Aspecten van (on)veilige hechting – een teamtraining

De training zat al zo lang in de pijplijn en toch kwam het er maar niet van. Drukte aan alle kanten, moeite om agenda’s te synchroniseren, knelpunten in de budgettering… wanneer zou het lukken? Mijn contactpersoon en ik hadden geregeld even contact in een poging heel concreet een teambijeenkomst voor te bereiden, maar toch bleef het erbij. Nu hadden we eindelijk een datum kunnen vinden en vanuit mijn passie voor het onderwerp had ik natuurlijk gretig ‘ja’ gezegd. De kennis moet de wereld in! Mensen hebben er recht op om inzichten aangereikt te krijgen die hen helpen hun eigen verdriet beter te begrijpen en te doorgronden waar ‘slechte gewoontes’ vandaan komen! Dus ja, laten we met die groep bij elkaar komen en kennis delen!

Toen ik kort tevoren met de voorbereiding bezig was, realiseerde ik me dat we helemaal niet over een vergoeding voor mijn werk hadden gesproken. Ik gooide het financiële balletje in de app. “Even bellen?”, was het antwoord. Na een paar minuten was de conclusie: “Als ik zo kort van tevoren nog een vergoeding moet afstemmen, dan zeggen ze waarschijnlijk dat de training maar niet moet doorgaan, dus als je erop staat, dan moeten we cancellen en zoeken we een nieuwe datum.” We zaten aan weerszijden van de lijn samen in een impasse. Was dit wat we wilden? Nee. Begrepen we elkaars standpunt? Ja. We brainstormden vervolgens oplossingsgericht. Trainingen geven die zowel bewoners als hun begeleiders ondersteunen in traumasensitief handelen – dat is gewoon waarde toevoegen en dat verdient een eerlijke beloning, ook als het moeilijk is daarvoor budget vrij te maken. Een zorginstelling runnen op een manier die loskomt van de standaard geprotocolleerde vormen en veel meer recht doet aan het persoonlijke verhaal – dat is gewoon waarde toevoegen en dat verdient een eerlijk budget, ook als het moeilijk is dat te vinden. Hoe zouden we het dilemma dat werd veroorzaakt door een alom ervaren geldgebrek kunnen aanpakken? We vonden een mooie oplossing: ik zou de afgesproken training geven en als tegenprestatie zouden we een ontmoeting met de directeur van de stichting plannen om te onderzoeken hoe mijn expertise breder zou kunnen worden ingezet en tot een betaalde trainingenserie voor de totale organisatie zou kunnen leiden. Bij de nu geplande training zouden ook een orthopedagoog en een groepsleider aanwezig zijn, zodat ook zij een indruk zouden krijgen van wat ik te bieden had. Zo spraken we het af en we waren wederzijds blij met deze beslissing.

De dag was daar; ik belde mijn contactpersoon dat ik in het pand was gearriveerd. Hij nam niet op. Ik wachtte even en belde nogmaals: “Ja, ik kom zo, maar we zitten in een zeer heftige bespreking en ik kan nu niet weg. Ga maar even zitten beneden.” Oef… ik proefde de spanning. Even later kwam hij beneden: “Hoi! Goed dat je er bent! Ja, het was nogal heftig en ik kan er verder met geen woord over reppen – zo ingewikkeld was het. Kom maar, ik neem je mee naar boven.” We liepen de trappen op en ik betrad de trainingsruimte. Die was luidruchtig en nog aardig gevuld. Sommigen waren even naar buiten voor een sigaret of om een luchtje te scheppen, maar de spanning hing nog in de zaal. Ik pakte mijn tas uit, sloot mijn laptop aan, legde de uit te delen materialen klaar en schonk mijzelf een kop thee in. Ik was benieuwd wat er zou gebeuren.

Toen iedereen binnen was, deelde ik een print van de Mood Meter uit, ontwikkeld door Marc Brackett. Ik zei dat ik had begrepen dat ze met z’n allen een heftige vergadering hadden gehad en dat het nogal uitmaakt hoe je stemming is, als je met elkaar aan de slag gaat. Ik zei daarom even een rondje te willen doen om die stemming te peilen. Er kwam heel wat voorbij: zorgelijk, geïrriteerd, onrustig, teleurgesteld, pessimistisch, pissig, moedeloos, moe, geschokt, driftig… Gelukkig waren er ook wat mensen die noemden dat ze zich rustig voelden, ontspannen, hoopvol. De hoge, onaangename energie had echter duidelijk de overhand. Ik legde uit dat als die de overheersende stemming bepaalt, het waarschijnlijk moeilijker is om op te letten, om gefocust te blijven en nieuwe kennis op te nemen. Ik gaf aan dat het fijn is als er in zulke omstandigheden ook mensen zijn die wél kalm kunnen blijven en die kunnen helpen om de onrust van anderen te co-reguleren, zodat je samen weer tot een meer rustige, minder stressvolle gemoedstoestand komt.

Zodoende zaten we al na vijf minuten volop in alles wat te maken heeft met veilige en onveilige hechting, met stressregulatie, met gebalanceerd kunnen functioneren, met je al dan niet kunnen inleven in wat de ander doormaakt en wat die nodig heeft. Het was goed om dit te weten; mij hielp deze inventarisatie enorm, want ik merkte wel dat de stemming een beetje wild en losgeslagen was. Ze hadden allemaal nauwkeurig de kop erbij moeten houden in de vergadering en ze waren, na de eigenlijk te korte pauze, bij aanvang van mijn verhaal nog niet werkelijk tot rust gekomen. Ik voelde dus geen ergernis of ongeduld toen ik merkte dat ze over en weer begonnen te klieren en met plagerige en humorvolle opmerkingen op elkaars inbreng reageerden. Ze moesten nog uitrazen. Dit ging niet over mij; dit ging over het probleem dat ze hadden besproken en wat dat in hen had losgemaakt.

Desondanks had de teamleiding wel de wens dat ze wat van mijn verhaal zouden opsteken en na een paar minuten werd toch van iedereen gevraagd om de aandacht weer centraal te houden. Ik vroeg ze op alfabetische volgorde te gaan staan en in duo’s drie vragen te beantwoorden: naam, leeftijd en geboorteplaats; het moeilijkste in contact met anderen mensen; het belangrijkste doel in hun werk. Na wat puzzelen hadden ze allemaal een gesprekspartner en werd er uitbundig uitgewisseld. Vervolgens mochten ze hun buurman of buurvrouw aan mij voorstellen en daarbij kwamen eveneens hechtingsgerelateerde aspecten aan het licht. Hoe moeilijk of gemakkelijk is het om goed te luisteren en goed te reproduceren wat de ander je heeft verteld? Hoe open ben je in het beantwoorden van de vragen? Hoe kwetsbaar durf je jezelf te maken? Vertel je graag of luister je liever? Voelt het als een kans of als een bedreiging om iets over jezelf te vertellen? Moedig je de ander impliciet aan tot openheid door jezelf als eerste bloot te geven of geef je sociaal wenselijke antwoorden? Moet je lang nadenken over je persoonlijke eigenschappen en idealen of heb je die scherp voor ogen?

Bij de terugkoppeling bleken er duidelijk verschillen te zitten in de mate van kwetsbaarheid die iedereen had kunnen opbrengen: zelfbescherming is soms nog onontbeerlijk. Tegelijkertijd waren er prachtige overeenkomsten. Het was mooi om te horen dat er over de hele linie zoveel motivatie was om een positief verschil te maken voor bewoners en cliënten. Ook was er duidelijk een drive om onrecht te uit te bannen, kwaliteit van zorg te bieden, vertrouwen, eerlijkheid en veiligheid te stimuleren.

Bij mijn uitleg over ACE’s deelde ik het scoreformulier uit. Om de veiligheid en privacy van alle aanwezigen te waarborgen (zeker na de heftige vergadering waarvan ik vermoedde dat die een link had met ACE’s), voegde ik er een klein blanco papiertje aan toe waarop mensen hun score konden noteren. Dubbelgevouwen ingeleverd bij mij hoefden ze niks hardop te zeggen en wist zelfs ik niet welke van wie was. De scores waren toch wel weer indrukwekkend. Er was gelukkig ook vijf keer een nul, maar daarnaast een 6, een 7, twee keer een 8, een 9 en twee keer een 10. Een groep van zo’n twintig mensen en zeven mensen met 6 of hoger… dat is niet niks. Dat betekent dat er veel pittige levenservaring in het team aanwezig is, om het eufemistisch uit te drukken. Het was dan ook niet heel verwonderlijk dat er halverwege mijn verhaal wat mensen vertrokken. De combinatie van de vergadering met wat ik te vertellen had, was te veel voor ze. De groepsleiding ging daar bewonderenswaardig mee om. Men gaf expliciet aan dat iedereen daarin goed voor zichzelf mocht zorgen en dat het verlaten van de bijeenkomst geen consequenties had voor de positie in het team.

Eén van de teamleden was Joy, wier verhaal we afgelopen week publiceerden als blog. Het team luisterde met aandacht naar haar, ondanks de vermoeidheid bij velen. Dit was hun collega en ze vertelde open over de ellende die ze had moeten doorstaan. Velen waren lovend over hoe ze haar eigen ervaring inzet in contact met bewoners en hoe haar rauwe kindervaringen daarin juist van enorm waardevolle betekenis zijn. Het was mij een genoegen haar een exemplaar van het boek van José Al over vroegkinderlijk trauma te mogen overhandigen, als dank voor haar blog en als aanmoediging voor haar werk.
De training krijgt binnenkort vast en zeker een vervolg en ik kijk ernaar uit om deze gemotiveerde mensen te ondersteunen bij hun belangrijke werk!

Webinar en vragensessie over ‘The Myth of Normal’ met Gabor Maté

Een week geleden waren we met een paar mensen bij elkaar om te luisteren naar een webinar met Gabor Maté als hoofdgast, georganiseerd door Science & Nonduality (SAND). Gabor beantwoordde vragen over zijn nieuwe boek ‘The Myth of Normal’, geschreven met zijn zoon Daniel, en over gerelateerde thema’s. Graag deel ik een aantal van de onderwerpen die aan de orde kwamen.

De sessie begint met een aantal algemene overdenkingen. Er wordt gesproken over hoe belangrijk het is om eerst vast te stellen dát je lijdt, dát je niet gelukkig bent. Wanneer er pijn is, is het goed om zonder oordeel nieuwsgierig te zijn naar de oorsprong van je lijden (‘compassionate inquiry’). Compassievol je eigen onrust en eenzaamheid onderzoeken is de eerste stap naar heling. Daarbij kunnen ook boeken, therapie, lichaamsgerichte oefeningen, en spirituele praktijken zoals meditatie en dergelijke behulpzaam zijn.
Bij alles wat je onderneemt binnen een sociale context, is het goed te bedenken dat ieder systeem (relatie, gezin, werkomgeving, samenleving) erop is gericht om zichzelf in stand te houden, onder andere door het bekrachtigen van overtuigingen die de overleving van dat systeem waarborgen. Overtuigingen en attitudes die morrelen aan het systeem, zijn ‘lastig’. Wanneer je de waarden van het systeem niet deelt of je ertegen verzet, zul je binnen dat systeem waarschijnlijk geen invloedrijke positie verwerven. Mede daarom is het zo moeilijk om toxische dynamieken in een systeem te veranderen.
Daarin zit zeker ook een culturele component: er zijn ‘indigenous tribes’ waar sprake is van ‘intelligent governance’, het leiden van de gemeenschap op een manier waarin het niet wordt getolereerd dat leiders primair hun eigen doelen dienen. Als dat gebeurt, raken ze hun machtspositie kwijt.

Tijdens de overdenkingen zijn er onder de circa 800 deelnemers al heel wat Zoom-handjes de lucht in gegaan van mensen die graag een vraag willen stellen, waarmee de rest van het webinar wordt gevuld.
Eén van de eerste vragen gaat over de verhouding tussen ouders en kinderen als er sprake is van onenigheid en constant gedoe. Hoe pak je dat aan? Hoe zorg je voor een meer harmonieuze interactie? Wie draagt welke verantwoordelijkheid? Besproken wordt dat ouderschap geen democratisch instituut is, aangezien volwassenen nu eenmaal verantwoordelijkheid dragen voor hun kinderen, aan wie ze (bege)leiding geven en over en voor wie ze beslissingen moeten nemen. Er is een zekere mate van hiërarchie en dominantie. Waar het mis gaat, is als die neerkomt op uitbuiting of dwang, als kinderen gehoorzamen onder druk van angst voor sancties. Er wordt onderscheid gemaakt tussen autoritair en autoritatief ouderschap: dictatoriaal of tiranniek (wat tot strijd en verzet leidt) versus gezaghebbend en betrokken (wat eerlijk, redelijk en begripvol is). Verder is er een verschil tussen de rol van ‘ouder’, met een zekere hiërachie, en de relatie tussen ouder en kind, waarin gelijkwaardigheid de essentie is.

Gabor verwijst in dit deel van het webinar ook naar een presentatie van hem en Daniel samen in 2016, onder de titel ‘Hello Again’, waarin vader en zoon beide een voordracht geven, vervolgens worden geïnterviewd en dan vragen uit de zaal beantwoorden. (Een zeer recente editie van zo’n tweegesprek vind je hier en er zijn er nog meer.) Deze gesprekken zijn zowel hilarisch als diepgaand. Daniel begint in het 2016-onderhoud met de uitspraak dat hij zich gezegend voelt met een vader die zozeer ‘willing to look at himself’ en ‘reflective’ is. ‘Kids’, zegt Daniel, ‘get the message under the words’ en dat is waarom het vaak moeilijk is om een gesprek te hebben over waar het wérkelijk om gaat, aangezien er zoveel onder de woorden ligt dat misschien ook voor de ouder nog onbewust is. Het is goed en pittig om te bedenken dat er in een volwassen relatie geen sprake is van 50/50-verantwoordelijkheid voor de interactie, maar dat beide partners 100% verantwoordelijkheid dragen voor hun eigen aandeel.

De moeder die tijdens het webinar een vraag stelt over haar dochter met wie alles nu heel moeilijk gaat, voelt veel onmacht en boosheid. Als ze met Gabor in gesprek gaat, is zijn conclusie al snel: ‘Your child is not your problem. Your trauma is your problem.’ Er volgt een kort gesprek en de moeder is al snel heel emotioneel omdat ze zich realiseert dat er inderdaad nog veel pijn uit haar eigen kindertijd is. Ze krijgt de warme aanmoediging om hulp te zoeken, zodat ze tot rust kan komen en er dan werkelijk voor haar dochter kan zijn, zodat ze eerst krijgt wat ze nu niet kan geven.

Een jonge man zou graag willen leren hoe hij minder vaak afdwaalt, hoe hij onder de knie wil krijgen dat ‘tuning out’ niet meer zijn standaard reactie is op ingewikkelde situaties. Twee jaar na de start van zijn studie is hij ermee gestopt en hij heeft nu een parttime baan en werkt aan het ont-dekken en helen van zijn trauma, zodat hij zijn weg door het leven kan vervolgen. Hij realiseert zich dat er sprake is van ADHD-symptomen. Gabors inschatting is dat er tijdens zijn kindertijd veel stress was bij zijn ouders; er blijkt ook sprake te zijn geweest van woede en geschreeuw. Alleen door te dissociëren, kon zijn brein hem daartegen beschermen. Voor zijn herstel zal therapie belangrijk zijn. Ook goed voor zijn lichaam zorgen, een leven leiden dat zijn gezondheid ondersteunt, doet ertoe. En daarnaast kan hij zijn geest trainen, bijvoorbeeld via meditatie. Ook meer bewustzijn ontwikkelen voor de momenten waarop hij dissocieert is behulpzaam. Deze benaderingen samen zorgen voor een vorm van ‘herprogrammeren’ van het interne milieu.

Een andere vrouw is eveneens op zoek naar meer innerlijke balans. Er is een rustige uitwisseling van gedachten en dan verwijst Gabor naar het idee dat zo lang in hem leefde: ‘Everybody can heal, but not me.’ Dit idee, zegt hij, tegen zijn gesprekspartner die inmiddels in tranen is, is een trauma-imprint. Het is het verwonde kind in ons dat moeite heeft om te geloven dat heling mogelijk is, na al die jaren waarin dingen pijnlijk voelden, waarin verwachtingen niet werden waargemaakt, waarin angst de overhand had, waarin onze behoeften niet werden gezien en waarin ons brein zich ontwikkelde op basis van die ervaringen. Daarbij is het voor gevoelige kinderen bovendien heel moeilijk om dingen te zien en waar te nemen die de belangrijke volwassenen om hen heen niet zien of niet uitspreken, terwijl de energie wel in het systeem blijft resoneren.

Er worden gedurende het hele webinar korte gesprekken met diverse mensen gevoerd en het is indrukwekkend om te zien met hoeveel zachtheid hun problematiek wordt benaderd, hoe ze ‘on topic’ worden gehouden en hoe hun innerlijke wijsheid wordt aangesproken.
Lang niet alle vragen komen aan bod – daarvoor zijn de anderhalf uur ontoereikend. Gabor stelt voor dat er binnenkort een vervolg komt en Zaya en Maurizio van SAND zijn blij met dat aanbod.
Afgelopen maandag ontving ik de terugkijklink, maar je moet zijn ingelogd en hebben geregistreerd en gedoneerd om het webinar nogmaals te kunnen bekijken. Delen van die link heeft daarom geen zin. De mail bevatte daarnaast een paar bronnen die tijdens het webinar zijn genoemd en die deel ik graag:

·       Mari Swingle, boek: I-Minds: How Cell Phones, Computers, Gaming, and Social Media are Changing Our Brains, Our Behavior, and the Evolution of Our Species

·       Dr. Shimi Kang, boek: The Tech Solution

·       Dr. Gabor Maté, boek: Hold on to Your Kids

Wil je aanhaken bij één van de webinars…? Kijk dan op de website van SAND voor de data en de onderwerpen. We wensen je veel inspiratie met de ‘Hello Again’-conversaties in de links hierboven en mooie, liefdevolle gesprekken vanuit compassie met je naasten in de komende week! We zien je graag weer in 2023!

Compassionate Inquiry – een oefening

Afgelopen week rondden we de boekbespreking van ‘De mythe van normaal’ af met Deel 5.
Daarin noemden we ook een oefening in ‘compassievol onderzoek’, of ‘compassionate inquiry’, zoals de term in het Engels luidt. Hier gaan we graag nog wat dieper op in.

Het spreekwoord luidt dat voorkomen (preventie) beter is dan genezen (curatie). Er is echter nog een andere benadering, die aan preventie voorafgaat: amplitie. Het woord ‘amplitie’ stamt van het Latijnse werkwoord ‘amplire’, wat ‘vergroten’, ‘vermeerderen’ betekent. Bij amplitie gaat het erom dat je dat wat je kracht geeft en je gezond houdt, meer aandacht geeft. Het is een zeer salutogenetische aanpak: je kijkt naar de vraag waardoor gezondheid ontstaat (saluto-genese). Dat is een andere benadering dan bezig zijn met wat je zou moeten vermijden om niet ziek te worden.

Een belangrijk element van je dagelijks welzijn is zingeving: je kunt fysiek nog zo gezond zijn en nog zoveel materiële dingen om je heen hebben… als het leven zinloos lijkt en je geen doel of belang ervaart in de dingen die je doet, dan daalt je welzijn drastisch. Zingeving wordt ook weleens aangeduid met de Japanse term ‘ikigai’, datgene waarvoor je uit bed komt, je ‘raison d’être’, dat wat je blij en tevreden maakt, dat wat betekenis geeft aan je bestaan. Het is dus waardevol om bij jezelf de vinger aan de pols te houden over of je daarin authentiek bent, of je je ikigai kent en nastreeft, of dat je je om allerlei redenen daarvan laat afhouden. (Binnenkort bespreken we een boek over ikigai.)

Als je merkt dat je niet voldoende zingeving ervaart, kun je jezelf naar beneden praten: “Weer niks nuttigs gedaan, weer niet hard genoeg gewerkt, wat een sukkel ben ik, waarom krijg ik het niet voor elkaar, ik kan dit niet, ik ben er te dom/lui/incompetent voor, dit wordt nooit wat”… en wat je verder nog kunt verzinnen. Velen van ons zijn groot geworden met in hun hoofd die stem van eerst een ander (vaak een ouder of leerkracht of leidinggevende), die later geruisloos overgaat in de eigen ‘inner critic’, de stem die voortdurend je handelen negatief beoordeelt – veroordeelt, dus, je ‘binnenvitter’, zoals deze stem wel wordt genoemd. Met deze aanpak ben je niet erg lief voor jezelf. Het is waarschijnlijk niet de manier waarop je met een dierbare vriend(in) zou praten. Kan dat ook anders…? Kun je leren dat op een meer compassievolle manier aan te pakken? Ja, dat kan!

Hoofdstuk 28 van ‘De mythe van normaal’ reikt je een Compassionate Inquiry-oefening aan die je helemaal zelf kunt doen. Je hebt er geen therapeut of deskundige voor nodig. Je kunt er zelf mee aan de slag, met een frequentie die bij je past en die je wellicht langzaam verhoogt, als je merkt dat de oefening je goed doet. Hoe gaat die in zijn werk?
Je gaat er regelmatig voor zitten, minimaal eens per week maar liefst vaker, om al schrijvend een aantal vragen eerlijk aan jezelf te beantwoorden. Het gaat om de volgende zes:

Vraag 1: Tegen welke dingen op voor mij belangrijke levensgebieden zeg ik, tegen mijn ware wens in, geen nee?

Vraag 2: Wat is de impact op mijn leven van mijn onvermogen om nee te zeggen?

Vraag 3: Welke lichamelijke signalen heb ik over het hoofd gezien? Welke symptomen heb ik genegeerd die ik met bewuste aandacht ervoor als waarschuwingssignalen had kunnen zien?

Vraag 4: Wat is het verborgen verhaal achter mijn onvermogen om nee te zeggen?

Vraag 5: Waar heb ik dit verhaal of deze verhalen geleerd?

Vraag 6: Waar heb ik het ja, dat gezegd wilde worden, genegeerd of ontkend?

 

Ad 1
Waar voelde je een nee, maar hield je het binnen of zei je ja, terwijl je er niet achter stond? Met wie en waar is het moeilijk om nee te zeggen? En als je wel nee zegt, kun je je er dan prettig bij voelen, vastberaden, vrij van schuldgevoel? Maak je jezelf na afloop verwijten over je nee? Welke prijs betaal je voor je ja, als je een nee had willen uiten?

Ad 2
Een niet uitgesproken, maar wel gewenst nee, kan allerlei gevolgen hebben: lichamelijke (rugklachten, slapeloosheid, buikpijn, vermoeidheid, hoofdpijn en meer), emotionele (verdriet, angst, verveling, verlies van levensvreugde en gevoel voor humor) en relationele (ergernis naar de ander, vervreemding van dierbaren, afstandelijkheid, gebrek aan libido).

Ad 3
De hiervoor genoemde lichamelijke effecten zijn belangrijk om te observeren. Als er stress in je lijf ontstaat, raak je immers bevattelijker voor ziekte en chronische sociale en gezondheidsproblemen. Het lichaam vertelt vaak duidelijk wat het fijn vindt en wat niet, maar we zijn dikwijls verleerd of zijn bang om ernaar te luisteren en de signalen serieus te nemen. Begrijpelijk: hun betekenis kan heftig zijn.

Ad 4
Achter je niet uitgesproken nee gaan vaak uiteenlopende overtuigingen schuil, die samen een verhaal vormen dat je jezelf steeds opnieuw vertelt om je keuzes uit te leggen, te rechtvaardigen, verstandelijk te beredeneren. Je keuzes en verhalen lijken daardoor ‘normaal’ en waar. Ze zijn bovendien vrijwel altijd consistent met je levenservaringen, maar ze verdienen een nadere beschouwing.

Ad 5
Ons zelfbeeld vormt zich meestal in onze vroege levensfase onder invloed van hoe onze meest nabije hechtingsfiguren met ons omgaan en op ons reageren. We worden niet geboren met een negatief zelfbeeld, zogezegd. We vatten dingen vaak persoonlijk op, terwijl ze dat niet zijn. Deze vraag nodigt je uit eerlijk te onderzoeken waar je verhaal in stand wordt gehouden en waar het mag veranderen.

Ad 6
Wanneer je je authenticiteit niet aan de dag durft te leggen, zeg je tegen bepaalde dingen waarschijnlijk geen nee, hoewel ze niet bij je passen. Omgekeerd zeg je mogelijk geen ja tegen wat je levensgeluk zou voeden. Misschien ben je bang voor reacties uit je omgeving. Misschien denk je dat je bepaalde dingen niet waard bent. Misschien zijn er overtuigingen die maken dat je vindt dat je iets niet mag doen. Ons ‘ikigai’, ons doel voor zingeving, wil echter tot expressie worden gebracht. Wanneer het slechts binnenin sluimert, doodt het onze creativiteit of explodeert het op een heel onhandige manier. Er uiting aan geven, je doelen in de wereld zetten, er ja tegen zeggen, kan sterk helend werken voor je welzijn en gezondheid.

Het is een eenvoudige en toch ook complexe oefening, al was het maar omdat ze enige discipline vereist: ze vraagt van je dat je er op regelmatige basis tijd voor inruimt. Bovenal vraagt ze dat je eerlijk bent en letterlijk onder ogen durft te zien wat je aan jezelf te melden hebt. Je schrijft, je geeft woorden aan je gevoel, je noteert wat je in je lijf hebt waargenomen in de voorbije week of de afgelopen dagen. Je ziet bepaalde thema’s misschien steeds weer voorbijkomen en bij andere kun je opgelucht vaststellen dat je vooruitgang boekt, dat je jezelf serieus neemt, dat je lichaam er blij van wordt.
Ik ben begonnen; ik heb een mooi, uitnodigend boekje gekozen waarin ik voorin, als geheugensteun, de zes vragen heb genoteerd. Ik ervaar het schrijven vanuit compassie als een fijn proces zo door de week heen. Het maakt me bewuster en dat is het begin van elke verandering, ook die op weg naar meer rust en welbevinden in je leven. Oftewel… van harte aanbevolen!

Krachtige inspiratie, mooie samenwerking en moedige stappen

Donderdag 29 september was een intensieve dag met mooie, inspirerende gesprekken en ontmoetingen!

De dag begon met het eerste teamoverleg met de collega’s van Stichting IkiBuntu, waarmee ACE Aware NL de komende tijd intensief gaat samenwerken.
Ik ontmoette één van de oprichters, Ilona Schra, tijdens mijn veldwerk voor de master Medical Anthropology & Sociology. We zaten samen bij dezelfde vergadering over een onderzoeksproject rondom het concept Positieve Gezondheid, waarbij zij aanwezig was als student voor de master Healthy Ageing. We kwamen in gesprek, ontmoetten elkaar in de tijd daarna een aantal keren en bleken veel gemeen te hebben qua visie op gezondheid en wat er nodig is om daarvoor een stevig fundament te leggen via het voorzien in de basisbehoeften van kinderen. Zij en haar studiegenoot Wout Peters richtten vervolgens Stichting IkiBuntu op, met als pijlers een steunend netwerk, voedend eten, natuurlijk bewegen, bewust ontspannen, zinvol leven en uitgerust wakker worden. De naam komt voort uit de samenvoeging van twee mooie concepten, namelijk het Japanse ‘ikigai’ en het Afrikaanse ‘ubuntu’.

Ikigai gaat over zingeving. Waarvoor kom je je bed uit? Wat drijft je? Welke dingen zijn het waard om voor te leven? Vier elementen komen erin samen: waar je van houdt (passie), wat de wereld nodig heeft (missie), waarvoor je betaald kunt worden (beroep) en waar je goed in bent (roeping). Komen die allemaal samen in wat je doet, dan heb je je ikigai gevonden!
Ubuntu is een concept dat vrij vertaald betekent ‘ik ben omdat wij zijn’ en gaat in grote lijnen om medemenselijkheid, om dienstbaarheid aan de gemeenschap waarvan je onderdeel bent. Die kun je klein en groot definiëren (je gezin, je buurt, je werkomgeving – de wereld!), maar de kern is dat je als mens verbonden bent met de mensheid als geheel. Het gaat erom je niet bedreigd te voelen door anderen, maar je vol vertrouwen bewust te zijn van je eigen waarde voor het geheel, aan dat geheel jouw unieke bijdrage te leveren en te voelen dat met het lijden van een deel van de mensheid, de mensheid als geheel beschadigd raakt en heling nodig heeft.

Beide begrippen, samengebracht in IkiBuntu, sluiten prachtig aan bij de zeven pijlers van ACE Aware NL: verbinding, compassie, moed, nieuwsgierigheid, vertrouwen, vriendelijkheid en veerkracht. Deze begrippen zijn zowel voorwaarde voor als resultaat van positieve levenservaringen. Hoe komen we daar terecht?
De vorming van ons wereldbeeld begint al heel vroeg, veel vroeger dan vaak gedacht. Wanneer je bij je moeder in de buik blootstaat aan veel stresshormonen, omdat ze het zwaar heeft en veel tegenslag moet incasseren, dan ontstaat er in jou als ongeboren baby al de gewaarwording dat de wereld een plek vol dreiging is. De stresshormonen van je moeder, die via de navelstreng rechtstreeks bij jou terechtkomen en van invloed zijn op je stormachtig snelle ontwikkeling in de baarmoeder, maken dat je een stressregulatiesysteem ontwikkelt dat al vanaf het begin op scherp staat.

Als de leefomstandigheden na je geboorte dan inderdaad stressvol en zorgelijk blijken te zijn, wordt die vroege imprint telkens opnieuw bevestigd; die raakt dan diep ingesleten. Je wereldbeeld wordt door traumatische vroege ervaringen intens gekleurd en beïnvloedt waarschijnlijk ook je gedragspatronen. Onder moeilijke omstandigheden is dat ‘adaptief’, behulpzaam en ondersteunend. Vaak wordt het later echter ‘maladaptief’, belemmerend en ondermijnend. Het eist een tol van je hele organisme, van de voortdurende feedback tussen al je orgaansystemen. Dat heeft een weerslag op de overtuigingen waarmee je door het leven gaat. Die overtuigingen zijn dan geen welbewuste keuze, maar een ‘default setting’, een grondhouding die is gebaseerd op je allervroegste ervaringen. Dat kan leiden tot overtuigingen als ‘Ik ben niet goed genoeg’, ‘Ik kan dit niet’, ‘Als het erop aankomt, kan ik op niemand rekenen’. Dergelijke gedachten maken het moeilijk om je spontane persoonlijkheid en je stralende authenticiteit aan het licht te laten komen. Het zijn traumareacties op dat waarmee je in het begin van je ontwikkeling te maken had en waardoor je je overweldigd voelde omdat je te weinig steun ondervond.

Dit soort overtuigingen en het gedrag dat eruit kan voortvloeien in de vorm van agressie, afweer, geslotenheid, ongezonde leefgewoontes, verslavingen en zelfs criminaliteit, hebben dus een neurofysiologische basis: je brein en je andere organen verkeren bij voortduring in overlevingsmodus vanuit een diepe onveiligheidsbeleving. In die modus is het heel ingewikkeld en bijna onmogelijk om te focussen op bijvoorbeeld logisch nadenken, meer geduld ontwikkelen en verandering van ongezond gedrag. Je enige doel is: overleven, jezelf overeind houden, met alles wat jij denkt dat daarvoor nodig is en wat je erbij helpt.

Daarom is het belangrijk dat iedereen die zorg draagt voor anderen, in welke omgeving dan ook, zich bewust is van deze ontwikkelingsprocessen. Kennis daarover helpt enorm om bepaald gedrag op een goede manier te duiden. Waarom is je kind ‘ineens’ driftig? Waarom spring jij uit je vel? Hoe komt het dat je collega zo kortaf doet? Wat is de reden dat de dokter niet naar je luistert? Waar komt de agressie van je klant vandaan? Je bewust zijn van mogelijke onderliggende stressfactoren en vervolgens adequaat op de ander reageren is de kern van wat we een traumasensitieve benadering noemen. Je houdt er rekening mee dat het stresssysteem van de ander door ingrijpende ervaringen overbelast is. Dat kan ook iemands gedragspatroon helpen verklaren. Het gaat dan vaak om gedrag komt voort uit die vroege imprint van onveiligheid: fight, flight, freeze, fawn.

Dit is geen eenvoudige materie. Dat de kindertijd niet zo vrolijk was als we ons graag herinneren, staat vaak onbewust als een roze olifant in de kamer. Toch voelen we wel dat er iets heel groots en wezenlijks is dat ons of de ander belast en belemmert. De emoties die daarmee gepaard gaan, worden dikwijls om allerlei redenen weggedrukt. Ze blijven onbesproken, met alle consequenties die dat heeft voor het immuunsysteem dat die stress wél voelt, ook als die niet expliciet wordt gemaakt. Veel mensen lopen vast in de zorg en in therapieën als gevolg van gebracht aan aandacht en erkenning voor het vroegkinderlijk trauma dat ze hebben doorgemaakt. Ze dragen dat met zich mee en het heeft impact (gehad) op hun neurofysiologie en stressregulatie.

De effecten van onderdrukte emoties… dat is de kern van waar Stichting Emovere zich op richt. Na het mooie teamoverleg pakte ik afgelopen woensdag de trein naar Ede, waar in de middag en avond de vierde vriendenbijeenkomst van Emovere plaatsvond. De plenaire sessies, de documentaire over de weg die Michelle Kraaij aflegde naar herstel, de workshops die in twee rondes werden gegeven… allemaal hadden ze één visie gemeen: het is belangrijk om pijnklachten te zien als signalen van het lichaam en op zoek te gaan naar de onderliggende emoties.

Daarbij is het essentieel dat we onderkennen dat we tegen de tijd dat we ons als mens in welke externe setting dan ook begeven, we al een cruciaal vormende tijd in ons gezin van oorsprong hebben doorgebracht. Dat gezin was ons begin, de plek waarvan we afhankelijk waren als baby, als kind. We voelen daarom veel loyaliteit naar die plek en de mensen die erbij horen. Dat maakt het ook begrijpelijk dat er veel weerstand kan worden gevoeld tegen het zoeken van de oorzaak van huidige (emotionele en fysieke) pijn bij die plek en die mensen. Dat oude, soms alomvattende verdriet dat je voelt… de mogelijkheid openhouden of onder ogen zien dat die haar oorsprong vindt in jouw eigen oorsprong… dat doet pijn.

Het vergt moed om daar diep op in te gaan, naar daar waar het donker en ongemakkelijk wordt, maar waar ook de sleutel tot inzicht, wijsheid en heling ligt. De verwonding is ontstaan in een sociale omgeving waar de interactie niet goed verliep. Voor heling is het van onschatbare waarde om een omgeving te bouwen waar compassie de boventoon voert en begrip voor hoe de verwonding een mensenleven op een intens verdrietige manier kan beïnvloeden. Je verdient het om mensen om je heen te vinden en te verzamelen die dat begrijpen, die je niet proberen te fixen, maar eerst alleen maar eens luisteren naar je verhaal.
Daar zet ACE Aware NL zich voor in en we vinden het dan ook geweldig dat de film ‘Resilience’, die dit alles zo indrukwekkend uitlegt, het middelpunt is van het door Alles is Gezondheid, ProScoop en Stichting Emovere in samenwerking met ACE Aware NL georganiseerde lunchwebinar.

Wil je er nog meer over weten en een training of presentatie plannen voor jouw organisatie? Laat het ons weten; we gaan heel graag met je in gesprek om de details samen uit te werken!

Zomergasten: het lichaam en de ervaringen die niet worden vergeten

In de laatste week van augustus, in aanloop naar de op handen zijnde uitzending van ‘Zomergasten’, was er commotie rondom het middelpunt van het drie uur durende gesprek. Drie academici hadden een waarschuwing voor het Nederlandse volk en dat leidde tot levendige discussies op social media. In de laatste aflevering van het seizoen zou de aftredende presentator Janine Abbring als gast namelijk de wereldberoemde psychiater, wetenschapper en auteur Bessel van der Kolk (1943) ontvangen, een man met Nederlandse roots die al sinds begin jaren 60 in de Verenigde Staten woont en daar als pionier en expert op het gebied van trauma furore heeft gemaakt. Dat deed hij onder andere via zijn rollen als adviseur of getuige-expert aan internationale onderzoeken en processen, zoals de Truth and Reconciliation Commission in Zuid-Afrika na het einde van de apartheid en op weg naar democratie. Zijn veelgeprezen boek ‘The Body Keeps the Score’ (in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’) heeft als kernboodschap dat het intellectuele brein soms zodanig door gebeurtenissen wordt overweldigd dat het als overlevingsstrategie het mechanisme van dissociatie hanteert. De emotionele lading van de ervaringen wordt diep weggestopt, zodat degene die de gebeurtenissen onderging op de één of andere manier kan doorgaan met leven. Bewuste beleving van het trauma zou te pijnlijk, te onverdraaglijk zijn. lichaam heeft al die toxische stress echter wel degelijk doorgemaakt en die ervaringen beïnvloeden de stressregulatie, de hersenontwikkeling en de neurofysiologie en dus ook op het immuunsysteem, met een scala aan mogelijke sociale en gezondheidsproblemen tot gevolg. Het lichaam draagt alles met zich mee: the body keeps the score. Deze visie is duidelijk nog niet overal gemeengoed.

De drie auteurs van het Volkskrant-artikel (een hoogleraar, een emeritus-hoogleraar en een universitair hoofddocent) stelden dat Van der Kolk in het programma mogelijk ruimte zou worden geboden “om onjuiste en gevaarlijke ideeën te verspreiden” over verdrongen herinneringen (de Volkskrant, 26 augustus 2022). Ze stelden dat hij “zijn brood verdient met het populariseren van dat idee” dat traumatische herinneringen worden verdrongen en dat veel therapeuten die dit geloven, mensen allerlei vormen van misbruik en ellende aanpraten. Ze vertellen hun patiënten dat de lichamelijke en psychische symptomen waarmee ze zich bij een psychiater melden, “zijn ontstaan omdat ze vroeger ooit zijn misbruikt maar dat de herinnering eraan is weggestopt in hun onderbewustzijn.” Deze aanpak zou leiden tot “nepherinneringen aan misbruik”. De cliënt geneest niet, maar krijgt “een verzonnen traumatisch verleden aangepraat”, aldus het artikel. De academici gaven aan “desastreuze gevolgen (…) voor patiënten en hun families” te vrezen.

En dan is het zondagavond 28 augustus en ga ik er goed voor zitten. Deze man wil ik horen, want ik ken zijn werk, dat aansluit bij dat van andere grote namen in het veld, en ik ben benieuwd naar wat hij het Nederlandse publiek zal aanreiken aan kennis, overwegingen en beeldmateriaal.
Het is indrukwekkend, en als ik de uitzending een tweede keer bekijk, ben ik nog meer geraakt. Hier is een werkelijke expert aan het woord, een man die bescheiden is in al zijn wijsheid, die met nederigheid en zelfreflectie het verhaal van zowel elementen uit zijn vakgebied als aspecten van zijn leven uit de doeken doet en die zichzelf en interactiepatronen onder de loep neemt. De nog altijd voortdurende onwetendheid, ondanks het vele onderzoek, blijft evenmin onvermeld. Al in de eerste paar minuten vertelt hij dat PTSD/PTSS nog in 1980 werd gedefinieerd als iets wat zéér zelden . “Dat zegt iets over hoe blind we waren voor de ellende in de wereld”, is zijn conclusie. Verderop in de uitzending geeft hij aan te vrezen dat er weinig is geleerd van Harry Harlow’s onderzoeken met apen in de jaren 50 en 60, gebaseerd op het werk over hechting van John Bowlby, met wie Van der Kolk goed bevriend was. Nog altijd is er volgens hem te weinig aandacht voor het leed dat veel mensen doormaken en op tweederde van het interview vraagt hij zich in relatie tot het Volkskrant-artikel dan ook met enige felheid af: “Wie zijn die mensen die zo bang zijn voor de werkelijkheid waarover ik spreek? Wie zijn deze mensen die niet willen zien hoeveel kinderen er worden mishandeld? Wie zijn die mensen die niet kunnen luisteren naar wat er in het leven van anderen aan de hand is?”

Tot aan die kritische vragen is hij vooral heel mild en beschouwend en toont hij filmfragmenten die zichtbaar maken hoezeer de onderlinge verhoudingen tussen mensen worden gekleurd en getekend door hun levensverhaal. Met zijn eerste fragment, uit de Amerikaanse televisieserie Ted Lasso, illustreert hij hoe belangrijk het is dat mensen binnen groepen en teams op een veilige manier, in een veilige setting, de waarheid van hun persoonlijke geschiedenis kunnen vertellen. Die geschiedenis helpt verklaren waarom ze soms rottig gedrag vertonen, uithalen naar anderen of een muur om zich heen bouwen, bijvoorbeeld omdat ze vroeger van hun autoritaire vader niet zwak mochten zijn. Als daar aandacht voor is, zegt Van der Kolk, dan kunnen mensen hun eigenaardigheden inzetten voor het grotere geheel en hoeven ze die niet op een negatieve manier tegen zichzelf en elkaar te gebruiken. Als kwetsbaarheid een deugd wordt in plaats van een zwakte, dan kun je op je eigen gedrag reflecteren en leren om je waar nodig anders te gedragen. Daar heb je echter wel de steun van je sociale omgeving voor nodig, want eenzaamheid, zo zegt hij later, is het belangrijkste aspect van trauma: “We zijn members of tribes, we horen bij elkaar. We móeten bij iemand horen, we móeten een thuis hebben, vooral als kind, en als kinderen thuis bij hun ouders die bescherming niet vinden, dan zijn ze alleen in de wereld en dan moeten ze een aanpassing vinden. Een kind zegt dan doorgaans: ‘Dit gebeurt omdat ik een slecht mens ben.’ Er ontstaat een levenslang gevoel van ‘er is iets met mij, anders zouden ze me dit nooit hebben aangedaan’. Niet gezien worden is voor een kind het allermoeilijkste. Het gevoel dat iedereen doet alsof er niks aan de hand is, dat de belangen van de volwassenen belangrijker zijn dan wat het kind overkomt, dat die volwassenen de moed niet kunnen vinden om dingen aan te kaarten: dat is het echte trauma. kind heeft geen keuze, geen andere werkelijkheid, geen andere mogelijkheden en het geeft daarom zichzelf de schuld van nare gebeurtenissen. Dat leidt tot diepe eenzaamheid: ‘Ik ben anders, ik hoor hier niet, ik mag hier niet zijn, ik ben een slecht mens, ik verdien wat er met me gebeurt.’ Een dergelijke overtuiging wordt een groot probleem als je ouder wordt. Zulk trauma werkt generaties lang door.”

Met allerlei fragmenten laat hij zien en legt hij uit hoe traumatische ervaringen zich vastzetten in het lichaam, hoe ze alsmaar weer terugkomen bij uiteenlopende zintuiglijke waarnemingen, die associaties geven met diepe emoties. Mensen blijven steken in die gebeurtenis alsof die vandaag plaatsvindt, in plaats van dat de gebeurtenis wordt ervaren als iets uit het verleden dat nu geen gevaar meer oplevert. Daarom, zegt hij, is praten alleen vaak niet genoeg en soms is het ook gewoon onmogelijk omdat het te veel pijn wakker roept. Dat is de reden dat hij meer dan wie ook experimenteel onderzoek heeft gedaan naar allerlei lichaamsgerichte therapievormen en waarom hij sinds een tijdje ook behoedzaam enthousiast is over de resultaten die met psychedelica kunnen worden behaald: “Mensen kunnen onder invloed daarvan soms eindelijk woorden vinden voor zichzelf en hun verhaal en vooral ook ervaren ze compassie voor wat ze hebben meegemaakt. Mensen zijn meaning-making creatures; je hoeft er als therapeut niks in te stoppen. Met aandacht luisteren en niet oordelen is genoeg. Wanneer er mensen die je een veilige setting bieden voor je verhaal, dan kunnen psychedelica enorm behulpzaam zijn. Je ziet dan andere dimensies van je eigen leven en van jezelf.” In lijn daarmee, op een ander moment: “Mensen willen zich nare dingen vaak helemaal niet herinneren en het is daarom juist heel erg moeilijk om mensen dingen aan te praten. Door werkelijk in je lijf te voelen wat dingen met je hebben gedaan en nu doen, kun je dingen anders leren zien en doen. Je kunt de rol en de overtuigingen waarmee je bent opgegroeid, leren loslaten. je je eigen waarheid niet kunt vertellen, gaat het allemaal vastzitten in je lichaam en dan breekt je hart. Vervolgens breek je dan het hart van anderen met je boosheid en bitterheid. Verbinding is onmisbaar voor ons als mensen.”

Er is nog zoveel meer dat het benoemen waard is. We bevelen dan ook oprecht aan om de uitzending terug te kijken, zodat iedereen zich zelf een beeld kan vormen over de visie van Bessel van der Kolk: is die ‘gevaarlijk’ of dringend noodzakelijk? Je kunt nog een aantal weken kijken via deze link.

Minstens één vraag is onbeantwoord gebleven: wat zou Van der Kolk onder leiding van Ted Lasso zelf als offer in de ton hebben gegooid om de boze geesten te bezweren…?! 😉