In het vorige blog leerden we Esther kennen, die vertelde hoe eenzaam en buitengesloten ze zich vaak voelde en hoe ze kort na de geboorte van haar zoontje in een depressie terechtkwam.
Gedurende ons gehele gesprek zie ik hoe haar brein op volle toeren werkt en bezig is om verbindingen te leggen tussen lichamelijke sensaties en emotionele beleving van dingen: “Jezus, ik voel het zo aan mijn keel… weer zo’n prop in mijn keel, die nu brandt… En nu denk ik daaraan… was daarom het maagzuur tijdens de zwangerschap? Als ik dit allemaal bedenk, voel ik tintelingen over mijn hele lichaam…” Ik vraag wat de boodschap ervan zou kunnen zijn. “Ik heb het gevoel alsof er iets van binnen naar buiten wil. Misschien wil ik wel meer territorium! Ik wil ruimte innemen, plek innemen. Dat ik zo vaak merkte dat ze geen tijd voor me namen… ik weet dat ze druk waren, maar toch… het heeft de overtuiging doen ontstaan dat ik er niet toe deed…” Ze huilt weer, maar is ook strijdbaar: “En dat klopt niet, want ik heb door de jaren heen bewezen wat ik in mijn mars heb.” Ze gaat nu rechterop zitten en ik vraag haar welke emotie ze voelt: “Trots! Ik ben trots op mijn keuzes en wat ik tot stand heb gebracht!”

Momenteel, met de zorg voor haar jonge kind, is er echter te veel wat energie vraagt en de trots is daardoor naar de achtergrond verdwenen. Ze is weer in tranen als ik vraag welke steun er recent is verdwenen: “Die van mijn moeder; die was er niet toen ik haar nodig had na de bevalling…” Ze snikt. “Ik heb het gevoel dat ze me niet heeft voorbereid op de bevalling… op het leven, eigenlijk…” Ik vraag of het de eerste keer was dat ze het gevoel had dat ze er alleen voor stond en dan ontstaat er iets bijzonders. Ze zegt dat het tot dan toe allemaal te tackelen was, maar met de komst van haar kind niet meer: “Nu was ik niet sterk genoeg…” Ik krimp een beetje in elkaar, merk ik, omdat ze zo’n hard oordeel over zichzelf uitspreekt. Dat tackelen… dat deed ze zelf. Ze kon tot dan toe op zichzelf rekenen; ze had genoeg kracht om het alleen te doen, maar ook toen was ze er al vaak alleen mee. Het is dus niet zo dat ze niet nu niet sterk genoeg is; wat er speelt, is dat ze nu meer te dragen had dan haar (gespannen) schouders konden tillen. Het is een heel nieuw perspectief, dat het dus niet de eerste keer was dat ze geen steun kreeg, maar wél de eerste keer dat ze het niet alleen kon.
Ik stel een meer compassievolle formulering voor: “Ook eerder had je al steun nodig die je niet kreeg, maar nu ben je je er ten volle van bewust dat je zonder die steun echt niet verder kunt. Daardoor kun je nu langzaam maar zeker ook andere keren waarin je die steun ontbeerde, in een ander licht gaan zien.” Deze formulering plaatst ook haar depressieve gevoelens in een ander licht. Mensen zijn ‘wired for connection’, gericht op de relationele verbinding en daarin speelt coregulatie een enorm belangrijke rol: zijn onze meest naaste dierbaren in staat zich in te leven in wat we nodig hebben en in hoe we ons voelen? En zijn ze in staat om die behoefte te vervullen?
We vergeten soms dat ook als we aan gebeurtenissen geen intellectuele herinnering hebben vanuit ons cognitieve geheugen, ons lichaam er wel een fysieke, emotionele herinnering aan heeft opgeslagen. Dat maakt het soms ingewikkeld om te snappen wat er gebeurt. Als iets preverbaal is (omdat je te klein was) of nonverbaal (omdat je er geen woorden aan kon geven), kan het lastig zijn concreet de vinger te leggen op pijnlijke gebeurtenissen. Je vóelde het destijds wél en ook nu kunnen oudere gevoelens die in het lichaam zijn opgeslagen, worden aangeraakt. Met andere woorden: gevoelens kunnen worden getriggerd. Ze worden dus niet veroorzaakt door wat er in het moment gebeurt, maar ze worden wakker gemaakt. Ze waren er al.

Zo is het feit dat Esthers vader twee kinderen eigenlijk wel genoeg vond, iets waaraan Esther natuurlijk geen verbale, bewuste herinnering heeft van toen ze klein was. Dat betekent echter niet dat ze het niet heeft gevoeld, dat ze de spanning van haar moeder tijdens de zwangerschap (‘hoe gaat het zijn met dit nakomertje die mijn man niet per se wil…?’) via de navelstreng niet heeft meegekregen in de vorm van stresshormonen. Dat betekent dat haar twijfel over wie ze is, vanuit een ander perspectief kan worden bekeken. Hoe zichtbaar is ze voor zichzelf en anderen? Hoeveel ruimte durft ze in te nemen? Hoe krachtig durft ze zich uit te spreken…? Hoe kan ze afkomen van die brok in haar keel, zodat haar woorden vrij kunnen stromen en ze haar eigen Wijsheid kan laten spreken?
We praten over hoe belangrijk het is om goed voor jezelf te zorgen, omdat het anders vrijwel onmogelijk is om voor een ander te zorgen, zeker voor een kleine baby die zo enorm veel van je nodig heeft. Esther maakt zich zorgen over het feit dat ze haar zoontje een aantal keren heeft laten huilen omdat de energie simpelweg op was en ze niet meer kon. Ze is streng voor zichzelf: “Ik kan mezelf wel voor de kop slaan. Ik ben bang dat ik onze vertrouwensband heb beschadigd…”

We stellen vast dat geen enkel kind opgroeit zonder dat er momenten zijn waarop de ouders even niet in staat zijn om alle behoeftes te vervullen. Dat overkomt ons als ouders allemaal en dat is okay, zolang er voldoende andere momenten zijn, waarop je de ‘rupture’ (het tijdelijk verbreken van de verbinding) ook weer tot ‘repair’ brengt (het herstellen met sensitiviteit, aandacht, koestering). Dat is een onderdeel van wat het nu moeilijk maakt: de ‘repair’ die ze van haar moeder nodig heeft, ontbreekt en dat doet pijn. Dat appelleert aan alle keren dat ze die verbinding als klein meisje miste. Zeker nu ze zich zelf actief inzet om haar zoontje op dat punt te bieden wat hij nodig heeft, wordt ze extra geconfronteerd met hoe pijnlijk het is als je dat als jonge baby mist.
Er is bovendien nog een heel grote olifant in de kamer, die binnen haar familie niet kan worden benoemd. Ze had geen vrije partnerkeuze en het feit dat ze haar hart volgde in de man met wie ze wilde trouwen, heeft veel onrust in de familie gecreëerd. Ze woonde nog thuis toen ze vertelde dat ze iemand had gekozen vanuit liefde, en haar vader sprak vervolgens anderhalf jaar niet met haar. Hij negeerde haar, keek haar niet aan, wisselde geen woord. Vervolgens gaf hij haar een ultimatum: kiezen voor haar partner of voor haar ouders. Ze liet zich niet onder druk zetten; ze koos haar partner en wees haar ouders niet af, maar dat ze van haar moeder geen steun kreeg, heeft haar diep gekwetst. Het was opnieuw een situatie waarin haar authentieke Zelf niet werd gerespecteerd, waarin haar vrijheid haar werd ontnomen.
Volgende week lezen we over de dappere eerste stappen van Esther op weg naar een vrijer, meer sprankelend bestaan.










