Professionals en ACE-bewustzijn, Aflevering 7 – Deze week: Chris Vleesman (English below)

We vertrokken met een groep van zo’n vijftien mensen vanaf de locatie waar we hadden genoten van koffie en thee en heerlijk Valentijnsgebak. Velen van ons hadden elkaar niet of pas een enkele keer ontmoet en we zouden een stevige wandeling maken om van de frisse winterlucht te genieten en elkaar te leren kennen. Bovendien zou op die manier na terugkeer uit het natuurgebied de lunch er extra goed in vallen. Eén van de wandelaars was Chris en nadat ik een poosje met anderen had gelopen, kwam ik met hem in gesprek. Hij is de coördinator van de Haven van Kloosterveen, onderdeel van de Stichting Phusis. Ik wist al dat hij diverse dingen deed, maar ik was vooral benieuwd naar zijn ‘core business’: “Wij vangen jongeren op die te maken hebben met moeilijk opvoedbare ouders”, was zijn antwoord, terwijl hij mij met glimmende ogen aankeek. Ik barstte in lachen uit: “Wow, wat een geweldige formulering! Die vind ik goed!” Hij lachte terug en door mijn uitbundige reactie had hij snel in de gaten dat ik begreep waarop hij doelde. Omgekeerd had ik snel in de gaten dat hij begreep wat intergenerationele overdracht inhoudt. We raakten in een boeiend gesprek, dat de rest van de wandeling duurde.

Ik vertelde hem dat ik net de week ervoor een vergelijkbare omkering had meegemaakt. Ik had een tekst onder ogen gehad waarin werd gesproken over verwarde mensen die in de acute zorg terechtkomen en een ‘veiligheidsrisico’ vormen voor de sociale omgeving. Daarbij had ik moeten denken aan wat er gebeurt als het niet lukt om in de kindertijd een stevig fundament te leggen voor de rest van het leven en hoe er dan voor kinderen een ‘veiligheidsrisico’ ontstaat. Ook daarin zit een andere duiding dan de meest gangbare. Bij ‘moeilijk opvoedbaar’ wordt meestal gedacht aan het resultaat van het ouderschap, aan een kind dat ‘lastig’ is. Bij ‘veiligheidsrisico’ wordt meestal gedacht aan het resultaat van een leven met zoveel hindernissen dat het tot agressie en onbeheersbaar gedrag leidt. Wat Chris echter bedoelde, was dat de kinderen het zwaar hebben omdat hun ouders niet goed begrijpen wat ze nodig hebben en hoe dat te bieden. Dat was ook wat ik bedoelde: als kinderen in hun ‘eerste 1000 dagen’ niet ontvangen wat ze nodig hebben om tot een bloeiende ontwikkeling te komen, als ze niet veilig gehecht raken, dan hebben ze een extra hindernis. Dan creëert de sociale omgeving een ‘veiligheidsrisico’, een kans dat de veiligheidsbeleving onder druk komt te staan.

Uiteindelijk gaat het natuurlijk om wat voor aanpak je hanteert wanneer mensen zoekend of dwalend door hun dagelijks bestaan gaan en ondersteuning nodig hebben. Toch is het boeiend om te zien hoe je door een verandering in je taalgebruik op creatieve wijze kunt laten zien wat je denkrichting is. Zo’n innovatieve formulering maakt bovendien een scala aan mensbeelden en wereldvisies zichtbaar. Wie is waarvoor verantwoordelijk? Welke doelstellingen streef je na? Vanuit welke kernwaarden bied je een verdwaalde ander een plek in het leven, in jouw leven? Hoe wil je eraan bijdragen dat de mens voor wie je zorg draagt, de eigen plek in de wereld kan vinden, kan kiezen, kan krijgen? In de zorgsector gaat het vaak over hoeveel geld het kost als mensen ‘ontsporen’. Daarover had Chris ook ideeën: “Een onsje welzijn scheelt een kilo zorg!”, zei hij, terwijl we over een voetbreed paadje door een veld met gras en heide in wintertooi liepen. Chris vertelde over wat hij dagelijks aan impact ziet van zijn filosofie. De collega’s, zoals ze worden genoemd, vinden hun draai in het zorgbedrijf als keukenmedewerker, als reacreatiebegeleider, als verkoper, en krijgen zo weer een volwaardig leven.

Niet dat het altijd allemaal eenvoudig is en zonder hobbels verloopt… Hij glimlachte bij de herinnering aan een week weg met een groepje jongens die veel te veel blowden. Hij was met ze naar een omgeving vertrokken waar die joints niet te krijgen waren, maar waar wél volop aandacht was en tijd voor mooie gezamenlijke activiteiten. Een sjamaan had een spirituele sessie geleid met bezinning en muziek en het effect ervan had weken en weken na-geijld. Ook na terugkeer thuis werd er nauwelijks een joint gerookt. Ook andere vormen van moeilijk gedrag waren in settings waar hij met deze aanpak werkte, met 50% afgenomen. Dat was het gevolg van het aandachtig en op voet van gelijkwaardigheid omgaan met jongeren en jongvolwassenen naar wie jaar in jaar uit niet of nauwelijks was geluisterd. “Hoewel het goed gaat, moet je dan toch ook weer niet denken dat je ze zomaar weer ergens anders kunt neerzetten. Hun geschiedenis heeft ze kwetsbaar gemaakt en als ze zulke stabiele, sensitieve zorg weer kwijtraken, kan ook de structuur in hun leven zomaar weer kapot worden gemaakt. Dan valt alles weer onder ze vandaan, iets wat we nog op heel veel plekken zien gebeuren.” We spraken over het grote belang van mentaal welzijn en zingeving, ook en juist voor degenen die er niet in slagen daar helemaal zelfstandig vorm aan te geven.

Zodoende kwamen we ook op het onderwerp Positieve Gezondheid, dat gebaseerd is op de salutogenetische gedachte: niet kijken vanuit pathogenese (waar komt ziekte vandaan en wat moet ik vermijden?), maar vanuit salutogenese (hoe behoud ik gezondheid en wat kan ik daarvoor het beste doen?). Dan heb je in ieder geval een dak boven je hoofd nodig, een bed om in te slapen. Voor veel jongvolwassenen met problemen is zelfs dat al een uitdaging van jewelste. Chris vertelde over een jongere die vanuit Noord-Afrika via allerlei omzwervingen bij hen was terechtgekomen en in de opvanglocatie tijdelijk onderdak en een veilige haven had gevonden tot er een meer structurele oplossing was. Chris gebruikt samen met zijn team de fysieke, organisatorische en juridische ruimte die er is in dit soort noodsituaties. “Wij werken hier vanuit onvoorwaardelijke liefde”, omschreef hij de essentie van het beleid. Dat was heel wat anders dan ik de week ervoor had gehoord van een manager die helaas moest vaststellen dat nog heel vaak niet compassie, maar repressie de standaard is als mensen in een instelling ‘onhandelbaar’ zijn.

Chris had me geraakt met zijn visie en verhalen. Op zijn vraag waar mijn professionele interesse lag, vertelde ik over ACE’s, over de invloed van onveilige hechting op de volwassen gezondheid en over hoe we met ACE Aware NL na twee vreemde jaren nu eindelijk graag via live ontmoetingen de film ‘Resilience’ willen vertonen. Terwijl ik naar hem had geluisterd, had ik me gerealiseerd dat ik heel graag eens met de ervaringsdeskundige jongvolwassenen naar de docufilm zou kijken. Ik fantaseerde hardop over hoe mooi het zou zijn hun mening erover te horen en dan in een focusgroep te vernemen wat hen had aangesproken in de film en wat ze hadden herkend. Ook Chris zag het voor zich.

Terug van de wandeling kwamen we tijdens de lunch wonderlijk genoeg met vier mensen nogmaals te spreken over trauma, over hoe dat ertoe kan leiden dat we onze zorginstincten willen volgen, zodat een ander niet hoeft te ervaren wat voor onszelf zo moeilijk en verdrietig was. We spraken ook over hoe de huidige omstandigheden veel pijn uit het verleden aanraken en pijn voor de toekomst creëren: mensen zijn immers niet gemaakt om afgescheiden van anderen te functioneren. We realiseerden ons bovendien hoe zulke situaties ons een spiegel voorhouden: wat vinden we moeilijk in wat we voelen en zien gebeuren? Willen we echt de ander helpen? Of zijn we eigenlijk vaak koortsachtig op zoek naar verzachting van de pijn die nog sluimert in onszelf…? Eén tafelgenoot zou daar graag eens dieper in duiken, gezien het eigen levensverhaal. Dat voornemen ligt er nu.
En Chris en ik gaan er binnenkort samen voor zitten om te kijken hoe een filmvertoning gestalte kan krijgen. Is het geen wonder, hoe je soms bij de meest onverwachte gelegenheden tot inspirerende ideeën komt en de prachtigste mensen treft? Wat een Valentijnsontmoeting!

Professionals and ACE-awareness, Episode 7 – This week: Chris Vleesman

We left with a group of about fifteen people from the location where we had enjoyed coffee and tea and delicious Valentine’s pastries. Many of us had not met before or only briefly and we would go for a brisk walk to enjoy the fresh winter air and get to know each other. Moreover, in this way we would have a good appetite for lunch after returning from the nature reserve. One of those joining was Chris and after walking with others for a while I got into a conversation with him. He is the coordinator of the Port of Kloosterveen, part of the Phusis Foundation. I already knew that he did various things, but I was especially curious about his ‘core business’: “We take care of young people who have to deal with hard-to-raise parents”, was his answer, while he looked at me with shining eyes. I burst out laughing: “Wow, what a great formulation! I like it!” He smiled back, and through my exuberant reaction he quickly noticed that I understood what he was referring to. Conversely, I quickly noticed that he understood what intergenerational transmission means. We got into a fascinating conversation that lasted the rest of the walk.

I told him that I had experienced a similar reversal just the week before. I had seen a text that spoke about confused people who end up in acute care and pose a ‘security risk’ to the social environment. While reading, I had thought of what happens if it is not possible to lay a solid foundation in childhood for the rest of life and how a ‘security risk’ arises for children. That way of looking at the term also has a different interpretation than the most common. The term ‘difficult to raise’ usually refers to the result of parenthood, to a child who is ‘difficult’. The term ‘security risk’ is usually thought of as the result of a life with so many obstacles that it leads to aggression and uncontrollable behaviour. What Chris meant, however, was that the kids are having a hard time because their parents do not really understand what they need and how to provide it. That was what I meant, too: if children do not receive what they need to thrive in their ‘first 1,000 days’, if they do not build secure attachment, they are in for an extra hurdle. Then the social environment creates a ‘security risk’, a chance that these children’s sense of security will come under pressure.

Ultimately, of course, it comes down to what approach you take when people go through their daily lives searching or wandering or getting lost, and then need support. Still, it is fascinating to see how a change in your language can help you express your mindset in a creative way. Such an innovative formulation also visualises a range of human images and worldviews. Who is responsible for what? What objectives are you pursuing? From which core values ​​do you offer a lost other a place in life, in your life? How do you want to contribute to a situation where the person you care for can find, can choose, can have their own place in the world? In the healthcare sector, it is often about how much money it costs when people ‘derail’. Chris also had ideas about this: “An ounce of well-being saves a kilo of care!” he said, as we walked a foot-wide path through a field of grass and heather in winter dress. Chris talked about the daily impact of his philosophy. The colleagues, as they are called, find their place in the care company as kitchen assistants, as recreation supervisors, as salesmen, and thus get a full-fledged life again.

Not that it is always easy and without bumps… He smiled at the memory of a week away with a group of guys who smoked way too many joints. He had gone with them to an environment where there was no weed available, but where there was plenty of attention and time for wonderful shared activities. A shaman had led a spiritual session with contemplation and music, and its effect had lasted for weeks and weeks. Even after returning home, hardly a joint was smoked. Other forms of difficult behaviour were also reduced by 50% in settings where he worked with this approach. This was the result of dealing attentively and on an equal footing with young people and young adults who, year after year, had hardly been listened to. “Although things are going well, you should not think that you can just put them somewhere else. Their history has made them vulnerable and if they lose such stable, sensitive care again, the structure in their lives can be destroyed again. Then everything falls out from under them once more, something we still see happening in many places.” We spoke about the great importance of mental well-being and meaningfulness, also and especially for those who do not succeed in shaping this completely on their own.

This also brought us to the subject of Positive Health, which is based on the salutogenetic principle: not looking from pathogenesis (where does disease come from and what should I avoid?), but from salutogenesis (how do I maintain health and what can I do best to achieve this?). At the very least, then, you need a roof over your head and a bed to sleep in. For many troubled young adults, even that is quite a challenge. Chris told about a young person who had come to them from North Africa through all kinds of wanderings and who had found temporary shelter and a safe haven at Chris’ location until a more structural solution was found. Chris and his team use the physical, organisational and legal space available in these types of emergencies. “Here, we work from unconditional love”, he described the essence of their policy. That was very different from what I had heard the week before from a manager who unfortunately had to conclude that still quite often, not compassion, but repression is the standard when people in an institution are ‘unmanageable’.

Chris had touched me with his vision and stories. When he asked where my professional interest lay, I told about ACEs, about the influence of insecure attachment on adult health and about how, after two strange years, we as ACE Aware NL finally want to show the film ‘Resilience’ through live encounters. As I had listened to him, I had realised that I would very much like to watch the documentary film with the experienced young adults. I fantasised out loud about how wonderful it would be to listen to their thoughts on it and then hear in a focus group what had appealed to them in the film and what they had recognised. Chris, too, saw the beauty of that.

Back from the walk, during lunch, we miraculously ended up speaking about trauma again with the four people at our table, about how it can lead us to want to follow our care instincts, so that someone else does not have to experience what was so difficult and sad for ourselves. We also talked about how current circumstances touch on a lot of pain from the past and create pain for the future: after all, humans are not made to function in isolation from others. We also realised how such situations hold up a mirror to us: what do we find difficult in what we feel and see happening? Do we really want to help the other person? Or are we often feverishly looking for relief from the pain that still slumbers within ourselves…? One table companion would like to delve deeper into this, given their own life story. That intention is now there.
And Chris and I will soon be sitting down together to see how a movie screening can take shape. Is it not a wonder how sometimes at the most unexpected occasions you come up with inspiring ideas and meet the most beautiful people? What a Valentine’s Day meeting!

Professionals en ACE-bewustzijn, Aflevering 6 – Deze week: Jessica Boerema, Deel 2 (English below)

Afgelopen week hoorden we hoe Jessica Boerema switchte van medisch pedagogisch zorgverlener naar zelfstandig ondernemer in haar praktijk ‘Contact in Beeld’; ze vertelt hoe kijken naar de interacties met jonge kinderen de kern van haar werk is geworden. Vandaag horen we nog veel meer over haar visie en missie.

We eindigden vorige week met de stelling dat niet één methode altijd werkt. Toch is er wel een aspect dat wél vrijwel altijd waar is, namelijk dat huilen stressvol is voor een kind, en dat het niet serieus nemen ervan problematisch is, net als het denken in termen van ‘het kind moet weten wie de baas is’. Hoe kijkt ze daarnaar?
“Ja, daar ben ik het mee eens… Ik zeg vaak… probeer je voor te stellen hoe het was toen je nog in een grot leefde; zou je dan je kind alleen laten? Heel vaak wordt nog niet de link gelegd dat nabijheid en sensitiviteit van zorgzame volwassenen voor een kind de basis zijn om zelfvertrouwen te ontwikkelen!”
De aandacht voor het belang van nabijheid is bij Jessica erg gegroeid in de tijd dat ze veel met prematuur geboren kindjes werkte en na het volgen van de Infant Mental Health-opleiding. Wanneer ze met ouders naast de couveuse stond, zag ze de ontroering als ze uitlegde wat hun baby allemaal al liet zien. Op die ervaring heeft ze haar workshops en al haar andere trainingen met beeldmateriaal gebouwd. “Ik merk dat het kijken naar beelden waar trainingsdeelnemers niet zelf op staan, ertoe leidt dat ze gemakkelijker kunnen opnemen wat er te zien is. De behoefte aan veiligheid is er immers bij iedereen en naar jezelf kijken kan heel ingewikkeld zijn…”

We zijn even stil en laten ons afleiden door de musjes, die de insecten uit de vlinderstruik verorberen. Ook een merel vliegt af en aan: “Misschien heeft die merel ook een soort dagritme”, zegt Jessica glimlachend, “want hij doet zich heel vaak zo rond dit tijdstip tegoed aan de rijpste blauwe bessen!”

Ze denkt na en pakt de draad weer op: “Communicatie bestaat uit bouwstenen; als je begrijpt waarvoor die zijn bedoeld en wat hun belang is, dan word je bewust bekwaam en kun je bij stress de angel uit een lastige situatie halen. Beelden zijn dan enorm helpend om te zien wat er gebeurt; je ziet bijvoorbeeld een kindje tandenknarsen of andere kleine lichaamssignalen. Als je beeld voor beeld kijkt en je hebt het eenmaal gezien, dan kun je niet meer níet zo kijken!”
Ook voor Jessica was dat een leerproces en de ervaringen van ouders zelf hielpen haar daarbij, ook al voordat ze de theoretische fundamenten legde. Toen die er eenmaal waren, kon ze theorie en praktijk combineren. Als ze dán het verhaal van de ouders vertaalde naar de baby, kwamen vaak de helende tranen. “Dan zie je het kind heel aandachtig luisteren en alert zijn, hoe klein ook, en de ouders, die nu ineens begrijpen hoe het voor hun baby was, kunnen dan ook hun eigen zorgen en verdriet ontladen. Met het huilen vertelt een baby een verhaal en door daarnaar te luisteren, ontstaat er validatie van de emotie van zowel kind als ouders. Tevens biedt het gehoord worden een enorme ontschuldiging. Baby’s vallen na zo’n gesprek vaak ontspannen bij de ouders op schoot in een diepe slaap, iets wat ze vaak nog nooit meemaakten en wat verbazing wekt. Erkenning, gezien en gehoord worden… in de basis is dát wat we allemaal nodig hebben.”

We spreken over hoe leerprocessen met ouders vaak ook voor jezelf als professional heel leerzaam zijn en verbindingen met je eigen levensgeschiedenis onthullen. Meer inzicht in je eigen triggers en je eigen pijn helpt om ook je doelgroep met meer compassie en zachtheid te benaderen en draagt bovendien vaak bij aan het formuleren van je professionele doelstellingen. In lijn daarmee vraag ik Jessica naar wat ze als de essentie van haar werk ervaart.
“Ik wil heel graag dat mensen groeien van onbewust bekwaam naar bewust bekwaam, zodat ze hun eigen leerproces kunnen doorlopen en kunnen bijdragen aan het waarborgen van een goede start van het leven van de kinderen voor wie ze zorgen, als professional of als ouder.”
Ze denkt na en zegt: “Er is nog zoveel winst te halen op dit gebied… We kijken bijna altijd vanuit ons eigen kader naar wat we zien; de eerste blik is gekleurd door onze eigen ervaringen. Bij nadere beschouwing zien verschillende mensen veelal hetzelfde, maar aanvankelijk vullen we vaak dingen in. De kunst is om écht te luisteren naar de stem van het jonge kind, die we dikwijls niet zo goed kennen. We zijn gewend aan de gesproken taal, maar kunnen we het kind horen met diens eigen taal?”
We onderbreken onszelf even als we precies op dit moment op de achtergrond een baby horen huilen.

Wat zijn de lastige dingen, de dingen waar Jessica tegenaan loopt?
Ze denkt in stilte een poosje na. “Soms denk ik dat ik het meest tegen mezelf aan loop, dat ik altijd graag meer wil bieden dan ik doe, terwijl het vaak al meer dan genoeg is. Wat ik heel erg moeilijk vind, is als ik dingen hoor waarvan ik denk: ‘Dat kán toch echt niet meer in 2021?’ Een voorbeeld daarvan is dat kwetsbare baby’s die op een operatie wachten, in sommige ziekenhuizen niet opgepakt mogen worden, terwijl we weten dat buidelen dé manier is om ze te laten groeien en aansterken. Dat ervaar ik als heel verontrustend; deze gezinnen hebben elkaars nabijheid zó nodig. Dat zijn trouwens tegelijk ook de situaties waarvan ik denk: ‘Hier doe ik het voor!’ En het werk is echt nog nodig, want er zijn genoeg professionals die dit óók graag willen doen, maar op de werkvloer worden afgeblaft door degenen die nog niet bekend zijn met deze evidence. Dat zijn schrijnende situaties…”

Dit brengt ons bij het concept van EBM en EBP, evidence based medicine en evidence based practice. Het kan heel frustrerend zijn om te zien dat ouders en kinderen en collega’s tekort wordt gedaan doordat systemen de integratie van nieuwe inzichten bemoeilijken. De Verklaring voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties spreekt over het recht van het kind op de ‘highest attainable standard of health’. Hoe komt het, dat die nog zo vaak niet haalbaar lijkt?
Jessica: “Dat kan denk ik met heel veel dingen te maken hebben, zoals met ego of met het getriggerd worden van eigen ervaringen, als nieuwe informatie botst met je eigen aanpak.” Ik vertel hoe het voor één van onze interviewees juist heel verhelderend was om te horen dat dingen die ze aan zichzelf had toegeschreven als negatieve persoonlijkheidseigenschappen, in feite misschien enkel coping strategies waren voor het trauma dat ze had doorstaan. Ze realiseerde zich dat ze uit verdriet had gereageerd. Voor haar was het horen van de kennis hierover een openbaring die haar op een heel andere manier naar zichzelf deed kijken. Nieuwe kennis kan door het nieuwe perspectief dus zowel (eerst) pijnlijk zijn als helend vanwege de andere categorisering die daardoor kan ontstaan. Zou dat ook niet in veel organisaties zo kunnen zijn, dat trauma vernieuwing in de weg zit?
Jessica: “Oh ja, dat denk ik zeker! En tegelijkertijd… wat de wetenschap ons nú vertelt, is totaal anders dan wat we, pakweg, 50 jaar geleden hoorden, dus… hoe zeker kunnen we zijn van de wetenschap van nu? Hoe meer ik leer, hoe meer ik me realiseer hoeveel er is wat ik niet weet!” We lachen samen om dit herkenbare gevoel van zeer bewuste onbekwaamheid en het belang van met mildheid en compassie kijken naar je eigen overlevingsmechanismen. Daarbij kan de vraag ‘Wat is je probleem?’ (waarin al snel een oordeel doorklinkt) beter worden vervangen door ‘Wat is je verhaal?’, een vraag die uitnodigt tot vertellen en een intentie van oprecht luisteren blootlegt. Daarmee kan veiligheid worden gecreëerd en kan de verteller laagjes afpellen, terwijl onveiligheid juist verdedigingslaagjes toevoegt.

“Ja, zo zie ik dat ook”, zegt Jessica, “want in de basis zijn we niet gericht op nare, destructieve acties richting de ander. Als je dat denkt, zou je immers moeten geloven dat sommige kinderen gewoon als rotkinderen worden geboren en daar geloof ik niet…” Ze kijkt me aan en we moeten allebei lachen: we willen eigenlijk allebei zeggen ‘dat is niet zo’, in plaat van ‘daar geloof ik niet in’. We zijn er diep van overtuigd dat er gedurende het leven dingen gebeuren die tot verdedigingsmechanismes leiden.
“En ik merk”, zegt Jessica, “dat je die gebeurtenissen heel gericht moet uitvragen, want mensen zijn vaak geneigd te zeggen dat het allemaal wel meeviel en dat het niet zo erg was, terwijl ik, als ik vervolgens het verhaal hoor, tot de conclusie kom dat het wél heftig was en mogelijk traumatisch.”

We bespreken dat het spannend kan zijn om eerdere gebeurtenissen te onderzoeken, zeker als mensen een ondersteunende sociale omgeving missen. Ik vraag Jessica of ze het gevoel heeft dat er al voldoende kennis beschikbaar is over dit soort zaken.
“Nou, er is al heel veel over geschreven, maar in de dagelijkse praktijk moet het nog wel een olievlek worden voordat het breed wordt gedragen en ingezet. De Infant Mental Health-visie wint momenteel snel terrein en dat is mooi, maar ja… in je eigen bubbel kun je de toepassing soms wel overschatten… Ik krijg namelijk ook wel mensen in mijn trainingen voor wie dit nog volledig nieuw is en dan komt het er voor kennisoverdracht dus ook erg op aan hoe goed ik als professional bij hun leefwereld kan aansluiten. Ook daar speelt de basiscommunicatie weer een grote rol. Ik begin vaak met een heftige binnenkomer, zoals het ‘still face’-experiment, zodat we meteen bij de kern zijn. Daarna hoop ik dan dat het kwartje zodanig valt dat mensen zelf conclusies trekken over wat een baby nodig heeft en hoe zij dat kunnen bieden.”

Het is lunchtijd geworden. We praten echter nog geruime tijd verder, vergeten de tijd en ronden pas tegen het einde van de middag ons boeiende gesprek af.

Professionals and ACE-awareness, Episode 6 – This week: Jessica Boerema, Part 2

Last week we heard how Jessica Boerema switched from medical pedagogical care provider to independent entrepreneur in her practice ‘Contact in Beeld’ (Contact in View/Images); she tells how looking at the interactions with young children has become the core of her work. Today we hear a lot more about her vision and mission.

We ended last week with the statement that not one single method will always work. However, there is one aspect that is almost always true, which is that crying is stressful for a child, and that not taking it seriously is problematic, as is thinking in terms of ‘the child should know who’s boss’. How does she look at that?
“Yes, I agree… I often say… try to imagine what it was like when you still lived in a cave; would you leave your child alone? Very often, the link is not yet made that proximity and sensitivity of caring adults are the basis for a child to develop self-confidence!”
Jessica’s attention to the importance of closeness has grown substantially during the time she worked a lot with preterm babies and after completing the Infant Mental Health training. When she would stand next to the incubator with parents, she saw their emotion when she explained what their baby was already able to show them. She has built her workshops and all her other training courses with visual material on that experience. “I notice that looking at images where training participants are not in the video themselves makes it easier for them to absorb what can be seen. After all, everyone has a need for safety and looking at yourself can be very complicated…”

We pause in silence and let ourselves be distracted by the sparrows, who eat the insects from the butterfly bush. A blackbird also flies in and out: “Maybe that blackbird also has a kind of daily rhythm”, says Jessica with a smile, “because he often feasts on the ripest blueberries around this time!”

She thinks for a while and picks up the thread again: “Communication consists of building blocks; if you understand what they are intended for and what their importance is, you will become consciously competent and you can take the sting out of a difficult situation in the event of stress. Images are then extremely helpful to see what is happening; you see, for example, a child grinding their teeth or showing other small body signals. If you look frame by frame and you’ve seen it once, you cannot stop looking like this and ‘unsee’ it!”
This was also a learning process for Jessica and the experiences of the parents themselves helped her in this, even before she laid the theoretical foundations. Once they were there, she was able to combine theory and practice. If she would then translate the parents’ story to the baby, the healing tears often came. “Then you see the child listening very carefully and being alert, no matter how small, and the parents, who now suddenly understand what it was like for their baby, can also release their own worries and sadness. Through crying a baby tells a story and listening to it validates the emotion of both child and parents. Being heard is also hugely deguiltifying. Babies often fall into a deep sleep relaxed on their parents’ lap after such a conversation, something they often never experienced before and which is surprising. Recognition, being seen and heard… that is basically what we all need.”

We talk about how learning processes with parents are often very instructive for yourself as a professional and reveal connections with your own life history. More insight into your own triggers and your own pain helps to approach your target group with more compassion and gentleness and also often contributes to the formulation of your professional goals. In line with that, I ask Jessica what she considers the essence of her work.
“I really want people to grow from unconsciously competent to consciously competent, so that they can go through their own learning process and contribute to ensuring a good start in the lives of the children they care for, as professionals or as parents.”
She thinks for a moment and says: “There is still so much to gain in this area… We almost always look at what we see from our own perspective; the first look is coloured by our own experiences. On closer inspection, different people usually see the same thing, but initially we often fill in what we think we see. The trick is to really listen to the voice of the young child, which we often do not know very well. We are used to the spoken language, but can we hear the child in their own language?”
We pause for a moment when exactly at this moment we hear a baby crying in the background.

What are the tricky things, the things that Jessica runs into?
She ponders in silence. “Sometimes I think I mostly run into myself, because I always want to offer more than I do, while it is regularly already more than enough. What I find very difficult is when I hear things that make me think: ‘Is that really not possible in 2021?’ An example of this is that in some hospitals, vulnerable babies waiting for an operation are not allowed to be picked up, while we know that kangaroo care is the way to make them grow and strengthen them. I find that very disturbing; these families need each other’s proximity so much. Incidentally, these are also the situations where I think: ‘This is what I am here for!’ And the work is still really necessary, because there are plenty of professionals who would also like to do this, but are bullied in the workplace by those who are not yet familiar with this evidence. Those are dire situations…”

This brings us to the concept of EBM and EBP, evidence based medicine and evidence based practice. It can be very frustrating to see parents and children and colleagues not getting what they need because systems make it difficult to integrate new insights. The United Nations Declaration on the Rights of the Child speaks of the right of the child to the highest attainable standard of health. Why is this so often not feasible?
Jessica: “I think that can have to do with a lot of things, such as ego or being triggered by your own experiences, when new information clashes with your own approach.” I explain how it was actually very enlightening for one of our interviewees to learn that things she had attributed to herself as negative personality traits might in fact just be coping strategies for the trauma she had endured. She realised she had reacted out of grief. For her, hearing the knowledge about this was a revelation that made her look at herself in a very different way. Because of the new perspective, new knowledge can therefore be painful (at first) as well as healing thanks to the different categorisation that can arise as a result. Could it not also be the case in many organisations that trauma stands in the way of innovation?
Jessica: “Oh yes, I definitely think so! And at the same time… what science tells us now is completely different from what we heard, say, 50 years ago, so… how sure can we be about what science tells us today? The more I learn, the more I realise how much there is that I don’t know!” We laugh together at this recognisable feeling of very conscious incompetence and the importance of looking at your own survival mechanisms with mildness and compassion. It is better to replace the question ‘What is your problem?’ (in which a judgment can easily resound) by ‘What is your story?‘, a question that invites you to tell and reveals an intention of sincere listening. This creates security and allows the narrator to peel off layers, while insecurity adds layers of defense.

“Yes, that’s how I see it, too”, says Jessica, “because basically we are not focused on nasty, destructive actions towards the other. After all, if you think that way, you’d have to believe that some kids are just born as rotten kids and I don’t believe that…” She looks at me and we both laugh: we both really want to say ‘that is not true’, instead of ‘I don’t believe that’. We are deeply convinced that in the course of life, things happen that can lead to defense mechanisms.
“And I notice,” says Jessica, “that you have to question those events very specifically, because people are often inclined to say that it was all okay and that it wasn’t that bad, while when I subsequently hear their story, I conclude that it really was intense and possibly traumatic.”

We discuss that it can make people anxious to research past events, especially when people lack a supportive social environment. I ask Jessica if she feels that there is already enough knowledge available about these kinds of things.
“Well, a lot has already been written about it, but in daily practice it still has to start spreading like wildfire before it is widely supported and used. The Infant Mental Health vision is currently rapidly gaining ground and that is great, but well… in your own bubble you can sometimes overestimate the application of certain insights… I also get people in my training sessions for whom this is still completely new and knowledge transfer, therefore, also very much depends on how well I, as a professional, can tie in with their life worlds. Here, too, basic communication plays a major role. I often start with something intense, such as the ‘still faceexperiment, so that we immediately get to the core. Then I hope that the penny drops in such a way that people draw their own conclusions about what a baby needs and how they can provide it.”

It’s lunchtime. We continue talking, however, for quite a bit longer. We forget the time and only finish our fascinating conversation towards the end of the afternoon.

Professionals en ACE-bewustzijn, Aflevering 6 – Deze week: Jessica Boerema, Deel 1 (English below)

Het is een zonnige zomerochtend als ik op mijn vouwfiets kom aanrijden bij mijn interviewee van vandaag, Jessica Boerema, jarenlang medisch pedagogisch zorgverlener en nu zelfstandig ondernemer in haar praktijk ‘Contact in Beeld’. Ik heb vanaf het station de stad doorkruist, die, ver in juli, nog steeds is overgoten met de zoete geur van lindebloesem. Het is pas elf uur, maar toch voel ik al klam aan als ik mijn fiets op slot zet. Op het raam prijkt een poster van Dunstan Babytaal, een methode waarmee ouders het huilen van hun kind beter kunnen leren herkennen en begrijpen. Ik bel aan en Jessica doet met een brede glimlach open. Ze leidt me door de hal en de keuken naar haar heerlijke tuintje. De gele puntwederik straalt me tegemoet, geflankeerd door donkerroze astilbe en een twee meter hoge boom met appels die nog volop aan het rijpen zijn. De in het voorjaar van elders naar hier verhuisde bessenstruik heeft prachtig wortel geschoten en de vruchtjes kleuren al fraai dieppaars. De blauwe deur van het fietsenschuurtje geeft in combinatie met de knalroze hortensia haast een Franse plattelandssfeer. Twee stoeltjes staan klaar en als de mokken op het tafeltje zijn gevuld met thee, smullen we van de koekjes en gaan we van start.

Hoe ben je gekomen waar je nu bent, vraag ik aan Jessica; ze geeft met haar praktijk ‘Contact in Beeld’ trainingen aan professionals en ouders om het belang te illustreren van effectieve communicatie met jonge kinderen op moeilijke en uitdagende momenten.
“Mijn baan als medisch pedagogisch zorgverlener in het ziekenhuis was mij op het lijf geschreven. In de klinische omgeving kan de stress heel snel oplopen en dan kun je voor een kind een cruciale rol spelen. Door goed te kijken en het kind te zien in wat het ervaart, kunnen we heel actief de medisch noodzakelijke behandelingen op een meer sensitieve manier geven. Natuurlijk moeten bepaalde dingen nu eenmaal gebeuren, maar kunnen we met elkaar écht het kind zien en het verhaal van het kind meewegen? Je kunt allerlei interventies immers op heel veel manieren aanbieden en uitvoeren!

Hoewel men enthousiast was over mijn werkwijze, was het soms ook wel moeilijk als solist in deze functie en ik wilde graag nog beter geschoold worden. Toen ik in 2017 werd opgeleid tot video-interactiebegeleider, begreep ik ineens waardoor dit werk zo bij mij paste. Ik zag mijn eigen interactie in beeld terug en bleek in staat om in moeilijke situaties, waarbij emoties bij het kind en de ouders opliepen, mijn basiscommunicatie op peil te kunnen houden. Ik kon rustig blijven, mijn woorden zorgvuldig kiezen en zo voor coregulatie zorgen en dus de stress bij de ander weer omlaag brengen. Deze inzichten hebben me zoveel gebracht! Als je contactmomenten op beeld bekijkt, kun je telkens opnieuw observeren en praten over de beleving daarvan. Videobeelden zijn voor ouders en professionals echte krachtige, positieve ‘eye openers’!
Ik heb sindsdien veel ouders gezien met zorgen over hun kind dat moeite had met poepen, eten of slapen. Via videobeelden ontdekten ze hoe ze hun kind met een goede basiscommunicatie konden ondersteunen door te focussen op contact en verbinding. Een mooi voorbeeld was een kind (3) met obstipatieklachten. Het kind miste de ontvangstbevestiging van de ouders over de angst om te poepen.  Door begrip en erkenning daarvan verdwenen de klachten als sneeuw voor de zon.”

Ik vraag Jessica of ze die term kan uitleggen, ‘ontvangstbevestiging’.
“Jazeker! Het eerste daarbij is kijken wat het kind laat zien met wat ‘ie doet of zegt en of je dat kunt volgen, of je het snapt. Van daaruit ga je kijken wat het kind nodig heeft; vraagt het kind iets aan jou, wil het gehoord worden, heeft het iets nodig? Door te benoemen wat je ziet (‘Je vindt het spannend, geloof ik, hè, om naar de wc te gaan?’), zorg je dat het kind zich gezien en gehoord voelt. Dat is een cruciale bouwsteen in de communicatie! Het is ook een heel andere benadering dan met dwang en overwicht te zeggen: ‘Je gaat NU naar de wc!’ Heel toevallig kwam ik niet zo lang geleden de moeder van dit kindje weer tegen. De moeder zag mij en zei: ‘Wow, jouw tips toen hebben me zóveel inzicht gegeven! Ze hebben me enorm geholpen en ik ben daardoor op een heel ander spoor gekomen en heb een carrièreswitch gemaakt: ik ben nu orthopedagoog!’ Dat vond ik zo bijzonder om te horen! Het punt bij dat kind (en ook in veel andere situaties) was dat door de zorgen van de ouders de communicatie verstoord raakte, met een haperende darmfunctie als resultaat en vervolgens een vicieuze cirkel in de totale interactie. We kennen dat allemaal wel, dat je je vakantiekoffer hebt uitgepakt en nog niet helemaal bent geland, en dat je dan ook niet goed naar de wc kunt. Hoe je je voelt, heeft effect op het hele systeem. De manier van communiceren, hoe de baby ter wereld is gekomen, hoe die is ontvangen, ook al bij de conceptie, zijn ervaringen… ik ben ervan overtuigd dat al die dingen met elkaar samenhangen. Samen met ouders naar de beelden kijken helpt hen bewust te worden hoe zij hun kind met behulp van een sensitieve en responsieve basiscommunicatie kunnen ondersteunen.”

Aansluitend op de invloed van de geboorte zegt ze: “Ik ben een aantal jaren geleden voor het eerst bij een presentatie van Anna Verwaal geweest en ik dacht wow… hier moet ik echt veel meer over weten en dus heb ik verdiepingsdagen gedaan. Ik zag op de afdeling veel ouders van excessief huilende baby’s en na deze scholing nam ik die kennis over pre- en perinatale psychologie mee in de anamnese. Daaruit bleek dat er vaak een belaste voorgeschiedenis was rondom de start van het leven van de baby. Dit bevestigde tevens hoe belangrijk het is dat we gezinnen in dagopname zien en opname zoveel mogelijk voorkomen: scheiding van ouder en kind is zo schadelijk!”Ik kijk Jessica aan en voor ik er erg in heb, zeg ik: “Wat is het heerlijk om jou dat te horen zeggen!”
Ze lacht breeduit: “Ja, met kennis van de pre- en perinatale psychologie is dat dat echt niet meer verantwoord. Met één of twee dagopnames kun je ouder en kind goed op weg helpen onder intensieve, afgestemde begeleiding. Bij voorkeur keken de kinderarts en ik echter al op de poli naar het ‘verhaal achter het verhaal’ en dan probeerden we in een veel eerder stadium ondersteuning aan te reiken, voordat het de ouders helemaal boven het hoofd was gegroeid. Dat was soms nog wel ingewikkeld, want veel ouders missen, net als nog veel professionals, de kennis die nodig is om te snappen waarom kinderen huilen en welke eerdere ervaringen daarin kunnen meespelen. Het idee dat de geboorte en de zwangerschap invloed hebben op hoe het kind functioneert…” Ze kijkt me schalks lachend aan en ik grijns terug, omdat ik voel waar ze heen wil: “… dat is nog niet voor iedereen vanzelfsprekend! En toch… als je dan praat over de invloed van roken en alcohol op het ongeboren kind… dan snappen mensen ergens natuurlijk wel dat het idee dat een kind in de buik niks meekrijgt van het leven van de moeder gewoon niet houdbaar is.”

We praten door over hoe moeilijk het is om te zien dat kinderen en ouders op dit punt nog dikwijls tekort wordt gedaan. Wanneer deze kennis eenmaal integraal onderdeel is van je professionele bagage, is het onmogelijk niet overal haar relevantie te zien. Tegelijk kan het ook heel ingewikkeld zijn om een goede vorm te vinden voor het delen van dit soort kennis. Jessica: “Wie op geen enkele manier met deze inzichten in aanraking is gekomen, of wie merkt dat ze volledig botsen met wat er in de eigen opleiding over werd gezegd, kan er een hele kluif aan hebben om ze naadloos in te passen in de eigen handelwijze. Het helpt dan wel om wetenschappelijke onderbouwing te kunnen lezen, maar dan nog vraagt het tijd en toewijding om je de stof eigen te maken. Daarbij helpt het natuurlijk als je een open leerhouding hebt! Als je bewust onbekwaam bent (je weet wat je niet weet) en eens gaat zitten met iemand die er al meer van weet en dan een training of workshop volgt, kun je je eigen kennis uitbreiden. Da’s geen zwaktebod, maar juist een heel krachtige, professionele stap om te zetten!”
Ze vertelt over een andere methode die ze veel gebruikt, namelijk die van Dunstan Babytaal, over het duiden van het huilen van pasgeborenen, en wat haar betreft geldt dat niet één methode altijd waar of de juiste is. Er zijn veel methodes en toepassingen waar een bepaalde hoeveelheid waarheid in zit, maar niet voor iedereen past alles. “In mijn visie maak je altijd eerst de anamnese op, luister je naar het verhaal dat erachter zit en daarna kijk je wat helpend is.”

Volgende week luisteren we verder naar wat Jessica vertelt over het helende effect van kijken naar beelden en hoe dat leerproces de basiscommunicatie en het gevoel van veiligheid en competentie voor alle gezinsleden ondersteunt.