De ervaringsdeskundige, Aflevering 6 – Deze week: Anja en Peter, Deel 2

Vorige week eindigden we met de legging van Het Mattenspel door Anja en Peter.
Hun beider legging maakt dingen zichtbaar. Als Anja bij het leggen van de geluksklavers is aanbeland, wordt het haar te veel. Ik heb haar wangen al langzaam roder zien worden; ik heb haar onrust gevoeld en nu zoekt ze mijn ogen. Ik ben geraakt door haar tranen. Ze slaat haar handen voor haar gezicht, neemt een pauze en legt vervolgens met betraande ogen de emoji’s bij de verschillende matten. Ze slaagt erin alles af te ronden en erop te reflecteren, net als Peter.

Peter vertelt hoe het gezinshuis vroeger een verbindende factor was. Nu de kinderen volwassen zijn en niet meer in dat huis wonen, lijkt de verbintenis tussen de gezinsleden zoek. Na het overlijden van de grootouders is ook hun verbindende rol weggevallen. Peters vader is niet in Nederland geboren en Anja heeft het gevoel dat hij zich hier na al die decennia nog altijd niet werkelijk thuis voelt. Ze vragen zich als gezin af of hij niet al jaren in een depressie verkeert. Hij moppert, hij is futloos, komt tot niks, drinkt te veel… het is geen feestje om het aan te zien. Dat lijkt misschien gek, na zoveel jaren, maar toen de ouders in het begin van hun huwelijk in vaders land van oorsprong woonden, kon moeder daar ook niet aarden. De plek waar we vandaan komen, lijkt toch heel erg diep in ons verankerd te liggen en verbonden te zijn met identiteit, zingeving en levensgeluk. Blijft je ziel zich ontheemd voelen op een onbekende plek? Of is dat gevoel van ontheemding verbonden met een ziel die misschien al van kindsbeen af dolende was door onveilige hechting? Vaders psychose aan het einde van Peters puberteit was heftig voor hem: Peter kon een zwakke vader niet accepteren. Hij nam afstand van zijn vader, maar nam in het gezin juist een zorgzame rol op zich. Als hij terugkijkt, vindt hij dat hij in die rol tekort is geschoten – de relaties staan onder druk.

Ik merk op dat hij een verantwoordelijkheid op zich nam die niet voor hem was bedoeld en dat hij met mildheid mag kijken naar hoe hij naar beste kunnen heeft geprobeerd een taak te vervullen die bij zijn vader hoorde. Zo’n rolomkering wordt parentificatie genoemd, met als basis het woord ‘parent’, ouder. Ze hebben er in het gezin eigenlijk nooit echt over gesproken: “We zijn niet zulke praters, niet écht praten, bedoel ik… maar mijn moeder begint het nu na jaren slikken ook zat te worden. Ik houd zielsveel van hem en ik realiseer me dat hij veel heeft meegemaakt, maar hij helpt alles naar de kloten. Hij glijdt af en mijn jongste zus en ik hebben het daar heel moeilijk mee. Bij Anja thuis klopte het, maar bij ons thuis niet.” Hij vertelt dat zijn moeder en oudste zus het meer wegstoppen. Persoonlijk vind ik het vooral ontroerend dat hij het er zo moeilijk mee heeft. Het laat zien dat zijn hart wijd openstaat, dat hij zich laat raken door wat niet goed gaat, dat hij bij het toelichten van de situatie nu zelfs in tranen is. Het is zo mooi, als mensen kunnen huilen. Het werkt reinigend; het lucht op, het maakt schoon, het ontlaadt – en dus neemt het ook stress weg. Verdriet is een pure emotie, die dicht bij je kern ligt.

Anja en Peter praten samen over hoe verschillend ze het drinken van Peters vader ervaren. Peter is ermee opgegroeid, maar Anja niet. Haar thuissituatie was heel anders: “Klopte het bij ons wél dan? Ik weet het niet… Mijn ouders waren altijd liefdevol en mijn moeder was thuis met thee en wat lekkers; het was stabiel en warm thuis. Ik heb een periode gehad dat ik de verkeerde kant op ging, verkeerde vrienden had, verkeerde jongens ontmoette. Ik heb ook boulimia gehad in die tijd, maar mijn ouders waren altijd liefdevol. Wel hadden ze veel kritiek en ik heb me vaak niet gezien gevoeld. Er was veel oordeel en afkeuring; er was onbegrip en ruzie over beslissingen die ik nam of dingen die ik wilde. Ik ben weggelopen, heb drugs gebruikt, ik loog over waar ik was, maar ik mocht altijd terugkomen. Ik heb daardoor veel schuldgevoel over wat ik mijn ouders heb aangedaan. Het lijkt me verschrikkelijk, als je een dochter hebt die dat doet; ik vond het zielig voor mijn ouders. Zij hadden volgens mij nooit ruzie en waren altijd lief voor elkaar. Sporten en bewegen en dansen waren mijn uitlaatklep, maar ik ben wel lang op zoek geweest naar mezelf. Ik was blij, maar ook boos en verdrietig. Ik deed, door alle strengheid en bemoeizucht, veel dingen stiekem; ik was heel recalcitrant, omdat ze mij zo op de huid zaten.” Ze valt van schrik stil en is opnieuw in tranen als ze zich met gebroken stem hardop afvraagt: “Misschien doe ik dat nu met Z ook wel…” Ze snikt en zegt met angst in haar stem dat ze bang is hem al te hebben verpest: “Het zaadje dat je nu plant, groeit zijn leven met hem mee. Ik wil niet dat het nu al fout is gegaan, want op school is hij een heel blij en enthousiast mannetje…”

Ze heeft inmiddels heel wat negatieve kwalificaties over zichzelf geuit en op een gegeven moment vraag ik haar wat haar definitie is van ‘liefdevol’. Ze zegt dat het voor haar betekent dat ze altijd terug kon keren naar huis, dat ze altijd welkom was, ondanks alle streken die ze uithaalde. Ik probeer een andere verwoording te kiezen voor wat ze allemaal heeft gezegd: “Wat je zegt, klinkt alsof je bedoelt dat hoewel je eigenlijk niet deugde, niet goed genoeg was, ze je tóch bleven aanvaarden.” Ze knikt; zoiets bedoelt ze inderdaad. Ik geef aan dat dat gevoel niet goed genoeg te zijn, ook ergens is ontstaan en waarschijnlijk nog veel dieper zit. Ze denkt na, knikt langzaam en zegt: “Ja… dat heeft denk ik te maken met dat ze alles altijd bekritiseerden…”

Dit is een mooi inzicht. Ik vertel dat vrijwel alle ouders hun kinderen naar beste kunnen begeleiden, maar dat sommige maar een beperkte gereedschapskist hebben om die begeleiding te bieden. Als ouders zelf ook belast zijn door hun levensgeschiedenis, krijgen kinderen soms een onzichtbare intergenerationele traumalast te dragen. Dat ‘niet goed genoeg zijn’ kan dan een heel diepe overtuiging worden, die met schuld en schaamte gepaard gaat. Een kind kan schuldgevoel ervaren richting de ouders, maar zouden ouders ook schuldgevoel kunnen hebben naar hun kinderen…? En nóg een stap verder: zouden we alle oordelen kunnen loslaten, zeker ook die over onszelf? Kunnen we leren er anders, met meer compassie naar te kijken? Kunnen we begrijpen dat veel gedrag niet gekozen is, maar zich bijna automatisch aandient, vanuit die oude overlevingspatronen?

We spreken over de verhouding tussen hechting en authenticiteit, over allerlei vormen van gedrag die je als verslaving zou kunnen beschrijven en die vaak tot doel hebben een gevoel van erkenning en bevrediging tot stand te brengen. Daardoor neemt de stress af en kan ons systeem tot rust komen. Het probleem is alleen dat veel verslavingen op de lange termijn allerlei negatieve consequenties met zich meebrengen. Wie zich in zijn eigen sociale context onvoldoende gehoord en gezien voelt, probeert in een andere omgeving alsnog de behoefte aan erkenning te bevredigen. De dingen die daarvoor worden gedaan (bijvoorbeeld keihard werken, sportprestaties behalen, uitblinken in een hobby, roken of drinken of drugs gebruiken), zijn op zichzelf een risicofactor voor stress en ellende. Zo kom je in een heel negatieve spiraal naar beneden. Je duikt in overlevingsstrategieën, maar eigenlijk werk je toe naar je ondergang. Verslavingen hebben als onderliggende pijn meestal eenzaamheid en gebrek aan zingeving. Peters vader is er een levend voorbeeld van en Anja en Peter vinden zelf momenteel ook maar moeilijk de weg omhoog terug.

We stellen vast dat Anja en Peter allebei aan het struggelen zijn om hun leven weer meer in lijn te krijgen met hoe ze het graag zouden zien. Ze hebben het gevoel vast te zitten in de situatie en weten niet goed hoe eruit te komen. We bespreken hoe je als kind vast kunt zitten zonder eruit weg te kunnen, omdat je afhankelijk bent van de ouderlijke zorg. Eenmaal volwassen heb je andere opties: je kunt wél weg. Er zijn veel dingen die je wél kunt veranderen. Dat is echter lang niet altijd eenvoudig. Veel kinderen onderdrukken van jongs af hun authenticiteit omdat ze voelen dat die de hechtingsrelatie met hun ouders onder druk zet. Dat is een adequate reactie in die fase, maar je verliest daardoor de diepe verbinding met jezelf – de kern van wat we trauma noemen.

 

 

 

De ervaringsdeskundige, Aflevering 6 – Deze week: Anja en Peter, Deel 1

Ze benadert me omdat ze zorgen heeft om hun zoon van zeven. Het loopt allemaal niet zo lekker. De jonge mens onder hun vleugels lijkt zijn blije spontaniteit de laatste tijd niet goed aan de dag te kunnen leggen. Hij moppert veel. Ogenschijnlijk heel gewone verzoeken roepen bijna bij voorbaat weerstand op en hij oogt geregeld verdrietig en ontevreden. De ouders zijn zich er samen van bewust dat de kans reëel is dat dit met dingen van henzelf te maken heeft, maar ze krijgen er geen grip op. Ze zouden graag eens in gesprek gaan, zodat we samen kunnen kijken naar waar dit misschien vandaan komt. Wat spiegelt hun kind naar hen toe? het zijn dat hun ouderschap onbewust wordt gekleurd door hun eigen pijn en dat hun zoon die terugkaatst? Wat zouden ze kunnen doen om die pijn te helen en weer meer lichtheid te brengen in de relatie met zichzelf, elkaar en hem? Het zijn grote vragen en dus proberen we een situatie te creëren waarin we ruim de tijd hebben om samen op onderzoek te gaan.

Vanwege de afstand tot mijn woonplaats duurt het even voordat we een geschikt moment vinden, een moment waarop ze allebei aanwezig kunnen zijn en vrijuit kunnen praten, zonder zich omwille van hun zoon te hoeven inhouden bij wat mogelijk een intens gesprek wordt. Uiteindelijk besluiten we dat ik al de avond voorafgaand aan het consult bij ze zal aankomen en bij hen zal logeren. Ik ben laat door mijn andere afspraak en kom nat van de regen binnenvallen in de ruime woonkamer, die met planten, aardetinten en warme verlichting een fijne sfeer ademt. Wat bijzonder, elkaar nu al te leren kennen! Hun bereidheid mij gastvrijheid te verlenen en mijn bereidheid om de afstand letterlijk te overbruggen voedt het wederzijdse vertrouwen. We bespreken dat het veel vaker zo zou mogen zijn, dat wanneer je worstelt met iets, je iemand bij jou in huis uitnodigt, op jouw plek, in jouw wereld, waar jij thuis bent en de ander gast is. Met een consult bij je thuis is het gemakkelijker je autonomie te bewaren. Dan is het voor degene die jou komt ondersteunen duidelijker dat diens rol is gebaseerd op dienstbaarheid, en niet op autoriteit, ondanks de meegebrachte kennis en expertise. Waar het om gaat is immers het wakker roepen van jouw innerlijk weten door degene die bij jou te gast is.

“Is dat wel professioneel?”, had me de dag ervoor iemand gevraagd, “logeren bij je cliënten…?” Het was een vraag die me verwarde. Het leek me niet belangrijk – of misschien juist wél, maar omgekeerd. Ik had al uitgebreid contact gehad en zag het niet als een bezwaar. Het voorstel was bovendien van de cliënt zelf gekomen en ik had de uitnodiging alleen maar hoeven aannemen. Ik realiseerde me door de vraag alleen wel dat ons met z’n allen een beeld hebben gevormd van hoe een ‘professioneel contact’ eruitziet en dat bepaalde vormen daar dan niet in lijken te passen, terwijl ze misschien wel tot een beter resultaat zouden kunnen leiden.

Ik realiseerde me ook dat we zorg voor onze naaste enorm hebben geïnstitutionaliseerd: je komt met een vraag om ondersteuning naar een kantoor of een kliniek of een behandelkamer, waar de betreffende zorgverlener of deskundige de scepter zwaait. Misschien staan de geuren en kleuren op die plek je tegen of roept de fysieke omgeving verdrietige herinneringen op of nare associaties. In dat geval ben je meteen al niet helemaal je ontspannen zelf – je begint als het ware met een achterstand. En zodoende realiseerde ik me ook dat de veranderingen die voor veel settings nodig zijn, nog veel meer behelzen dan we vaak denken. Als ‘grass roots’-organisatie kan ik over zulke zaken beslissingen nemen zoals ze mij in overleg met de cliënt goed lijkt en dat stemde me blij en dankbaar.
Als mijn natte jas aan de kapstok hangt, drinken we gedrieën thee. We praten over van alles en nog wat en ervaren deze bijzondere start van het consult als een heel mooie start. Als we de volgende ochtend opstaan en gezamenlijk aan het werk gaan, is er al meer vertrouwdheid dan er zou zijn geweest wanneer ik pas net was aangekomen.

We beginnen met een moment van stilte, om te voelen hoe we allemaal aanwezig zijn, welke emoties en fysieke sensaties we meebrengen naar de dingen die we samen gaan onderzoeken.
Vervolgens evalueren we de oefening en inventariseren we in grote lijnen wat door Anja en Peter als het grootste knelpunt wordt ervaren. Dat kunnen ze vlot verwoorden: hun zoon is de laatste tijd ontevredener dan passend lijkt voor een kind van zeven. De communicatie bevat momenteel een aantal telkens terugkerende elementen: “Geen zin in”, “Nee, dat wil ik niet!”, “Ik vind jou stom”, “Ik mag nooit iets”, “Je bent saai”, “Nee, ik ga niet naar bed, want ik wil nog buiten spelen”, “Ik lust dat niet”, “Ik wil meer snoep”, “Waarom moet ik mijn schoenen aan?” Gedurende de uren dat we in gesprek zijn, komen al deze uitspraken voorbij en het is begrijpelijk dat de ouders er moe van worden en soms met de handen in het haar zitten over wat er kan of moet veranderen. Ik snap dat heel erg goed. En toch… ik zie het ook als een cadeau dat David zich nog steeds uitspreekt: hij laat zien dat er iets wringt in het gezinssysteem. Ze bieden hem blijkbaar toch ook veel veiligheid, want hij is niet bang voor Anja en Peter, maar gaat de confrontatie met ze aan. De vraag is: wat wil hij vertellen? Aan welke diepe, pijnlijke overtuigingen in zijn ouders appelleert hij? En ook: is er een manier waarop het gemakkelijker wordt om het negatieve oordeel over zijn gedrag los te laten en te zoeken naar de emotie achter het gedrag en naar de behoefte achter de emotie?

Dat is moeilijk, uiteraard, en Peter zegt dat hij het gemeen vindt om zulke dingen te zeggen: “Als je zoiets tegen een volwassene zegt, dan kwets je iemand heel erg.” Ik vraag of dat echt zo is. Als ik zoiets tegen Peter zou zeggen, zou hem dat kwetsen of zou hij zich gekwetst vóelen… en kan hij het verschil tussen die twee zien…? Wanneer mensen dingen tegen ons of over ons zeggen waarvan we overduidelijk weten dat ze niet waar zijn, kunnen we dat dan van ons laten afglijden…? Of zit de lastigheid juist daarin dat ze iets zeggen waarover we zelf al onzeker zijn? Wat sluimert er in onszelf, dat wordt aangeraakt met een ‘rotopmerking’? Anja en Peter denken na. We blikken terug op het gesprek van de avond ervoor, waarin ze om beurten hebben aangegeven dat ze op het moment zoekende zijn, dat ze het gevoel hebben stil te staan in hun ontwikkeling. Ze komen nog niet werkelijk tot hun recht en hun bestemming hebben ze nog niet gevonden. Er zijn wel redenen aan te wijzen voor onrust en verdriet. Een heel belangrijke is dat ze graag nog een tweede kindje zouden hebben gekregen en dat ze daarvoor, na een aantal miskramen, een moeizaam IVF-traject zijn gestart, dat dertien keer in een teleurstelling uitmondde. Dat heeft veel pijn gedaan; dat heeft hun geduld met elkaar en hun zoon op de proef gesteld: “We hadden toen echt wel een kort lontje…” Ze zijn daarover in de rouw, ook over het feit dat hij nog zo klein was en eigenlijk niet op hun blije aandacht kon bouwen. Ze hebben hem het verhaal hierover nog niet verteld, maar de vraag is of hij het op een dieper niveau misschien niet allang weet. Misschien doet hij in zijn eentje zijn stinkende best om naar zijn beide ouders toe te spiegelen wat bij hen nog een open wond is. Wat ‘acting out’ wordt genoemd, ‘afreageren’, gaat meestal over verdriet, over het naar buiten brengen van wat er van binnen leeft en waaraan geen woorden kunnen worden geven.

Omdat beelden soms meer zeggen dan woorden, beginnen we met een visuele stap. De plaatjes die ze kiezen, hebben iets bijzonders: de drie van Anja sluiten op een bepaalde manier wonderwel aan bij de drie van Peter en het is mooi om te zien dat er bij alle momenteel gevoelde onbalans een match is tussen hun keuzes. Daarmee is niet alles opgelost, maar het is hoopvol om de verbinding te zien.
Hierna leggen ze de systemische methodiek, Het Mattenspel, nadat we hebben doorgenomen dat ze allebei bij elkaars legging aanwezig kunnen zijn, op voorwaarde dat ze de ander in stilte ruimte kunnen geven. Dat voelt voor allebei goed en ik haal het spel tevoorschijn.
Ze leggen allebei met aandacht en toewijding; het proces maakt dingen zichtbaar die op een onbewust niveau al leefden, maar tranen losmaken nu ze zo confronterend op tafel liggen.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 5 – Deze week: Sterre

Holistisch werken

Het was een donderdagmiddag en ik stond in een winkel toen ze belde. Of ze me een paar dingen kon vragen, want het voeden liep niet zo lekker en nu had ze een harde plek in de borst. Ze was inmiddels bij de huisarts geweest en die had haar antibiotica voorgeschreven. Toen ik, als altijd, meteen vroeg of ze daarmee ook al was begonnen, antwoordde ze tot mijn opluchting ontkennend. Mijn reactie leek haar blij te verrassen en we spraken door over wat er aan de hand was en wat ze zou kunnen doen. We maakten op basis daarvan wat voorlopige afspraken, waaronder dat ze die avond bij mij een flesje Phytolacca kon komen halen om de lymfedrainage van de borst te ondersteunen. Het had er namelijk alle schijn van dat er sprake was van een steriele mastitis (inflammatie) en niet van een bacterieel probleem (infectie, waarvoor antibiotica wenselijk zouden kunnen zijn). We spreken vaak wat nonchalant over ‘ontsteking’, zonder een goed onderscheid te maken tussen de beide vormen en het is belangrijk dat zeker voorschrijvende artsen met hun patiënt inventariseren welke van de twee de meest voor de hand liggende is. Je wilt immers geen antibiotica inzetten als dat niet nodig is. De redenen om daar uitermate terughoudend mee om te springen, liggen op het terrein van preventie: resistentie, verstoring van de darmflora bij moeder en bij baby, spruw bij de baby, candida bij de moeder, en… minstens zo belangrijk… verlies van zelfvertrouwen. Als de overtuiging postvat dat het lichaam een gebrekkig vehikel is, waarvoor allerlei hulpmiddelen van buitenaf nodig zijn om het naar behoren te laten functioneren… dan kan er schade ontstaan aan de kracht die een vrouw als moeder ervaart in de relatie met haar baby. die ouder-kindrelatie wordt nu het fundament gelegd en het is belangrijk dat die relatie sterk en veerkrachtig wordt. Dan kan ‘ie een heel leven mee en wordt ‘ie een thuisbasis voor het kind, een toevluchtsoord en een bron van compassie, steun en wijsheid op het levenspad dat het kind gaat afleggen. Daar mogen we als zorgverleners niet lichtzinnig mee omspringen, want geen schade toebrengen is de kern van de Eed van Hippocrates. Het is dus van belang dat we er alles aan doen om het zelfgenezend vermogen van een jonge moeder te herkennen, erkennen en bekrachtigen.

En zelfs als er koorts is, hoeft er niet meteen paniek uit te breken. Ook een inflammatie kent de vier klassieke verschijnselen: calor, dolor, rubor, tumor – warmte (koorts, gloeiende plek), pijn, roodheid, harde plek. Met goed beleid en eventueel ondersteuning van kruiden en homeopathische middelen kom je meestal een heel eind. Het belangrijkste is echter: waarom heeft déze persoon op dít moment déze klachten? Dát zijn de vragen die het echte zoekwerk verdienen en de antwoorden leiden in veel gevallen tot iets wat veel dieper en ouder is dan de gebeurtenissen van vandaag en gisteren.
Dat was dan ook mijn doelstelling voor de volgende dag, als ik vrijwel zeker een consult bij haar zou kunnen komen doen, al moest ik wegens andere verplichtingen nog een slag om de arm houden.

’s Avonds rond 22.30 uur bleek dat ik de dag erop toch rond 9.30 uur bij ze zou kunnen zijn: ze was blij! Het was fijn om de volgende ochtend de beide ouders samen thuis te treffen met hun mooie kindje van tien weken. We namen samen het intakeformulier door, waar onder andere op stond dat er migraineklachten waren en bloeddrukproblemen. Tijdens de zwangerschap had ze vrijwel geen migraineklachten gehad. Ik wierp de vraag op of ze wist dat er een link met stress was en daar sprong ze gretig op in – dat wist ze maar al te goed. Ik vroeg door; ik vroeg of ze nog wist wanneer het was begonnen. Ze groef in haar geheugen en relateerde wat dingen aan haar woonplaatsen. Ik raakte de draad kwijt en we maakten een lijstje van haar verhuizingen – te veel in een te korte tijd, eigenlijk, gezien haar leeftijd. Ze zuchtte, keek me aan, glimlachte aarzelend en met glanzende ogen: “Ik ging op mijn 15e de deur uit, want het was thuis met twee ouders die alcoholist waren niet meer vol te houden…” Ik knikte en hield haar ogen vast: “Ah… kijk…” We waren met z’n drieën even stil.

Toen we de draad oppakten, doorliepen we de rest van het intakeformulier. Ze vertelden hoe eerst de baring een aaneenrijging van complicaties was geworden, waarbij ze het gevoel van regie helemaal was kwijtgeraakt. Eenmaal thuis hadden ze een kraamverzorgende die samen met de stagiaire meer tijd aan de eigen pauzes besteedde dan aan de zorg voor moeder en baby. “Ik zou wel wat fruit lusten”, had ze op een dag gevraagd, en het antwoord was geweest dat ze dat wel zelf mocht klaarmaken, zodat ze kon oefenen met weer alles zelf doen. Na een dag of vijf was zelfs het meconium nog niet uit de babyoortjes gewassen… Mijn hart brak – kraamvrouw verdient aan alle kanten koestering en bescherming, zodat ze, samen met haar partner, een veilige haven voor haar baby kan creëren en het voeden en verzorgen van dit nieuwe mensje onder de knie kan krijgen.

Het kleine hummeltje meldde zich voor een voeding. Ik waste mijn handen en moeder nestelde zich op de bank met haar baby. Ze maakte haar pijnlijke rechter borst bloot en we bekeken samen de wond die daar aan het genezen was. Ze had de instructie om met een elektrische tandenborstel de harde plek weg te ‘trillen’ wat al te fanatiek opgepakt en niet in de gaten gehad dat ze haar huid beschadigde. “Ik heb nogal een hoge pijngrens”, zei ze licht verontschuldigend en ik merkte met een zachte knipoog op dat de tijd misschien rijp was zichzelf met wat meer zachtheid te bejegenen. Haar hoge pijngrens had haar door moeilijke jaren heen gesleept, maar nu was haar leven anders en mocht ze voorzichtig proberen om de levensreddende overlevingsstrategieën die ze zich ooit moest aanwennen, los te laten.

Ik legde wat dingen uit over het aanleggen, maar haar kindje pakte nog niet helemaal goed. Ze paste toe wat ze gewend was te doen en na twee keer proberen begon haar baby gretig te drinken. Ze keek in het kleine gezichtje en ik meende zweetdruppels op haar neus en voorhoofd te zien. Ik keek naar haar, wachtte even en zei toen: “Je lijkt klam van het zweet…” Ze draaide haar gezicht naar mij: “Ja, klopt! Het is ook wel warm hier!” Het viel eigenlijk wel mee, en dat wist ze ergens zelf ook wel, want ze vervolgde: “En dat we daarnet over alles begonnen te praten, dat doet me ook het zweet uitbreken. Het was zo heftig allemaal…” Er was sprake geweest van parentificatie: “Ik was vijf of zes, toen ik in huis al de was deed…”

Haar wangen bloosden, haar lippen trilden, het zweten nam toe en haar ogen stonden nu zo vol met tranen dat ze overstroomden. Ik streelde haar haar en legde een hand in haar nek. Ik vroeg haar of ze haar baby al had verteld wat er was gebeurd, niet alleen tijdens de bevalling, maar ook in de tijd ervoor en hoeveel verdrietige herinneringen er bovenkwamen nu ze haar eigen lieve kindje zag en nog minder begreep waarom haar ouders niet voor haar hadden gezorgd en hoe zo’n pijnlijk gemis dat was geweest. “Kan ik dat doen…?! Is het wel goed dat hij dat allemaal weet…?” In haar stem streden verbazing en aarzeling om voorrang. “ baby weet het tóch wel, want je kind voelt jouw verdriet, maar als je het niet vertelt, moet je kind gaan raden en een eigen verhaal ervan maken, met het risico dat je kind jouw verdriet aan zichzelf wijt. Als jij vertelt wat er is gebeurd en als je daaraan toevoegt hoeveel je van je baby houdt en hoe jij samen met je man je kind een ander levensverhaal gaat helpen schrijven, dan is er niks te raden. Dan kan je baby er zijn voor jou, zoals jij er voor je baby bent en geef je elkaar wederzijds ruimte voor de expressie van je emoties. En kijk niet gek op als je baby intens reageert: je aankijken, terugbabbelen, helemaal stilvallen, huilen… het is allemaal mogelijk, maar het geeft niet. Het is goed. Je bent samen. Het mag er zijn. Het moet eruit, zodat je allebei onbelast verder kunt.” Ze keek haar kindje aan. Die brak uit in een lach van oor tot oor en keek haar diep in de ogen. Ze lachte terug en samen huilden we.

In de loop van de middag stuurde ik het consultverslag met de nodige tips en suggesties. Later op de dag mailde ze: “We zijn meteen overgestapt naar de holistische huisartsenpraktijk en ik heb twee van de drie genoemde boeken besteld. We gaan aan de slag met alles wat je ons hebt meegegeven en laten volgende week nog even weten hoe het gaat. Dankjewel!”
De kracht van compassie en holding space… hartverscheurend prachtig.

Een uitnodiging om te schrijven!

Onlangs deelden we met jullie de bespreking van het boek van José Al, ‘Het bevuilde nest. Transgenerationeel trauma’. Er is duidelijk grote belangstelling voor dit thema, want het blog is enorm goed gelezen en veel gedeeld. Dat is begrijpelijk, want dit is een thema dat, vaak onzichtbaar en onbesproken, ongetwijfeld veel meer mensen raakt dan je zo op het eerste oog zou denken.
Emotionele en fysieke verwaarlozing, misbruik door je beide ouders… het zijn geen onderwerpen die zich zomaar overal en met iedereen laten bespreken. Je komt er niet vrolijk mee voor de dag. Door de pijn en vaak ook de schaamte die ermee gepaard gaan, worden zulke ervaringen soms pas na jaren en jaren gedeeld met dierbare anderen. Wat weet je in deze context eigenlijk over je buren, over collega’s, over de vriendjes en vriendinnetjes van je kinderen? Wat weet je over je broer(s) of zus(sen), zeker in een groter gezin, waar de ervaringen per kind soms enorm verschillen? En misschien zelfs… wat weten we over onszelf? Hoe diep hebben we dingen weggestopt om te kunnen overleven onder moeilijke omstandigheden? Wat kunnen we slechts gedoseerd toelaten tot ons bewustzijn, omdat we anders overweldigd raken door de angst, het verdriet en de pijn?

De verhalen in ‘Het bevuilde nest’ bieden ons een inkijkje in wat het betekent om in een onveilige setting op te groeien. Toch hoeft het niet eens zo intens en dramatisch te zijn als in het boek om toch sporen na te laten. Dat komt doordat Er wordt door een blik, een geur, een woordkeuze, een lichaamshouding of nog iets anders iets in ons geraakt dat ons in een flits terugbrengt bij een blik, een geur, een woordkeuze of een lichaamshouding van dat onveilige vroeger. Veel van wat zich in het nu lijkt te voltrekken, is in feite een herinnering aan destijds. Het brengt ons terug naar een fase in ons leven waarin we nog onvoldoende overzicht en zelfstandigheid hadden om onszelf te reguleren. We begrepen niet wat er gebeurde. We voelden ons angstig, eenzaam, verdrietig, en konden ons niet losmaken van de omstandigheden. We waren afhankelijk van de mensen bij wie we ons onveilig voelden. Ze zeiden dingen waardoor we het idee kregen dat we niet goed genoeg waren, dat we er in onze meest authentieke vorm niet werkelijk mochten zijn. We hielden ons stil en pasten ons aan, of kwamen in opstand en sprongen uit de band. Linksom of rechtsom verloren we echter een belangrijk stuk van de verbinding met ons ware zelf, met onze essentie.

Het doel van ACE Aware NL is veel breder zichtbaar te maken hoe die mechanismes werken. Het is belangrijk om te begrijpen wat zich in dat kinderkoppie afspeelt wanneer je als volwassene bewust of onbewust, bedoeld of onbedoeld, je machtspositie laat gelden. Wat gebeurt er, wanner je er niet in slaagt om je kind op een rustige, maar krachtige en betrouwbare manier bij te staan? kind dat onredelijk of onhandelbaar lijkt, is ten diepste vaak boos of angstig of verdrietig. Kun je naar je kind kijken en door diens ogen de situatie bezien? Kun je naar je kind kijken en proberen te voelen dat jij het zelf bent? Hoe voelt het om (in) dat kleine lijf te zijn en naar een grote, boze stem te luisteren, een afkeurend gezicht te zien? Als volwassene kom je misschien niet met je pijnlijke verhaal voor de dag, maar in je gedrag komt je pijnlijke verhaal tóch tevoorschijn. ‘Hurt people hurt people’, zeggen ze in het Engels: beschadigde mensen beschadigen mensen. Hoe meer je je daarvan bewust wordt, hoe meer compassie je zult ontwikkelen. Door zonder oordeel te kijken naar je eigen gevoelens en gewaarwordingen, kun je leren om ook zonder oordeel te luisteren naar het verhaal van de ander. José heeft met haar boek krachtige voorbeelden gegeven van zulke verhalen. We hebben ons samen met haar afgevraagd hoe we het delen van ervaringsverhalen zouden kunnen aanmoedigen. Wanneer verhalen worden gedeeld zonder dat er een oordeel over de verteller wordt geveld, komt er vaak al veel ruimte en een gevoel van erkenning en gehoord worden.

Daarom wilden we de boekbespreking delen, waarover José ons het volgende schreef:
“Ik ben ongelofelijk onder de indruk van deze overweldigend zuivere, intense en waardevolle boekbespreking. De tijd, moeite, energie en uiterste zorgvuldigheid die jullie hierin hebben gestoken, zoveel waardering en liefdevolle positiviteit, zó gezien, gehoord, gevoeld en begrepen te worden is werkelijk overweldigend. Zo mooi gedaan! Wat een waardering voor mijn jarenlange studies, werk en onderzoeken… Ik voel begrip en mededogen en dat betekent heel veel voor me. Dat is niet in woorden uit te drukken.”
Haar missie en de onze sluiten naadloos op elkaar aan en ze heeft een prachtig voorstel gedaan, dat wij in dankbaarheid met beide handen aannemen.

Verdient ook jouw verhaal het om te worden gehoord? Wil jij anderen een hart onder de riem steken? Wil je bijdragen aan het bespreekbaar maken van vroegkinderlijk trauma? Deel dan je verhaal met ons!
Schrijf een tekst van 750-1000 woorden, waarin je (anoniem) jouw ervaring met (seksueel) misbruik, (huiselijk) geweld en/of verwaarlozing beschrijft. Ook als je denkt dat je geen schrijver bent, nodigen we je uit om de (digitale) pen op te pakken: we helpen je graag om het zó op papier te krijgen dat jouw verhaal tot zijn recht komt. Het ACE Aware NL-team kijkt samen met José Al naar de inzendingen en kiest de tien mooiste, meest aangrijpende, inzicht gevende verhalen uit. Ben jij de inzender van één van de tien geselecteerde teksten, dan nemen we contact met je op om tot een versie te komen die als blog op onze website kan worden gepubliceerd. De schrijvers van de tien gekozen verhalen ontvangen een exemplaar van ‘Het bevuilde nest’ van José Al.

Wil je meedoen, stuur dan je verhaal met je naam, je telefoonnummer vanaf een geldig e-mailadres naar info@aceaware.nl en zorg dat het uiterlijk 20 juli bij ons binnen is. Je krijgt een bevestiging van de ontvangst en uiteraard gaan we zeer zorgvuldig en volstrekt vertrouwelijk met je gegevens om.

Schrijven kan zeer helend werken, evenals het lezen van een verhaal dat herkenning en bemoediging biedt. Je bent dus van harte welkom om een tekst in te sturen en zo het maatschappelijk bewustzijn rondom ACE’s te vergroten. We kijken uit naar jullie bijdrages!

P.S.
In een later stadium zullen we een vergelijkbare oproep doen voor zorgverleners. We zetten dan in de spotlights wat hun motivatie is voor het werken met mensen met vroegkinderlijk trauma. Daarover volgt te zijner tijd nader bericht.

Verdient ook jouw verhaal het om te worden gehoord? Wil jij anderen een hart onder de riem steken? Wil je bijdragen aan het bespreekbaar maken van vroegkinderlijk trauma? Deel dan je verhaal met ons!

Does your story deserve to be heard? Do you want to support and encourage others? Do you want to contribute to discussing early childhood trauma? Then share your story with us!

Van elkaar leren: een les over veilige en onveilige hechting, Deel 2

Onlangs ging ons blog over de gastles die ik gaf op een school bij een opleidingsonderdeel waarvan de studenten zelf ervaringsdeskundig zijn op het gebied van onveilige hechting. In een fijne samenwerking werd er veel uitgewisseld en ging de tijd sneller voorbij dan gedacht. Het resterende materiaal verdiende ook nog aandacht en we wilden het niet afraffelen. De oplossing was snel bedacht: een tweede gastles! Ik nam die uitnodiging met plezier aan, want een groep als deze is precies waarvoor we vanuit ACE Aware NL ons werk doen.*

De tweede les was afgelopen woensdag 8 juni. De groep was een beetje anders van samenstelling; een paar mensen van de vorige keer ontbraken en er waren wat nieuwe gezichten.
We begonnen met een korte inventarisatie van wat iedereen was bijgebleven van de vorige keer. Eén van de eersten die sprak, was de mentor (die, net als de eerste keer, intensief en geconcentreerd participeerde in alle oefeningen en gesprekken – prachtig!). De mentor verwees naar de ACE-scoreformulieren die de vorige keer waren ingevuld. Dat er twee mensen met een score 8 en twee met een score 10 waren… dat die studenten dus (bijna) alle verdrietige ervaringen op dat formulier hadden doorgemaakt… dat was heftig binnengekomen en had de mentor zeer geraakt. Ik sloot me daarbij aan en lichtte toe dat ik het daarom heel indrukwekkend vond om te zien dat deze mensen tóch weer de moed hebben opgevat om een opleidingstraject te volgen, om te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en te investeren in hun toekomst. Dat is geen sinecure; dat betekent dat ze waarschijnlijk ergens in de sociale omgeving toch een paar ‘cheerleaders’ hebben die deze uitdaging hebben gestimuleerd. Dat is mooi; dat geeft hoop. Ik benadrukte dat ook de mentor zelf daarin een waardevolle rol vervult door in de groep een veilig klimaat te creëren, zodat de opgevatte moed vaste grond vindt en het leerproces krachtig ondersteunt.

Na de check-in volgde een lichaamsgerichte oefening, waarbij de studenten lopend door de ruimte konden ervaren hoe het is om dicht bij iemand anders in de buurt te zijn. voelt het, als je vlak naast elkaar staat? Bevindt die ander zich in jouw persoonlijke ruimte? Kun je dat verdragen of voelt het bedreigend? En als dat laatste het geval is… wat doet dat dan met je lichaamsfuncties? Gaat je hart sneller kloppen? Krijg je het warm? Je lichaam spreekt vaak luid en duidelijk!
Ze stonden in tweetallen naast elkaar en koppelden terug wat ze hadden ervaren. Voor sommigen voelde het prima, iemand anders voelde zich gejaagd door zoveel nabijheid. Eén persoon zei melig te worden van degene ernaast – positief, want melig worden en samen lachen is heerlijk en geeft een gevoel van ontspanning en veiligheid, terwijl veiligheid tegelijkertijd een voorwaarde is om samen tot die ontspanning te komen.

Het lijkt zo simpel: naast iemand staan. En toch kunnen juist dat soort simpele dingen heel ingewikkeld en beangstigend voelen als je vanuit overlevingsstrategieën voortdurend op je hoede bent. Met iemand zo dicht naast je, kun je het overzicht niet goed bewaren. Je kunt (letterlijk) niet op een afstandje afwachten en de kat uit de boom kijken. Het lijkt alsof de ander aanduwt tegen de muur die je om jezelf heen hebt gebouwd ter bescherming tegen dreiging van buitenaf. Blijft je muur staan of valt die een beetje om…? En zo ja… wat dan?
En als er dan vervolgens wordt gevraagd je naar elkaar toe te draaien en elkaar in de ogen te kijken, elkaars blik vast te houden en je ogen niet af te wenden… dan komt het allemaal wel (alweer letterlijk) heel dichtbij. Enerzijds willen we als mens worden gezien, maar kunnen we het aan dat iemand ons werkelijk in de ziel kijkt? Hoe lang houden we dat vol? Wanneer wordt het ongemakkelijk? Wanneer willen we ons losmaken uit die verbinding? Wanneer is het genoeg geweest?

Het experiment duurde niet zo heel lang, maar lang genoeg om te voelen hoe intens het is elkaar zo nabij te komen. Ook dit was een oefening die is verbonden met veilige en onveilige hechting. Hoe vaker je te maken hebt gehad met situaties van onveiligheid en hoe meer je (letterlijk of figuurlijk) ‘over het hoofd bent gezien’, hoe moeilijker het vaak is om diep en open oogcontact te maken. Je kunt de neiging krijgen je te verstoppen, zodat het allemaal niet zo kwetsbaar voelt.
Er ontspon zich naar aanleiding van deze oefening een prachtig mooi gesprek, waarin de studenten aangaven in welke situaties ze dit moeilijk vonden en hoe het kan worden ervaren als een test om te zien ‘wie het het langste volhoudt’ – wie de baas is, wie de overmacht heeft, wie de dienst uitmaakt. Dat is een heel andere associatie dan: ‘Ik blijf je ogen vasthouden, want ik wil JOU vasthouden. Ik wil je kennen en je zien. Ik wil door jou worden gekend en gezien. Ik laat je niet los.’ Ook hier spelen ervaringen uit het verleden een rol voor de beleving in het heden.

Nadat iedereen de eigen stoel weer had opgezocht, gaf ik aan dat we even wat ‘hardcore’ theorie zouden doornemen. Zo legde ik onder andere uit wat er onder hechting wordt verstaan, dat vroege hechtingsstijlen vaak een leven lang bij iemand blijven, en wat het verschil is tussen veilige en onveilige hechting (angstig, vermijdend, gedesorganiseerd). We spraken over hoe belangrijk het is dat een kind op de ouder(s) kan vertrouwen en dat signalen worden opgevangen en goed worden geduid en beantwoord. filmpje met het ‘still face experiment’ van Edward Tronick laat dat op indringende wijze zien en één van de studenten brak daardoor – de tranen vloeiden. Een medestudent sloeg een troostende arm om de klasgenoot heen en een derde reikte zakdoekjes aan. Met z’n allen zwegen we even – we stonden zo stil bij het verdriet van deze mens onder ons, zonder te fixen, zonder te praten, zonder oordeel, maar mét veel compassie. Er waren meer mensen die deze twee minuten maar amper konden verdragen en ook ik zelf schoot vol, terwijl ik dit filmpje al zo enorm vaak heb gezien. Ik kan er niet aan wennen; het grijpt me iedere keer opnieuw bij de strot. Ik ben daar wel blij om, eigenlijk. Het filmpje is, wanneer je erover nadenkt dat heel veel kinderen dit niet slechts twee minuten, maar dag aan dag, jaar na jaar, moeten ondergaan, eigenlijk een horrorfilmpje. Hoe kan het ons nog verbazen dat we gaan disfunctioneren als we niet worden gezien, gehoord, begrepen, als onze vragen en behoeften om aandacht en verbinding niet worden beantwoord? Het is hartverscheurend; dat deze student er zo door werd geraakt, betekent dat het hart openstaat, dat deze mens zich durft te laten raken, dat er herkenning is (want anders raakt het niet zo). Dat betekent óók dat er bewustzijn is en dat er pogingen zullen worden ondernomen om naar beste kunnen te voorkomen dat dit patroon van emotionele verwaarlozing niet blijvend wordt herhaald.

Na een bespreking van stress, stresshormonen, hersenontwikkeling en de kortsluiting die in je mentale netwerk kan ontstaan als de bedrading niet goed is aangelegd, bespraken we hoe belangrijk de omgeving is. bent niet in je eentje verantwoordelijk voor je leven en de ontwikkeling van je brein: je maakt deel uit van een veel groter systeem, zoals je gezin, je buurt, je stad, je land, je werelddeel. Je kunt ook zelden in je eentje alles veranderen, want het is de intermenselijke dynamiek die mede bepaalt hoe goed of hoe slecht je in staat bent gezond gedrag te ontwikkelen en door te zetten.
Daarom is het belangrijk te beseffen dat gedrag een uiting is van een emotie, die een uiting is van een onvervulde behoefte. Zonder zicht op en bevrediging van die behoefte zal de emotie niet verdwijnen en dus ook het gedrag waarschijnlijk niet.

En een zeer basale behoefte blijft: veiligheid. Ontbreekt die, doordat er geen (ouderlijke) zorgzaamheid is of er veel onrust en agressie leeft in een gezin, dan ontstaat er toxische stress: chronische stress die allerlei systemen in het menselijk lichaam aantast, ook het sociale functioneren. We keken een filmpje dat dat op indrukwekkende wijze duidelijk maakt in relatie tot een gevangenispopulatie. Het geldt echter ook dichterbij: zolang je je niet veilig voelt, zul je niet graag vertellen wat je raakt en waarom. Jouw zwijgzaamheid kan lastig zijn voor een ander, maar kan deel zijn van je zelfbescherming.
We rondden af met het kiezen van een kaart die iets weergaf van hoe men de eigen toekomst voor zich zag. Daar kwamen mooie dromen en intenties tevoorschijn, wat altijd geweldig is om te horen.

De evaluatie ter plekke? Inspirerend, leerzaam, interessant, informatief, inzicht gekregen in hoe de eigen kinderen functioneren en wat ze nodig hebben, bewust geworden van de liefde voor de kinderen, en (wat mij betreft de meest ontroerende): ‘gerealiseerd dat ik meer compassie voor mezelf mag hebben’. Dat is geweldig; daar begint het mee, en dan volgt ook de compassie voor anderen. Dan hoef je niet meer te zeggen: ‘Ik heb gefaald; ik had het beter moeten doen’, maar mag je concluderen: ‘Ik heb mijn stinkende best gedaan met wat ik kon en had, en ik zou willen dat ik meer had kunnen bieden’. Dan verandert zelfverwijt in verdriet; dan kunnen boosheid en frustratie veranderen in rouw en besef van eenzaamheid. Dan kun je steun zoeken, ‘holding space’ waarbinnen je zonder oordeel veilig bent, zodat de scherpe kantjes kunnen verzachten.
En als na zoveel moois de vraag komt of ik niet vaker les zou willen komen geven, dan is er uiteraard maar één antwoord denkbaar: ‘Ja, heel graag!’

 

* Om privacyredenen gebruik ik in dit blog genderneutrale termen.