‘When states become traits’

In het voorjaar van 2008 nam ik in mijn eentje het vliegtuig naar Leeds, Engeland, voor de jaarlijkse conferentie van LCGB, de organisatie van lactatiekundigen in het Verenigd Koninkrijk. Ik zat een half jaar voor mijn internationale lactatiekundige examen. Ik was meer dan gretig naar kennis die me zou helpen om mijn vak goed uit te oefenen en dus besloot ik het mooie programma van de Engelse collega’s te volgen met vier beroemde sprekers: Karleen Gribble (Australië), Brian Palmer (Verenigde Staten), Kathleen Kendall-Tackett (VS) en Kerstin Uvnäs Moberg (Zweden).

De conferentie hanteerde dat problematische concept van parallelle sessies, waardoor je altijd het gevoel hebt dat je dingen misloopt. In ieder geval wilde ik naar Kerstin. Ik had haar boek ‘De oxytocinefactor’ gelezen en had deze mondiale grootheid op het gebied van oxytocine al eerder gehoord. Het hormoon werd onlangs in een webinar door Suzanne Zeedyk en collega’s in Schotland ‘the cuddle chemical’ genoemd, in het Nederlands ‘knuffelhormoon’. Het is een stof die in Kerstins eigen woorden zorgt voor een staat van ‘calm-and-connect’. Het is de tegenhanger van de hormonale ‘fight-flight-freeze’-staat waarin we ons onder stressvolle omstandigheden dikwijls bevinden. Die ‘calm-and-connect’ helpt ‘to tend-and-befriend’: zorgzaam en liefdevol contact maken met anderen. Kerstin legde uit hoe oxytocine, ondanks de korte halfwaardetijd (de tijd die nodig is om het gehalte in het bloed met 50% terug te brengen), bij herhaalde aanwezigheid toch langetermijneffecten kan genereren. Ik zat naast Karleen, die ik virtueel kende van een online borstvoedingsplatform. In mijn verslag over de conferentie schreef ik over Karleens begeleidende, samenvattende commentaar:

Karleen sat next to me during Kerstin’s talk and whispered: “States become traits.” That is a great one-liner and a wonderful reason to strive for the dyad to spend as much time as possible in a mutually quiet alert state. That is the state in which valuable interaction and a great deal of learning takes place. If we can aid the dyad in reaching and cherishing that state and both can turn that into a trait… what a head start, in motherhood and in life!

Destijds had ik nog niet in de gaten dat dit al jaren een inzicht was in de neurobiologische wereld. Pas toen ik me jaren later meer in de (ja, daar is ‘ie weer) psychoneuroimmunoendocrinologie ging verdiepen, realiseerde ik me dat Karleen in die tijd al over veel meer kennis beschikte dan ik als groentje doorhad. Dat is het interessante van leerprocessen: wat zich als simpel en logisch laat aanhoren, is het gecondenseerde resultaat van jaren en jaren kennis vergaren. Het is een proces dat we telkens opnieuw kunnen aangaan, vooral in die staat van ‘calm-and-connect’ waarin we ‘tend-and-befriend’, omdat een gevoel van veiligheid belangrijk is voor leerprocessen.

Die veiligheidsbeleving, die is de kern van waarom we er goed aan doen als volwassenen kinderen zoveel mogelijk te marineren in oxytocine. Die stof is niet alleen een hormoon, maar ook een neurotransmitter en genereert direct in de hersenen effecten. Onder invloed van fysiologische ‘states’ worden daar netwerken aangelegd die in een mens ‘traits’ creëren: als je maar vaak genoeg een bepaald gevoel hebt dat tot een bepaalde reactie leidt, dan wordt dat wie je bent, of in ieder geval hoe je je naar de buitenwereld toe laat zien. Een zeer belangrijk artikel over dit onderwerp is al in 1995 geschreven door Bruce Perry et al.: ‘Childhood Trauma, the Neurobiology of Adaptation, and “Use-Dependent” Development of the Brain: How “States” Become “Traits” .

Uit ‘De oxytocinefactor’

Perry et al. beschrijven in hun artikel de invloed van trauma in de kindertijd op het emotionele, gedragsmatige, cognitieve, sociale en lichamelijke functioneren van kinderen. Trauma heeft een enorme impact op de neurologische ontwikkeling van de hersenen. Daarmee is ook de invloed op het volwassen functioneren potentieel groot. Het artikel stelt: ‘The acute adaptive states, when they persist, can become maladaptive traits’ (in het Nederlands minder mooi: ‘De acute staat van aanpassing waarmee het kind met de omstandigheden omgaat, kan, wanneer die staat aanhoudt, een onaangepaste karaktertrek worden.’) Het doet er dus enorm toe, in wat voor staat een kind zich in de vroege ontwikkelingsfase veel bevindt. In die fase gebeurt er veel qua groei van allerlei organen en systemen en het kind is daarom kwetsbaar. Het is echter ook de fase waarin veel volwassenen denken dat een kind veerkrachtig is en dat het wel een beetje losloopt met de impact van heftige gebeurtenissen. Het begrip ‘veerkracht’ wordt nogal eens verward met ‘aanpassingsvermogen’. Bij ‘veerkracht’ veer je terug naar hoe het daarvoor was. Bij aanpassing ga je weliswaar dóór en vérder, maar níet precies op dezelfde manier als daarvoor. In de aanpassing die het kind ontwikkelt, schuilen de risico’s. Vaak gaat het om aanpassingen die in meer of mindere mate een overlevingsstrategie vormen: wat alerter, wat agressiever, wat minder geduldig, wat minder geconcentreerd, wat minder toeschietelijk naar anderen, wat meer focus op het eigen in plaats van andermans belang… of juist (te) veel aandacht voor andermans belang ten koste van het eigen welzijn. Het zijn in de kindertijd soms misschien maar kleine verschillen, die niet altijd opvallen of tot grote problemen leiden. We weten echter wat er gebeurt als je een raket of een vliegtuig een paar graden uit koers laat vertrekken: dan is de eindbestemming waarschijnlijk niet slechts een beetje anders. Dan is die totaal afwijkend van wat de bedoeling was.

Niet aankomen op de bestemming die in het verschiet lag: dat is wat er gebeurt met kinderen die te vaak en te lang zonder ondersteuning aan ellende worden blootgesteld. Kinderen kunnen niet goed gedijen zonder sensitieve volwassenen die hen ‘op koers’ kunnen houden, die met liefdevolle aandacht en zorgzame nabijheid het kind van ‘fight-flight-freeze’ naar ‘calm-and-connect’ en ‘tend-and-befriend’ kunnen coreguleren. Zonder die coregulatie worden die stress-‘states’ in het kind probleem-‘traits’. Daarmee gaat een enorm potentieel aan authenticiteit en creativiteit verloren. Perry et al. zeggen: ‘It is the human brain from which the human mind arises and within that mind resides our humanity.’ We weten inmiddels hoe groot de invloed is van omgevingsfactoren op de menselijke persoonlijkheid: ‘Experience (…) creates a processing template through which all new input is filtered.’ Hoe vroeger die input, hoe sterker het effect en hoe moeilijker de ‘trait’ te veranderen is. Anders gezegd: hoe jonger zich bepaalde gedragspatronen ontwikkelen, hoe stabieler ze zijn. Dat geldt uiteraard zowel voor gunstige als voor problematische eigenschappen. Kortom, als altijd: ‘It’s easier to build strong children than to repair broken men’! Die uitdaging blijft: kinderen begeleiden tot robuuste volwassenen via positieve, oxytocine-rijke omgevingsinvloeden, zodat positieve ‘states’ constructieve ‘traits’ worden!

(Ook ‘The Hormone of Closeness van Kerstin Uvnäs-Moberg is zeer de moeite waard! Zie ook de Boeken-pagina.)

Posted in Diversen.