‘Voed de veerkracht!’ – de ACE Aware NL-podcast

Vandaag is het Internationale Vrouwendag! Dit jaar is het internationale thema ‘Embrace Equity’ en het Nederlandse thema is ‘Onbeperkt leefbaar’ – een oproep om met elkaar te zorgen dat we ons zoveel mogelijk zonder sociale, culturele, financiële en emotionele beperkingen door onze levende wereld, door onze leefwereld kunnen bewegen. Belangrijk daarvoor is veerkracht. Veerkracht wordt wel omschreven als het vermogen om flexibel met de uitdagingen van het leven om te gaan, onder andere door werkelijk al je emoties welkom te heten. Om dat te bereiken en de veerkracht te voeden, is het behulpzaam als vrouwelijke energie de overhand heeft, zowel in vrouwen als in mannen.

De eerste 1000 dagen van een mensenleven hebben een grote impact op de rest van het bestaan. Daarover bestaat inmiddels geen twijfel meer; dit is op allerlei manieren aangetoond en zowel proefondervindelijk als wetenschappelijk onderbouwd. De eerste 1000 dagen, vanaf de conceptie tot aan ongeveer de tweede verjaardag, zijn dus essentieel. Wat er tijdens de zwangerschap en rondom de geboorte gebeurt, doet ertoe. In die fase wordt het fundament gelegd voor het leven dat volgt. Wanneer er in die vroege jaren veel stress is, wordt het voor een kind meestal moeilijker om soepel met dingen om te gaan en op alle fronten gezond te blijven. Ook wanneer sociale en gezondheidsproblemen pas later in het leven opduiken, blijken ze bij zorgvuldige bestudering vaak hun wortels in die kindertijd te hebben. Met die kennis op zak ligt de conclusie voor de hand dat we er met z’n allen goed aan doen om die periode te koesteren, zodat het leven na de geboorte onbeperkt leefbaar is en dat ook kan blijven. En dan wordt het spannend… nemen we die uitdaging aan? Hoe kunnen we in praktische zin gelijkwaardigheid omarmen? Ik heb wel wat ideeën. Laten we de veerkracht voeden! Laten we goed voor onze zwangeren zorgen, de belangen van kinderen zien als gelijkwaardig aan die van volwassenen, en laten we kwetsbaarheid een meer prominente plaats geven in onze samenleving.

In het kader van kwetsbaarheid dacht ik vanochtend aan een prachtige vrouw die daarover mooie dingen heeft gezegd, namelijk Brené Brown. Eén van haar beroemdste uitspraken is: “Kwetsbaarheid is niet winnen of verliezen. Kwetsbaarheid is de moed hebben om te komen opdagen en je te laten zien wanneer je geen controle hebt over de uitkomst. Kwetsbaarheid is geen zwakte; het is de hoogste maatstaf van moed.”
Kwetsbaarheid als moed – kiezen om je niet tot de tanden toe te bewapenen, maar voor de mogelijkheid je te laten verwonden en open te zijn voor je eigen gevoelens en die van de ander, ook als dat pijn doet. Dat kan heel eng voelen. In een samenleving waarin individualisme bijna een ideologie is, is samenredzaamheid een lastig concept. Durven we gewoon te erkennen dat we elkaar nodig hebben, dat het moeilijk is om je niet met dierbare anderen verbonden te voelen? Dat is heel normaal, namelijk, want mensen zijn ‘wired for connection’: hun hele neurofysiologische systeem is ingesteld op betekenisvolle verbinding met anderen. Als die verbinding ontbreekt, soms al heel vroeg in het leven, geeft dit gevoelens van diepe pijn en eenzaamheid. Daardoor kan de overtuiging ontstaan dat je ‘niet goed genoeg’ bent, dat je het niet waard bent bemind te worden, dat je er niet bij hoort en het in je eentje moet zien te redden. En dan… wat als dat je dreigt te overweldigen…?

Een aantal jaren geleden zag ik de film ‘The House I Live In’, waarin verslavingsexpert Gabor Maté zegt: “Als mensen pijn hebben, willen ze die pijn verzachten. De vraag is dus niet ‘vanwaar de verslaving?’, maar ‘vanwaar de pijn?’ ” Ik was perplex. Dat ziekte meestal een uiting is van een (vooral ook emotioneel) verstoord evenwicht – met die overtuiging leefde ik al een kwart eeuw. De laag die Gabor Maté er met deze uitspraak aan toevoegde, voelde als een onvermijdelijke paradigmaverschuiving. Ik had het gevoel dat ik een soort sleutel had gekregen die alles ontsloot. Dit leek me de kern, een visie die overal in de samenleving dringend navolging verdient.

Dat is de gedachte van waaruit ACE Aware NL is ontstaan: bewustzijn creëren rondom ACE’s, ongunstige ervaringen in de kindertijd, en onderkennen dat veel gedrag en gewoontes die als ‘lastig’ of ‘ongezond’ worden gelabeld, in feite overlevingsstrategieën zijn en zelfmedicatie voor de pijn van eenzaamheid en uitsluiting. Samen met Victor Bodiut ben ik daarom ACE Aware NL gestart. En over moed en kwetsbaarheid gesproken: zonder hem had ik het niet aangedurfd. Samen hebben we een prachtig fundament gelegd, waarop we nu verder bouwen. Daarin heeft de zogenaamd ‘vrouwelijke’ energie een vooraanstaande plaats: zachte ontvankelijkheid, intuïtie, ruimte voor ‘zijn’ in plaats van ‘doen’, aandacht voor het emotionele leven, van binnen naar buiten, als inspiratie voor de meer mannelijke energie.

Overal in de natuur vindt groei altijd plaats vanuit de zachte plekken. Bij baby’s en jonge kinderen is dat heel duidelijk. Voor gezonde groei is het dus belangrijk te zorgen dat die zachtheid wordt beschermd en er geen (fysieke en emotionele) verharding ontstaat. Liefde, nabijheid, compassievolle aandacht… dat zijn de dingen waarop het jonge kind gedijt en daarmee kun je de veerkracht van het kind voeden. Hoe kun je dat vormgeven? En wat zijn de gevolgen van het ontbreken van zulke zorg?

Om daarover uitgebreid met ervaringsdeskundigen en professionals in gesprek te gaan, heeft ACE Aware NL voortaan ook een podcast, getiteld ‘Voed de Veerkracht!’ Samen met Petra Bouma, die sinds een tijd de prachtige visuals voor de blogs maakt en die ook het artwork voor de podcast in elkaar heeft gezet, heb ik daarvoor de infrastructuur nu neergezet en de eerste vier afleveringen zijn online! Je kunt luisteren naar Nikk Conneman, Eefke Postma, Marie-liz de Jongh en Hilde Bolt. In de komende tijd zullen er weer heel wat interviews plaatsvinden en gaan we nog veel meer mooie mensen ontmoeten. Zij zullen vertellen over hun werk, maar ook over hun eigen ervaringen, waarin als gevolg van verdriet dikwijls veel ontroerende wijsheid besloten ligt.

Rondom het onderwerp ‘trauma’ heerst helaas nog veel schaamte en oordeel. Die zijn niet behulpzaam, want ze leiden ertoe dat veel mensen een barrière ervaren om hun verhaal te vertellen. Men blijft alles onderdrukken, uiteindelijk vaak met ziekte tot gevolg. Openheid geven over de pijn en rouw van je levensverhaal… dat vraagt veel moed. Er schuilt vaak zo enorm veel wijsheid in wat mensen te vertellen hebben over wat moeilijk voor ze was en hoe ze die moeilijkheden hebben overwonnen. Daar heb ik echt diep respect voor, want ik weet ook zelf hoe ingewikkeld het kan zijn om de eenzaamheid van vroeger niet volledig je leven van nu te laten beïnvloeden.

De tune van de podcast heeft als titel ‘Here Forever’. In de voorbereiding leek dit fragment zichzelf aan mij te presenteren. Here forever – voor altijd hier. Te weten dat er mensen zijn op wie je altijd mag rekenen en zelf voor anderen wellicht zo iemand te zijn… dát is wat een diep gevoel van veiligheid creëert, het gevoel dat je welkom bent met alles wat bij jou hoort, gewoon helemaal zoals je bent. Voor veel mensen blijkt dat hoop en vertrouwen en veerkracht te voeden. De Voed de veerkracht-podcast is daarom ook een krachtig pleidooi om met elkaar alert te zijn op wat de jongsten van onze samenleving nodig hebben om blij en gelukkig op te groeien, onderweg naar een onbeperkt leefbare toekomst. We hopen dat jullie met ons meegenieten van de bijzondere verhalen en inzichten en wie weet ontvangen we je te zijner tijd als gast!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 9 – Deze week: Hester, Deel 3 (slot)

Vorige week vertelde Hester over haar ziekteperiode. Vandaag gaat ze wat dieper in op een aantal therapievormen en lezen we over waar ze nu staat.

Ze vertelt dat ze weliswaar haar heil niet kon vinden in de reguliere zorg, maar dat ook het alternatieve circuit geregeld geen verbetering gaf of zelfs schade aanrichtte. Sommige therapeuten grepen haar moeilijke situatie aan om hun eigen spirituele ego te voeden. Ze vroegen haar hun een succeservaring te gunnen; eentje adviseerde zelfs dat ze een eind aan haar leven zou maken. Het betekende dat ze in haar wanhoop ook nog alert moest zijn op misbruik van haar klachten: “Ik vind dat gevaarlijk, zo’n houding waarbij je je als getraumatiseerde hulpvrager moet beschermen tegen de therapeut. Dan kom je niet tot zuivere heling.” De reguliere zorgverleners boden echter ook geen uitweg. Die kwamen bij herhaling met maar één oplossing: meer medicatie. “Toen ik die weigerde en zei dat ik wél hulp wilde, maar níet eindeloos meer medicijnen, weigerden ze hulp en ben ik uit allerlei circuits uitgeschreven. Toen restte mij nog één ding: helemaal naar binnen keren. Ik heb een gesprek met ‘Boven’ gehad en voelde dat ik nog iets te doen had in deze wereld, maar mijn levensenergie was op, weg, uitgeput. Ik overwoog in bed te gaan liggen en te wachten tot ik zou doodgaan, want niemand wist een oplossing. Geloof het of niet, maar toen heb ik mensen van een holistische bezinningskring benaderd en huilend mijn verhaal gedaan. Toen is er niet slechts lokaal, maar nationaal voor mij gemediteerd. Daarna kwam er rust in mij. Ik voelde dat ik terug wilde naar de bioresonantietherapeut waar ik al eerder was geweest. Diens begeleiding en aanpak, ook van de toxische belasting, hielpen me eindelijk en hebben mij gered. Mijn huisarts was echter sceptisch. Hij noemde het allemaal placebo-effect, maar ook hij had mij niet kunnen helpen.

Mijn ziekte heeft het voor mij noodzakelijk gemaakt om alles wat er in mijn leven is gebeurd, heel diep te doorvoelen. Ik heb, mag ik wel zeggen, het diepste duister gezien en begrijp nu hoe dingen hun impact hebben kunnen krijgen. Vervolgens heeft de pijn mij losgelaten en momenteel gaat het heel goed met me. Mijn energie is beperkt, maar het is geen vergelijk met hoe het was en ik ben enorm dankbaar voor waar ik nu sta. Daar heeft de pijnresetmethode van dokter Sarno mij zeker ook bij geholpen. Ik blijf alert op hoe vroeger nog altijd impact kan hebben op hoe ik dingen voel of ervaar, maar dat heeft nu een heel ander karakter dan eerder. Ik heb dat nu naar mijn mening voldoende doorleefd. Dat neemt niet weg dat mijn lichaam nog steeds wel vrij snel vermoeid is en dat ik dan symptomen krijg die ik serieus mag nemen, ook als mijn hoofd eigenlijk nog verder wil met iets. Er blijft een bepaalde kwetsbaarheid, maar daar kan ik nu goed mee leven.”

We spreken naar aanleiding van het ‘niet goed kunnen voelen’ over de vraag bij wie ze vroeger als kind terecht kon als er heftige gevoelens waren. Ze denkt na en zegt: “Weet je dat ik dat niet meer weet…?” Ergens zegt dat veel, dat er niet duidelijk iemand opkomt aan wie ze een gevoel van veiligheid kan koppelen. “Ik had ook niet veel vrienden; ons gezin was zo besloten, zo’n kleine wereld, dat we eigenlijk niet werden voorbereid op wat je buitenshuis nodig hebt om je betekenisvol met anderen te verbinden. Zo erg is het nu niet meer, maar nog altijd heb ik een voorkeur voor de één-op-één-ontmoeting; van oppervlakkigheid word ik niet happy.”

Vanuit haar behoefte aan diepgang stapt ze soms toch nog weer in de valkuil van meer doen dan haar lichaam aankan: “Dat zou ik wel een slechte gewoonte kunnen noemen – zeker. Vanuit mijn wilskracht denk ik dan dat ik nog wel even door kan en morgen wel weer bijkom en dat blijft een zoektocht…” Ze valt even stil en denkt na. “Een zoektocht… hoe kan ik nou vanuit mijn hoofd echt in mijn lijf dalen en daar die ontspanning vinden, werkelijk voelen dat het goed en veilig is en dan de stress loslaten? Dat te leren is een ongoing process, waar ik soms trouwens ook wel weerstand tegen voel. Wanneer is het een keer klaar? Tegelijk realiseer ik me dat ik soms nog altijd niet werkelijk weet wat ik voel, dus dat vergt beslist nog oefening. En wat ook oefening vergt, is dat als ik moe ben en me onrustig voel, dat ik dan ook echte rust neem en niet de onrust verdoof met ‘bagger’ van bijvoorbeeld social media. Dat is vaak een worsteling: de ene onrust verdoven met andere onrust… niet goed, maar stilte is moeilijk voor me. Ik word er opstandig van, omdat het me de indruk geeft dat mijn leven nog altijd te saai is, en dus ga ik dan op zoek naar prikkels, terwijl ik eigenlijk rust nodig heb. Inmiddels weet ik dat ik wél kan voelen, maar ik voel nog niet altijd goed. Dan fiets ik met mijn hoofd heen over wat mijn lijf te vertellen heeft. Door alles wat er is gebeurd, begrijp ik inmiddels wel een heel stuk beter dat veel van mijn gedrag nodig was om me te redden uit de situatie waarin ik zat, met alle voorouderlijke dynamieken die daarin meespeelden.”

Na alle persoonlijke aspecten zoomen we nog even uit naar het maatschappelijke perspectief. Ik vraag of ze het gevoel heeft dat de invloed van de kindertijd voldoende aandacht krijgt. “Nee, ik vind dat er te weinig erkenning voor is. Zelfs in een traumacentrum waar ik was, bleken de visies op trauma volstrekt achterhaald te zijn. Ik denk dat de inzichten die ervaringsdeskundigen in allerlei organisaties zouden kunnen aanreiken, heel waardevol is. Er is gewoon meer kennis nodig over wat het betekent om trauma te ervaren en ervan te helen. Zoals je zei: er is een verschil tussen ‘helen’ en ‘genezen’, en hoewel ik niet volledig genezen ben, ben ik zeker geheeld. De impact van pre- en perinataal trauma, de invloed van opgroeien in een disfunctioneel gezin, voorouderlijk trauma… er is nog heel wat werk aan de winkel om dat allemaal brede bekendheid te geven!

Ik heb op geestelijk vlak ook nog wel dingen meegemaakt die ik nu niet publiek wil maken, maar echt… we zijn als mens spirituele wezens en dat is iets wat vaak ondergesneeuwd raakt in protocollen en vaste structuren. Veel benaderingen in de reguliere zorg zijn heel cognitief georiënteerd, maar trauma zit zó diep… Daar kun je met je cognitie helemaal niet bij. Daarvoor is heel wat anders nodig. Daar heb je misschien de complementaire zorg voor nodig, maar zoals gezegd… daar zijn de spirituele ego’s soms zo groot dat het op het gevaarlijke af is. Ik heb me ook in die hoek soms werkelijk niet serieus genomen gevoeld. En als je dan eindelijk wel door iemand wordt behandeld, moet je soms weken of maanden wachten op een vervolgbehandeling; ook dat vind ik heel problematisch. In de tussentijd weet niemand hoe het met je gaat en je kunt soms nergens terecht als een eerdere sessie veel heeft losgemaakt wat begeleiding verdient.”

Als we spreken over wat een kind nodig heeft in de vroege fase, heeft ze meteen een duidelijk beeld: “Een zo open mogelijke omgeving, dat alles er mag zijn, dat er geen oordeel rust op wat je voelt en zegt en op dat waarmee je emotioneel gezien bezig bent… dat er begrip voor je is. En daarnaast is het denk ik belangrijk dat we het lichaam niet vergeten. Er kan ook sprake zijn van een toxische belasting die moet worden opgeschoond.”

We eindigen met onze drie standaard vragen.

Wat geeft je hoop?
“Dat we als mensen zo sterk zijn dat je zelfs uit zo’n bijna hopeloze situatie als die van mij kunt komen.”

Wat staat er nummer 1 op je bucket list?
Ze straalt en lacht, als ze antwoordt: “Aaah, ja… toch het uitgeven van die kinderboekjes! Hopelijk vind ik iemand die dat wil doen!”

En waar ben je op dit moment heel enthousiast over of waarmee wil je bezig zijn?
“Dat is ook niet moeilijk! Ik doe momenteel een spirituele cursus, vier online workshops en dat vind ik geweldig. Ik doe het in mijn eigen tempo, maar geniet ervan dat dat kan en dat ík het nu weer kan!”

We ronden af. Hester geeft aan dat ze het heel fijn vond om haar verhaal een keer uitgebreid te doen bij iemand die het neemt zoals het is, die ernaar luistert en het serieus neemt. “Ik weet ook niet of ik nog weer in therapie wil; ik denk dat ik voorlopig genoeg heb aan deze nieuwe fase en aan het rustig integreren van alles wat ik heb geleerd in de voorbije tijd. Ik ben vooral heel dankbaar dat ik vanuit zo’n crisis nu weer hier ben en het was goed daar zo in alle rust over te kunnen vertellen!”

Aspecten van (on)veilige hechting – een teamtraining

De training zat al zo lang in de pijplijn en toch kwam het er maar niet van. Drukte aan alle kanten, moeite om agenda’s te synchroniseren, knelpunten in de budgettering… wanneer zou het lukken? Mijn contactpersoon en ik hadden geregeld even contact in een poging heel concreet een teambijeenkomst voor te bereiden, maar toch bleef het erbij. Nu hadden we eindelijk een datum kunnen vinden en vanuit mijn passie voor het onderwerp had ik natuurlijk gretig ‘ja’ gezegd. De kennis moet de wereld in! Mensen hebben er recht op om inzichten aangereikt te krijgen die hen helpen hun eigen verdriet beter te begrijpen en te doorgronden waar ‘slechte gewoontes’ vandaan komen! Dus ja, laten we met die groep bij elkaar komen en kennis delen!

Toen ik kort tevoren met de voorbereiding bezig was, realiseerde ik me dat we helemaal niet over een vergoeding voor mijn werk hadden gesproken. Ik gooide het financiële balletje in de app. “Even bellen?”, was het antwoord. Na een paar minuten was de conclusie: “Als ik zo kort van tevoren nog een vergoeding moet afstemmen, dan zeggen ze waarschijnlijk dat de training maar niet moet doorgaan, dus als je erop staat, dan moeten we cancellen en zoeken we een nieuwe datum.” We zaten aan weerszijden van de lijn samen in een impasse. Was dit wat we wilden? Nee. Begrepen we elkaars standpunt? Ja. We brainstormden vervolgens oplossingsgericht. Trainingen geven die zowel bewoners als hun begeleiders ondersteunen in traumasensitief handelen – dat is gewoon waarde toevoegen en dat verdient een eerlijke beloning, ook als het moeilijk is daarvoor budget vrij te maken. Een zorginstelling runnen op een manier die loskomt van de standaard geprotocolleerde vormen en veel meer recht doet aan het persoonlijke verhaal – dat is gewoon waarde toevoegen en dat verdient een eerlijk budget, ook als het moeilijk is dat te vinden. Hoe zouden we het dilemma dat werd veroorzaakt door een alom ervaren geldgebrek kunnen aanpakken? We vonden een mooie oplossing: ik zou de afgesproken training geven en als tegenprestatie zouden we een ontmoeting met de directeur van de stichting plannen om te onderzoeken hoe mijn expertise breder zou kunnen worden ingezet en tot een betaalde trainingenserie voor de totale organisatie zou kunnen leiden. Bij de nu geplande training zouden ook een orthopedagoog en een groepsleider aanwezig zijn, zodat ook zij een indruk zouden krijgen van wat ik te bieden had. Zo spraken we het af en we waren wederzijds blij met deze beslissing.

De dag was daar; ik belde mijn contactpersoon dat ik in het pand was gearriveerd. Hij nam niet op. Ik wachtte even en belde nogmaals: “Ja, ik kom zo, maar we zitten in een zeer heftige bespreking en ik kan nu niet weg. Ga maar even zitten beneden.” Oef… ik proefde de spanning. Even later kwam hij beneden: “Hoi! Goed dat je er bent! Ja, het was nogal heftig en ik kan er verder met geen woord over reppen – zo ingewikkeld was het. Kom maar, ik neem je mee naar boven.” We liepen de trappen op en ik betrad de trainingsruimte. Die was luidruchtig en nog aardig gevuld. Sommigen waren even naar buiten voor een sigaret of om een luchtje te scheppen, maar de spanning hing nog in de zaal. Ik pakte mijn tas uit, sloot mijn laptop aan, legde de uit te delen materialen klaar en schonk mijzelf een kop thee in. Ik was benieuwd wat er zou gebeuren.

Toen iedereen binnen was, deelde ik een print van de Mood Meter uit, ontwikkeld door Marc Brackett. Ik zei dat ik had begrepen dat ze met z’n allen een heftige vergadering hadden gehad en dat het nogal uitmaakt hoe je stemming is, als je met elkaar aan de slag gaat. Ik zei daarom even een rondje te willen doen om die stemming te peilen. Er kwam heel wat voorbij: zorgelijk, geïrriteerd, onrustig, teleurgesteld, pessimistisch, pissig, moedeloos, moe, geschokt, driftig… Gelukkig waren er ook wat mensen die noemden dat ze zich rustig voelden, ontspannen, hoopvol. De hoge, onaangename energie had echter duidelijk de overhand. Ik legde uit dat als die de overheersende stemming bepaalt, het waarschijnlijk moeilijker is om op te letten, om gefocust te blijven en nieuwe kennis op te nemen. Ik gaf aan dat het fijn is als er in zulke omstandigheden ook mensen zijn die wél kalm kunnen blijven en die kunnen helpen om de onrust van anderen te co-reguleren, zodat je samen weer tot een meer rustige, minder stressvolle gemoedstoestand komt.

Zodoende zaten we al na vijf minuten volop in alles wat te maken heeft met veilige en onveilige hechting, met stressregulatie, met gebalanceerd kunnen functioneren, met je al dan niet kunnen inleven in wat de ander doormaakt en wat die nodig heeft. Het was goed om dit te weten; mij hielp deze inventarisatie enorm, want ik merkte wel dat de stemming een beetje wild en losgeslagen was. Ze hadden allemaal nauwkeurig de kop erbij moeten houden in de vergadering en ze waren, na de eigenlijk te korte pauze, bij aanvang van mijn verhaal nog niet werkelijk tot rust gekomen. Ik voelde dus geen ergernis of ongeduld toen ik merkte dat ze over en weer begonnen te klieren en met plagerige en humorvolle opmerkingen op elkaars inbreng reageerden. Ze moesten nog uitrazen. Dit ging niet over mij; dit ging over het probleem dat ze hadden besproken en wat dat in hen had losgemaakt.

Desondanks had de teamleiding wel de wens dat ze wat van mijn verhaal zouden opsteken en na een paar minuten werd toch van iedereen gevraagd om de aandacht weer centraal te houden. Ik vroeg ze op alfabetische volgorde te gaan staan en in duo’s drie vragen te beantwoorden: naam, leeftijd en geboorteplaats; het moeilijkste in contact met anderen mensen; het belangrijkste doel in hun werk. Na wat puzzelen hadden ze allemaal een gesprekspartner en werd er uitbundig uitgewisseld. Vervolgens mochten ze hun buurman of buurvrouw aan mij voorstellen en daarbij kwamen eveneens hechtingsgerelateerde aspecten aan het licht. Hoe moeilijk of gemakkelijk is het om goed te luisteren en goed te reproduceren wat de ander je heeft verteld? Hoe open ben je in het beantwoorden van de vragen? Hoe kwetsbaar durf je jezelf te maken? Vertel je graag of luister je liever? Voelt het als een kans of als een bedreiging om iets over jezelf te vertellen? Moedig je de ander impliciet aan tot openheid door jezelf als eerste bloot te geven of geef je sociaal wenselijke antwoorden? Moet je lang nadenken over je persoonlijke eigenschappen en idealen of heb je die scherp voor ogen?

Bij de terugkoppeling bleken er duidelijk verschillen te zitten in de mate van kwetsbaarheid die iedereen had kunnen opbrengen: zelfbescherming is soms nog onontbeerlijk. Tegelijkertijd waren er prachtige overeenkomsten. Het was mooi om te horen dat er over de hele linie zoveel motivatie was om een positief verschil te maken voor bewoners en cliënten. Ook was er duidelijk een drive om onrecht te uit te bannen, kwaliteit van zorg te bieden, vertrouwen, eerlijkheid en veiligheid te stimuleren.

Bij mijn uitleg over ACE’s deelde ik het scoreformulier uit. Om de veiligheid en privacy van alle aanwezigen te waarborgen (zeker na de heftige vergadering waarvan ik vermoedde dat die een link had met ACE’s), voegde ik er een klein blanco papiertje aan toe waarop mensen hun score konden noteren. Dubbelgevouwen ingeleverd bij mij hoefden ze niks hardop te zeggen en wist zelfs ik niet welke van wie was. De scores waren toch wel weer indrukwekkend. Er was gelukkig ook vijf keer een nul, maar daarnaast een 6, een 7, twee keer een 8, een 9 en twee keer een 10. Een groep van zo’n twintig mensen en zeven mensen met 6 of hoger… dat is niet niks. Dat betekent dat er veel pittige levenservaring in het team aanwezig is, om het eufemistisch uit te drukken. Het was dan ook niet heel verwonderlijk dat er halverwege mijn verhaal wat mensen vertrokken. De combinatie van de vergadering met wat ik te vertellen had, was te veel voor ze. De groepsleiding ging daar bewonderenswaardig mee om. Men gaf expliciet aan dat iedereen daarin goed voor zichzelf mocht zorgen en dat het verlaten van de bijeenkomst geen consequenties had voor de positie in het team.

Eén van de teamleden was Joy, wier verhaal we afgelopen week publiceerden als blog. Het team luisterde met aandacht naar haar, ondanks de vermoeidheid bij velen. Dit was hun collega en ze vertelde open over de ellende die ze had moeten doorstaan. Velen waren lovend over hoe ze haar eigen ervaring inzet in contact met bewoners en hoe haar rauwe kindervaringen daarin juist van enorm waardevolle betekenis zijn. Het was mij een genoegen haar een exemplaar van het boek van José Al over vroegkinderlijk trauma te mogen overhandigen, als dank voor haar blog en als aanmoediging voor haar werk.
De training krijgt binnenkort vast en zeker een vervolg en ik kijk ernaar uit om deze gemotiveerde mensen te ondersteunen bij hun belangrijke werk!