nodig is. Ik merk ook dat ouders die heel veel dingen heel goed doen, toch het gevoel hebben erg te falen wanneer hun kind desondanks nog wel eens driftbuien heeft. Naast ouders informeren over de ontwikkeling van kinderen en wat je als ouder kunt verwachten, hoe je anders naar gedrag kunt kijken, wil ik ook heel graag ouders geruststellen en waar mogelijk vertrouwen geven. Dat is soms een dunne lijn… In de masterclass is er trouwens ook bewust aandacht voor: wanneer zijn driftbuien zorgwekkend en niet meer ‘normaal’?

Marianne: In westerse samenlevingen is veel gedrag, net als veel pathologie, wél veelvoorkomend, maar in feite niet normaal, niet in lijn met de biologische norm of blauwdruk. Veel gedrags- en gezondheidsproblemen zijn sociaal geconstrueerd; ze zijn gerelateerd aan en gebaseerd op sociaalculturele conventies en gewoontes, overtuigingen en ideologieën, instituties en praktijken, wetten en regels… en noem maar op.
Dat kinderen nog niet met woorden iets kunnen zeggen over hun emoties, betekent immers niet per se dat ze er niet goed mee kunnen omgaan. Dat kunnen ze waarschijnlijk best… als maar wordt voldaan aan de voorwaarden die besloten liggen in de menselijke biologische blauwdruk. De kern daarvan is adequate coregulatie door ouders die in staat zijn hun eigen emoties goed te reguleren. Het is belangrijk dat ze eventueel trauma onder ogen zien en weten te overstijgen. Als ouders begrijpen wat hun kind doormaakt en daar geduldig op reageren, dan valt het meestal wel mee met de boosheid van een kind. En natuurlijk is dit voor veel ouders een hele opgave en een kind kan desondanks ook weleens hartstikke boos en onredelijk zijn (wie niet? 😉). Het is ook goed het daarover te hebben met elkaar, zonder schuld en schaamte, zodat ouders hun vaardigheden kunnen vergroten en hun pijn kunnen helen. Het probleem bij het kind (of bij welke andere persoon ook) neerleggen lost het probleem van de onderliggende pijn echter niet op.

Anky: Zeker! Daar ben ik het helemaal mee eens!

Inmiddels heeft de videocall plaatsgevonden en we hadden een heel mooi gesprek!
Volgende week lees je Deel 2 van deze dialoog.

GOLD: een gouden kans om te leren over de vroege jaren

Conferenties… Al sinds ik een ervaren borstvoedingsvrijwilliger was (ergens rond de laatste jaren van de vorige eeuw), ben ik gretig op zoek naar meer kennis over borstvoeding. Toen ik besloot om lactatiekundige IBCLC te worden, legde ik de lat nog een stukje hoger en in de jaren daarna raakte ik helemaal verknocht aan het bijwonen van lezingen, conferenties, symposia en wat voor soort training dan ook waar ik redelijkerwijs aan kon deelnemen. Er was zo’n schat aan ervaring beschikbaar! Als je eenmaal IBCLC bent, moet je CERP’s verzamelen, Continuing Education Recognition Points, om te bewijzen dat je op de hoogte blijft van de meest recente inzichten uit de wetenschap, de nieuwste ontwikkelingen in het veld en de belangrijkste aspecten van ethische praktijkvoering. In 2008 of 2009 ontdekte ik de GOLD Lactation online conferentie. In die jaren was GOLD het acroniem voor ‘Global Online Lactation Discussion’. Het was een geweldige manier voor IBCLC’s van over de hele wereld om lezingen van hoge kwaliteit bij te wonen, zelfs als hun eigen landen nauwelijks opleidingsmogelijkheden boden omdat er te weinig IBCLC’s in het land waren om dat op zo’n grootschalige en impactvolle manier te organiseren. Met een stabiele internetverbinding kon iedereen GOLD bijwonen en collega’s ver weg leren kennen en samen werken aan en leren over hetzelfde onderwerp! Geweldig, zoveel waar voor je geld!

Ik herinner me nog hoezeer ik elk jaar naar GOLD uitkeek en hoe ik zorgvuldig een paar dagen vrij plande zonder andere verplichtingen. Destijds waren er drie live tijdblokken, verspreid over slechts twee of drie dagen: een ochtendblok, een middag-/vroege-avondblok en een nachtblok, om alle tijdzones te faciliteren! In de chat kletsten we over hoe we erbij zaten, zoals als enige wakker zijn in een stil, nachtelijk huis, terwijl anderen net de kinderen naar school hadden gebracht of de warme maaltijd voor hun gezin bereidden. We maakten grapjes dat GOLD Lactation de enige conferentie was waar je in pyjama kon verschijnen met een deken om je schouders en een hete thee of wijn om je wakker te houden! Een lezing van een uur, een pauze van een uur voor wat napraten, een sanitaire stop en een nieuw drankje en… verder maar weer! Er waren meestal vier of vijf lezingen achter elkaar en ik streefde er altijd naar ze allemaal live bij te wonen in die twee dagen, zodat ik vragen kon stellen en live kon uitwisselen met collega’s. Daarna maakte ik een selectie van de presentaties die ik de moeite waard vond om een ​​tweede keer te beluisteren. In die jaren nam ik ook de rol op me van Nederlandse groepscoördinator; ook dit jaar, 2021, heb ik weer een mooie groep collega’s kunnen inschrijven die GOLD Lactation wilden volgen en we hebben opnieuw genoten van vele goede sprekers.

Meerdere keren heb ik zelf een korte presentatie gegeven in de secties met cultureel georiënteerde en Hot Topic-lezingen, waarin ik inging op kenmerken van de Nederlandse borstvoedingssituatie. Online conferenties waren toen nog niet zo gewoon als tegenwoordig; dat GOLD zo’n mogelijkheid bood om trainingen te volgen was nog vrij nieuw en we waren altijd verbaasd over hoe soepel het hele technische gedeelte verliep. Op dat punt is er niet veel veranderd – de techniek is nog steeds een prachtig onderdeel van hoe GOLD werkt! Daarom ben ik erg blij en kijk ik ernaar uit deel uit te maken van het komende Early Years-symposium! Het GOLD Learning Early Years Online Symposium 2021 is een gloednieuw evenement dat speciaal is gericht op professionals in de gezondheidszorg die werken met gezinnen met kinderen van 0-3 jaar. Het vindt live plaats op 4 en 5 oktober en omvat 6 sprekers die het laatste onderzoek delen over de hersenontwikkeling in de vroege levensjaren, het belang van gezonde relaties en de impact van een gezonde sociale omgeving voor kinderen. Ik heb de eer om een ​​van die zes sprekers te zijn, met als een van de anderen Robin Grille. Ik heb mijn aantekeningen opgezocht uit 2010, toen hij sprak over ‘Attachment, the Brain… and Human Happiness’. Een paar mooie zinnen: ‘Lang voordat er een gesproken taal is, is er lichaamstaal’, ‘De amygdala denkt veel sneller dan het rationele brein’, ‘Het hart wordt steeds meer gezien als het tweede brein’, ‘Het beantwoorden van afhankelijkheid creëert onafhankelijkheid en autonomie’. Robin eindigde met te zeggen: ‘Ik draag dit seminar op aan een betere wereld!’ Wat een inspiratie kunnen we opdoen door naar elkaars wijsheid te luisteren en deze door te geven aan de nieuwe generatie! GOLD doet geweldig werk door dit te faciliteren en mensen dichter bij elkaar te brengen vanuit alle hoeken en rangen en standen.

Een belangrijk aspect van Robins presentatie in 2010 en van de nieuwste inzichten in de neurofysiologie is dat borstvoeding onderdeel is van een breder, cruciaal proces, namelijk ‘Attachment Parenting’, hechtend ouderschap. Er is geen kunstmatige vervanging voor een responsieve, meelevende verbinding tussen baby’s en hun volwassen verzorgers. Daarom zit mijn eigen presentatie dit jaar, ‘Building Strong Children: The Power of Buffering Protection Through Responsive Parenting and Caring Communities’, vol met informatie over de kracht van positieve ervaringen in de kindertijd. Ik zal het hebben over een andere ‘framing’ van bepaalde onderwerpen, zodat die zich richten op zorgzame verbindingen die een gezonde hersenontwikkeling en stressregulatie bevorderen. Ik zal ook ingaan op de verschillen tussen een pathogenetische en een salutogenetische benadering in de gezondheidszorg en in het leven  in het algemeen: richten we ons op wat we moeten vermijden om niet ziek te worden… of richten we ons op wat we moeten doen om gezond te blijven? En wat is in dit alles de rol van machtsverhoudingen? Je bent van harte uitgenodigd om bij ons aan te haken en meer te leren over de impact van liefdevolle relaties, waarom mensen actief contact met anderen proberen te maken en hoe we de ontwikkeling van levenslange veerkracht kunnen ondersteunen. Ik vind het geweldig om over dit belangrijke onderwerp te kunnen spreken en ik hoop dat je erbij kunt zijn! De registratie is open en omvat toegang tot alle presentaties, zowel live als opgenomen: https://www.goldlearning.com/early-years-symposium. Wellicht tot ziens!

#GOLDEarlyYears2021

De wijsheid van ‘klein’ trauma

Wanneer je dagelijkse ‘slechte gewoontes’ je de weg wijzen naar heling van de pijn door vroege ervaringen

“Vuur kan verwarmen of verteren, water kan blussen of je laten verdrinken, wind kan strelen of snijden. En zo is het ook met menselijke relaties: we kunnen zowel creëren als vernietigen, koesteren als terroriseren, elkaar traumatiseren en elkaar genezen.” – Bruce Perry

Een zeer geliefd en wijdverbreid citaat van Bruce Perry laat zien hoe relaties zowel schadelijk als gunstig kunnen zijn voor de gezondheid van het individu. De zorgzame en helende relaties ondersteunen de gezondheid, terwijl de traumatiserende het individu kunnen verteren en vernietigen.
Bruce Perry is een gerenommeerd psychiater die duizenden mensen, vooral kinderen, heeft zien lijden onder de gevolgen van ernstig trauma. Hij heeft boeken geschreven en onderzoek gedaan naar deze gevolgen. Nog niet zo lang geleden deelden we een blogpost over zijn boek ‘Wat is je overkomen?’, waarin we de naar ons idee meest verhelderende passages bespraken.
In dit blog zullen we ons richten op aspecten van wijsheid in trauma en niet alleen de effecten van ernstig trauma bespreken, maar ook die van ‘klein’ trauma. Veel mensen zijn terughoudend om de negatieve ervaringen waar ze doorheen zijn gegaan, te categoriseren als trauma, maar constant vallende waterdruppels kunnen een steen ook uithollen.

Trauma is een Grieks woord (τραύμα) dat ‘wond’ betekent. Een wond kan groot zijn, maar bij een juiste behandeling kan deze genezen en misschien nooit meer ongemak veroorzaken. Een wond kan ook klein zijn en, zonder goede verzorging, geïnfecteerd raken en in omvang en ernst toenemen. Een wond kan zo het individu lange tijd hinderen of zelfs onherstelbare schade veroorzaken. (Denk bijvoorbeeld aan weefselafsterving bij infecties.) Hetzelfde kan gezegd worden over trauma. Trauma kan groot zijn en het kan ogenschijnlijk ‘klein’ zijn; het kan meteen ernstige symptomen veroorzaken of aanvankelijk slechts tot kleine problemen in het dagelijks leven leiden. De ernst van beide vormen van schade blijkt soms pas veel later. Zoals veel traumaprofessionals het uitleggen: trauma bevindt zich op een spectrum.

Vanwege de manier waarop we trauma in de academische literatuur, als klinische term en in de samenleving begrijpen, missen we soms de juiste woorden om ‘klein’ trauma en de effecten ervan op het dagelijks leven te bespreken.

Sommige professionals die werkzaam zijn op het gebied van traumabewustzijn en traumagenezing, hebben een interessant nieuw paradigma voorgesteld, namelijk om trauma te zien als een leerervaring in plaats van een naargeestig noodlot. Ongunstige ervaringen uit de kindertijd (ACE’s) kunnen kinderen leren dat de wereld een enge plek is en dat ze niet op hun verzorgers kunnen vertrouwen voor hun behoeftenbevrediging. Dit kan ertoe leiden dat de vecht-vlucht-bevries-veins-reacties die we in eerdere blogposts bespraken, diep ingeslepen raken. Dit zijn allemaal zowel instinctieve reacties op dreiging als vormen van  aangeleerd gedrag wanneer ze vaak worden herhaald.

Sommige symptomen van ‘klein’ trauma kunnen worden gezien door die lens van aangeleerd gedrag. Het kunnen eigenaardigheden zijn die we hebben, vervelende gewoontes die we misschien hebben geprobeerd af te leren, maar waar we op de een of andere manier niet vanaf konden komen. Ze zijn bij ons gebleven en kunnen zelfs de eigenschappen zijn die ons maken tot wie we zijn en hoe anderen ons beschrijven.

Denk bijvoorbeeld aan:
– luid, energiek en opgewekt zijn;
– grappen maken in elke situatie;
– empathisch zijn;
– de gewoonte hebben om uitstelgedrag te vertonen;
– controle willen hebben over elk klein detail.

De lijst gaat maar door…

Sommige van deze eigenschappen kunnen kenmerkend zijn voor hoe jij jezelf ziet en hoe anderen jou zien, vooral als je ze nooit door de lens van trauma hebt bekeken. Het kunnen echter symptomen zijn van copingmechanismen die je hebt gecreëerd om jezelf te beschermen tegen de effecten van toxische stress en trauma. Je hebt ze misschien in de loop van je leven aangeleerd, vooral tijdens de eerste vormende jaren. Deze mechanismen waren er om je te helpen (toxische) stress of trauma het hoofd te bieden, een teken van wijsheid van de natuur in geval van ernstige bedreigingen. De mechanismen zijn echter bij je gebleven, ondanks dat de omstandigheden nu totaal anders zijn. Ze waren aanvankelijk behulpzaam en heilzaam, gezien de moeilijke omstandigheden, maar zijn nu misschien belemmerend geworden en een struikelblok op je pad.
Een andere reden waarom het moeilijk is om over deze eigenschappen te praten, is omdat ze soms nuttig zijn, dus je wilt ze waarschijnlijk helemaal niet opgeven.

Laten we teruggaan naar die vorige lijst en ze wat analytischer bespreken (en ja, een beetje kort-door-de-bocht omwille van de eenvoud, dus hopelijk kun je ons dit vergeven):

Vrolijk, luidruchtig en energiek zijn kan:
– je helpen elke dag veel positieve interacties te hebben en anderen te enthousiameren (goed)
en
– je emotioneel of fysiek uitputten of maken dat je een ‘pleaser’ wordt (slecht).

Grappen maken kan:
– je tot een goede komiek maken, iemand in wiens omgeving mensen graag willen zijn omdat je ze aan het lachen maakt (goed)
en
– het moeilijker maken om op een dieper niveau met anderen in contact te komen en ze de indruk te geven dat je ze niet serieus neemt (slecht).

Empathisch zijn kan:
– je helpen een geweldige therapeut of leraar te zijn, iemand met wie mensen willen praten omdat ze het gevoel hebben dat ze gehoord worden (goed)
en
– kan je emotioneel leegzuigen en, als je niet goed voor jezelf zorgt, ‘compassiemoeheid’ veroorzaken (slecht).

Zoals je kunt zien, zijn al deze kenmerken niet ‘goed’ of ‘slecht’. Ze kunnen tegelijkertijd beide zijn, of het een óf het ander, afhankelijk van de omstandigheden. Misschien ontwikkel je de behoefte om ze nader te onderzoeken en wil je er vervolgens aan werken om gezonde grenzen te leren stellen, je ware zelf te vinden of de last die ze veroorzaken op sommige gebieden van je leven te minimaliseren. Of, nu je je bewust bent van wat ze zijn, zou je kunnen voelen dat dit een wijsheid is die je met je meedraagt als gevolg van het trauma dat je hebt doorgemaakt. Daarom zijn we van mening dat bepaalde ervaringen die ‘Adverse’ (ongunstig) kunnen zijn zonder bufferende bescherming, ook ‘Awesome’ (geweldig) en positief vormend kunnen zijn als ze goed worden opgevangen door sensitieve volwassenen rondom het kind. Zo kunnen toxische stress en trauma worden verminderd of voorkomen. Als je brein in een bepaalde fase een copingstrategie heeft ontwikkeld om de effecten van toxische stress en trauma te verzachten, dan kan het wellicht leren om deze op een positieve manier in te zetten. Dit kan je helpen om in het leven niet slechts te overleven, maar om echt tot bloei te komen. Dit paradigma biedt veel meer hoop voor de toekomst van volwassenen die al ACE’s hebben doorgemaakt.
En als je die bufferende bescherming destijds niet had, maar erin geslaagd bent om in het heden een zorgzame sociale omgeving op te bouwen, kan je trauma dus een bron van grote wijsheid blijken te zijn voor jou en de mensen om je heen!

Een nieuw seizoen!

Het is alweer september! We hebben de zomer (bijna) achter ons, al lijkt het erop dat we nog wat zonnige dagen voor de boeg hebben. We hopen dat jullie heerlijk hebben kunnen ontspannen, dat je alleen of met je dierbaren tot rust kon komen van alles wat in het voorbije jaar je aandacht en energie vroeg, en dat je mooie dingen hebt om naar uit te kijken!

Bij ACE Aware gaan we ook weer volop aan de slag. We hebben nog een paar bijzondere interviews op de plank liggen die het verdienen zo snel mogelijk te worden uitgewerkt, zodat de wijsheid die de geïnterviewden met ons hebben gedeeld, voor jullie beschikbaar komt!

Zo spraken we met Bertus Jeronimus, werkzaam aan de Faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). Hij studeerde daar klinische en ontwikkelingspsychologie en Nederlands recht en promoveerde op een onderzoek naar de wederkerigheid tussen persoonlijkheid en levensgebeurtenissen. Op dit moment werkt hij aan een beter begrip van persoonlijkheid en hoe mensen hun welbevinden ervaren. We spraken hem naar aanleiding van zijn artikel over ‘Het (on)geluk van een coronageneratie’, waarin hij aandacht vraagt voor het feit dat voor jonge mensen elkaars dichte nabijheid een levensbehoefte is. Hij benoemt dat veel pijn onder jongeren schade geeft die je niet meteen ziet en die daarom wordt onderschat.

Verder interviewden we, eveneens in Groningen, Jessica Boerema; zij geeft vanuit haar eigen praktijk ‘Contact in beeld’ trainingen aan ouders en professionals om meer inzicht te creëren in het belang van effectieve communicatie met jonge kinderen op moeilijke momenten. Communicatie waarbij je als volwassene de baby of het jonge kind goed begrijpt en de signalen leert ontcijferen, helpt enorm om te zorgen dat een baby zich veilig voelt en vertrouwen ontwikkelt in de wereld. Dat is natuurlijk een prachtige manier om de veerkracht van een kind van jongs af te ondersteunen.

In Amsterdam ontmoetten we Beatrijs Smulders, bekend auteur en verloskundige. Ze heeft de afgelopen vier decennia een prominente rol gespeeld in de verloskundige zorg en is een hartstochtelijk voorvechter van de thuisbevalling en een vernieuwer in hart en nieren. Ze begeleidt tegenwoordig geen bevallingen meer, maar geeft via consulten wel persoonlijke begeleiding en adviezen op het gebied van vrouwenzaken. Ze heeft in de loop van haar carrière duizenden moeders en vaders een start zien maken in het ouderschap en heeft op grond daarvan een eigenzinnige visie ontwikkeld die is gebaseerd op haar professionele ervaring, gecombineerd met wetenschappelijke inzichten. Kortom: een boeiende gesprekspartner, met ideeën die tot nadenken uitnodigen en uitdagen!

Er zijn ook nog wat bijzondere professionals die graag geïnterviewd willen worden, maar met wie de datum nog niet vastligt. Ook daaraan gaan we vlot een vervolg geven. Werk je in de gezondheidszorg, het onderwijs, de juridische sector of ben je een professional die werkt met een traumageïnformeerde benadering? We horen graag van je en wellicht kunnen we een interview arrangeren! 

Verder staan er nog interviews op de rol met mensen die ongunstige ervaringen hebben doorgemaakt toen ze opgroeiden. Hen noemen we respectvol ‘ervaringsdeskundigen’, mensen die experts zijn omdat ze op grond van hun eigen ervaring weten wat de impact van toxische stress en trauma kan zijn. Hun namen kunnen we uiteraard niet delen, maar dat maakt hun verhaal niet minder belangrijk. In feite zijn het die verhalen die de kern vormen van het werk voor ACE Aware NL; die maken zichtbaar hoe vroege ervaringen doorwerken in het latere leven. Wanneer mensen terugkijken op hun jeugd in een fase waarin ze wat meer afstand hebben kunnen nemen, komen er soms veel dingen naar boven. Soms ook is het confronterend om aspecten van die levensfase geconfronteerd als ze in de ouderrol keuzes moeten maken. De behoeften en eigenheid van de eigen kinderen kunnen soms heel confronterend zijn. Die kunnen vragen oproepen over hoe het was om als kind de steun van je ouders nodig te hebben en die niet te krijgen, of om het gevoel te hebben dat je niet gezien werd en het bijna nooit goed genoeg kon doen. Dat kan veel verdriet losmaken. Verdriet kan er uitzien als boosheid of frustratie of ongeduld, maar in de kern is dan toch vaak het verdriet om de pijn en het gevoel van onveiligheid en eenzaamheid onderliggend. En wat doe je in dat geval…? Slaag je erin lief te zijn voor jezelf? Gun je jezelf tijd en ruimte om erover te praten met een naaste? Heb je een sociale omgeving tot je beschikking die aandacht voor je heeft en waar je veilig kwetsbaar kunt zijn? Het kan al helpen als je weet dat je niet alleen bent in je verdriet en dat het bevrijdend kan werken om erover in gesprek te gaan, zeker ook wanneer het ouderschap aanstaande is of net begonnen. Ook aan dit aspect zullen we dit jaar concreet handen en voeten geven door bijeenkomsten te organiseren.

Begin oktober zal Marianne Vanderveen-Kolkena een presentatie geven voor GOLD Learning namens ACE Aware NL in het Early Years-symposium. Ze zal onder andere spreken over het verschil tussen het vermijden van risico’s en het opzoeken van wat ons als mens goed doet, oftewel het verschil tussen een salutogenetische benadering (wat hebben we nodig om gezond te blijven?) en een pathogenetische (wat moeten we vermijden om niet ziek te worden?). Ook komt aan bod dat gezondheid geen individuele aangelegenheid is, maar sociaal geconstrueerd wordt en dus het resultaat is van de interactie tussen de omgeving en het individu. Verder zal het idee van ‘adult supremacy’ de revue passeren, het idee dat volwassen belangen vaak zwaarder wegen dan de belangen van het afhankelijke jonge kind dat volop in ontwikkeling is.

Kortom: er is veel waarmee we aan het werk gaan!
Tijdens de vakantieperiode kregen sommige thema’s op meer creatieve wijze gestalte en we delen graag een foto met gedicht met je.
Veel leesplezier en we kijken ernaar uit je ergens te ontmoeten, live of online!

Een vader-dochter-gesprek over verbinding

Een vader en dochter met elkaar in gesprek over opvoedingskwesties en over hoe de ouder het kind ‘verpest’… dat klinkt interessant, niet waar? Nou, dat is het inderdaad, vooral omdat het in dit geval niet zomaar een ouder-kindpaar is, maar dr. Gabor Maté en zijn dochter Hannah. Zij zijn degenen die hun wijsheid met ons delen in deze Instagram Live-sessie die bijna een uur duurt.
Als vervolg op onze recensie van ‘The Wisdom of Trauma’ vorige week, reiken we jullie graag dit vader-dochter-gesprek aan. Samen pikken ze een aantal uit de overvloed aan vragen van de online aanwezigen en we zien een liefdevolle interactie tussen de twee. Maté wijst erop dat, zodra we vragen beginnen te stellen over hoe we ons trauma kunnen helen, we al op het pad van genezing zijn, omdat we anders de kwestie niet aan de orde zouden stellen. Hij moedigt iedereen aan om op dat proces te vertrouwen en op dat pad verder te gaan, niet onderweg naar perfectie, maar naar bewustwording.

Dit zijn de vragen uit het publiek waarover ze samen praten:

  • Komt er een update van het boek ‘When the Body Says NO’?
  • Is er traumagerelateerd onderzoek om met ons te delen, ten bewijze dat trauma echt iets is?
  • Wat kan ik het beste zeggen tegen of doen voor mijn dochter die tussen de leeftijd van 2 en 6 jaar seksueel is misbruikt en nu 14 is en ernstig suïcidaal?
  • Hoe kunnen moeders/ouders zichzelf vergeven en verantwoordelijkheid nemen voor het creëren van verandering in de omgeving waarin het kind opgroeide?
  • Kun je het verschil tussen trauma en verstoorde/afwezige gehechtheid bij zuigelingen bespreken en uitleggen? Zien ze er hetzelfde uit? Zijn de genezingsprocessen anders?
  • Hoe heeft de pandemie verslaving en alcoholisme beïnvloed?
  • Heb je tips voor families die in trauma verstrikt zijn en voor het genezen van familieleden die zich daarvan niet bewust zijn, maar juist in ontkenning verkeren?
  • Zit de belangrijkste reden voor psychische aandoeningen in de neurotransmitters en hun genetische kenmerken? Klopt het dat trauma niet de belangrijkste reden van de ziektes is?
  • Veiligheid is niet alleen de afwezigheid van dreiging, maar ook de aanwezigheid van verbinding; hoe kun je leren aanwezig te zijn in verbinding?
  • Hoe kun je verbinding maken met anderen en je veilig voelen in het huidige moment?

(Een grappig moment, waar Hannah plotseling een bepaalde uitleg snapt en papa verrast is haar daadwerkelijk iets te hebben bijgebracht!)

Elke keer, voor alle vragen en situaties, lijkt het advies op een bepaalde manier vergelijkbaar in die zin dat Maté iedereen blijft motiveren om aan het eigen trauma te werken, omdat niemand andermans problemen kan oplossen. Hoe harder je tegen iemand aan duwt, ook al is het in de ‘juiste’ richting en met oprechte intenties, hoe meer weerstand je zult ontmoeten. Met betrekking tot ouders en hoe zij communiceren met en aanwezig (of afwezig…) zijn voor hun kinderen, is het belangrijk om te beseffen dat er altijd een verschil is tussen ‘verlatingsacties’ (door de volwassene) en ‘ervaring van verlating’ (door het kind). Meestal doet de ouder het kind niet expres kwaad en laat de ouder het kind niet met opzet emotioneel in de steek. Het kind kan dus de ervaring hebben door de ouder alleen te zijn gelaten, zonder dat de ouder het kind bewust verwaarloost en hoewel het resultaat voor het kind hetzelfde kan zijn, maakt dit een enorm verschil met betrekking tot vragen omtrent schuld. Het betekent echter niet dat de ouder geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor wat er is gebeurd; erkenning van de pijn van het kind is namelijk cruciaal. Zoals Gabor Maté ergens in de sessie zegt over iets waarvan de ouder het gevoel heeft het kind datgene te hebben aangedaan: ‘Het gebeurde door jou, maar je deed het niet op een bewuste manier. Je kunt er niet van worden beschuldigd HET KAN JE NIET WORDEN VERWETEN, maar je kunt er wel verantwoordelijkheid voor nemen.’ Met deze uitspraak wordt ingegaan op de altijd aanwezige kwestie van schuld en schaamte en verwijtbaarheid. Trauma, zo legt hij uit, weerhoudt ons ervan met onze aandacht aanwezig te zijn bij degenen die het dichtst bij ons staan, om ze echt te zien, te horen en te voelen, en dit is de kern van genezing van trauma: in het heden in verbinding komen met je authentieke zelf en daarmee genezen van de wonden die je tot op de dag van vandaag meedraagt als gevolg van wat je in het verleden is overkomen.

We hopen dat je geniet van deze vader-dochter-sessie, waarin vragen van een live publiek werden besproken. We houden jullie op de hoogte, mochten we er nog een tegenkomen!