“Ik ben er voor jou; ik laat jou niet los!” – Een interview met een leerkracht in het basisonderwijs

Onlangs had ACE Aware NL een interview met een leerkracht in het basisonderwijs. Het opstarten na de lockdown was een situatie die bijzondere aandacht vroeg. Tegelijk is Ria (pseudoniem) ook onder normale omstandigheden alert op de zorg voor het geestelijk welzijn van ‘haar’ kinderen. Dat was dan ook het hoofdonderwerp van het gesprek.

Wij: Kun je iets vertellen over wat je aan de kinderen merkte bij het weer opstarten?

Ria: In eerste instantie waren de kinderen heel blij, ontzettend enthousiast om de juf of meester weer te zien en vooral ook om elkaar weer te zien. Veel kinderen hebben elkaar echt gewoon de hele periode niet gezien. Dat was heftig voor ze, en dat merkte je aan alles. Eerst hadden we halve klassen en dat vond ik fantastisch. De rust daaraan was geweldig; sommige kinderen zijn echt geïsoleerd geweest, en dan is het heel confronterend om ineens weer zoveel andere kinderen om je heen te hebben. Die periode duurde een week of vier en sinds vorige week hebben we weer hele klassen en dat vind ik minder een succes. Eerst kijken ze de kat uit de boom, zo van ‘wat gebeurt er allemaal weer’, en nu moet iedereen weer z’n eigen plekje in die groepsdynamiek zien te verwerven. De vermoeidheid slaat ook ontzettend toe, want ze zijn de schooldrukte niet meer gewend. Ik vind de overgang naar hele dagen voor de kleinere kinderen ontzettend belastend. Normaal na een vakantie is dat anders. Dan zijn ze vaak weg uit hun eigen omgeving geweest en hebben ze veel contact met buurkinderen gehad; dat is een andere situatie.

Ria vertelt dat ze een scheiding moesten maken om kinderen uit één gezin naar school te laten komen in de halve klassen. Daarbij was er geen focus op vriendschappen, maar op gezinnen, om kruisbesmetting te voorkomen.

Wij: Hoe was voor jou de balans tussen aandacht voor het cognitieve en voor het sociaal-emotionele?

Ria: Ik vind allebei belangrijk; ik vind het cognitieve niet compleet ondergeschikt, want ik merk dat als kinderen iets kunnen, als ze vooruitgang boeken, dat ze daaraan ook zelfvertrouwen ontlenen. Er moet een basis zijn van veiligheid, maar dan geeft het leren ook eigenwaarde. Kinderen ontlenen daar iets aan voor hun gevoel van competentie. Ik vind dus dat je die twee niet helemaal gescheiden kunt houden.

We spreken over een situatie waarover Ria eerder iets heeft verteld, over een kind dat soms moeite heeft met de groepsdynamiek in de klas en met het soepel met andere kinderen omgaan.

Ria: Het is een kind met twee gezichten, een schatje én een boef. Ik vroeg me al een paar keer af: ‘Wat is er toch met jou? Wat heb je van mij nodig?’ Soms heb je het als leerkracht ook nodig dat je je afvraagt: ‘Op welke manier KIJK ik naar een kind, hè?’ Soms kunnen we als volwassenen alleen nog maar het negatieve zien en als je daarin blijft hangen, dan kun je er de klok op gelijk zetten: dan laat een kind ook alleen maar het negatieve zien, want dat versterk je dan zelf.

Ze vertelt over hoe het kind met een stok naar een poesje op het schoolplein liep en hoe Ria zich afvroeg wat er zou gebeuren. Ze greep niet meteen in, waarschuwde niet dat de poes niet geslagen mocht worden, maar liet het kind de eigen gang gaan. Het kind was vol aandacht voor het poesje en gebruikte de stok om het poesje uit te dagen tot spelen.

Ria: Wat ik zag, was zó lief! Toen realiseerde ik me weer dat je niet te snel van het slechte moet uitgaan. Ieder kind heeft een ander verhaal en heeft iets anders nodig van mij. Ik zie wat extra of wat specifieke aandacht dan ook niet als voortrekken, maar als afstemmen op de behoeften van het kind. Het ene kind heeft hulp bij het rekenen nodig, het andere kind moet sociaal wat worden ondersteund.

Wij: En als er op school lastige dingen gebeuren, hoe pak je dat op met de ouders?

Ria: Ik ben niet iemand die constant op het plein ouders aanspreekt. Zo ‘en plein publique’… dat is voor ouders vervelend en stigmatiserend. Ook kan een kind daardoor bij andere ouders gemakkelijk een stempel krijgen. Als er overleg nodig is, dan mail ik om een afspraak te plannen.

We spreken over de behoefte van kinderen aan lichamelijk contact als er iets moeilijks aan de hand is.

Ria: Lichamelijk contact… dat is voor mij een heel moeilijk onderwerp. Ik weet dat daarover regels bestaan en toch vind ik dat ik een kind soms echt moet aanraken. Ik had een keer een kind dat ik echt bij de arm moest pakken, want het deed andere kinderen pijn, maar ik heb daar van de ouders veel kritiek op gehad: ‘Jij komt niet aan mijn kind!’ Daarom schakel in zulke situaties nu eerder de leidinggevende in, want onze positie als leerkracht is dan juridisch heel ingewikkeld en kwetsbaar. Ik had ook een keer een kind waarbij sprake was van seksueel misbruik. Dat kind was soms intens verdrietig en er was dikwijls geen land mee te bezeilen. Ik kon dat kind dan alleen maar vastpakken en troosten en dan ontlaadde het helemaal. Dikke tranen! Soms ook was datzelfde kind heel, heel boos. Ik dacht: ‘Ik kan heel boos terugdoen tegen je, maar het enige wat jij nodig hebt, is een arm om je heen. Je kunt boos zijn, maar ik laat jou niet los; ik heb jou, ik ben er voor jou.’

We spreken over het letterlijk en figuurlijk niet loslaten van een kind en dat het voor kinderen juist het kwijtraken van de verbinding is wat traumatiserend werkt.

Ria: Ja, dat vasthouden is belangrijk. En als je zo’n kind vasthoudt en je voelt zo’n lijfje ontspannen… [ze zucht] … dan kruipt het kind tegen je aan en alle tranen vloeien… dat is heel heftig en dat vind ik ook heel moeilijk, om een kind dan niet vast te houden… Ik heb ook nog nooit besloten om het niet te doen als het wél nodig is, maar juridisch gezien is het heel lastig. Er is geen duidelijk beleid voor in onze organisatie. Elke handeling wordt achteraf beoordeeld, wat het voor leerkrachten heel onveilig maakt. We krijgen dan het verwijt dat we grenzen overschrijden, terwijl de grenzen niet goed duidelijk zijn en kinderen wél die soms intense behoefte aan troost en nabijheid hebben. Het is goed dat er regels zijn en kinderen en ouders hebben daar ook recht op, maar soms voelen wij ons daardoor vogelvrij.

Ria heeft in de periode van de lockdown allerlei creatieve manieren gezocht om toch les te geven en contact met de kinderen te houden via Teams. Iedere week had ze met ieder kind even een uitwisseling om de verbinding niet te verliezen. We spreken in dat kader over veiligheid en authenticiteit.

Ria: Ik vind dat je als leerkracht zeker ook je eigen emotie mag laten zien, want dat maakt het eerlijk. Je kunt de beste uitlegger van de wereld zijn, maar als je niet echt bent, krijg je er niks in. Als jij echt bent, voelen de kinderen dat zij dat ook mogen zijn. Dat is belangrijk, want anders wordt een kind ook onecht. Dat is een overlevingsstrategie, maar wel één die tot onveilige gehechtheid leidt. Daarom moet je je als leerkracht heel erg bewust zijn van hoe ONTZETTEND veel macht je hebt. MACHT! Dat moet je niet onderschatten en daar kun je dus ook heel gemakkelijk misbruik van maken als je er niet bewust bij stilstaat. Daaraan wordt in de opleiding te weinig aandacht besteed. Ik heb het er met stagiaires wel altijd over, want ik vind het echt heel erg belangrijk. Soms krijg je met kinderen heel grappige dingen als je zegt dat iets echt niet mag. Dan zeggen ze soms: ‘Ja, maar ik heb het toch netjes gevraagd?’ Dan zeg ik: ‘Ja, en dat is ook heel goed, maar toch gaat het niet door. “Nee” is ook een antwoord.’ Vaak zeg ik dat ik er later nog op terugkom en soms vergeet ik dat in de waan van de dag. En wat je vaak ziet, is dat kinderen er dan zelf wel op terugkomen als het belangrijk voor ze is: ‘Juf, maar je zei toch dat…?’ en meestal hebben ze dan gelijk en dan hebben we samen de mooiste gesprekken. Dat vind ik fantastisch!

Wij: Daarvoor is wel veiligheid nodig, als basisvoorwaarde; anders komen ze niet, toch?

Ria: Ja, absoluut. En je moet ook kunnen zeggen: ‘Ja, je had gelijk.’ Je mag ook als leerkracht fouten maken, maar ik vind het belangrijkste dat je goed kijkt en het kind serieus neemt en dat je de kinderen aanmoedigt elkaar ook serieus te nemen. We oefenen nu de ‘oversteektechniek’: ‘Denk eens na of… Wat zou die ander eigenlijk willen? Wat vraagt ze eigenlijk? Misschien wil hij meespelen? Begrijp je dan beter waarom je klasgenoot op een bepaalde manier reageerde?’ Je ziet kinderen dan heel erg nadenken: ‘Oh, ja! Zal ik dan vragen of hij wil meedoen?’ ‘Goed idee; wil je dat ik je daarbij help?’ ‘Dat kan ik zelf wel, juf.’ Okay, helemaal goed! [Ze lacht.]

We spreken over manieren om een kind waarmee het moeilijk gaat, te benaderen. Het woord ‘time-out’ valt en Ria fronst haar wenkbrauwen.

Ria: Ik ben niet voor de time out als het betekent dat je een kind apart zet. Dat wil ik niet. Mijn uitgangspunt is: als het een time out is, dan zit je lekker naast me en dan ben ik niet boos op jou. Als ik naar ‘De Nanny’ kijk… Kinderen willen niet op die trap zitten; hun gedrag is niet hun boodschap. Hun boodschap is: ‘HOOR mij, ik wil erbij horen!’ Een kind dat alles al moeilijk vindt, ook nog eens apart zetten… hoe verdrietig kun je een kind maken?! Dus dat doen we niet. Je komt maar lekker bij me en je houdt mijn hand maar vast, en dan ga ik gewoon mijn ding doen terwijl je bij me zit.

We spreken nog over hoe het voelt om fysiek afstand te houden tot de kinderen.

Ria: Afstand houden met kinderen is heel ingewikkeld. Dat gaat toch niet, dat ik achter een tafeltje zit, terwijl we gezellig in de kring zitten? Je kunt het wel uitleggen, ook aan de kleintjes, maar wat doet die afstand met het onderwijs? Ik heb daar zorgen over, omdat die interactie en juist dat contact heel belangrijk zijn. Wij zeggen dus ook heel duidelijk van als dat niet kan, dan moet je eigenlijk gewoon geen les willen geven.

Contact en verbinding met de kinderen, als basis voor hun veiligheid op school: wat een mooie benadering past Ria in haar werk toe! We ronden af, met dank aan Ria voor haar tijd.

Posted in Interviews professionals.