De ervaringsdeskundige, Aflevering 10 – Deze week: Esther, Deel 3 (slot)

Afgelopen week lazen we over de pijnlijke ervaringen van Esther. In dit laatste deel zien we voorzichtige, dappere aanzetten naar een andere aanpak.

We zijn al lang in gesprek en na een korte pauze is Esthers partner er nu bij komen zitten als ze over dit deel van hun leven samen vertelt. Als de emoties opkomen en ik haar uitnodig om de ogen te sluiten en te voelen wat er in haar lichaam gebeurt, merkt ze dat ze is afgeleid door de ademhaling van haar man. Ze doet iets ongewoons; ze zegt rustig, maar met vastberadenheid: “Ik word heel zenuwachtig van het horen van je ademhaling. Ik realiseer me dat ik toch graag weer met z’n tweeën wil praten.” Het is prachtig om te zien hoe haar partner dat oppakt: hij erkent haar gevoel, staat op van de bank, loopt naar de keuken, pakt iets te drinken en vraagt of zijn vrouw nog wat nodig heeft en dan verdwijnt hij naar boven, waar hun zoontje inmiddels in bed ligt voor zijn slaapje. We kijken elkaar aan: “Je had gelijk”, zegt ze, “ik ga met hem naast me inderdaad voor hém zorgen en niet voor mezelf.” Twee heel dappere mensen heb ik voor me: één die zich uitspreekt en één die daar met begrip op reageert.

We hervatten het gesprek over hun relatie. Ze geeft aan dat ze al haar veiligheid voelde wegvallen door het gebrek aan steun van haar ouders, alsof ze dakloos werd. Ze stelt zich op mijn uitnodiging voor wat het voor haar zoontje zou betekenen als hij zich zo zou voelen. De tranen wellen weer op: “Dat gevoel zou ik hem nooit willen geven… Daarom ben ik ook zo boos op mezelf over dat laten huilen…” Ook in dit oordeel over haarzelf zoeken we samen naar verzachting, naar meer begrip.

We werken langzaam naar een afronding toe. Ik vat een beetje samen wat ze heeft verteld, hoe ze in zoveel dingen is weggedreven van de diepe verbinding met haar Zelf, met wie ze werkelijk is, hoe ze zo vaak niet zichzelf kon zijn, en hoe ze nu net, met het erkennen van de zenuwen als gevolg van de aanwezigheid van haar partner, wél naar haar innerlijke weten heeft geluisterd. “Maar het is een diepe overtuiging, dat als ik niet voor de ander zorg, dat ik dan heb gefaald. Die loyaliteit, die mag ik niet beschamen.” Verstandelijk weet ze wel dat het haar verantwoordelijkheid niet is om voor de gevoelens van de ander te zorgen, maar het patroon is er diep ingeslepen en als ze nog verder vertelt, blijkt dat er ook intergenerationeel heel veel is wat daarvoor een verklaring biedt. Er zit veel bedreiging in de voorgeschiedenis, veel maatschappelijke onrust, en de neiging tot overbescherming door haar ouders zal daar zeer waarschijnlijk mee verbonden zijn. Die was echter contraproductief, want de vrijheid die ze daarmee probeerden veilig te stellen, was er daardoor juist niet meer: Esther voelde zich als een gevangene, iemand die niet voor zichzelf kon en mocht zorgen.

Ze is stil en ineens zegt ze: “Ja, dat klopt… en ik geef dat door op het moment dat ik mijn partner niet voor onze zoon laat zorgen, omdat ik het allemaal zelf wil doen… Toen er onlangs weer iets gebeurde, voelde ik wel dat ik een beetje mocht dimmen, dus ik heb gebeld en gezegd: ‘Doe het zoals jij het wilt.’ Inderdaad: dat is niet per se ‘minder’, maar gewoon ‘anders’ en dat mag best.” Ik herken haar gevoel van toen onze eigen kinderen jong waren: ook ik dacht dat ze met mijn benadering het beste af waren. Ze is beslist niet alleen in die ervaring en ze mag zichzelf daarvoor vergeven. Ze doet haar best met wat ze beschikbaar heeft; meer kan niemand doen. Wel kan het zijn dat ze met meer bewustzijn omtrent haar gedragspatronen tot andere keuzes komt, keuzes die het voor haar bovendien allemaal wat gemakkelijker en lichter maken.

De oordelen die ze van haar ouders niet waardeert, mag ze ook zelf proberen los te laten. Dan kan er een gevoel ontstaan dat ze er mag *zijn*, dat ze niet pas ertoe doet wanneer ze gezien wordt in wat ze *doet* in haar werk of in wat dan ook. Als ze een lievere ‘inner dialogue’ kan voeren, als ze zichzelf niet meer zo streng toespreekt, maar haar handelen met compassie beschouwt, kan alles meer tot rust komen. “Je hebt het net gedaan met je man – je kunt het, het zit in je!”, zeg ik als aanmoediging, terwijl ze me met grote ogen aankijkt. Ik vraag of ik haar mag vasthouden. Dat mag en ik sla mijn armen om haar heen. Ze leunt tegen me aan en ik voel hoe haar spieren zich ontspannen, hoe ze als een jong meisje wegkruipt in mijn omhelzing. Zo zitten we minutenlang, in stilte, zonder beweging. Na een poosje zegt ze in tranen: “Dit is wat ik van mijn moeder graag had willen krijgen, een omhelzing en het uitgesproken vertrouwen dat het goedkomt.”

We ronden af en ik vraag haar wat het haar heeft opgeleverd. Ze denkt even na en zegt: “Ik voel opluchting. Ik heb bepaalde dingen uitgesproken en het was de eerste keer dat ik écht naar mijn emotie heb geluisterd. Ik heb die aandacht gegeven en aangekeken, alsof ik tegen mezelf heb gezegd: ‘Ik zie jou nu!’ en daardoor verdween de heftigheid van wat ik voelde. Dat was echt de eerste keer, ondanks jaren therapie.” We zwijgen en staan samen stil bij deze overwinning die ze op zichzelf heeft geboekt, bij deze reuzenstap die ze heeft gezet op haar helingsreis.

Hiermee is niet alles klaar en opgelost, maar ze heeft een dappere doorbraak gerealiseerd en ze mag zichzelf tijd en ruimte gunnen om dat proces gaande te houden. Ze mag daarbij hulp inroepen als ze die nodig heeft, van haar partner, van vriendinnen, van familie, van wie ze dan ook maar werkelijk vertrouwt als reisgenoot. Ik heb haar kracht gevoeld en heb er alle vertrouwen in dat ze mooie vergezichten onthuld zal krijgen!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 10 – Deze week: Esther, Deel 2

In het vorige blog leerden we Esther kennen, die vertelde hoe eenzaam en buitengesloten ze zich vaak voelde en hoe ze kort na de geboorte van haar zoontje in een depressie terechtkwam.

Gedurende ons gehele gesprek zie ik hoe haar brein op volle toeren werkt en bezig is om verbindingen te leggen tussen lichamelijke sensaties en emotionele beleving van dingen: “Jezus, ik voel het zo aan mijn keel… weer zo’n prop in mijn keel, die nu brandt… En nu denk ik daaraan… was daarom het maagzuur tijdens de zwangerschap? Als ik dit allemaal bedenk, voel ik tintelingen over mijn hele lichaam…” Ik vraag wat de boodschap ervan zou kunnen zijn. “Ik heb het gevoel alsof er iets van binnen naar buiten wil. Misschien wil ik wel meer territorium! Ik wil ruimte innemen, plek innemen. Dat ik zo vaak merkte dat ze geen tijd voor me namen… ik weet dat ze druk waren, maar toch… het heeft de overtuiging doen ontstaan dat ik er niet toe deed…” Ze huilt weer, maar is ook strijdbaar: “En dat klopt niet, want ik heb door de jaren heen bewezen wat ik in mijn mars heb.” Ze gaat nu rechterop zitten en ik vraag haar welke emotie ze voelt: “Trots! Ik ben trots op mijn keuzes en wat ik tot stand heb gebracht!”

Momenteel, met de zorg voor haar jonge kind, is er echter te veel wat energie vraagt en de trots is daardoor naar de achtergrond verdwenen. Ze is weer in tranen als ik vraag welke steun er recent is verdwenen: “Die van mijn moeder; die was er niet toen ik haar nodig had na de bevalling…” Ze snikt. “Ik heb het gevoel dat ze me niet heeft voorbereid op de bevalling… op het leven, eigenlijk…” Ik vraag of het de eerste keer was dat ze het gevoel had dat ze er alleen voor stond en dan ontstaat er iets bijzonders. Ze zegt dat het tot dan toe allemaal te tackelen was, maar met de komst van haar kind niet meer: “Nu was ik niet sterk genoeg…” Ik krimp een beetje in elkaar, merk ik, omdat ze zo’n hard oordeel over zichzelf uitspreekt. Dat tackelen… dat deed ze zelf. Ze kon tot dan toe op zichzelf rekenen; ze had genoeg kracht om het alleen te doen, maar ook toen was ze er al vaak alleen mee. Het is dus niet zo dat ze niet nu niet sterk genoeg is; wat er speelt, is dat ze nu meer te dragen had dan haar (gespannen) schouders konden tillen. Het is een heel nieuw perspectief, dat het dus niet de eerste keer was dat ze geen steun kreeg, maar wél de eerste keer dat ze het niet alleen kon.

Ik stel een meer compassievolle formulering voor: “Ook eerder had je al steun nodig die je niet kreeg, maar nu ben je je er ten volle van bewust dat je zonder die steun echt niet verder kunt. Daardoor kun je nu langzaam maar zeker ook andere keren waarin je die steun ontbeerde, in een ander licht gaan zien.” Deze formulering plaatst ook haar depressieve gevoelens in een ander licht. Mensen zijn ‘wired for connection’, gericht op de relationele verbinding en daarin speelt coregulatie een enorm belangrijke rol: zijn onze meest naaste dierbaren in staat zich in te leven in wat we nodig hebben en in hoe we ons voelen? En zijn ze in staat om die behoefte te vervullen?

We vergeten soms dat ook als we aan gebeurtenissen geen intellectuele herinnering hebben vanuit ons cognitieve geheugen, ons lichaam er wel een fysieke, emotionele herinnering aan heeft opgeslagen. Dat maakt het soms ingewikkeld om te snappen wat er gebeurt. Als iets preverbaal is (omdat je te klein was) of nonverbaal (omdat je er geen woorden aan kon geven), kan het lastig zijn concreet de vinger te leggen op pijnlijke gebeurtenissen. Je vóelde het destijds wél en ook nu kunnen oudere gevoelens die in het lichaam zijn opgeslagen, worden aangeraakt. Met andere woorden: gevoelens kunnen worden getriggerd. Ze worden dus niet veroorzaakt door wat er in het moment gebeurt, maar ze worden wakker gemaakt. Ze waren er al.

Zo is het feit dat Esthers vader twee kinderen eigenlijk wel genoeg vond, iets waaraan Esther natuurlijk geen verbale, bewuste herinnering heeft van toen ze klein was. Dat betekent echter niet dat ze het niet heeft gevoeld, dat ze de spanning van haar moeder tijdens de zwangerschap (‘hoe gaat het zijn met dit nakomertje die mijn man niet per se wil…?’) via de navelstreng niet heeft meegekregen in de vorm van stresshormonen. Dat betekent dat haar twijfel over wie ze is, vanuit een ander perspectief kan worden bekeken. Hoe zichtbaar is ze voor zichzelf en anderen? Hoeveel ruimte durft ze in te nemen? Hoe krachtig durft ze zich uit te spreken…? Hoe kan ze afkomen van die brok in haar keel, zodat haar woorden vrij kunnen stromen en ze haar eigen Wijsheid kan laten spreken?

We praten over hoe belangrijk het is om goed voor jezelf te zorgen, omdat het anders vrijwel onmogelijk is om voor een ander te zorgen, zeker voor een kleine baby die zo enorm veel van je nodig heeft. Esther maakt zich zorgen over het feit dat ze haar zoontje een aantal keren heeft laten huilen omdat de energie simpelweg op was en ze niet meer kon. Ze is streng voor zichzelf: “Ik kan mezelf wel voor de kop slaan. Ik ben bang dat ik onze vertrouwensband heb beschadigd…”

We stellen vast dat geen enkel kind opgroeit zonder dat er momenten zijn waarop de ouders even niet in staat zijn om alle behoeftes te vervullen. Dat overkomt ons als ouders allemaal en dat is okay, zolang er voldoende andere momenten zijn, waarop je de ‘rupture’ (het tijdelijk verbreken van de verbinding) ook weer tot ‘repair’ brengt (het herstellen met sensitiviteit, aandacht, koestering). Dat is een onderdeel van wat het nu moeilijk maakt: de ‘repair’ die ze van haar moeder nodig heeft, ontbreekt en dat doet pijn. Dat appelleert aan alle keren dat ze die verbinding als klein meisje miste. Zeker nu ze zich zelf actief inzet om haar zoontje op dat punt te bieden wat hij nodig heeft, wordt ze extra geconfronteerd met hoe pijnlijk het is als je dat als jonge baby mist.

Er is bovendien nog een heel grote olifant in de kamer, die binnen haar familie niet kan worden benoemd. Ze had geen vrije partnerkeuze en het feit dat ze haar hart volgde in de man met wie ze wilde trouwen, heeft veel onrust in de familie gecreëerd. Ze woonde nog thuis toen ze vertelde dat ze iemand had gekozen vanuit liefde, en haar vader sprak vervolgens anderhalf jaar niet met haar. Hij negeerde haar, keek haar niet aan, wisselde geen woord. Vervolgens gaf hij haar een ultimatum: kiezen voor haar partner of voor haar ouders. Ze liet zich niet onder druk zetten; ze koos haar partner en wees haar ouders niet af, maar dat ze van haar moeder geen steun kreeg, heeft haar diep gekwetst. Het was opnieuw een situatie waarin haar authentieke Zelf niet werd gerespecteerd, waarin haar vrijheid haar werd ontnomen.

Volgende week lezen we over de dappere eerste stappen van Esther op weg naar een vrijer, meer sprankelend bestaan.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 10 – Deze week: Esther, Deel 1

Esther is via een omweggetje bij mij terechtgekomen omdat er borstvoedingsproblemen waren: overproductie, borstontstekingen, veel kolven, eindeloos lang durende voedingen, een te korte tongriem… ze liep vast en heeft daar hulp bij gehad, maar nu is er een andere grote horde: ze heeft zich gerealiseerd dat het verdriet dat haar een paar weken na de geboorte overviel, niet zomaar een ‘slechte dag’ was of een beetje neerslachtigheid, maar een postpartum depressie, zoals het is gelabeld. Ze woont ver bij mij vandaan, maar een andere afspraak bij haar in de buurt maakt dat er een combinatie mogelijk is, zodat zij geen lange, belastende reis hoeft te maken.

Eenmaal bij Esther thuis merk ik dat ze snel heel open is: ze is klaar voor dit proces. Ze wil de ‘rommel’ van vroeger achter zich laten, zich losmaken uit wat ze noemt de toxische dynamieken met mensen die heel dicht bij haar staan: de leden van haar gezin van oorsprong. Tijdens de kennismaking en introductie zegt ze eerst nog niet zoveel over de impactvolle periode die de puberteit voor haar was, maar gedurende ons vier uur durende gesprek werkt ze er dapper en vastberaden naartoe om erover te vertellen. De systemische methodiek waarmee we starten, doet meteen de tranen opwellen. Ze voelt een prop in haar keel, een brandende brok die ze niet kan wegslikken, die haar bijna de adem beneemt.

Als we samen evalueren, valt haar net als mij op hoe positief ze de relatie met haar partner ervaart. Hij en zijn familie waren lange tijd een toevluchtsoord voor haar. Ze voelde zich er welkom en gezien en ze waren blij met haar als vrouw van hun zoon, hun broer, hun zwager.
Lange tijd wilde ze geen kinderen, maar nu haar zoontje er is, is ze diep ontroerd door de hoeveelheid liefde die hij in haar losmaakt. Hij maakt echter niet alleen liefde los, zoals we tijdens ons gesprek zullen vaststellen – hij maakt ook veel oud verdriet los en haar tranen zijn het smeltwater van alles wat in haar bevroren is geraakt en als een koude en inflexibele massa binnenin haar vastzit.

Ze realiseert zich dat ze eigenlijk niet weet wie ze is, naast het moederschap. Waar staat ze nu? Hoe verder? Hoe kan ze de ruimte innemen die ze als kind niet had? Hoe kan ze krachtig haar vrijheid opeisen en zich losmaken van dat wat de ontwikkeling van haar potentieel belemmert? Het zijn grote vragen die onvermijdelijk zijn, maar die haar tegelijkertijd ook benauwen en haar stil en verdrietig en soms angstig maken. Ze heeft geregeld het gevoel dat de muren op haar afkomen, dat ze zou willen vertrekken en een heel nieuw leven zou willen beginnen, op een plek waar niemand haar kent.

Ze was een nakomertje; haar twee broers waren 11 en 8 toen zij ter wereld kwam. Ze had qua werk best iets anders willen doen, maar dat stonden haar ouders haar niet toe. Werken bij haar broer leek hun de veiligste plek voor haar. Het herinnert haar aan hoe ze ook als jong meisje voortdurend werd beschermd en gepamperd, zoals ze het noemt, hoewel het zo niet voelde. Het voelde als verstikkend, als een gebrek aan vrijheid die andere kinderen in haar klas wél mochten ervaren: zelf naar school lopen, zelf de vrijetijdsbesteding kiezen, ruimte krijgen om lekker te lanterfanten… Zo was het niet voor haar: ze zat op zoveel buitenschoolse activiteiten dat haar hele week stampvol zat. Overal werd ze gebracht en gehaald; haar ouders stonden haar daarin geen zelfstandigheid toe. Vooral school was een lastige situatie: het was maar tien minuten lopen, maar ze werd in alle seizoenen van het jaar met de auto gebracht. Door haar moeders planning was ze bovendien iedere dag te laat. Esther herhaalt het een paar keer: ‘Ie-de-re dag, werkelijk ie-de-re dag!’ Door haar klasgenoten werd ze daarom vreemd aangekeken. Esther voelde zich een buitenbeentje; ze hoorde er niet bij. “Ik had dat kleine stukje kunnen lopen of kunnen fietsen, samen met de anderen! Ik voelde me belachelijk gemaakt. Ik ervoer het als een enorme vrijheidsbeperking.” Het is dan ook niet zo’n wonder dat ze zoveel waarneemt in haar keel, zoveel wat de vrije loop van het inademen en het uitspreken belemmerde…

Na een tijd in loondienst startte haar vader een eigen bedrijf en daar bracht hij het gros van zijn tijd door. Er was weinig aandacht voor Esther. Zijn bedrijven floreerden en er was altijd geld genoeg, maar het ontbrak Esther aan aandacht en erkenning voor wie ze was en wat ze kon en waarvan ze droomde.

Haar vader had vanaf zijn 55e geen financiële noodzaak meer om te werken en was meestal thuis, net als haar moeder, en ze zag tussen hen een dynamiek waarin eveneens de wederzijdse belangstelling ontbrak, met weinig overlap tussen hun activiteiten. Haar oudste broer woonde een tijd op zichzelf, maar is nu begin veertig en woont weer bij zijn ouders. Hij heeft een zoveelste studie opgepakt en heeft een bedrijf gestart waarin hij met zijn jongere broer samenwerkt.

Esther heeft al deze ontwikkelingen aangezien en zegt: “Ik vind mezelf heel stom. Ik heb veel meer in mijn mars en ik had niet tot deze leeftijd hoeven wachten om mezelf te ontdekken…” Ze huilt weer en we zijn samen stil. Ik vraag wat het oproept in haar lijf. Ze denkt met gesloten ogen na en zegt: “Verdriet… en ook boosheid…” Ik vraag haar wat die boosheid zou zeggen, als die kon praten. Nu hoeft ze niet lang na te denken: “Flikker op! Ik haat je voor wat je hebt gedaan!” Ze voelt nu ook een tinteling in haar tenen, spanning in haar onderrug, verstijving in haar schouders. We bespreken alle sensaties en wat ze haar te vertellen zouden kunnen hebben.

“Sinds de dag dat ik me kan herinneren, heb ik nooit vrijheid gehad. Dat gevoel is heel oud, echt heeeeel oud…” We spreken over de emoties die destijds moeten zijn ontstaan als gevolg van haar gevoel van eenzaamheid en we kijken of ze zich een kind van die leeftijd kan voorstellen. Als dat niet lukt, nemen we haar eigen zoontje als voorbeeld, ook al is hij pas ruim een jaar. Ik vraag hoe hij zich zou voelen als zij en haar partner zo met hem zouden omgaan en wat het voor haar zou betekenen als hij daar niet met haar over zou praten. Haar vermoeide ogen vullen zich opnieuw met tranen en ze snikt als ze zegt: “Dat zou mij heel erg kwetsen. Het zou betekenen dat hij denkt dat ik hem toch niet zal begrijpen, dat ik hem niet hoor en niet zie.” Dat ze zelf met niemand sprak over hoe ze zich voelde op school… dat had precies diezelfde reden: ze was in de jaren ervoor het vertrouwen al kwijtgeraakt dat haar moeder haar begreep. Dat was het kind dat ze was: verdrietig, schaamtevol, alleen met haar pijn.

Ik leg uit dat ze de emoties wellicht niet tot uitdrukking bracht, maar dat ze daarmee natuurlijk niet weg waren, dat ze ze alleen maar aan het ‘onder-drukken’ was. Ik praat langzaam, knip het woord in tweeën en las een pauze in tussen ‘onder’ en ‘drukken’. Ik vang haar ogen en vraag wat een ander woord is voor ‘onderdrukken’. Ze aarzelt en schudt haar hoofd. Ik zeg: ‘de-pressie’. Ze kijkt me aan en zegt: “Ooooooh… woooow… Ja, dat klinkt heel logisch… maar die verbinding heb ik zelf nog nooit gelegd…” We bespreken dat ze nu blijkbaar wél ruimte heeft om haar gevoelens tot uitdrukking te brengen, dat haar eigen gezin haar de veiligheid en het luisterende oor biedt die ze vroeger miste.

Dat is een prachtige basis voor verandering. Volgende week lezen we daar meer over.

‘Voed de veerkracht!’ – de ACE Aware NL-podcast

Vandaag is het Internationale Vrouwendag! Dit jaar is het internationale thema ‘Embrace Equity’ en het Nederlandse thema is ‘Onbeperkt leefbaar’ – een oproep om met elkaar te zorgen dat we ons zoveel mogelijk zonder sociale, culturele, financiële en emotionele beperkingen door onze levende wereld, door onze leefwereld kunnen bewegen. Belangrijk daarvoor is veerkracht. Veerkracht wordt wel omschreven als het vermogen om flexibel met de uitdagingen van het leven om te gaan, onder andere door werkelijk al je emoties welkom te heten. Om dat te bereiken en de veerkracht te voeden, is het behulpzaam als vrouwelijke energie de overhand heeft, zowel in vrouwen als in mannen.

De eerste 1000 dagen van een mensenleven hebben een grote impact op de rest van het bestaan. Daarover bestaat inmiddels geen twijfel meer; dit is op allerlei manieren aangetoond en zowel proefondervindelijk als wetenschappelijk onderbouwd. De eerste 1000 dagen, vanaf de conceptie tot aan ongeveer de tweede verjaardag, zijn dus essentieel. Wat er tijdens de zwangerschap en rondom de geboorte gebeurt, doet ertoe. In die fase wordt het fundament gelegd voor het leven dat volgt. Wanneer er in die vroege jaren veel stress is, wordt het voor een kind meestal moeilijker om soepel met dingen om te gaan en op alle fronten gezond te blijven. Ook wanneer sociale en gezondheidsproblemen pas later in het leven opduiken, blijken ze bij zorgvuldige bestudering vaak hun wortels in die kindertijd te hebben. Met die kennis op zak ligt de conclusie voor de hand dat we er met z’n allen goed aan doen om die periode te koesteren, zodat het leven na de geboorte onbeperkt leefbaar is en dat ook kan blijven. En dan wordt het spannend… nemen we die uitdaging aan? Hoe kunnen we in praktische zin gelijkwaardigheid omarmen? Ik heb wel wat ideeën. Laten we de veerkracht voeden! Laten we goed voor onze zwangeren zorgen, de belangen van kinderen zien als gelijkwaardig aan die van volwassenen, en laten we kwetsbaarheid een meer prominente plaats geven in onze samenleving.

In het kader van kwetsbaarheid dacht ik vanochtend aan een prachtige vrouw die daarover mooie dingen heeft gezegd, namelijk Brené Brown. Eén van haar beroemdste uitspraken is: “Kwetsbaarheid is niet winnen of verliezen. Kwetsbaarheid is de moed hebben om te komen opdagen en je te laten zien wanneer je geen controle hebt over de uitkomst. Kwetsbaarheid is geen zwakte; het is de hoogste maatstaf van moed.”
Kwetsbaarheid als moed – kiezen om je niet tot de tanden toe te bewapenen, maar voor de mogelijkheid je te laten verwonden en open te zijn voor je eigen gevoelens en die van de ander, ook als dat pijn doet. Dat kan heel eng voelen. In een samenleving waarin individualisme bijna een ideologie is, is samenredzaamheid een lastig concept. Durven we gewoon te erkennen dat we elkaar nodig hebben, dat het moeilijk is om je niet met dierbare anderen verbonden te voelen? Dat is heel normaal, namelijk, want mensen zijn ‘wired for connection’: hun hele neurofysiologische systeem is ingesteld op betekenisvolle verbinding met anderen. Als die verbinding ontbreekt, soms al heel vroeg in het leven, geeft dit gevoelens van diepe pijn en eenzaamheid. Daardoor kan de overtuiging ontstaan dat je ‘niet goed genoeg’ bent, dat je het niet waard bent bemind te worden, dat je er niet bij hoort en het in je eentje moet zien te redden. En dan… wat als dat je dreigt te overweldigen…?

Een aantal jaren geleden zag ik de film ‘The House I Live In’, waarin verslavingsexpert Gabor Maté zegt: “Als mensen pijn hebben, willen ze die pijn verzachten. De vraag is dus niet ‘vanwaar de verslaving?’, maar ‘vanwaar de pijn?’ ” Ik was perplex. Dat ziekte meestal een uiting is van een (vooral ook emotioneel) verstoord evenwicht – met die overtuiging leefde ik al een kwart eeuw. De laag die Gabor Maté er met deze uitspraak aan toevoegde, voelde als een onvermijdelijke paradigmaverschuiving. Ik had het gevoel dat ik een soort sleutel had gekregen die alles ontsloot. Dit leek me de kern, een visie die overal in de samenleving dringend navolging verdient.

Dat is de gedachte van waaruit ACE Aware NL is ontstaan: bewustzijn creëren rondom ACE’s, ongunstige ervaringen in de kindertijd, en onderkennen dat veel gedrag en gewoontes die als ‘lastig’ of ‘ongezond’ worden gelabeld, in feite overlevingsstrategieën zijn en zelfmedicatie voor de pijn van eenzaamheid en uitsluiting. Samen met Victor Bodiut ben ik daarom ACE Aware NL gestart. En over moed en kwetsbaarheid gesproken: zonder hem had ik het niet aangedurfd. Samen hebben we een prachtig fundament gelegd, waarop we nu verder bouwen. Daarin heeft de zogenaamd ‘vrouwelijke’ energie een vooraanstaande plaats: zachte ontvankelijkheid, intuïtie, ruimte voor ‘zijn’ in plaats van ‘doen’, aandacht voor het emotionele leven, van binnen naar buiten, als inspiratie voor de meer mannelijke energie.

Overal in de natuur vindt groei altijd plaats vanuit de zachte plekken. Bij baby’s en jonge kinderen is dat heel duidelijk. Voor gezonde groei is het dus belangrijk te zorgen dat die zachtheid wordt beschermd en er geen (fysieke en emotionele) verharding ontstaat. Liefde, nabijheid, compassievolle aandacht… dat zijn de dingen waarop het jonge kind gedijt en daarmee kun je de veerkracht van het kind voeden. Hoe kun je dat vormgeven? En wat zijn de gevolgen van het ontbreken van zulke zorg?

Om daarover uitgebreid met ervaringsdeskundigen en professionals in gesprek te gaan, heeft ACE Aware NL voortaan ook een podcast, getiteld ‘Voed de Veerkracht!’ Samen met Petra Bouma, die sinds een tijd de prachtige visuals voor de blogs maakt en die ook het artwork voor de podcast in elkaar heeft gezet, heb ik daarvoor de infrastructuur nu neergezet en de eerste vier afleveringen zijn online! Je kunt luisteren naar Nikk Conneman, Eefke Postma, Marie-liz de Jongh en Hilde Bolt. In de komende tijd zullen er weer heel wat interviews plaatsvinden en gaan we nog veel meer mooie mensen ontmoeten. Zij zullen vertellen over hun werk, maar ook over hun eigen ervaringen, waarin als gevolg van verdriet dikwijls veel ontroerende wijsheid besloten ligt.

Rondom het onderwerp ‘trauma’ heerst helaas nog veel schaamte en oordeel. Die zijn niet behulpzaam, want ze leiden ertoe dat veel mensen een barrière ervaren om hun verhaal te vertellen. Men blijft alles onderdrukken, uiteindelijk vaak met ziekte tot gevolg. Openheid geven over de pijn en rouw van je levensverhaal… dat vraagt veel moed. Er schuilt vaak zo enorm veel wijsheid in wat mensen te vertellen hebben over wat moeilijk voor ze was en hoe ze die moeilijkheden hebben overwonnen. Daar heb ik echt diep respect voor, want ik weet ook zelf hoe ingewikkeld het kan zijn om de eenzaamheid van vroeger niet volledig je leven van nu te laten beïnvloeden.

De tune van de podcast heeft als titel ‘Here Forever’. In de voorbereiding leek dit fragment zichzelf aan mij te presenteren. Here forever – voor altijd hier. Te weten dat er mensen zijn op wie je altijd mag rekenen en zelf voor anderen wellicht zo iemand te zijn… dát is wat een diep gevoel van veiligheid creëert, het gevoel dat je welkom bent met alles wat bij jou hoort, gewoon helemaal zoals je bent. Voor veel mensen blijkt dat hoop en vertrouwen en veerkracht te voeden. De Voed de veerkracht-podcast is daarom ook een krachtig pleidooi om met elkaar alert te zijn op wat de jongsten van onze samenleving nodig hebben om blij en gelukkig op te groeien, onderweg naar een onbeperkt leefbare toekomst. We hopen dat jullie met ons meegenieten van de bijzondere verhalen en inzichten en wie weet ontvangen we je te zijner tijd als gast!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 9 – Deze week: Hester, Deel 3 (slot)

Vorige week vertelde Hester over haar ziekteperiode. Vandaag gaat ze wat dieper in op een aantal therapievormen en lezen we over waar ze nu staat.

Ze vertelt dat ze weliswaar haar heil niet kon vinden in de reguliere zorg, maar dat ook het alternatieve circuit geregeld geen verbetering gaf of zelfs schade aanrichtte. Sommige therapeuten grepen haar moeilijke situatie aan om hun eigen spirituele ego te voeden. Ze vroegen haar hun een succeservaring te gunnen; eentje adviseerde zelfs dat ze een eind aan haar leven zou maken. Het betekende dat ze in haar wanhoop ook nog alert moest zijn op misbruik van haar klachten: “Ik vind dat gevaarlijk, zo’n houding waarbij je je als getraumatiseerde hulpvrager moet beschermen tegen de therapeut. Dan kom je niet tot zuivere heling.” De reguliere zorgverleners boden echter ook geen uitweg. Die kwamen bij herhaling met maar één oplossing: meer medicatie. “Toen ik die weigerde en zei dat ik wél hulp wilde, maar níet eindeloos meer medicijnen, weigerden ze hulp en ben ik uit allerlei circuits uitgeschreven. Toen restte mij nog één ding: helemaal naar binnen keren. Ik heb een gesprek met ‘Boven’ gehad en voelde dat ik nog iets te doen had in deze wereld, maar mijn levensenergie was op, weg, uitgeput. Ik overwoog in bed te gaan liggen en te wachten tot ik zou doodgaan, want niemand wist een oplossing. Geloof het of niet, maar toen heb ik mensen van een holistische bezinningskring benaderd en huilend mijn verhaal gedaan. Toen is er niet slechts lokaal, maar nationaal voor mij gemediteerd. Daarna kwam er rust in mij. Ik voelde dat ik terug wilde naar de bioresonantietherapeut waar ik al eerder was geweest. Diens begeleiding en aanpak, ook van de toxische belasting, hielpen me eindelijk en hebben mij gered. Mijn huisarts was echter sceptisch. Hij noemde het allemaal placebo-effect, maar ook hij had mij niet kunnen helpen.

Mijn ziekte heeft het voor mij noodzakelijk gemaakt om alles wat er in mijn leven is gebeurd, heel diep te doorvoelen. Ik heb, mag ik wel zeggen, het diepste duister gezien en begrijp nu hoe dingen hun impact hebben kunnen krijgen. Vervolgens heeft de pijn mij losgelaten en momenteel gaat het heel goed met me. Mijn energie is beperkt, maar het is geen vergelijk met hoe het was en ik ben enorm dankbaar voor waar ik nu sta. Daar heeft de pijnresetmethode van dokter Sarno mij zeker ook bij geholpen. Ik blijf alert op hoe vroeger nog altijd impact kan hebben op hoe ik dingen voel of ervaar, maar dat heeft nu een heel ander karakter dan eerder. Ik heb dat nu naar mijn mening voldoende doorleefd. Dat neemt niet weg dat mijn lichaam nog steeds wel vrij snel vermoeid is en dat ik dan symptomen krijg die ik serieus mag nemen, ook als mijn hoofd eigenlijk nog verder wil met iets. Er blijft een bepaalde kwetsbaarheid, maar daar kan ik nu goed mee leven.”

We spreken naar aanleiding van het ‘niet goed kunnen voelen’ over de vraag bij wie ze vroeger als kind terecht kon als er heftige gevoelens waren. Ze denkt na en zegt: “Weet je dat ik dat niet meer weet…?” Ergens zegt dat veel, dat er niet duidelijk iemand opkomt aan wie ze een gevoel van veiligheid kan koppelen. “Ik had ook niet veel vrienden; ons gezin was zo besloten, zo’n kleine wereld, dat we eigenlijk niet werden voorbereid op wat je buitenshuis nodig hebt om je betekenisvol met anderen te verbinden. Zo erg is het nu niet meer, maar nog altijd heb ik een voorkeur voor de één-op-één-ontmoeting; van oppervlakkigheid word ik niet happy.”

Vanuit haar behoefte aan diepgang stapt ze soms toch nog weer in de valkuil van meer doen dan haar lichaam aankan: “Dat zou ik wel een slechte gewoonte kunnen noemen – zeker. Vanuit mijn wilskracht denk ik dan dat ik nog wel even door kan en morgen wel weer bijkom en dat blijft een zoektocht…” Ze valt even stil en denkt na. “Een zoektocht… hoe kan ik nou vanuit mijn hoofd echt in mijn lijf dalen en daar die ontspanning vinden, werkelijk voelen dat het goed en veilig is en dan de stress loslaten? Dat te leren is een ongoing process, waar ik soms trouwens ook wel weerstand tegen voel. Wanneer is het een keer klaar? Tegelijk realiseer ik me dat ik soms nog altijd niet werkelijk weet wat ik voel, dus dat vergt beslist nog oefening. En wat ook oefening vergt, is dat als ik moe ben en me onrustig voel, dat ik dan ook echte rust neem en niet de onrust verdoof met ‘bagger’ van bijvoorbeeld social media. Dat is vaak een worsteling: de ene onrust verdoven met andere onrust… niet goed, maar stilte is moeilijk voor me. Ik word er opstandig van, omdat het me de indruk geeft dat mijn leven nog altijd te saai is, en dus ga ik dan op zoek naar prikkels, terwijl ik eigenlijk rust nodig heb. Inmiddels weet ik dat ik wél kan voelen, maar ik voel nog niet altijd goed. Dan fiets ik met mijn hoofd heen over wat mijn lijf te vertellen heeft. Door alles wat er is gebeurd, begrijp ik inmiddels wel een heel stuk beter dat veel van mijn gedrag nodig was om me te redden uit de situatie waarin ik zat, met alle voorouderlijke dynamieken die daarin meespeelden.”

Na alle persoonlijke aspecten zoomen we nog even uit naar het maatschappelijke perspectief. Ik vraag of ze het gevoel heeft dat de invloed van de kindertijd voldoende aandacht krijgt. “Nee, ik vind dat er te weinig erkenning voor is. Zelfs in een traumacentrum waar ik was, bleken de visies op trauma volstrekt achterhaald te zijn. Ik denk dat de inzichten die ervaringsdeskundigen in allerlei organisaties zouden kunnen aanreiken, heel waardevol is. Er is gewoon meer kennis nodig over wat het betekent om trauma te ervaren en ervan te helen. Zoals je zei: er is een verschil tussen ‘helen’ en ‘genezen’, en hoewel ik niet volledig genezen ben, ben ik zeker geheeld. De impact van pre- en perinataal trauma, de invloed van opgroeien in een disfunctioneel gezin, voorouderlijk trauma… er is nog heel wat werk aan de winkel om dat allemaal brede bekendheid te geven!

Ik heb op geestelijk vlak ook nog wel dingen meegemaakt die ik nu niet publiek wil maken, maar echt… we zijn als mens spirituele wezens en dat is iets wat vaak ondergesneeuwd raakt in protocollen en vaste structuren. Veel benaderingen in de reguliere zorg zijn heel cognitief georiënteerd, maar trauma zit zó diep… Daar kun je met je cognitie helemaal niet bij. Daarvoor is heel wat anders nodig. Daar heb je misschien de complementaire zorg voor nodig, maar zoals gezegd… daar zijn de spirituele ego’s soms zo groot dat het op het gevaarlijke af is. Ik heb me ook in die hoek soms werkelijk niet serieus genomen gevoeld. En als je dan eindelijk wel door iemand wordt behandeld, moet je soms weken of maanden wachten op een vervolgbehandeling; ook dat vind ik heel problematisch. In de tussentijd weet niemand hoe het met je gaat en je kunt soms nergens terecht als een eerdere sessie veel heeft losgemaakt wat begeleiding verdient.”

Als we spreken over wat een kind nodig heeft in de vroege fase, heeft ze meteen een duidelijk beeld: “Een zo open mogelijke omgeving, dat alles er mag zijn, dat er geen oordeel rust op wat je voelt en zegt en op dat waarmee je emotioneel gezien bezig bent… dat er begrip voor je is. En daarnaast is het denk ik belangrijk dat we het lichaam niet vergeten. Er kan ook sprake zijn van een toxische belasting die moet worden opgeschoond.”

We eindigen met onze drie standaard vragen.

Wat geeft je hoop?
“Dat we als mensen zo sterk zijn dat je zelfs uit zo’n bijna hopeloze situatie als die van mij kunt komen.”

Wat staat er nummer 1 op je bucket list?
Ze straalt en lacht, als ze antwoordt: “Aaah, ja… toch het uitgeven van die kinderboekjes! Hopelijk vind ik iemand die dat wil doen!”

En waar ben je op dit moment heel enthousiast over of waarmee wil je bezig zijn?
“Dat is ook niet moeilijk! Ik doe momenteel een spirituele cursus, vier online workshops en dat vind ik geweldig. Ik doe het in mijn eigen tempo, maar geniet ervan dat dat kan en dat ík het nu weer kan!”

We ronden af. Hester geeft aan dat ze het heel fijn vond om haar verhaal een keer uitgebreid te doen bij iemand die het neemt zoals het is, die ernaar luistert en het serieus neemt. “Ik weet ook niet of ik nog weer in therapie wil; ik denk dat ik voorlopig genoeg heb aan deze nieuwe fase en aan het rustig integreren van alles wat ik heb geleerd in de voorbije tijd. Ik ben vooral heel dankbaar dat ik vanuit zo’n crisis nu weer hier ben en het was goed daar zo in alle rust over te kunnen vertellen!”