Compassionate Inquiry – een oefening

Afgelopen week rondden we de boekbespreking van ‘De mythe van normaal’ af met Deel 5.
Daarin noemden we ook een oefening in ‘compassievol onderzoek’, of ‘compassionate inquiry’, zoals de term in het Engels luidt. Hier gaan we graag nog wat dieper op in.

Het spreekwoord luidt dat voorkomen (preventie) beter is dan genezen (curatie). Er is echter nog een andere benadering, die aan preventie voorafgaat: amplitie. Het woord ‘amplitie’ stamt van het Latijnse werkwoord ‘amplire’, wat ‘vergroten’, ‘vermeerderen’ betekent. Bij amplitie gaat het erom dat je dat wat je kracht geeft en je gezond houdt, meer aandacht geeft. Het is een zeer salutogenetische aanpak: je kijkt naar de vraag waardoor gezondheid ontstaat (saluto-genese). Dat is een andere benadering dan bezig zijn met wat je zou moeten vermijden om niet ziek te worden.

Een belangrijk element van je dagelijks welzijn is zingeving: je kunt fysiek nog zo gezond zijn en nog zoveel materiële dingen om je heen hebben… als het leven zinloos lijkt en je geen doel of belang ervaart in de dingen die je doet, dan daalt je welzijn drastisch. Zingeving wordt ook weleens aangeduid met de Japanse term ‘ikigai’, datgene waarvoor je uit bed komt, je ‘raison d’être’, dat wat je blij en tevreden maakt, dat wat betekenis geeft aan je bestaan. Het is dus waardevol om bij jezelf de vinger aan de pols te houden over of je daarin authentiek bent, of je je ikigai kent en nastreeft, of dat je je om allerlei redenen daarvan laat afhouden. (Binnenkort bespreken we een boek over ikigai.)

Als je merkt dat je niet voldoende zingeving ervaart, kun je jezelf naar beneden praten: “Weer niks nuttigs gedaan, weer niet hard genoeg gewerkt, wat een sukkel ben ik, waarom krijg ik het niet voor elkaar, ik kan dit niet, ik ben er te dom/lui/incompetent voor, dit wordt nooit wat”… en wat je verder nog kunt verzinnen. Velen van ons zijn groot geworden met in hun hoofd die stem van eerst een ander (vaak een ouder of leerkracht of leidinggevende), die later geruisloos overgaat in de eigen ‘inner critic’, de stem die voortdurend je handelen negatief beoordeelt – veroordeelt, dus, je ‘binnenvitter’, zoals deze stem wel wordt genoemd. Met deze aanpak ben je niet erg lief voor jezelf. Het is waarschijnlijk niet de manier waarop je met een dierbare vriend(in) zou praten. Kan dat ook anders…? Kun je leren dat op een meer compassievolle manier aan te pakken? Ja, dat kan!

Hoofdstuk 28 van ‘De mythe van normaal’ reikt je een Compassionate Inquiry-oefening aan die je helemaal zelf kunt doen. Je hebt er geen therapeut of deskundige voor nodig. Je kunt er zelf mee aan de slag, met een frequentie die bij je past en die je wellicht langzaam verhoogt, als je merkt dat de oefening je goed doet. Hoe gaat die in zijn werk?
Je gaat er regelmatig voor zitten, minimaal eens per week maar liefst vaker, om al schrijvend een aantal vragen eerlijk aan jezelf te beantwoorden. Het gaat om de volgende zes:

Vraag 1: Tegen welke dingen op voor mij belangrijke levensgebieden zeg ik geen nee, hoewel ik een nee voel?

Vraag 2: Wat is de impact op mijn leven van mijn onvermogen om nee te zeggen?

Vraag 3: Welke lichamelijke signalen heb ik over het hoofd gezien? Welke symptomen heb ik genegeerd die ik met bewuste aandacht ervoor als waarschuwingssignalen had kunnen zien?

Vraag 4: Wat is het verborgen verhaal achter mijn onvermogen om nee te zeggen?

Vraag 5: Waar heb ik dit verhaal of deze verhalen geleerd?

Vraag 6: Waar heb ik het ja, dat gezegd wilde worden, genegeerd of ontkend?

 

Ad 1
Waar voelde je een nee, maar hield je het binnen of zei je ja, terwijl je er niet achter stond? Met wie en waar is het moeilijk om nee te zeggen? En als je wel nee zegt, kun je je er dan prettig bij voelen, vastberaden, vrij van schuldgevoel? Maak je jezelf na afloop verwijten over je nee? Welke prijs betaal je voor je ja, als je een nee had willen uiten?

Ad 2
Een niet uitgesproken, maar wel gewenst nee, kan allerlei gevolgen hebben: lichamelijke (rugklachten, slapeloosheid, buikpijn, vermoeidheid, hoofdpijn en meer), emotionele (verdriet, angst, verveling, verlies van levensvreugde en gevoel voor humor) en relationele (ergernis naar de ander, vervreemding van dierbaren, afstandelijkheid, gebrek aan libido).

Ad 3
De hiervoor genoemde lichamelijke effecten zijn belangrijk om te observeren. Als er stress in je lijf ontstaat, raak je immers bevattelijker voor ziekte en chronische sociale en gezondheidsproblemen. Het lichaam vertelt vaak duidelijk wat het fijn vindt en wat niet, maar we zijn dikwijls verleerd of zijn bang om ernaar te luisteren en de signalen serieus te nemen. Begrijpelijk: hun betekenis kan heftig zijn.

Ad 4
Achter je niet uitgesproken nee gaan vaak uiteenlopende overtuigingen schuil, die samen een verhaal vormen dat je jezelf steeds opnieuw vertelt om je keuzes uit te leggen, te rechtvaardigen, verstandelijk te beredeneren. Je keuzes en verhalen lijken daardoor ‘normaal’ en waar. Ze zijn bovendien vrijwel altijd consistent met je levenservaringen, maar ze verdienen een nadere beschouwing.

Ad 5
Ons zelfbeeld vormt zich meestal in onze vroege levensfase onder invloed van hoe onze meest nabije hechtingsfiguren met ons omgaan en op ons reageren. We worden niet geboren met een negatief zelfbeeld, zogezegd. We vatten dingen vaak persoonlijk op, terwijl ze dat niet zijn. Deze vraag nodigt je uit eerlijk te onderzoeken waar je verhaal in stand wordt gehouden en waar het mag veranderen.

Ad 6
Wanneer je je authenticiteit niet aan de dag durft te leggen, zeg je tegen bepaalde dingen waarschijnlijk geen nee, hoewel ze niet bij je passen. Omgekeerd zeg je mogelijk geen ja tegen wat je levensgeluk zou voeden. Misschien ben je bang voor reacties uit je omgeving. Misschien denk je dat je bepaalde dingen niet waard bent. Misschien zijn er overtuigingen die maken dat je vindt dat je iets niet mag doen. Ons ‘ikigai’, ons doel voor zingeving, wil echter tot expressie worden gebracht. Wanneer het slechts binnenin sluimert, doodt het onze creativiteit of explodeert het op een heel onhandige manier. Er uiting aan geven, je doelen in de wereld zetten, er ja tegen zeggen, kan sterk helend werken voor je welzijn en gezondheid.

Het is een eenvoudige en toch ook complexe oefening, al was het maar omdat ze enige discipline vereist: ze vraagt van je dat je er op regelmatige basis tijd voor inruimt. Bovenal vraagt ze dat je eerlijk bent en letterlijk onder ogen durft te zien wat je aan jezelf te melden hebt. Je schrijft, je geeft woorden aan je gevoel, je noteert wat je in je lijf hebt waargenomen in de voorbije week of de afgelopen dagen. Je ziet bepaalde thema’s misschien steeds weer voorbijkomen en bij andere kun je opgelucht vaststellen dat je vooruitgang boekt, dat je jezelf serieus neemt, dat je lichaam er blij van wordt.
Ik ben begonnen; ik heb een mooi, uitnodigend boekje gekozen waarin ik voorin, als geheugensteun, de zes vragen heb genoteerd. Ik ervaar het schrijven vanuit compassie als een fijn proces zo door de week heen. Het maakt me bewuster en dat is het begin van elke verandering, ook die op weg naar meer rust en welbevinden in je leven. Oftewel… van harte aanbevolen!

Krachtige inspiratie, mooie samenwerking en moedige stappen

Donderdag 29 september was een intensieve dag met mooie, inspirerende gesprekken en ontmoetingen!

De dag begon met het eerste teamoverleg met de collega’s van Stichting IkiBuntu, waarmee ACE Aware NL de komende tijd intensief gaat samenwerken.
Ik ontmoette één van de oprichters, Ilona Schra, tijdens mijn veldwerk voor de master Medical Anthropology & Sociology. We zaten samen bij dezelfde vergadering over een onderzoeksproject rondom het concept Positieve Gezondheid, waarbij zij aanwezig was als student voor de master Healthy Ageing. We kwamen in gesprek, ontmoetten elkaar in de tijd daarna een aantal keren en bleken veel gemeen te hebben qua visie op gezondheid en wat er nodig is om daarvoor een stevig fundament te leggen via het voorzien in de basisbehoeften van kinderen. Zij en haar studiegenoot Wout Peters richtten vervolgens Stichting IkiBuntu op, met als pijlers een steunend netwerk, voedend eten, natuurlijk bewegen, bewust ontspannen, zinvol leven en uitgerust wakker worden. De naam komt voort uit de samenvoeging van twee mooie concepten, namelijk het Japanse ‘ikigai’ en het Afrikaanse ‘ubuntu’.

Ikigai gaat over zingeving. Waarvoor kom je je bed uit? Wat drijft je? Welke dingen zijn het waard om voor te leven? Vier elementen komen erin samen: waar je van houdt (passie), wat de wereld nodig heeft (missie), waarvoor je betaald kunt worden (beroep) en waar je goed in bent (roeping). Komen die allemaal samen in wat je doet, dan heb je je ikigai gevonden!
Ubuntu is een concept dat vrij vertaald betekent ‘ik ben omdat wij zijn’ en gaat in grote lijnen om medemenselijkheid, om dienstbaarheid aan de gemeenschap waarvan je onderdeel bent. Die kun je klein en groot definiëren (je gezin, je buurt, je werkomgeving – de wereld!), maar de kern is dat je als mens verbonden bent met de mensheid als geheel. Het gaat erom je niet bedreigd te voelen door anderen, maar je vol vertrouwen bewust te zijn van je eigen waarde voor het geheel, aan dat geheel jouw unieke bijdrage te leveren en te voelen dat met het lijden van een deel van de mensheid, de mensheid als geheel beschadigd raakt en heling nodig heeft.

Beide begrippen, samengebracht in IkiBuntu, sluiten prachtig aan bij de zeven pijlers van ACE Aware NL: verbinding, compassie, moed, nieuwsgierigheid, vertrouwen, vriendelijkheid en veerkracht. Deze begrippen zijn zowel voorwaarde voor als resultaat van positieve levenservaringen. Hoe komen we daar terecht?
De vorming van ons wereldbeeld begint al heel vroeg, veel vroeger dan vaak gedacht. Wanneer je bij je moeder in de buik blootstaat aan veel stresshormonen, omdat ze het zwaar heeft en veel tegenslag moet incasseren, dan ontstaat er in jou als ongeboren baby al de gewaarwording dat de wereld een plek vol dreiging is. De stresshormonen van je moeder, die via de navelstreng rechtstreeks bij jou terechtkomen en van invloed zijn op je stormachtig snelle ontwikkeling in de baarmoeder, maken dat je een stressregulatiesysteem ontwikkelt dat al vanaf het begin op scherp staat.

Als de leefomstandigheden na je geboorte dan inderdaad stressvol en zorgelijk blijken te zijn, wordt die vroege imprint telkens opnieuw bevestigd; die raakt dan diep ingesleten. Je wereldbeeld wordt door traumatische vroege ervaringen intens gekleurd en beïnvloedt waarschijnlijk ook je gedragspatronen. Onder moeilijke omstandigheden is dat ‘adaptief’, behulpzaam en ondersteunend. Vaak wordt het later echter ‘maladaptief’, belemmerend en ondermijnend. Het eist een tol van je hele organisme, van de voortdurende feedback tussen al je orgaansystemen. Dat heeft een weerslag op de overtuigingen waarmee je door het leven gaat. Die overtuigingen zijn dan geen welbewuste keuze, maar een ‘default setting’, een grondhouding die is gebaseerd op je allervroegste ervaringen. Dat kan leiden tot overtuigingen als ‘Ik ben niet goed genoeg’, ‘Ik kan dit niet’, ‘Als het erop aankomt, kan ik op niemand rekenen’. Dergelijke gedachten maken het moeilijk om je spontane persoonlijkheid en je stralende authenticiteit aan het licht te laten komen. Het zijn traumareacties op dat waarmee je in het begin van je ontwikkeling te maken had en waardoor je je overweldigd voelde omdat je te weinig steun ondervond.

Dit soort overtuigingen en het gedrag dat eruit kan voortvloeien in de vorm van agressie, afweer, geslotenheid, ongezonde leefgewoontes, verslavingen en zelfs criminaliteit, hebben dus een neurofysiologische basis: je brein en je andere organen verkeren bij voortduring in overlevingsmodus vanuit een diepe onveiligheidsbeleving. In die modus is het heel ingewikkeld en bijna onmogelijk om te focussen op bijvoorbeeld logisch nadenken, meer geduld ontwikkelen en verandering van ongezond gedrag. Je enige doel is: overleven, jezelf overeind houden, met alles wat jij denkt dat daarvoor nodig is en wat je erbij helpt.

Daarom is het belangrijk dat iedereen die zorg draagt voor anderen, in welke omgeving dan ook, zich bewust is van deze ontwikkelingsprocessen. Kennis daarover helpt enorm om bepaald gedrag op een goede manier te duiden. Waarom is je kind ‘ineens’ driftig? Waarom spring jij uit je vel? Hoe komt het dat je collega zo kortaf doet? Wat is de reden dat de dokter niet naar je luistert? Waar komt de agressie van je klant vandaan? Je bewust zijn van mogelijke onderliggende stressfactoren en vervolgens adequaat op de ander reageren is de kern van wat we een traumasensitieve benadering noemen. Je houdt er rekening mee dat het stresssysteem van de ander door ingrijpende ervaringen overbelast is. Dat kan ook iemands gedragspatroon helpen verklaren. Het gaat dan vaak om gedrag komt voort uit die vroege imprint van onveiligheid: fight, flight, freeze, fawn.

Dit is geen eenvoudige materie. Dat de kindertijd niet zo vrolijk was als we ons graag herinneren, staat vaak onbewust als een roze olifant in de kamer. Toch voelen we wel dat er iets heel groots en wezenlijks is dat ons of de ander belast en belemmert. De emoties die daarmee gepaard gaan, worden dikwijls om allerlei redenen weggedrukt. Ze blijven onbesproken, met alle consequenties die dat heeft voor het immuunsysteem dat die stress wél voelt, ook als die niet expliciet wordt gemaakt. Veel mensen lopen vast in de zorg en in therapieën als gevolg van gebracht aan aandacht en erkenning voor het vroegkinderlijk trauma dat ze hebben doorgemaakt. Ze dragen dat met zich mee en het heeft impact (gehad) op hun neurofysiologie en stressregulatie.

De effecten van onderdrukte emoties… dat is de kern van waar Stichting Emovere zich op richt. Na het mooie teamoverleg pakte ik afgelopen woensdag de trein naar Ede, waar in de middag en avond de vierde vriendenbijeenkomst van Emovere plaatsvond. De plenaire sessies, de documentaire over de weg die Michelle Kraaij aflegde naar herstel, de workshops die in twee rondes werden gegeven… allemaal hadden ze één visie gemeen: het is belangrijk om pijnklachten te zien als signalen van het lichaam en op zoek te gaan naar de onderliggende emoties.

Daarbij is het essentieel dat we onderkennen dat we tegen de tijd dat we ons als mens in welke externe setting dan ook begeven, we al een cruciaal vormende tijd in ons gezin van oorsprong hebben doorgebracht. Dat gezin was ons begin, de plek waarvan we afhankelijk waren als baby, als kind. We voelen daarom veel loyaliteit naar die plek en de mensen die erbij horen. Dat maakt het ook begrijpelijk dat er veel weerstand kan worden gevoeld tegen het zoeken van de oorzaak van huidige (emotionele en fysieke) pijn bij die plek en die mensen. Dat oude, soms alomvattende verdriet dat je voelt… de mogelijkheid openhouden of onder ogen zien dat die haar oorsprong vindt in jouw eigen oorsprong… dat doet pijn.

Het vergt moed om daar diep op in te gaan, naar daar waar het donker en ongemakkelijk wordt, maar waar ook de sleutel tot inzicht, wijsheid en heling ligt. De verwonding is ontstaan in een sociale omgeving waar de interactie niet goed verliep. Voor heling is het van onschatbare waarde om een omgeving te bouwen waar compassie de boventoon voert en begrip voor hoe de verwonding een mensenleven op een intens verdrietige manier kan beïnvloeden. Je verdient het om mensen om je heen te vinden en te verzamelen die dat begrijpen, die je niet proberen te fixen, maar eerst alleen maar eens luisteren naar je verhaal.
Daar zet ACE Aware NL zich voor in en we vinden het dan ook geweldig dat de film ‘Resilience’, die dit alles zo indrukwekkend uitlegt, het middelpunt is van het door Alles is Gezondheid, ProScoop en Stichting Emovere in samenwerking met ACE Aware NL georganiseerde lunchwebinar.

Wil je er nog meer over weten en een training of presentatie plannen voor jouw organisatie? Laat het ons weten; we gaan heel graag met je in gesprek om de details samen uit te werken!

Zomergasten: het lichaam en de ervaringen die niet worden vergeten

In de laatste week van augustus, in aanloop naar de op handen zijnde uitzending van ‘Zomergasten’, was er commotie rondom het middelpunt van het drie uur durende gesprek. Drie academici hadden een waarschuwing voor het Nederlandse volk en dat leidde tot levendige discussies op social media. In de laatste aflevering van het seizoen zou de aftredende presentator Janine Abbring als gast namelijk de wereldberoemde psychiater, wetenschapper en auteur Bessel van der Kolk (1943) ontvangen, een man met Nederlandse roots die al sinds begin jaren 60 in de Verenigde Staten woont en daar als pionier en expert op het gebied van trauma furore heeft gemaakt. Dat deed hij onder andere via zijn rollen als adviseur of getuige-expert aan internationale onderzoeken en processen, zoals de Truth and Reconciliation Commission in Zuid-Afrika na het einde van de apartheid en op weg naar democratie. Zijn veelgeprezen boek ‘The Body Keeps the Score’ (in het Nederlands vertaald als ‘Traumasporen’) heeft als kernboodschap dat het intellectuele brein soms zodanig door gebeurtenissen wordt overweldigd dat het als overlevingsstrategie het mechanisme van dissociatie hanteert. De emotionele lading van de ervaringen wordt diep weggestopt, zodat degene die de gebeurtenissen onderging op de één of andere manier kan doorgaan met leven. Bewuste beleving van het trauma zou te pijnlijk, te onverdraaglijk zijn. lichaam heeft al die toxische stress echter wel degelijk doorgemaakt en die ervaringen beïnvloeden de stressregulatie, de hersenontwikkeling en de neurofysiologie en dus ook op het immuunsysteem, met een scala aan mogelijke sociale en gezondheidsproblemen tot gevolg. Het lichaam draagt alles met zich mee: the body keeps the score. Deze visie is duidelijk nog niet overal gemeengoed.

De drie auteurs van het Volkskrant-artikel (een hoogleraar, een emeritus-hoogleraar en een universitair hoofddocent) stelden dat Van der Kolk in het programma mogelijk ruimte zou worden geboden “om onjuiste en gevaarlijke ideeën te verspreiden” over verdrongen herinneringen (de Volkskrant, 26 augustus 2022). Ze stelden dat hij “zijn brood verdient met het populariseren van dat idee” dat traumatische herinneringen worden verdrongen en dat veel therapeuten die dit geloven, mensen allerlei vormen van misbruik en ellende aanpraten. Ze vertellen hun patiënten dat de lichamelijke en psychische symptomen waarmee ze zich bij een psychiater melden, “zijn ontstaan omdat ze vroeger ooit zijn misbruikt maar dat de herinnering eraan is weggestopt in hun onderbewustzijn.” Deze aanpak zou leiden tot “nepherinneringen aan misbruik”. De cliënt geneest niet, maar krijgt “een verzonnen traumatisch verleden aangepraat”, aldus het artikel. De academici gaven aan “desastreuze gevolgen (…) voor patiënten en hun families” te vrezen.

En dan is het zondagavond 28 augustus en ga ik er goed voor zitten. Deze man wil ik horen, want ik ken zijn werk, dat aansluit bij dat van andere grote namen in het veld, en ik ben benieuwd naar wat hij het Nederlandse publiek zal aanreiken aan kennis, overwegingen en beeldmateriaal.
Het is indrukwekkend, en als ik de uitzending een tweede keer bekijk, ben ik nog meer geraakt. Hier is een werkelijke expert aan het woord, een man die bescheiden is in al zijn wijsheid, die met nederigheid en zelfreflectie het verhaal van zowel elementen uit zijn vakgebied als aspecten van zijn leven uit de doeken doet en die zichzelf en interactiepatronen onder de loep neemt. De nog altijd voortdurende onwetendheid, ondanks het vele onderzoek, blijft evenmin onvermeld. Al in de eerste paar minuten vertelt hij dat PTSD/PTSS nog in 1980 werd gedefinieerd als iets wat zéér zelden . “Dat zegt iets over hoe blind we waren voor de ellende in de wereld”, is zijn conclusie. Verderop in de uitzending geeft hij aan te vrezen dat er weinig is geleerd van Harry Harlow’s onderzoeken met apen in de jaren 50 en 60, gebaseerd op het werk over hechting van John Bowlby, met wie Van der Kolk goed bevriend was. Nog altijd is er volgens hem te weinig aandacht voor het leed dat veel mensen doormaken en op tweederde van het interview vraagt hij zich in relatie tot het Volkskrant-artikel dan ook met enige felheid af: “Wie zijn die mensen die zo bang zijn voor de werkelijkheid waarover ik spreek? Wie zijn deze mensen die niet willen zien hoeveel kinderen er worden mishandeld? Wie zijn die mensen die niet kunnen luisteren naar wat er in het leven van anderen aan de hand is?”

Tot aan die kritische vragen is hij vooral heel mild en beschouwend en toont hij filmfragmenten die zichtbaar maken hoezeer de onderlinge verhoudingen tussen mensen worden gekleurd en getekend door hun levensverhaal. Met zijn eerste fragment, uit de Amerikaanse televisieserie Ted Lasso, illustreert hij hoe belangrijk het is dat mensen binnen groepen en teams op een veilige manier, in een veilige setting, de waarheid van hun persoonlijke geschiedenis kunnen vertellen. Die geschiedenis helpt verklaren waarom ze soms rottig gedrag vertonen, uithalen naar anderen of een muur om zich heen bouwen, bijvoorbeeld omdat ze vroeger van hun autoritaire vader niet zwak mochten zijn. Als daar aandacht voor is, zegt Van der Kolk, dan kunnen mensen hun eigenaardigheden inzetten voor het grotere geheel en hoeven ze die niet op een negatieve manier tegen zichzelf en elkaar te gebruiken. Als kwetsbaarheid een deugd wordt in plaats van een zwakte, dan kun je op je eigen gedrag reflecteren en leren om je waar nodig anders te gedragen. Daar heb je echter wel de steun van je sociale omgeving voor nodig, want eenzaamheid, zo zegt hij later, is het belangrijkste aspect van trauma: “We zijn members of tribes, we horen bij elkaar. We móeten bij iemand horen, we móeten een thuis hebben, vooral als kind, en als kinderen thuis bij hun ouders die bescherming niet vinden, dan zijn ze alleen in de wereld en dan moeten ze een aanpassing vinden. Een kind zegt dan doorgaans: ‘Dit gebeurt omdat ik een slecht mens ben.’ Er ontstaat een levenslang gevoel van ‘er is iets met mij, anders zouden ze me dit nooit hebben aangedaan’. Niet gezien worden is voor een kind het allermoeilijkste. Het gevoel dat iedereen doet alsof er niks aan de hand is, dat de belangen van de volwassenen belangrijker zijn dan wat het kind overkomt, dat die volwassenen de moed niet kunnen vinden om dingen aan te kaarten: dat is het echte trauma. kind heeft geen keuze, geen andere werkelijkheid, geen andere mogelijkheden en het geeft daarom zichzelf de schuld van nare gebeurtenissen. Dat leidt tot diepe eenzaamheid: ‘Ik ben anders, ik hoor hier niet, ik mag hier niet zijn, ik ben een slecht mens, ik verdien wat er met me gebeurt.’ Een dergelijke overtuiging wordt een groot probleem als je ouder wordt. Zulk trauma werkt generaties lang door.”

Met allerlei fragmenten laat hij zien en legt hij uit hoe traumatische ervaringen zich vastzetten in het lichaam, hoe ze alsmaar weer terugkomen bij uiteenlopende zintuiglijke waarnemingen, die associaties geven met diepe emoties. Mensen blijven steken in die gebeurtenis alsof die vandaag plaatsvindt, in plaats van dat de gebeurtenis wordt ervaren als iets uit het verleden dat nu geen gevaar meer oplevert. Daarom, zegt hij, is praten alleen vaak niet genoeg en soms is het ook gewoon onmogelijk omdat het te veel pijn wakker roept. Dat is de reden dat hij meer dan wie ook experimenteel onderzoek heeft gedaan naar allerlei lichaamsgerichte therapievormen en waarom hij sinds een tijdje ook behoedzaam enthousiast is over de resultaten die met psychedelica kunnen worden behaald: “Mensen kunnen onder invloed daarvan soms eindelijk woorden vinden voor zichzelf en hun verhaal en vooral ook ervaren ze compassie voor wat ze hebben meegemaakt. Mensen zijn meaning-making creatures; je hoeft er als therapeut niks in te stoppen. Met aandacht luisteren en niet oordelen is genoeg. Wanneer er mensen die je een veilige setting bieden voor je verhaal, dan kunnen psychedelica enorm behulpzaam zijn. Je ziet dan andere dimensies van je eigen leven en van jezelf.” In lijn daarmee, op een ander moment: “Mensen willen zich nare dingen vaak helemaal niet herinneren en het is daarom juist heel erg moeilijk om mensen dingen aan te praten. Door werkelijk in je lijf te voelen wat dingen met je hebben gedaan en nu doen, kun je dingen anders leren zien en doen. Je kunt de rol en de overtuigingen waarmee je bent opgegroeid, leren loslaten. je je eigen waarheid niet kunt vertellen, gaat het allemaal vastzitten in je lichaam en dan breekt je hart. Vervolgens breek je dan het hart van anderen met je boosheid en bitterheid. Verbinding is onmisbaar voor ons als mensen.”

Er is nog zoveel meer dat het benoemen waard is. We bevelen dan ook oprecht aan om de uitzending terug te kijken, zodat iedereen zich zelf een beeld kan vormen over de visie van Bessel van der Kolk: is die ‘gevaarlijk’ of dringend noodzakelijk? Je kunt nog een aantal weken kijken via deze link.

Minstens één vraag is onbeantwoord gebleven: wat zou Van der Kolk onder leiding van Ted Lasso zelf als offer in de ton hebben gegooid om de boze geesten te bezweren…?! 😉

Een uitnodiging om te schrijven!

Onlangs deelden we met jullie de bespreking van het boek van José Al, ‘Het bevuilde nest. Transgenerationeel trauma’. Er is duidelijk grote belangstelling voor dit thema, want het blog is enorm goed gelezen en veel gedeeld. Dat is begrijpelijk, want dit is een thema dat, vaak onzichtbaar en onbesproken, ongetwijfeld veel meer mensen raakt dan je zo op het eerste oog zou denken.
Emotionele en fysieke verwaarlozing, misbruik door je beide ouders… het zijn geen onderwerpen die zich zomaar overal en met iedereen laten bespreken. Je komt er niet vrolijk mee voor de dag. Door de pijn en vaak ook de schaamte die ermee gepaard gaan, worden zulke ervaringen soms pas na jaren en jaren gedeeld met dierbare anderen. Wat weet je in deze context eigenlijk over je buren, over collega’s, over de vriendjes en vriendinnetjes van je kinderen? Wat weet je over je broer(s) of zus(sen), zeker in een groter gezin, waar de ervaringen per kind soms enorm verschillen? En misschien zelfs… wat weten we over onszelf? Hoe diep hebben we dingen weggestopt om te kunnen overleven onder moeilijke omstandigheden? Wat kunnen we slechts gedoseerd toelaten tot ons bewustzijn, omdat we anders overweldigd raken door de angst, het verdriet en de pijn?

De verhalen in ‘Het bevuilde nest’ bieden ons een inkijkje in wat het betekent om in een onveilige setting op te groeien. Toch hoeft het niet eens zo intens en dramatisch te zijn als in het boek om toch sporen na te laten. Dat komt doordat Er wordt door een blik, een geur, een woordkeuze, een lichaamshouding of nog iets anders iets in ons geraakt dat ons in een flits terugbrengt bij een blik, een geur, een woordkeuze of een lichaamshouding van dat onveilige vroeger. Veel van wat zich in het nu lijkt te voltrekken, is in feite een herinnering aan destijds. Het brengt ons terug naar een fase in ons leven waarin we nog onvoldoende overzicht en zelfstandigheid hadden om onszelf te reguleren. We begrepen niet wat er gebeurde. We voelden ons angstig, eenzaam, verdrietig, en konden ons niet losmaken van de omstandigheden. We waren afhankelijk van de mensen bij wie we ons onveilig voelden. Ze zeiden dingen waardoor we het idee kregen dat we niet goed genoeg waren, dat we er in onze meest authentieke vorm niet werkelijk mochten zijn. We hielden ons stil en pasten ons aan, of kwamen in opstand en sprongen uit de band. Linksom of rechtsom verloren we echter een belangrijk stuk van de verbinding met ons ware zelf, met onze essentie.

Het doel van ACE Aware NL is veel breder zichtbaar te maken hoe die mechanismes werken. Het is belangrijk om te begrijpen wat zich in dat kinderkoppie afspeelt wanneer je als volwassene bewust of onbewust, bedoeld of onbedoeld, je machtspositie laat gelden. Wat gebeurt er, wanner je er niet in slaagt om je kind op een rustige, maar krachtige en betrouwbare manier bij te staan? kind dat onredelijk of onhandelbaar lijkt, is ten diepste vaak boos of angstig of verdrietig. Kun je naar je kind kijken en door diens ogen de situatie bezien? Kun je naar je kind kijken en proberen te voelen dat jij het zelf bent? Hoe voelt het om (in) dat kleine lijf te zijn en naar een grote, boze stem te luisteren, een afkeurend gezicht te zien? Als volwassene kom je misschien niet met je pijnlijke verhaal voor de dag, maar in je gedrag komt je pijnlijke verhaal tóch tevoorschijn. ‘Hurt people hurt people’, zeggen ze in het Engels: beschadigde mensen beschadigen mensen. Hoe meer je je daarvan bewust wordt, hoe meer compassie je zult ontwikkelen. Door zonder oordeel te kijken naar je eigen gevoelens en gewaarwordingen, kun je leren om ook zonder oordeel te luisteren naar het verhaal van de ander. José heeft met haar boek krachtige voorbeelden gegeven van zulke verhalen. We hebben ons samen met haar afgevraagd hoe we het delen van ervaringsverhalen zouden kunnen aanmoedigen. Wanneer verhalen worden gedeeld zonder dat er een oordeel over de verteller wordt geveld, komt er vaak al veel ruimte en een gevoel van erkenning en gehoord worden.

Daarom wilden we de boekbespreking delen, waarover José ons het volgende schreef:
“Ik ben ongelofelijk onder de indruk van deze overweldigend zuivere, intense en waardevolle boekbespreking. De tijd, moeite, energie en uiterste zorgvuldigheid die jullie hierin hebben gestoken, zoveel waardering en liefdevolle positiviteit, zó gezien, gehoord, gevoeld en begrepen te worden is werkelijk overweldigend. Zo mooi gedaan! Wat een waardering voor mijn jarenlange studies, werk en onderzoeken… Ik voel begrip en mededogen en dat betekent heel veel voor me. Dat is niet in woorden uit te drukken.”
Haar missie en de onze sluiten naadloos op elkaar aan en ze heeft een prachtig voorstel gedaan, dat wij in dankbaarheid met beide handen aannemen.

Verdient ook jouw verhaal het om te worden gehoord? Wil jij anderen een hart onder de riem steken? Wil je bijdragen aan het bespreekbaar maken van vroegkinderlijk trauma? Deel dan je verhaal met ons!
Schrijf een tekst van 750-1000 woorden, waarin je (anoniem) jouw ervaring met (seksueel) misbruik, (huiselijk) geweld en/of verwaarlozing beschrijft. Ook als je denkt dat je geen schrijver bent, nodigen we je uit om de (digitale) pen op te pakken: we helpen je graag om het zó op papier te krijgen dat jouw verhaal tot zijn recht komt. Het ACE Aware NL-team kijkt samen met José Al naar de inzendingen en kiest de tien mooiste, meest aangrijpende, inzicht gevende verhalen uit. Ben jij de inzender van één van de tien geselecteerde teksten, dan nemen we contact met je op om tot een versie te komen die als blog op onze website kan worden gepubliceerd. De schrijvers van de tien gekozen verhalen ontvangen een exemplaar van ‘Het bevuilde nest’ van José Al.

Wil je meedoen, stuur dan je verhaal met je naam, je telefoonnummer vanaf een geldig e-mailadres naar info@aceaware.nl en zorg dat het uiterlijk 20 juli bij ons binnen is. Je krijgt een bevestiging van de ontvangst en uiteraard gaan we zeer zorgvuldig en volstrekt vertrouwelijk met je gegevens om.

Schrijven kan zeer helend werken, evenals het lezen van een verhaal dat herkenning en bemoediging biedt. Je bent dus van harte welkom om een tekst in te sturen en zo het maatschappelijk bewustzijn rondom ACE’s te vergroten. We kijken uit naar jullie bijdrages!

P.S.
In een later stadium zullen we een vergelijkbare oproep doen voor zorgverleners. We zetten dan in de spotlights wat hun motivatie is voor het werken met mensen met vroegkinderlijk trauma. Daarover volgt te zijner tijd nader bericht.

Verdient ook jouw verhaal het om te worden gehoord? Wil jij anderen een hart onder de riem steken? Wil je bijdragen aan het bespreekbaar maken van vroegkinderlijk trauma? Deel dan je verhaal met ons!

Does your story deserve to be heard? Do you want to support and encourage others? Do you want to contribute to discussing early childhood trauma? Then share your story with us!

Van elkaar leren: een les over veilige en onveilige hechting, Deel 2

Onlangs ging ons blog over de gastles die ik gaf op een school bij een opleidingsonderdeel waarvan de studenten zelf ervaringsdeskundig zijn op het gebied van onveilige hechting. In een fijne samenwerking werd er veel uitgewisseld en ging de tijd sneller voorbij dan gedacht. Het resterende materiaal verdiende ook nog aandacht en we wilden het niet afraffelen. De oplossing was snel bedacht: een tweede gastles! Ik nam die uitnodiging met plezier aan, want een groep als deze is precies waarvoor we vanuit ACE Aware NL ons werk doen.*

De tweede les was afgelopen woensdag 8 juni. De groep was een beetje anders van samenstelling; een paar mensen van de vorige keer ontbraken en er waren wat nieuwe gezichten.
We begonnen met een korte inventarisatie van wat iedereen was bijgebleven van de vorige keer. Eén van de eersten die sprak, was de mentor (die, net als de eerste keer, intensief en geconcentreerd participeerde in alle oefeningen en gesprekken – prachtig!). De mentor verwees naar de ACE-scoreformulieren die de vorige keer waren ingevuld. Dat er twee mensen met een score 8 en twee met een score 10 waren… dat die studenten dus (bijna) alle verdrietige ervaringen op dat formulier hadden doorgemaakt… dat was heftig binnengekomen en had de mentor zeer geraakt. Ik sloot me daarbij aan en lichtte toe dat ik het daarom heel indrukwekkend vond om te zien dat deze mensen tóch weer de moed hebben opgevat om een opleidingstraject te volgen, om te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en te investeren in hun toekomst. Dat is geen sinecure; dat betekent dat ze waarschijnlijk ergens in de sociale omgeving toch een paar ‘cheerleaders’ hebben die deze uitdaging hebben gestimuleerd. Dat is mooi; dat geeft hoop. Ik benadrukte dat ook de mentor zelf daarin een waardevolle rol vervult door in de groep een veilig klimaat te creëren, zodat de opgevatte moed vaste grond vindt en het leerproces krachtig ondersteunt.

Na de check-in volgde een lichaamsgerichte oefening, waarbij de studenten lopend door de ruimte konden ervaren hoe het is om dicht bij iemand anders in de buurt te zijn. voelt het, als je vlak naast elkaar staat? Bevindt die ander zich in jouw persoonlijke ruimte? Kun je dat verdragen of voelt het bedreigend? En als dat laatste het geval is… wat doet dat dan met je lichaamsfuncties? Gaat je hart sneller kloppen? Krijg je het warm? Je lichaam spreekt vaak luid en duidelijk!
Ze stonden in tweetallen naast elkaar en koppelden terug wat ze hadden ervaren. Voor sommigen voelde het prima, iemand anders voelde zich gejaagd door zoveel nabijheid. Eén persoon zei melig te worden van degene ernaast – positief, want melig worden en samen lachen is heerlijk en geeft een gevoel van ontspanning en veiligheid, terwijl veiligheid tegelijkertijd een voorwaarde is om samen tot die ontspanning te komen.

Het lijkt zo simpel: naast iemand staan. En toch kunnen juist dat soort simpele dingen heel ingewikkeld en beangstigend voelen als je vanuit overlevingsstrategieën voortdurend op je hoede bent. Met iemand zo dicht naast je, kun je het overzicht niet goed bewaren. Je kunt (letterlijk) niet op een afstandje afwachten en de kat uit de boom kijken. Het lijkt alsof de ander aanduwt tegen de muur die je om jezelf heen hebt gebouwd ter bescherming tegen dreiging van buitenaf. Blijft je muur staan of valt die een beetje om…? En zo ja… wat dan?
En als er dan vervolgens wordt gevraagd je naar elkaar toe te draaien en elkaar in de ogen te kijken, elkaars blik vast te houden en je ogen niet af te wenden… dan komt het allemaal wel (alweer letterlijk) heel dichtbij. Enerzijds willen we als mens worden gezien, maar kunnen we het aan dat iemand ons werkelijk in de ziel kijkt? Hoe lang houden we dat vol? Wanneer wordt het ongemakkelijk? Wanneer willen we ons losmaken uit die verbinding? Wanneer is het genoeg geweest?

Het experiment duurde niet zo heel lang, maar lang genoeg om te voelen hoe intens het is elkaar zo nabij te komen. Ook dit was een oefening die is verbonden met veilige en onveilige hechting. Hoe vaker je te maken hebt gehad met situaties van onveiligheid en hoe meer je (letterlijk of figuurlijk) ‘over het hoofd bent gezien’, hoe moeilijker het vaak is om diep en open oogcontact te maken. Je kunt de neiging krijgen je te verstoppen, zodat het allemaal niet zo kwetsbaar voelt.
Er ontspon zich naar aanleiding van deze oefening een prachtig mooi gesprek, waarin de studenten aangaven in welke situaties ze dit moeilijk vonden en hoe het kan worden ervaren als een test om te zien ‘wie het het langste volhoudt’ – wie de baas is, wie de overmacht heeft, wie de dienst uitmaakt. Dat is een heel andere associatie dan: ‘Ik blijf je ogen vasthouden, want ik wil JOU vasthouden. Ik wil je kennen en je zien. Ik wil door jou worden gekend en gezien. Ik laat je niet los.’ Ook hier spelen ervaringen uit het verleden een rol voor de beleving in het heden.

Nadat iedereen de eigen stoel weer had opgezocht, gaf ik aan dat we even wat ‘hardcore’ theorie zouden doornemen. Zo legde ik onder andere uit wat er onder hechting wordt verstaan, dat vroege hechtingsstijlen vaak een leven lang bij iemand blijven, en wat het verschil is tussen veilige en onveilige hechting (angstig, vermijdend, gedesorganiseerd). We spraken over hoe belangrijk het is dat een kind op de ouder(s) kan vertrouwen en dat signalen worden opgevangen en goed worden geduid en beantwoord. filmpje met het ‘still face experiment’ van Edward Tronick laat dat op indringende wijze zien en één van de studenten brak daardoor – de tranen vloeiden. Een medestudent sloeg een troostende arm om de klasgenoot heen en een derde reikte zakdoekjes aan. Met z’n allen zwegen we even – we stonden zo stil bij het verdriet van deze mens onder ons, zonder te fixen, zonder te praten, zonder oordeel, maar mét veel compassie. Er waren meer mensen die deze twee minuten maar amper konden verdragen en ook ik zelf schoot vol, terwijl ik dit filmpje al zo enorm vaak heb gezien. Ik kan er niet aan wennen; het grijpt me iedere keer opnieuw bij de strot. Ik ben daar wel blij om, eigenlijk. Het filmpje is, wanneer je erover nadenkt dat heel veel kinderen dit niet slechts twee minuten, maar dag aan dag, jaar na jaar, moeten ondergaan, eigenlijk een horrorfilmpje. Hoe kan het ons nog verbazen dat we gaan disfunctioneren als we niet worden gezien, gehoord, begrepen, als onze vragen en behoeften om aandacht en verbinding niet worden beantwoord? Het is hartverscheurend; dat deze student er zo door werd geraakt, betekent dat het hart openstaat, dat deze mens zich durft te laten raken, dat er herkenning is (want anders raakt het niet zo). Dat betekent óók dat er bewustzijn is en dat er pogingen zullen worden ondernomen om naar beste kunnen te voorkomen dat dit patroon van emotionele verwaarlozing niet blijvend wordt herhaald.

Na een bespreking van stress, stresshormonen, hersenontwikkeling en de kortsluiting die in je mentale netwerk kan ontstaan als de bedrading niet goed is aangelegd, bespraken we hoe belangrijk de omgeving is. bent niet in je eentje verantwoordelijk voor je leven en de ontwikkeling van je brein: je maakt deel uit van een veel groter systeem, zoals je gezin, je buurt, je stad, je land, je werelddeel. Je kunt ook zelden in je eentje alles veranderen, want het is de intermenselijke dynamiek die mede bepaalt hoe goed of hoe slecht je in staat bent gezond gedrag te ontwikkelen en door te zetten.
Daarom is het belangrijk te beseffen dat gedrag een uiting is van een emotie, die een uiting is van een onvervulde behoefte. Zonder zicht op en bevrediging van die behoefte zal de emotie niet verdwijnen en dus ook het gedrag waarschijnlijk niet.

En een zeer basale behoefte blijft: veiligheid. Ontbreekt die, doordat er geen (ouderlijke) zorgzaamheid is of er veel onrust en agressie leeft in een gezin, dan ontstaat er toxische stress: chronische stress die allerlei systemen in het menselijk lichaam aantast, ook het sociale functioneren. We keken een filmpje dat dat op indrukwekkende wijze duidelijk maakt in relatie tot een gevangenispopulatie. Het geldt echter ook dichterbij: zolang je je niet veilig voelt, zul je niet graag vertellen wat je raakt en waarom. Jouw zwijgzaamheid kan lastig zijn voor een ander, maar kan deel zijn van je zelfbescherming.
We rondden af met het kiezen van een kaart die iets weergaf van hoe men de eigen toekomst voor zich zag. Daar kwamen mooie dromen en intenties tevoorschijn, wat altijd geweldig is om te horen.

De evaluatie ter plekke? Inspirerend, leerzaam, interessant, informatief, inzicht gekregen in hoe de eigen kinderen functioneren en wat ze nodig hebben, bewust geworden van de liefde voor de kinderen, en (wat mij betreft de meest ontroerende): ‘gerealiseerd dat ik meer compassie voor mezelf mag hebben’. Dat is geweldig; daar begint het mee, en dan volgt ook de compassie voor anderen. Dan hoef je niet meer te zeggen: ‘Ik heb gefaald; ik had het beter moeten doen’, maar mag je concluderen: ‘Ik heb mijn stinkende best gedaan met wat ik kon en had, en ik zou willen dat ik meer had kunnen bieden’. Dan verandert zelfverwijt in verdriet; dan kunnen boosheid en frustratie veranderen in rouw en besef van eenzaamheid. Dan kun je steun zoeken, ‘holding space’ waarbinnen je zonder oordeel veilig bent, zodat de scherpe kantjes kunnen verzachten.
En als na zoveel moois de vraag komt of ik niet vaker les zou willen komen geven, dan is er uiteraard maar één antwoord denkbaar: ‘Ja, heel graag!’

 

* Om privacyredenen gebruik ik in dit blog genderneutrale termen.