Boekbespreking ‘Wat is je overkomen?’ door Bruce Perry en Oprah Winfrey (English below)

Meer dan zomaar een vraag werd meer dan zomaar een boek!

(We lazen het boek in het Engels, waardoor de citaten wellicht niet volledig overeenkomen met de Nederlandse boekvertaling.)

Die waanzinnig belangrijke vraag… ‘Wat is je overkomen?’ (als een uitnodigend, compassievol alternatief voor ‘Wat is er met je aan de hand?’) wint aan populariteit als de leidende vraag om gezondheidsproblemen te begrijpen. In dit baanbrekende boek gaan auteurs Bruce Perry en Oprah Winfrey een lange en fascinerende dialoog aan, afgewisseld met verhelderende monologen, waarin ze de vele gezichten van trauma bespreken. Op een van de laatste pagina’s van het boek verwijst Oprah naar een gast uit een van haar shows: “Ze zei dat je zult blijven bloeden totdat je de wonden uit je verleden heelt. De wonden zullen blijven bloeden en vlekken maken op je leven, door alcohol, door drugs, door seks, door overwerk.” In een notendop is dit waar chronisch trauma over gaat en waarom een gepaste aanpak ervan meer maatschappelijke aandacht verdient. Er zijn weliswaar veel definities van trauma, maar het is vooral belangrijk om te beseffen dat trauma veel breder is dan bijvoorbeeld verkracht worden, getuige zijn van moord of vechten in een oorlog. Dit boek bevat een schat aan ware levenslessen over hoe in ieder menselijk bestaan dingen fout kunnen gaan. Gelukkig helpen Perry en Winfrey ons ook om inzicht te krijgen in hoe we daarvan kunnen genezen, mede doordat ze uiteenzetten wat we nodig hebben voor een gezonde ontwikkeling.

We kunnen in deze recensie niet alle wijsheid die de auteurs met de lezer delen volledig tot haar recht laten komen; dat is een te hoge ambitie. In plaats daarvan geven we je een indruk van wat je kunt verwachten en wat het boek je te bieden heeft. We bleven maar aantekeningen maken van mooie oneliners en pakkende zinsneden. Er is ook een groot aantal concepten die relevant zijn voor meer bewustzijn omtrent de impact van jeugdtrauma en we zullen daar te zijner tijd zeker op terugkomen. We hebben tal van waardevolle ideeën met ingrijpende beleidsimplicaties gesignaleerd.

Het boek is uitgegeven met een harde kaft en de kleurstelling is een zacht zomers blauw, vermengd met tere tinten groen. Het heeft 10 hoofdstukken, naast de inleiding en bijlagen, en is prachtig opgebouwd. Elk hoofdstuk begint met een illustratie, waarbij links het thema van het hoofdstuk op abstracte wijze wordt weergegeven, rechts de titel, op de volgende pagina links een meditatieve wolkachtige pagina en weer rechts een aangrijpend verhaal, waarbij de auteurs elkaar per hoofdstuk afwisselen. Na iedere inleiding gaat de dialoog verder, met Winfrey’s woorden en vragen in blauw, Perry’s verhalen en antwoorden in zwart. In totaal zijn er 11 visuals die de basis van neurofysiologie en stressregulatie uitleggen. Door het hele boek heen wordt er, waar van toepassing, naar de visuals verwezen, zodat de lezer ernaar kan terugkeren en de materie goed kan leren begrijpen. Wat nog behulpzaam zou zijn geweest, is een gedetailleerd register, zodat je gemakkelijk bepaalde concepten en terminologie kunt terugvinden; misschien kan die in een tweede druk worden toegevoegd.

Een andere, bijzondere verdienste van dit boek is dat het als een doorlopend gesprek is geschreven. Dat is niet alleen interessant om te lezen, maar helpt ook de niet-ingewijde lezer om te begrijpen hoe trauma ontstaat, hoe trauma iemands leven zelfs decennia later kan beïnvloeden en hoe genezing van trauma eruitziet. In de dialoog legt Perry telkens een complex neurologisch concept uit, waarna Winfrey reageert door de vragen te stellen die een niet-deskundige kan hebben, waarna Perry met nog meer diepgang verdere toelichting geeft. Verhalen vertellen en de doorleefde ervaring van trauma delen is een schrijfwijze die lezers kan helpen om trauma en de impact ervan op een toegankelijke manier te begrijpen. De wijze waarop deze twee auteurs met deze benadering omgaan, geeft het materiaal een indrukwekkende authenticiteit en diepgang.

Afbeelding van de inhoudsopgave gebruikt met toestemming van www.neurosequential.com

Uit de talloze belangrijke onderwerpen hebben we een selectie gemaakt van thema’s die een schat aan inzichten bevatten en die behulpzaam zijn bij het bewerkstelligen van nieuwe paradigma’s. Deze thema’s verdienen het om zowel ervaringsdeskundigen als lezerspubliek te hebben als degenen met professionele expertise, beleidsposities en politieke macht. Het boek richt zich tot ‘iedereen met een moeder, vader, partner of kind die mogelijk een trauma heeft meegemaakt’ (p. 10). Natuurlijk zullen velen van ons zich tegelijkertijd in meerdere categorieën bevinden, wat dit materiaal des te relevanter maakt.

Theoretische achtergrond

De kern van het werk van Bruce Perry ligt in het concept van neurosequentiële programmering, wat inhoudt dat de hersenen en de neurobiologie ervan van onderaf worden opgebouwd, van eenvoudig naar complex, van de hersenstam naar de cortex: we voelen voordat we denken (p. 27-29). Al die vroege ervaringen bouwen ons ‘wereldbeeld’ op en creëren setpoints voor onze stressregulatie, waarbij het eerste levensjaar een onevenredig grote impact heeft. Als iemand in die levensfase te veel ervaringen opdoet met ongezien en onbemind zijn, verwaarloosd of misbruikt, dan komt de gezonde ontwikkeling in gevaar. Als we te veel toxische stress ervaren (in tegenstelling tot gezonde stress en aanvaardbare stress met bufferende bescherming van stabiele volwassenen), raken we ontregeld. Onze neurobiologie raakt gesensibiliseerd en wordt ‘overactief en overdreven reactief’, wat leidt tot stress, tot ongemak en kan leiden tot ziekte (‘dis-ease’ in het Engels, ‘on-gemak’!) en disfunctioneren op vele niveaus. Ook vertroebelt dat onze kijk op anderen als veilig, voorspelbaar en zorgzaam. Dit kan enorme gevolgen hebben voor de manier waarop we omgaan met persoonlijke relaties en met de uitdagingen van het leven. Het kan ertoe leiden dat we de wereld gaan zien door een ‘prisma van pijn’ (p. 97) en een diep gevoel van onwaardigheid ontwikkelen (p. 98). Om die gevoelens het zwijgen op te leggen, kan vluchten in verslavingen de oplossing lijken. Uitsluiting, vernedering, schaamte en emotionele mishandeling maken allemaal deel uit van ACE’s, ‘ongunstige jeugdervaringen’ (p. 103). Dr. Perry wijst er echter terecht op dat ACE’s geen diagnose zijn, niet de ‘langdurige verkenning die nodig is om [iemands] persoonlijke levensreis echt te begrijpen’ (p. 108). Ze vergroten echter wel degelijk de kans op worsteling later in het leven, afhankelijk van de duur, intensiteit en timing: ‘Tegenslag heeft gevolgen voor het zich ontwikkelende kind. Punt’ (p. 191).

Belang van koestering en verbinding

Als we beseffen dat bufferende bescherming cruciaal is om te voorkomen dat stress verandert in toxische stress en trauma, dan wordt het belang duidelijk van koestering en verbinding, gedurende het hele leven, maar vooral in de eerste jaren. Als een kind coregulatie en verbinding ervaart, kan het veerkracht opbouwen, wat, in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, geen aangeboren eigenschap is. Er is sprake van ‘neuroplasticiteit’ (vormbaarheid van het brein), maar dit kan twee kanten op. Dit betekent dat veerkracht een potentieel is dat gezonde relaties vereist. Veerkracht komt niet tot bloei als er sprake is van ‘relationele en emotionele uithongering’ (p. 266). Daarom is de kwaliteit van zorg en opvoeding van wezenlijk belang voor het welzijn van het kind. Er is een aantal geweldige concepten in het boek die dat verder uitleggen en illustreren. We noemen drie belangrijke:

  • reguleren, relateren, redeneren: eerst stress verminderen, zodat je de relatie goed kunt krijgen, en pas dan wordt de cortex toegankelijk voor redeneren en leren (p. 142);
  • relationele armoede: niet genoeg volwassenen om in de behoeften van kinderen te voorzien (p. 201);
  • sociaal-culturele evolutie: leren van onze ouderen en abstracte (corticale, dus zeer menselijke) dingen zoals waarden, overtuigingen, vaardigheden, hoop en dromen doorgeven aan de volgende generatie, niet via genetische overerving, maar via voorbeeldfunctie en doelbewuste instructie, wat betekent dat we proactief kunnen beïnvloeden wat we doorgeven (p. 129-131).

Via ‘holding space’ (p. 114) en ‘reflectief luisteren’ (p. 197) en ’empathische vaardigheid’ (p. 259) kunnen we elkaar helpen om een veilige atmosfeer te creëren, waar we ons echt thuis voelen.

De pijn helen

Als de pijn er is, hoe verzachten we die dan? Het komt allemaal neer op liefdevolle relaties: ‘Alles doet ertoe’ en ‘je thuis voelen is biologie’: onze zintuigen en hersenen vertalen ervaring naar biologische activiteit van het lichaam (p. 137). Brein en lichaam zijn altijd onlosmakelijk met elkaar verbonden in onze ervaringen, dus, stelt Perry, een dualistische benadering van gezondheid is denigrerend en doet geen recht aan deze verbondenheid; het gaat dan alleen maar over symptomen. Als we begrijpen dat ‘de relatie de snelweg naar de cortex is’ (p. 144) en dat ‘als we ons niet veilig voelen, we ontregeld raken’ (p. 148), weten we wat we voor onszelf en de mensen om ons heen kunnen doen: we kunnen er zijn voor elkaar, want ‘verwaarlozing is even giftig als trauma’ (p. 159). Als we niet meer vragen ‘wat is er met je aan de hand’, maar snappen ‘wat je is overkomen’ (en ook onszelf is overkomen), kunnen we op een andere manier leren kijken naar gezondheid. Dan kunnen we leren om op een niet-oordelende en meelevende manier te kijken naar gedrag en ziekte van onszelf en anderen, als het resultaat van onze pogingen om onder moeilijke omstandigheden te overleven. Zoals Perry nederig uitlegt over zijn eigen proces om vaardiger te worden in het ondersteunen van mensen: ‘[W]e bleven luisteren en leren’ (p. 151), iets wat we allemaal kunnen doen.

Perry ziet echter wel een probleem: ‘De wetenschap verzamelt sneller kennis dan de samenleving wijsheid vergaart’ (p. 257) en ‘veel beleidsaanbevelingen worden gedaan met goede bedoelingen, maar met een minimaal begrip van de ontwikkelingsbehoeften van kinderen’ (p. 267). Dit is een oproep aan al die professionals die met jongeren werken (of met de innerlijke kinderen van ouderen!), want ‘veel mensen voelen zich ongelooflijk opgelucht als ze begrijpen hoe hun brein werkt en waarom’ (p. 283). Als we erin slagen te genezen van het trauma dat we hebben meegemaakt, kunnen we ‘posttraumatische wijsheid’ (p. 200) ontwikkelen, wijsheid die voortkomt uit de moeilijkheden die we hebben doorstaan ​​en de genezing die we hebben doorgemaakt.

Samenvattend kunnen we stellen dat  ‘Wat is je overkomen?’ een geweldig boek is, een gegarandeerde pageturner. Het is een indrukwekkende toevoeging aan het veld van traumastudies. Het werd pas in april van dit jaar in het Engels gepubliceerd en was in mei al een bestseller van de New York Times en is ook al opgenomen in de lijst van beste wetenschappelijke boeken van Amazon voor 2021. Het is in het Nederlands vertaald en deze maand gepubliceerd door Spectrum.
Ons verleden, vooral als we trauma hebben meegemaakt, bepaalt de manier waarop we met anderen omgaan, relaties aangaan en ons leven leiden. Dit boek helpt bij het opsporen en samenbrengen van al die ervaringen die ons hebben gevormd, terwijl het ons vele wegen naar genezing laat zien. Of het nu gaat om jou of een dierbare die tegenspoed heeft meegemaakt, waarna je nu probeert jezelf en anderen beter te begrijpen, of dat je werkt in de gezondheidszorg, het onderwijs, de justitiële of andere professionele omgevingen, dit boek is een must om te lezen. Het idee dat je posttraumatische wijsheid kunt ontwikkelen, is een zeer hoopvolle en bemoedigende gedachte. We wensen alle lezers met de hulp van dit boek veel vooruitgang in dat proces!

Posted in Boek- en filmbesprekingen.