Boekbespreking ‘De mythe van normaal – trauma, ziekte en heling in een toxische maatschappij’ door Gabor Maté en Daniel Maté, Deel 1

En toen was het er, begin oktober: het langverwachte nieuwe boek van Gabor Maté en zijn co-auteur, zoon Daniel Maté: De mythe van normaal – over trauma, ziekte en heling in een toxische maatschappij – wat een traktatie! Het is een dikke pil van 500 pagina’s (exclusief noten met referenties en het register) en voorzien van 22 aanbevelingen van grote namen in het veld, zoals natuurlijk Bessel van der Kolk, Daniel Siegel en Richard Schwartz, maar ook Esther Perel , V (voorheen Eve Ensler) en Marianne Williamson.
Geen tabellen, geen grafieken, geen kleurrijke afbeeldingen om de lezer af te leiden van de inhoud – slechts twee schilderijen afgedrukt in zwart-wit (gemaakt door Rae Maté, de vrouw van Gabor), bij ieder hoofdstuk prachtige openingscitaten van wijze mensen uit de hele wereld, en woorden, woorden, woorden, boeiende reeksen zinnen, eindeloze fascinerende overzichten en kronkelende wegen rond het centrale thema van het boek dat als volgt wordt verwoord:

“Ik zal betogen dat veel van wat in onze samenleving voor normaal doorgaat, niet gezond of natuurlijk is, en dat het voldoen aan de criteria van wat de moderne samenleving normaal vindt, in veel opzichten gelijk is aan het voldoen aan eisen die intens abnormaal zijn in relatie tot onze door de natuur bepaalde behoeften – dat wil zeggen, ongezond en schadelijk op fysiologisch, mentaal en zelfs spiritueel niveau.
Als we voortaan veel ziektebeelden niet zouden zien als een wrede speling van het lot of als een of ander verfoeilijk mysterie, maar eerder als een te verwachten en daarom normaal gevolg van abnormale, onnatuurlijke omstandigheden, zou dat revolutionaire implicaties hebben voor de manier waarop we alles wat met gezondheid te maken heeft, benaderen (p.7,8; cursief in origineel).”

Een flinke taak, een bespreking van ‘alles wat met gezondheid te maken heeft’, en de dikte van het boek is dan ook geen wonder. We zijn halverwege, maar wierpen alvast een nieuwsgierige blik op de dankbetuigingen achterin om te zien wat de auteurs te zeggen hadden over hun reis. Na vele namen bedankt Gabor ten slotte Rae met zijn bekende zelfreflectieve zelfspot, waarbij hij uitlegt hoe haar “broodnodige kritiek en de meest eerlijke feedback niet altijd vriendelijk ontvangen, maar uiteindelijk bijna altijd gehonoreerd werden” (p. 500). Daniel spreekt ook openhartig: “Het is de kans van mijn leven geweest om jou eindelijk woorden in de mond te leggen, en bovendien een waar genoegen. Trots op je, pap” (p. 502). Hij noemt het boek Gabors “magnum-est opus vooralsnog”. Er is veel liefdevolle eerlijkheid en erkenning in hun beider woorden. Ze illustreren daarmee impliciet de processen die ze in de loop der jaren hebben doorgemaakt. Die processen houden nauw verband met heling binnen hun eigen gezinscultuur. Gezinnen zijn immers die uiterst fundamentele eenheden van de collectieve culturen waarin we allemaal leven.

We moedigen je van harte aan om het boek te lezen (Nederlands vertaling naar verwachting begin december 2022 beschikbaar), maar voor wie dat niet zal doen, zullen we proberen een redelijk grondig overzicht te geven van dit baanbrekende boek dat nu al een bestseller is. Dit blog beslaat Deel I, dat zeven hoofdstukken heeft. (De vertaling van passages in deze bespreking is van mijn hand.)

Het boek bestaat uit vijf delen: De onderlinge verbondenheid van onze aard; De verstoring van de menselijke ontwikkeling; Een heroverweging van abnormaal: aandoeningen als aanpassingen; De toxiciteit van onze culturen; en Wegen naar heelheid, redelijk gelijkmatig verdeeld in 33 hoofdstukken die aspecten van deze thema’s behandelen. In de inleiding bespreekt Gabor “Waarom normaal een mythe is”. Zoals hij in veel van zijn lezingen en presentaties doet, benadrukt hij nogmaals hoe de geest niet kan worden gescheiden van het lichaam, en het individu niet van de omgeving, omdat die een enorme impact heeft op ons sociaal-emotionele leven en onze gezondheid dus ondersteunt of ondermijnt. Omdat stress en ongelijkheid zo alomtegenwoordig zijn, worden ze gemakkelijk ten onrechte als normaal gezien, of erger… we herkennen ze niet eens, omdat we ons, net als vissen, niet bewust zijn van het water waarin we zwemmen. Hij beschrijft deze stand van zaken als een ‘giftige cultuur’, gedefinieerd als “de hele context van sociale structuren, geloofssystemen, aannames en waarden die ons omringen en noodzakelijkerwijs elk aspect van ons leven doordringen” (p. 3), waarbij de meeste mensen in feite “geaccultureerd” zijn, volledig aangepast aan de vele aanwezige stressoren. De hieruit voortvloeiende pathologie is het resultaat van “een web van omstandigheden, relaties, gebeurtenissen en ervaringen” (p. 9). Hoe dit alles zich in het dagelijks leven afspeelt, heeft veel te maken met de mate waarin aan onze fundamentele, “niet onderhandelbare menselijke behoeften” wordt voldaan. Als er niet aan wordt voldaan, leiden ze ons naar een staat van overleven die onze ervaring van het zelf en de wereld om ons heen versnippert. Het koppelt ons los van ons lichaam, omdat het werkelijk voelen van de pijn van onvervulde behoeften vaak ondraaglijk is. Genezing gaat daarom over heelheid, je lichaam weer voelen, de fragmentatie ongedaan maken en (terug)gaan naar een diep begrip van de onderlinge verbondenheid van de vele aspecten van het leven.

Hoofdstuk 1 geeft een basisbeeld van wat trauma is en doet. In het Grieks betekent het “wond” en de wonden die trauma veroorzaakt, de onveiligheid die we ervaren, ontregelt ons stressregulatiesysteem en ondermijnt de immuniteit. Dit zorgt ervoor dat we terugvallen in zeer primair overlevingsgedrag dat ons vermogen tot rationeel denken en weloverwogen handelen beperkt en ons sterk gebonden houdt aan het verleden en de angst die toen is veroorzaakt: “Trauma is niet wat er met je gebeurt, maar wat er binnenin je gebeurt” (p. 20), in Gabors meest bondige definitie. En omdat alle maatschappelijke lagen en instanties zijn opgebouwd uit mensen met een eigen levensgeschiedenis die vaak trauma in zich draagt, is trauma alomtegenwoordig. Ze vormt vaak onbewust onze persoonlijke en professionele praktijken en routines. Als we eenmaal hebben geleerd dat de wereld een gevaarlijke plek is, zullen we haar dienovereenkomstig benaderen.

Hoofdstuk 2 bespreekt de eenheid van lichaam en geest, die zeer beknopt wordt samengevat met de term “psychoneuroimmunoendocrinologie”, een woord dat zich richt op “de eenheid tussen al onze samenstellende delen: geest, hersenen, zenuwstelsel en immuunsysteem, en het hormonale apparaat” ( blz. 45). In deze context zijn vele van onze lezers misschien bekend met de HPA-as, de route van de hippocampus naar de hypofyse en vervolgens de bijnieren om het lichaam te activeren wanneer er gevaar wordt gesignaleerd. Deze gevaarsignalen hebben veel te maken met onze sociale context en de mens wordt dan ook vaak een biopsychosociaal wezen genoemd: het biologische organisme wordt beïnvloed door psychologische en sociale gebeurtenissen.
Dit betekent ook dat we degenen die het dichtst bij ons staan ​​sterk beïnvloeden: we “worden door alles beïnvloed en beïnvloeden alles”, ook wel interpersoonlijke (neuro)biologie genoemd, alles wat er met het organisme gebeurt binnen de relatie, zoals uiteengezet in Hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4 gaat in op het inmiddels achterhaalde idee dat het grootste deel van wie en hoe we zijn, genetisch bepaald is. Natuurlijk hebben we een genetisch potentieel, maar hoe dat tot expressie komt, is gebaseerd op ervaringen. Het vakgebied dat zich met dit onderwerp bezighoudt, is dat van de epigenetica. Veel genen hebben zelfs omgevingsinput nodig, anders zullen ze überhaupt niet functioneren. Het hoofdstuk behandelt ook telomeren, “miniatuur DNA-structuren aan het einde van chromosomen”; de lengte daarvan wordt beïnvloed door de context en een kortere lengte ten gevolge van tegenslag beïnvloedt de levensduur negatief (p. 59, 65).

Hoofdstuk 5 spreekt over de vele verwoestende effecten van chronische ontsteking en de daaruit voortvloeiende toename van auto-immuunziekten. Wanneer er sprake is van vroegkinderlijke trauma’s, neemt de kans op chronische ontsteking op volwassen leeftijd toe. Dit kan gebeuren door het mechanisme van het onderdrukken van emoties en dus toenemende stress in het lichaam; dit put het immuunsysteem uit, waardoor een allostatische belasting ontstaat. Door deze mechanismen en de rol van interpersoonlijke stress daarin te verduidelijken, ontstaat een veel beter idee van de richting die we zouden kunnen kiezen voor diagnose en heling. Dit betekent echter een ware paradigmaverschuiving, die waarschijnlijk op veel weerstand zal stuiten, omdat daarmee de medische status quo aan het wankelen wordt gebracht.

Hoofdstuk 6 bespreekt ziekte als een proces waarin vaak “krijgsmetaforen” worden gebruikt (p. 87), ziekte als een externe vijand die moet worden gedood of overwonnen. Maar… “[wat] als we ziekte zouden zien als een disbalans in het hele organisme, niet slechts als [moleculaire of cellulaire] pathologie” (p. 89), of anders gezegd, een biopsychosociale benadering zouden hanteren en ziekte zouden zien als een systemische kwestie? Ziekte kan dan worden geduid als een alarm, een schreeuw om hulp om het systeem als geheel te genezen.

Hoofdstuk 7 behandelt één van Gabors favoriete onderwerpen: het spanningsveld tussen gehechtheid en authenticiteit. Kinderen hebben de nabijheid en fysieke en emotionele zorg van hun primaire gehechtheidsfiguren nodig, want zonder deze kunnen ze niet overleven. Een andere kernbehoefte is authenticiteit, “trouw zijn aan jezelf, en het vermogen om je eigen leven vorm te geven vanuit een diepe kennis van dat zelf” (p. 106). Als gehechtheid wordt bedreigd door authenticiteit (‘Als ik mezelf ben, houden mijn ouders niet meer van me; ik moet hun liefde verdienen’), zullen kinderen meestal concessies doen aan hun authenticiteit. Hun karakter zal zich aanpassen aan de verwachtingen van het familiesysteem en waar nodig zullen ze ongewenste emoties onderdrukken. Wat eruitziet als een karaktereigenschap, kan heel goed een copingstrategie zijn – met allerlei gevolgen voor de gezondheid.

In het volgende blog zullen we spreken over deel II, De ontwrichting van de menselijke ontwikkeling.

Collective Trauma Summit 2022 – een schatkamer!

Afgelopen week was het weer de week van de Collective Trauma Summit, een online conferentie met enorm veel lezingen die je gratis kunt beluisteren als je de dagelijkse uploads bijhoudt. Na twee dagen verdwijnen ze achter een betaalmuur. Met een relatief zeer goedkope upgrade krijg je toegang tot alle lezingen, tot transcripties, video’s en andere bijdragen op het gebied van traumaheling, maar ook mindfulness, ontspanning, integratie, muziek en poëzie. Wat een schat aan informatie biedt deze conferentie elk jaar – indrukwekkend.

De gastheer van het evenement is Thomas Hübl en dit jaar had hij ook een eigen draadje, genaamd ‘Daily Insights’, aan het begin van elke dag van de conferentie een korte reflectie van ongeveer tien minuten waarin hij een specifiek thema rond trauma besprak. Ik heb eindeloos veel aantekeningen gemaakt, zodat ik van zijn wijsheid kan nagenieten en die kan teruglezen en zodat ik zijn waardevolle inzichten kan doorgeven bij komende trainingen georganiseerd door ACE Aware NL.

In een aantal lezingen bracht Thomas een interessante kwestie aan de orde. We zeggen vaak: ‘Ach, zo is het leven nu eenmaal’, als we bepaalde processen opmerken. Thomas wees erop dat we dat niet zeggen als we iets moois zien, zoals een moeder die haar baby knuffelt of een liefdevolle interactie tussen twee mensen. We zeggen het als we dingen zien die we niet leuk vinden, waarvan we geen deel willen uitmaken. Als we met zulke bewoordingen praten over dingen praten waaraan we een hekel hebben, laten we echter impliciet en vaak onbewust zien dat we pijn en lijden accepteren. ze te bagatelliseren alsof ze iets normaals zijn dat onvermijdelijk bij het leven hoort, distantiëren we ons ervan. Op een bepaalde manier verbreken we de verbinding tussen onszelf en het lijden van de ander. We zien onszelf niet langer als onderdeel van wat er gebeurt, hoewel we allemaal in diezelfde wereld leven waar pijn alomtegenwoordig is. Thomas benadrukte regelmatig de verbinding tussen het individuele, het voorouderlijke en het collectieve in relatie tot trauma. Door ons bewust te worden van de verbanden tussen deze lagen, kunnen we zoeken naar manieren om sociaalculturele processen te veranderen, omdat het individu een uitdrukking is van het geheel en van de geschiedenis van het collectief.

Wat we nodig hebben voor de verbinding en de verandering, is een bewustzijn van de impact van de menselijke fysiologie, zei Stephen Porges in zijn fascinerende gesprek met Thomas. We kunnen een gebeurtenis, een stimulus, zien als de drijfveer voor een reactie, maar dat is een zeer gedragsmatige benadering. Het punt is, volgens Stephen, zich tussen de stimulus of trigger aan de ene kant en de respons of reactie aan de andere kant ons lichaam bevindt met zijn fysiologie. Die fysiologie heeft een geschiedenis, zoals families (voorouderlijk) en gemeenschappen (collectief) ook een geschiedenis hebben. Als die geschiedenis trauma met zich meebrengt, kan de reactie op een trigger zijn dat iemand ofwel zich afsluit ofwel overprikkeld raakt. Het gaat dus niet simpelweg om gedrag als gevolg van een gebeurtenis; het gaat om de ervaringen (veilig of onveilig) die de persoon met soortgelijke gebeurtenissen heeft opgedaan. Die hebben een imprint in het lichaam gecreëerd voor een bepaalde fysiologische reactie. Die imprint is van invloed op hoe vervolgens de reactie of het gedrag eruitziet. Niet de gebeurtenis is dus bepalend voor het vervolg, maar de tussenliggende fysiologie.

Samen brachten ze cruciale onderwerpen aan de orde en hoewel niet alles nieuw voor me was, werd het op zo’n mooie manier gebracht dat het wel veel nieuwe inzichten opleverde. De wijsheid verdient het om hier te worden gedeeld met een paar citaten.
“Het maakt voor ons zenuwstelsel niet uit of er een fysieke of een psychologische dreiging is.”
Aangaande ziekte: “Het lichaam schreeuwt tegen ons, maar de westerse samenleving zegt: ‘Niet luisteren; blijf bewegen, blijf werken’, maar daar moet een hoge prijs voor worden betaald in de vorm van ziekte.”
“Trauma moet worden gezien als lichamelijk letsel: het zenuwstelsel werd getroffen door een levensbedreigende situatie.”
“De polyvagaal-theorie is de wetenschap van veiligheid, het begrijpen van de aangeboren behoefte en zoektocht om je veilig te voelen.”
“Onderwijs moet zich richten op een basis van saamhorigheid, coregulatie, vriendschap en vertrouwen, niet primair op cognitie.”

Het basisuitgangspunt in heel het gesprek was dat evolutie ons voorbereidde op saamhorigheid en co-regulatie, op een leefsituatie waarin we voor elkaar zorgen. Ons grote brein heeft veel zuurstof nodig, dus we moeten gecoreguleerd blijven en elkaar ondersteunen om onze stress te verminderen. Lukt dat niet, dan komt de zuurstofvoorziening van onze hersenen in de problemen en dit geeft een ernstige belemmering van ons functioneren. We weten het allemaal: wanneer we in angst verkeren, is het moeilijk om helder te denken en belangrijke beslissingen te nemen over de toekomst. We zijn dan in het hier en nu en proberen alleen maar te overleven. De menselijke blauwdruk, het model voor co-regulatie, is de moeder-baby-relatie, zei Stephen Porges. Als die hecht is, kijken ze elkaar in de ogen en ontwikkelen ze een diepe vertrouwdheid, die in de hersenen en het zenuwstelsel wordt vertaald als veiligheid – van cruciaal belang voor probleemoplossende creativiteit.

Wel, de conferentie was bezaaid met veel meer van dit soort mooie kennis, hoewel het gesprek tussen Thomas Hübl en Stephen Porges echt uitzonderlijk was. Als je het alsnog wilt beluisteren… dit weekend werd een toegift van een paar dagen aangekondigd. Meer informatie, ook over registratie en upgrades vind je hier: https://collectivetraumasummit.com/  Je hebt nog een aantal kostbare uren om te luisteren.
En mocht je te laat zijn voor de editie van dit jaar… houd dan een oogje in het zeil voor volgend jaar!

Krachtige inspiratie, mooie samenwerking en moedige stappen

Donderdag 29 september was een intensieve dag met mooie, inspirerende gesprekken en ontmoetingen!

De dag begon met het eerste teamoverleg met de collega’s van Stichting IkiBuntu, waarmee ACE Aware NL de komende tijd intensief gaat samenwerken.
Ik ontmoette één van de oprichters, Ilona Schra, tijdens mijn veldwerk voor de master Medical Anthropology & Sociology. We zaten samen bij dezelfde vergadering over een onderzoeksproject rondom het concept Positieve Gezondheid, waarbij zij aanwezig was als student voor de master Healthy Ageing. We kwamen in gesprek, ontmoetten elkaar in de tijd daarna een aantal keren en bleken veel gemeen te hebben qua visie op gezondheid en wat er nodig is om daarvoor een stevig fundament te leggen via het voorzien in de basisbehoeften van kinderen. Zij en haar studiegenoot Wout Peters richtten vervolgens Stichting IkiBuntu op, met als pijlers een steunend netwerk, voedend eten, natuurlijk bewegen, bewust ontspannen, zinvol leven en uitgerust wakker worden. De naam komt voort uit de samenvoeging van twee mooie concepten, namelijk het Japanse ‘ikigai’ en het Afrikaanse ‘ubuntu’.

Ikigai gaat over zingeving. Waarvoor kom je je bed uit? Wat drijft je? Welke dingen zijn het waard om voor te leven? Vier elementen komen erin samen: waar je van houdt (passie), wat de wereld nodig heeft (missie), waarvoor je betaald kunt worden (beroep) en waar je goed in bent (roeping). Komen die allemaal samen in wat je doet, dan heb je je ikigai gevonden!
Ubuntu is een concept dat vrij vertaald betekent ‘ik ben omdat wij zijn’ en gaat in grote lijnen om medemenselijkheid, om dienstbaarheid aan de gemeenschap waarvan je onderdeel bent. Die kun je klein en groot definiëren (je gezin, je buurt, je werkomgeving – de wereld!), maar de kern is dat je als mens verbonden bent met de mensheid als geheel. Het gaat erom je niet bedreigd te voelen door anderen, maar je vol vertrouwen bewust te zijn van je eigen waarde voor het geheel, aan dat geheel jouw unieke bijdrage te leveren en te voelen dat met het lijden van een deel van de mensheid, de mensheid als geheel beschadigd raakt en heling nodig heeft.

Beide begrippen, samengebracht in IkiBuntu, sluiten prachtig aan bij de zeven pijlers van ACE Aware NL: verbinding, compassie, moed, nieuwsgierigheid, vertrouwen, vriendelijkheid en veerkracht. Deze begrippen zijn zowel voorwaarde voor als resultaat van positieve levenservaringen. Hoe komen we daar terecht?
De vorming van ons wereldbeeld begint al heel vroeg, veel vroeger dan vaak gedacht. Wanneer je bij je moeder in de buik blootstaat aan veel stresshormonen, omdat ze het zwaar heeft en veel tegenslag moet incasseren, dan ontstaat er in jou als ongeboren baby al de gewaarwording dat de wereld een plek vol dreiging is. De stresshormonen van je moeder, die via de navelstreng rechtstreeks bij jou terechtkomen en van invloed zijn op je stormachtig snelle ontwikkeling in de baarmoeder, maken dat je een stressregulatiesysteem ontwikkelt dat al vanaf het begin op scherp staat.

Als de leefomstandigheden na je geboorte dan inderdaad stressvol en zorgelijk blijken te zijn, wordt die vroege imprint telkens opnieuw bevestigd; die raakt dan diep ingesleten. Je wereldbeeld wordt door traumatische vroege ervaringen intens gekleurd en beïnvloedt waarschijnlijk ook je gedragspatronen. Onder moeilijke omstandigheden is dat ‘adaptief’, behulpzaam en ondersteunend. Vaak wordt het later echter ‘maladaptief’, belemmerend en ondermijnend. Het eist een tol van je hele organisme, van de voortdurende feedback tussen al je orgaansystemen. Dat heeft een weerslag op de overtuigingen waarmee je door het leven gaat. Die overtuigingen zijn dan geen welbewuste keuze, maar een ‘default setting’, een grondhouding die is gebaseerd op je allervroegste ervaringen. Dat kan leiden tot overtuigingen als ‘Ik ben niet goed genoeg’, ‘Ik kan dit niet’, ‘Als het erop aankomt, kan ik op niemand rekenen’. Dergelijke gedachten maken het moeilijk om je spontane persoonlijkheid en je stralende authenticiteit aan het licht te laten komen. Het zijn traumareacties op dat waarmee je in het begin van je ontwikkeling te maken had en waardoor je je overweldigd voelde omdat je te weinig steun ondervond.

Dit soort overtuigingen en het gedrag dat eruit kan voortvloeien in de vorm van agressie, afweer, geslotenheid, ongezonde leefgewoontes, verslavingen en zelfs criminaliteit, hebben dus een neurofysiologische basis: je brein en je andere organen verkeren bij voortduring in overlevingsmodus vanuit een diepe onveiligheidsbeleving. In die modus is het heel ingewikkeld en bijna onmogelijk om te focussen op bijvoorbeeld logisch nadenken, meer geduld ontwikkelen en verandering van ongezond gedrag. Je enige doel is: overleven, jezelf overeind houden, met alles wat jij denkt dat daarvoor nodig is en wat je erbij helpt.

Daarom is het belangrijk dat iedereen die zorg draagt voor anderen, in welke omgeving dan ook, zich bewust is van deze ontwikkelingsprocessen. Kennis daarover helpt enorm om bepaald gedrag op een goede manier te duiden. Waarom is je kind ‘ineens’ driftig? Waarom spring jij uit je vel? Hoe komt het dat je collega zo kortaf doet? Wat is de reden dat de dokter niet naar je luistert? Waar komt de agressie van je klant vandaan? Je bewust zijn van mogelijke onderliggende stressfactoren en vervolgens adequaat op de ander reageren is de kern van wat we een traumasensitieve benadering noemen. Je houdt er rekening mee dat het stresssysteem van de ander door ingrijpende ervaringen overbelast is. Dat kan ook iemands gedragspatroon helpen verklaren. Het gaat dan vaak om gedrag komt voort uit die vroege imprint van onveiligheid: fight, flight, freeze, fawn.

Dit is geen eenvoudige materie. Dat de kindertijd niet zo vrolijk was als we ons graag herinneren, staat vaak onbewust als een roze olifant in de kamer. Toch voelen we wel dat er iets heel groots en wezenlijks is dat ons of de ander belast en belemmert. De emoties die daarmee gepaard gaan, worden dikwijls om allerlei redenen weggedrukt. Ze blijven onbesproken, met alle consequenties die dat heeft voor het immuunsysteem dat die stress wél voelt, ook als die niet expliciet wordt gemaakt. Veel mensen lopen vast in de zorg en in therapieën als gevolg van gebracht aan aandacht en erkenning voor het vroegkinderlijk trauma dat ze hebben doorgemaakt. Ze dragen dat met zich mee en het heeft impact (gehad) op hun neurofysiologie en stressregulatie.

De effecten van onderdrukte emoties… dat is de kern van waar Stichting Emovere zich op richt. Na het mooie teamoverleg pakte ik afgelopen woensdag de trein naar Ede, waar in de middag en avond de vierde vriendenbijeenkomst van Emovere plaatsvond. De plenaire sessies, de documentaire over de weg die Michelle Kraaij aflegde naar herstel, de workshops die in twee rondes werden gegeven… allemaal hadden ze één visie gemeen: het is belangrijk om pijnklachten te zien als signalen van het lichaam en op zoek te gaan naar de onderliggende emoties.

Daarbij is het essentieel dat we onderkennen dat we tegen de tijd dat we ons als mens in welke externe setting dan ook begeven, we al een cruciaal vormende tijd in ons gezin van oorsprong hebben doorgebracht. Dat gezin was ons begin, de plek waarvan we afhankelijk waren als baby, als kind. We voelen daarom veel loyaliteit naar die plek en de mensen die erbij horen. Dat maakt het ook begrijpelijk dat er veel weerstand kan worden gevoeld tegen het zoeken van de oorzaak van huidige (emotionele en fysieke) pijn bij die plek en die mensen. Dat oude, soms alomvattende verdriet dat je voelt… de mogelijkheid openhouden of onder ogen zien dat die haar oorsprong vindt in jouw eigen oorsprong… dat doet pijn.

Het vergt moed om daar diep op in te gaan, naar daar waar het donker en ongemakkelijk wordt, maar waar ook de sleutel tot inzicht, wijsheid en heling ligt. De verwonding is ontstaan in een sociale omgeving waar de interactie niet goed verliep. Voor heling is het van onschatbare waarde om een omgeving te bouwen waar compassie de boventoon voert en begrip voor hoe de verwonding een mensenleven op een intens verdrietige manier kan beïnvloeden. Je verdient het om mensen om je heen te vinden en te verzamelen die dat begrijpen, die je niet proberen te fixen, maar eerst alleen maar eens luisteren naar je verhaal.
Daar zet ACE Aware NL zich voor in en we vinden het dan ook geweldig dat de film ‘Resilience’, die dit alles zo indrukwekkend uitlegt, het middelpunt is van het door Alles is Gezondheid, ProScoop en Stichting Emovere in samenwerking met ACE Aware NL georganiseerde lunchwebinar.

Wil je er nog meer over weten en een training of presentatie plannen voor jouw organisatie? Laat het ons weten; we gaan heel graag met je in gesprek om de details samen uit te werken!

Zomergasten: het lichaam en de ervaringen die niet worden vergeten

In de laatste week van augustus, in aanloop naar de op handen zijnde uitzending van ‘Zomergasten’, was er commotie rondom het middelpunt van het drie uur durende gesprek. Drie academici hadden een waarschuwing voor het Nederlandse volk en dat leidde tot levendige discussies op social media. In de laatste aflevering van het seizoen zou de aftredende presentator Janine Abbring als gast namelijk de wereldberoemde psychiater, wetenschapper en auteur Bessel van der Kolk (1943) ontvangen, een man met Nederlandse roots die al sinds begin jaren 60 in de Verenigde Staten woont en daar als pionier en expert op het gebied van trauma furore heeft gemaakt. Dat deed hij onder andere via zijn rollen als adviseur of getuige-expert aan internationale onderzoeken en processen, zoals de Truth and Reconciliation Commission in Zuid-Afrika na het einde van de apartheid en op weg naar democratie. Zijn veelgeprezen boek ‘The Body Keeps the Score’ (in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’) heeft als kernboodschap dat het intellectuele brein soms zodanig door gebeurtenissen wordt overweldigd dat het als overlevingsstrategie het mechanisme van dissociatie hanteert. De emotionele lading van de ervaringen wordt diep weggestopt, zodat degene die de gebeurtenissen onderging op de één of andere manier kan doorgaan met leven. Bewuste beleving van het trauma zou te pijnlijk, te onverdraaglijk zijn. lichaam heeft al die toxische stress echter wel degelijk doorgemaakt en die ervaringen beïnvloeden de stressregulatie, de hersenontwikkeling en de neurofysiologie en dus ook op het immuunsysteem, met een scala aan mogelijke sociale en gezondheidsproblemen tot gevolg. Het lichaam draagt alles met zich mee: the body keeps the score. Deze visie is duidelijk nog niet overal gemeengoed.

De drie auteurs van het Volkskrant-artikel (een hoogleraar, een emeritus-hoogleraar en een universitair hoofddocent) stelden dat Van der Kolk in het programma mogelijk ruimte zou worden geboden “om onjuiste en gevaarlijke ideeën te verspreiden” over verdrongen herinneringen (de Volkskrant, 26 augustus 2022). Ze stelden dat hij “zijn brood verdient met het populariseren van dat idee” dat traumatische herinneringen worden verdrongen en dat veel therapeuten die dit geloven, mensen allerlei vormen van misbruik en ellende aanpraten. Ze vertellen hun patiënten dat de lichamelijke en psychische symptomen waarmee ze zich bij een psychiater melden, “zijn ontstaan omdat ze vroeger ooit zijn misbruikt maar dat de herinnering eraan is weggestopt in hun onderbewustzijn.” Deze aanpak zou leiden tot “nepherinneringen aan misbruik”. De cliënt geneest niet, maar krijgt “een verzonnen traumatisch verleden aangepraat”, aldus het artikel. De academici gaven aan “desastreuze gevolgen (…) voor patiënten en hun families” te vrezen.

En dan is het zondagavond 28 augustus en ga ik er goed voor zitten. Deze man wil ik horen, want ik ken zijn werk, dat aansluit bij dat van andere grote namen in het veld, en ik ben benieuwd naar wat hij het Nederlandse publiek zal aanreiken aan kennis, overwegingen en beeldmateriaal.
Het is indrukwekkend, en als ik de uitzending een tweede keer bekijk, ben ik nog meer geraakt. Hier is een werkelijke expert aan het woord, een man die bescheiden is in al zijn wijsheid, die met nederigheid en zelfreflectie het verhaal van zowel elementen uit zijn vakgebied als aspecten van zijn leven uit de doeken doet en die zichzelf en interactiepatronen onder de loep neemt. De nog altijd voortdurende onwetendheid, ondanks het vele onderzoek, blijft evenmin onvermeld. Al in de eerste paar minuten vertelt hij dat PTSD/PTSS nog in 1980 werd gedefinieerd als iets wat zéér zelden . “Dat zegt iets over hoe blind we waren voor de ellende in de wereld”, is zijn conclusie. Verderop in de uitzending geeft hij aan te vrezen dat er weinig is geleerd van Harry Harlow’s onderzoeken met apen in de jaren 50 en 60, gebaseerd op het werk over hechting van John Bowlby, met wie Van der Kolk goed bevriend was. Nog altijd is er volgens hem te weinig aandacht voor het leed dat veel mensen doormaken en op tweederde van het interview vraagt hij zich in relatie tot het Volkskrant-artikel dan ook met enige felheid af: “Wie zijn die mensen die zo bang zijn voor de werkelijkheid waarover ik spreek? Wie zijn deze mensen die niet willen zien hoeveel kinderen er worden mishandeld? Wie zijn die mensen die niet kunnen luisteren naar wat er in het leven van anderen aan de hand is?”

Tot aan die kritische vragen is hij vooral heel mild en beschouwend en toont hij filmfragmenten die zichtbaar maken hoezeer de onderlinge verhoudingen tussen mensen worden gekleurd en getekend door hun levensverhaal. Met zijn eerste fragment, uit de Amerikaanse televisieserie Ted Lasso, illustreert hij hoe belangrijk het is dat mensen binnen groepen en teams op een veilige manier, in een veilige setting, de waarheid van hun persoonlijke geschiedenis kunnen vertellen. Die geschiedenis helpt verklaren waarom ze soms rottig gedrag vertonen, uithalen naar anderen of een muur om zich heen bouwen, bijvoorbeeld omdat ze vroeger van hun autoritaire vader niet zwak mochten zijn. Als daar aandacht voor is, zegt Van der Kolk, dan kunnen mensen hun eigenaardigheden inzetten voor het grotere geheel en hoeven ze die niet op een negatieve manier tegen zichzelf en elkaar te gebruiken. Als kwetsbaarheid een deugd wordt in plaats van een zwakte, dan kun je op je eigen gedrag reflecteren en leren om je waar nodig anders te gedragen. Daar heb je echter wel de steun van je sociale omgeving voor nodig, want eenzaamheid, zo zegt hij later, is het belangrijkste aspect van trauma: “We zijn members of tribes, we horen bij elkaar. We móeten bij iemand horen, we móeten een thuis hebben, vooral als kind, en als kinderen thuis bij hun ouders die bescherming niet vinden, dan zijn ze alleen in de wereld en dan moeten ze een aanpassing vinden. Een kind zegt dan doorgaans: ‘Dit gebeurt omdat ik een slecht mens ben.’ Er ontstaat een levenslang gevoel van ‘er is iets met mij, anders zouden ze me dit nooit hebben aangedaan’. Niet gezien worden is voor een kind het allermoeilijkste. Het gevoel dat iedereen doet alsof er niks aan de hand is, dat de belangen van de volwassenen belangrijker zijn dan wat het kind overkomt, dat die volwassenen de moed niet kunnen vinden om dingen aan te kaarten: dat is het echte trauma. kind heeft geen keuze, geen andere werkelijkheid, geen andere mogelijkheden en het geeft daarom zichzelf de schuld van nare gebeurtenissen. Dat leidt tot diepe eenzaamheid: ‘Ik ben anders, ik hoor hier niet, ik mag hier niet zijn, ik ben een slecht mens, ik verdien wat er met me gebeurt.’ Een dergelijke overtuiging wordt een groot probleem als je ouder wordt. Zulk trauma werkt generaties lang door.”

Met allerlei fragmenten laat hij zien en legt hij uit hoe traumatische ervaringen zich vastzetten in het lichaam, hoe ze alsmaar weer terugkomen bij uiteenlopende zintuiglijke waarnemingen, die associaties geven met diepe emoties. Mensen blijven steken in die gebeurtenis alsof die vandaag plaatsvindt, in plaats van dat de gebeurtenis wordt ervaren als iets uit het verleden dat nu geen gevaar meer oplevert. Daarom, zegt hij, is praten alleen vaak niet genoeg en soms is het ook gewoon onmogelijk omdat het te veel pijn wakker roept. Dat is de reden dat hij meer dan wie ook experimenteel onderzoek heeft gedaan naar allerlei lichaamsgerichte therapievormen en waarom hij sinds een tijdje ook behoedzaam enthousiast is over de resultaten die met psychedelica kunnen worden behaald: “Mensen kunnen onder invloed daarvan soms eindelijk woorden vinden voor zichzelf en hun verhaal en vooral ook ervaren ze compassie voor wat ze hebben meegemaakt. Mensen zijn meaning-making creatures; je hoeft er als therapeut niks in te stoppen. Met aandacht luisteren en niet oordelen is genoeg. Wanneer er mensen die je een veilige setting bieden voor je verhaal, dan kunnen psychedelica enorm behulpzaam zijn. Je ziet dan andere dimensies van je eigen leven en van jezelf.” In lijn daarmee, op een ander moment: “Mensen willen zich nare dingen vaak helemaal niet herinneren en het is daarom juist heel erg moeilijk om mensen dingen aan te praten. Door werkelijk in je lijf te voelen wat dingen met je hebben gedaan en nu doen, kun je dingen anders leren zien en doen. Je kunt de rol en de overtuigingen waarmee je bent opgegroeid, leren loslaten. je je eigen waarheid niet kunt vertellen, gaat het allemaal vastzitten in je lichaam en dan breekt je hart. Vervolgens breek je dan het hart van anderen met je boosheid en bitterheid. Verbinding is onmisbaar voor ons als mensen.”

Er is nog zoveel meer dat het benoemen waard is. We bevelen dan ook oprecht aan om de uitzending terug te kijken, zodat iedereen zich zelf een beeld kan vormen over de visie van Bessel van der Kolk: is die ‘gevaarlijk’ of dringend noodzakelijk? Je kunt nog een aantal weken kijken via deze link.

Minstens één vraag is onbeantwoord gebleven: wat zou Van der Kolk onder leiding van Ted Lasso zelf als offer in de ton hebben gegooid om de boze geesten te bezweren…?! 😉

De ervaringsdeskundige, Aflevering 6 – Deze week: Anja en Peter, Deel 3 (Slot)

De verloren verbinding met onszelf (trauma) kan heel moeilijk terug te vinden zijn. Wie ben ik eigenlijk? Wat wil ik eigenlijk? Je hebt misschien een grote gevoeligheid ontwikkeld voor wat anderen vinden en willen, maar hoe zit het met jou…? Kun je je eigen wijsheid aanboren? Durf je dat? Ervaar je bufferende bescherming, ‘holding space’, een oordeelloze aanwezigheid van iemand bij wie je je emoties mag laten zien, waarna je je eigen oplossingen kunt verzinnen?
Durft David dat? Peter merkt op dat hij in David’s ogen geregeld afwijzing lijkt te zien. Ook Anja geeft aan de verbinding vaak niet te voelen. Ze zijn teleurgesteld dat ze zo weinig waardering van David krijgen, terwijl ze zo hun best doen. Ze zoeken naar waardering voor wie ze zijn en wat ze doen. De hele situatie heeft een negatieve invloed op hun zelfwaardering, op hun relatie, op hun gezondheid.

De vraag is echter… waar is dat begonnen, dat gebrek aan waardering? De oorsprong daarvan ligt waarschijnlijk in wat ze zojuist met de legging zichtbaar hebben gemaakt: in het ouderlijk gezin mochten ze niet werkelijk zijn wie ze waren. Er was veel kritiek en hun zelfexpressie werd beperkt. Het niet gewaardeerd worden als kind heeft bij hen beiden een wond doen ontstaan. Die wond verdient heling, zoals ook de wonden van hun ouders heling verdienden. Zoals zij dat zelf echter voor hun ouders niet konden, kan David dat voor hen niet realiseren. Hij is niet zijn sprankelende zelf, maar dat zijn ze momenteel zelf ook niet, zo hebben ze expliciet aangegeven. Een kind kan je eigen kindertijd niet met terugwerkende kracht herstellen. Daarvoor zijn andere stappen nodig. Een eerste kan zijn dat je zelf waardeert hoe je je best hebt gedaan. Je hebt je ingezet met alles wat je had; meer was er niet. Oude pijn leeft vaak dicht onder de oppervlakte. Er is soms maar weinig nodig om die aan te raken. Als David het niet met Anja eens is, voelt ze irritatie en probeert ze zich te verantwoorden, zoals ze naar haar ouders deed. Als David ontevreden is en schreeuwt, krijgt Peter een knoop in zijn maag en klapt hij dicht, zoals hij deed als zijn vader explodeerde. We onderzoeken welk gevoel daarbij hoort, bij dat gedrag. Nadat hij een aantal dingen heeft genoemd die meer labels en oordelen behelzen, komt hij bij de kern: “Verdriet, leegte, eenzaamheid.”

Ik leg uit hoe onrijp het mensenbrein nog is bij de geboorte en hoe snel het zich vormt onder invloed van sociale ervaringen. Ik vertel dat vooral een gevoel van onveiligheid tot gevolg heeft dat je een aantal ‘snelwegen’ ontwikkelt die je vlot en adequaat in een overlevingsmodus brengen, maar die het moeilijk maken om gebalanceerd te reageren en dingen zorgvuldig te overwegen. Het meest primitieve deel van je brein schreeuwt ‘Alarm!’ en dus is dat hoe je reageert: met verdedigingsmechanismes. Hoe meer het brein in het vroege leven in oxytocine wordt ‘gemarineerd’, hoe fijner vertakt het neurologische netwerk zich ontwikkelt en hoe rijker je gedragspatroon. Hoe meer je de emoties die uit angst en onveiligheid en eenzaamheid voortvloeien onderdrukt (de-pressie!), hoe groter de kans dat ze tot schade leiden: schade voor je sociale functioneren, voor je mentale welzijn, voor je gezondheid.

Anja zegt dat ze inderdaad nog vaak voelt dat ze zich moet verdedigen tegenover haar ouders en we bespreken of er sprake is van ‘moeten’. Zou ze de wijze waarop haar ouders die verantwoording proberen af te dwingen, kunnen leren zien als hún manier om gehoord te worden…? We stellen vast dat er tussen ouders en kinderen voortdurend veel spiegeling plaatsvindt: Anja wilde ooit door haar moeder gehoord worden en voelde zich niet gehoord, wat waarschijnlijk kwam omdat haar moeder probeerde door Anja te worden gehoord, wier taak dat niet was en nu zijn we een hele generatie verder. Het resultaat: onbegrip en miscommunicatie en verstoring van de relatie in meerdere richtingen… heel verdrietig. En toch is het belangrijk te bedenken dat ieder gedragspatroon dat we ontwikkelen, ooit functioneel was, zelfs als het je later hopeloos in de weg zit. Door zo te kijken, kunnen we namelijk compassie ontwikkelen en leren zien waardoor iets is veroorzaakt. Dan gaat het niet meer over ‘Wat is er met jou aan de hand?’, maar over ‘Wat is er met jou gebeurd?’,  niet over ‘Wat is jouw probleem?’, maar over ‘Wat is jouw verhaal?’. Zo’n attitude vergt tijd en aandacht, maar heeft het potentieel alles ten goede te veranderen.

Ze vertellen over een zorgverlener die hen heeft aangeraden niet te streng voor zichzelf te zijn en dat ze het prima doen, maar zo voelt het helemaal niet. “Laatst zei David: ‘Ik wou dat ik er niet was, dat ik dood was’… en dat vind ik heel erg, dat hij dat zo voelt…” Anja is in tranen bij deze heftige openbaring. Ik vraag of één van hen dat gevoel herkent. Peter zegt: “Ja, dat heb ik weleens gehad, dat gevoel van… als ik er niet meer was, dan hoefde ik niet zo veel en hoefde ik niet aldoor zo na te denken…”
Ik kom terug op een eerder onderwerp en vraag of het geen tijd is om David te vertellen over het moeizame IVF-traject, want mij zou het niet verbazen als een deel van zijn uitspraken daarmee te maken heeft. Ze vragen zich af of dat niet te moeilijk voor hem is, waarop ik me afvraag of het misschien nog steeds te moeilijk en te verdrietig voor henzelf is. Ze zien namelijk hoe lief en zachtmoedig hij is voor baby’s. Hem te moeten vertellen dat hij nooit een brusje zal krijgen… en dat dan ook zelf weer onder ogen zien… dat is niet niks. Toch willen ze het overwegen, dit zware thema op een volwassen manier met hem bespreken: “Hij heeft ons natuurlijk horen praten, dus hij weet misschien meer dan we denken…”

Hoe dan ook voelen ze dat er wat moet veranderen. Ze vinden allebei dat ze nu te vaak zeggen dat ze wat hij doet, niet lief vinden, en ze realiseren zich dat David dat mogelijk vertaalt als ‘IK ben niet lief’, een boodschap die ze helemaal niet willen afgeven. Ik deel hun zorg daarover en zeg dat hij authentiek is als hij al die zware en moeilijke dingen zegt. De dappere stap die ze kunnen zetten, zit erin dat ze zich afvragen: “Wat triggert mij in wat hij zegt? Waarom is dit voor mij zo moeilijk?” En ook: als hij zich zo voelt, kunnen ze daar dan ‘holding space’ voor bieden? Kunnen ze met hem in het donker zitten? En hoe lang kunnen ze zelf nog in het donker zitten? Het is moeilijk voor ze om goed voor hem te zorgen, als hun eigen energie zo tekortschiet. Ik geef het voorbeeld van het zuurstofmasker in een vliegtuig: ouders moeten dat altijd eerst zélf opzetten voordat ze kun kind helpen. Dat voorbeeld vindt weerklank en dat is mooi; sommige oneliners kunnen je op de gekste momenten flitsend snel terugbrengen naar de kern, zonder hele theoretische beschouwingen. Met behulp daarvan kunnen ze elkaar ondersteunen bij het veranderen van ingesleten gewoontes.

Wat ook de vervolgstappen zullen zijn… alles begint met bewustzijn, met het begrijpen van de eigen en andermans gedrags- en reactiepatronen. Er is geen spiegel zo scherp en confronterend als een kind voor de ouders en de ontevredenheid van David is Anja en Peter niet onbekend: er zijn veel dimensies in hun leven die ze graag anders zouden zien en die aandacht verdienen. Als er aldoor stress bij hen is over de dingen die niet lekker lopen, dan raakt hun hele systeem ontregeld en wordt het bijna onmogelijk voor ze om voor David als coregulerende volwassene aanwezig te zijn. Ze kunnen proberen in Davids huid te kruipen als het moeizaam loopt: als ze in zijn schoenen stonden, wat zouden ze dan nodig hebben? En wellicht zijn ze al begonnen daarmee (ze hebben me tenslotte benaderd!) en moeten ze alle drie nog afkicken van de hoge adrenalinespiegels van de voorbije periode. De alertheid van adrenaline geeft het gevoel dat je ‘alive’ bent, dat het leven spannend is, maar adrenaline is ook enorm verslavend. Als er dan meer rust komt en tijd voor bezinning en bespiegeling, voelt dat haast bedreigender dan de voortdurende stress.

Anja heeft inmiddels een heerlijke lunch bereid en we eten samen na een afrondende trekking van twee mooie zingevingskaarten die voor allebei heel passend zijn. Ze vertellen hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe spannend dat was, hoe ze ellenlange mails stuurden en als een blok voor elkaar vielen.

We hebben lang gepraat en ik heb heel veel liefde gezien en ook veel pijn en verdriet. Er is bij allebei veel bereidheid om te geven en het goede te doen, om te leren en te proberen, en tegelijkertijd is er ook zoveel behoefte om te ontvangen. Dat is logisch, want als mens smachten we nu eenmaal naar betekenisvolle verbinding, nabijheid en koestering. Ik hoop oprecht dat we een klein begin hebben kunnen maken met uitvinden waar behoeften onbevredigd zijn gebleven en alsnog vervuld mogen worden. We hebben de kluwen wat ontward en nu is het aan hen om de draadjes nader te bestuderen.
Als Anja me naar de trein heeft gebracht, loop ik in gedachten naar het perron. Ik ben moe en dankbaar, verdrietig voor hun oude pijn en hoopvol door hun open kwetsbaarheid.