De ervaringsdeskundige, Aflevering 2 – Deze week: Simone, Deel 2 (English below)

Vorige week maakten we een begin met de herinneringen van Simone aan haar kindertijd, mede inzichtelijk gemaakt met hulp van het Mattenspel. Dat leidde tot een lang gesprek, waarin heel veel facetten naar voren kwamen. In een latere publicatie zullen we haar ervaringen uitgebreider bespreken, omdat veel in haar verhaal laat zien hoezeer intergenerationeel trauma impact heeft op het welzijn en de gezondheid van betrokkenen.

We praten over de rol van Simones vader in het gezin.
“Mijn moeder was bang voor hem en ook tegen ons kon hij enorm schreeuwen en zeggen dat we ‘NU!’ onze kamer moesten opruimen. Ik was altijd kritischer dan mijn zus en heb veel tegen hem geageerd, voerde verhitte discussies en ging er helemaal tegenin, maar ja…” Ze maakt een sussend gebaar, houdt samenzweerderig haar vinger voor haar mond en fluistert: “Dan zei mijn moeder dat ik me gedeisd moest houden!” Ze zucht, wordt even stil en praat dan verder op gewoon geluidsniveau: “Er kwam een moment dat ik merkte dat mijn vader mij verbaal niet meer aankon; dat vond ik wel gaaf, maar het gevolg was dat hij begon te dreigen en dat ik soms ook echt klappen kreeg. Ik vond hem een zwakkeling, dat hij op die manier zijn gelijk probeerde te halen. Hij probeerde soms met me te stoeien, maar dat fysieke contact voelde heel naar en toen heb ik hem een keer een enorme dreun verkocht. Hij lag bijna op de vloer en kwaaaaad dat hij werd! Ik zei: ‘Wat wil je nou? Ik zeg toch stop?!’ Daarna was dat afgelopen, maar de verwijdering werd steeds groter en het erge was… mijn moeder nam het altijd voor hem op.

Toen ik jong was, was mijn moeder mijn alles, maar toen ik haar steun nodig had, was ze er niet voor mij. Ik heb haar dat heel kwalijk genomen, dat ze zich altijd achter mijn vader schaarde en zo mij in de steek liet. Zij zat eigenlijk altijd tussen mijn vader en mij in en fungeerde als boodschapper, als zijn tolk. Later heb ik veel gelezen over narcisme en ontdekte ik dat zij voor hem de ideale ‘flying monkey’ was. Mijn moeder vertelde dat ze ruim voor haar 16e uit huis moest om bij een ander gezin te werken en nooit heeft geleerd om voor zichzelf op te komen. Ze was gewoon echt heel bang voor hem. Mijn zus kon veel beter met mijn vader omgaan; die kreeg veel meer van hem gedaan, mede omdat ze een aantal interesses deelden en ze bij hem in de zaak ging werken. Als je het dan hebt over symbolisch kapitaal… ondernemer zijn, dát was een voorbeeld van symbolisch kapitaal in mijn vaders ogen. Dat ik later een HBO-opleiding afrondde en altijd een goed inkomen genereerde… het betekende niets voor hem. Ik heb van alles gedaan waarvan ik dacht dat mijn ouders er trots op zouden kunnen zijn; mijn moeder fluisterde dan dat ze ook trots op míj was, maar mijn vader mocht dat niet horen.” Bij allerlei dingen maakte haar vader onderscheid tussen de dochters; hij zette haar moeder in om een wig te slaan tussen de kinderen en haar moeder internaliseerde die rol en creëerde ook zelf verdeeldheid. Veel van die patronen zijn tot op de dag van vandaag blijven bestaan, vertelt Simone, en ze klinkt zowel boos als verdrietig.

We praten over de vraag hoe het zo gekomen kan zijn en Simone vertelt uitgebreid over wat er de afgelopen jaren in de familie aan het licht is gekomen, de rol van de katholieke kerk en misbruik daarin, en de pijnlijke ontdekking van porno op computers in de oudere generatie. Daarmee komen we, na eerder over de fijnste herinneringen te hebben gesproken, bij de verdrietigste. Simone vertelt behoedzaam, maar hoeft niet lang na te denken; de ene herinnering roept de andere op.
“Mijn vader vond zwangere vrouwen smerig; dat zei hij tegen mijn zus én tegen mij. Ik was heel trots op mijn zwangerschap en ik wees mijn roomse vader op het feit dat het toch iets was wat God ons had gegeven. Daar had hij geen boodschap aan; een zwangere buik en ook borstvoeding… hij vond het smerig. Daar zit ongetwijfeld een verhaal achter, want zo’n afkeer… dat raakt je, als je vader daar zo mee omgaat. Sowieso had hij moeite met lichamelijkheid en seksualiteit. We hebben onze ouders nooit naakt gezien, maar over mijn lichaam had hij evengoed wel een mening en kleineren kon hij ook. Als kind was ik wat mollig en daarom werd ik ‘Plompie’ genoemd en jarenlang bleef ik negatieve opmerkingen krijgen over mijn uiterlijk. In de puberteit werd ik mondiger, mede omdat ik op school werd gewaardeerd voor mijn discussievaardigheden. Voor mijn kritische houding betaalde ik trouwens wel een prijs: thuis steeg de spanning erdoor en ik werd heel somber. Ik begon te hyperventileren, werd zo stijf als een plank, kon bijna niet meer opstaan uit bed en kreeg allerlei lichamelijke klachten. Daardoor gingen op school mijn prestaties drastisch omlaag. Mijn vader zei dat ik lui was en geen flikker deed op mijn kamer en daarom zulke slechte cijfers haalde, maar ja… ik was gewoon stokongelukkig en intens eenzaam… Het rare is dat ik, ook nu nog, juist vaak heel goed kan opschieten met mensen die intellectueel goed onderlegd zijn. Ik voel me senang bij ze en heb het gevoel dat ze snappen wat ik zeg, als ik mijn verhaal met ze deel.” Simone vertelt hoe die eenzaamheid ertoe leidde dat ze haar verbeeldingskracht ontwikkelde en in haar geheime schijnwereld met fictieve personen praatte.

De teleurstellingen regen zich jarenlang aaneen: geen interesse voor haar studie, geen financiële ondersteuning voor studiekosten, geen telefoontjes om te horen hoe het met haar was toen ze op kamers woonde, afwezigheid van haar vader bij haar diploma-uitreiking, geen aandacht voor vakantieverhalen (maar de verhalen van de ouders volop in de schijnwerpers), een kille houding en gemene opmerkingen van haar ouders toen ze een miskraam had gehad, altijd angst om voor zichzelf op te komen omdat het bewaken van haar eigen grenzen altijd tot ruzie en sancties leidde, vanuit een diepe behoefte aan harmonie opkomen voor anderen en proberen de vrede te bewaren of te herstellen maar dan toch weer ontgoocheld raken of verwijten krijgen, emotionele chantage en dreiging (‘Als het je niet aanstaat, dan ga je maar weg!’)… het is te veel om op te noemen en het heeft haar aangegrepen en kwetsbaar gemaakt. Het heeft haar naar eigen zeggen gevormd tot een ‘pleaser’ op grond van de angst anders helemaal nergens meer bij te horen en alles in elkaar te zien storten. Jarenlang speelde daarbij ook het feit dat ze het grootste deel van het gezinsinkomen inbrengt een rol; ze wilde dat niet in gevaar brengen, maar verloor daardoor het contact met haar authentieke zelf. De druk die ze van kind af aan heeft gevoeld, is haar zwaarder en zwaarder gaan vallen en dat is de reden dat ze nu heeft besloten met overgave aan haar mentale gezondheid te werken.

Als ik vraag of ze als gevolg van alles gedragingen heeft ontwikkeld die ze als ‘slechte gewoonte’ betitelt, kijkt ze me over de tafel heen aandachtig aan. “Oh… dat vind ik een moeilijke…” Ik wacht en gun haar tijd om na te denken. Ze zucht. Ze is stil en slaat de ogen neer. We zwijgen samen. Na een poosje kijkt ze op: “Ik weet het wel, hoor…” “Je weet het wel…?” “Oh ja, ik weet het precies… maar ik vind het echt heel lastig…” De stilte hangt tussen ons in. “En wat maakt het lastig voor je…?” Ze zucht diep, aarzelt, zoekt mijn ogen: “Schaamte…” “Schaamte…?” Een beetje vragend voeg ik toe: “Je hoeft het niet te zeggen, hè…?” “Ja, ik vind het echt heel moeilijk. Ik ga het wel zeggen, hoor! Ik heb me voorgenomen het vaker te zeggen als het gepast is. Ik heb het onlangs ook met mijn therapeut besproken en het blijkt dat er zeker wel meer mensen zijn die ermee worstelen…” Ik wacht hoe ze haar betoog zal vervolgen. “Erover praten is onderdeel van de fase waar ik nu in zit.”

Ze haalt nog een keer diep adem: “Vanaf het einde van de basisschooltijd ben ik gaan haren trekken. Ik was heel veel alleen, ik had lang haar met dode punten en die trok ik er dan uit, maar later was het meer trekken in het algemeen en mijn haar is daardoor heel dun geworden, met hier en daar ook kale plekken. Het heeft een moeilijke naam, trichotillomanie. Ik hield het voor iedereen verborgen, maar nu zijn er wel een paar mensen die het weten. Het ging van kwaad tot erger en ik had de vreemdste gedachten erbij…” Ze slaat de handen voor haar gezicht: “Ik vond het zo raar wat ik deed en was bang dat het erfelijk zou zijn als ik kinderen zou krijgen…” Ze vertelt dat het heeft opgelucht om er met haar therapeut over te praten, om samen oorzaken te vinden en oplossingen te zoeken voor hoe ze kan leven met de gevolgen ervan: angst voor een regenbui, niet durven zwemmen, bang dat anderen het zien en er opmerkingen over maken… We praten dieper door en komen bij de vraag wat het haar bracht en brengt: “Het doet geen pijn, maar geeft een soort fijne prikkel. Ik zoek de dikke, stugge haren en trek ze er stuk voor stuk uit. Avonden waarop ik alleen ben, zijn de triggermomenten, als ik een vol hoofd heb, vermoeid ben of gestrest; dan is het een soort afleiding en voelt het heel lekker. Het geeft me rust, vooral als het leven me zwaar valt en als een gevecht voelt. Tegelijkertijd realiseer ik me heel goed dat de negatieve gevolgen als schaamte en onrust het leven juist nóg zwaarder maken… Het is moeilijk…”

Het gesprek meandert verder naar waar Simone in de samenleving knelpunten ziet voor kinderen en jongeren, naar veranderingen in haarzelf en naar hoe ze dappere stappen zet op een pad naar meer innerlijke rust, waarin haar gezin de liefdevolle kern is en blijft. Haar openhartigheid spreekt boekdelen over haar moed en haar verhaal is opnieuw een illustratie van de impact van de vroege levensfase. Meer bewustzijn daaromtrent kan helpen bij reflectie op hoe we de jongsten in onze samenleving willen bejegenen, zodat ze niet hoeven te ‘genezen’ van hun kindertijd. Daar hoopt ACE Aware NL blijvend een bijdrage aan te leveren!

De ervaringsdeskundige, Aflevering 2 – Deze week: Simone, Deel 1 (English below)

Het is mooi nazomerweer als ik aankom bij mijn interviewee van vandaag, Simone (pseudoniem). Ik had voorgesteld dat we beginnen met een spel en dat klonk haar goed in de oren. Ze wordt blij als ik de elementen tevoorschijn haal en haar uitleg wat de bedoeling is. We maken de tafel leeg, zodat ze flink speelruimte heeft. Het idee is dat we zicht krijgen op de vraag hoe haar wereld eruitzag op een bepaalde leeftijd in haar kindertijd. Ze kiest de leeftijd van 13 jaar en gaat aan de slag. Ze mag van de acht gekleurde ‘matten’ maximaal zes kiezen en daar een plek van een persoon aan koppelen, te beginnen met ‘ik’. Na de matten volgen er poppetjes, huizen, wegen, vervoermiddelen, geluksklavers en emoji’s. Ze heeft tijd nodig om de onderlinge verhoudingen naar wens gelegd te krijgen. Als ze het gevoel heeft klaar te zijn, gaan we het gesprek aan. Tijdens het gesprek zal ze nog geregeld naar de neergelegde ‘Mattenspel’-elementen kijken en verbaasd vaststellen hoe die allerlei interacties in haar leven als jong meisje zichtbaar maken.

Ze heeft een pittige tijd achter de rug en is een zoektocht gestart; ze wil de oorsprong van haar pijn niet langer uit de weg gaan. Ze realiseert zich dat zij, net als een familielid, de stemmen van vroeger misschien niet volledig tot zwijgen zal kunnen brengen, maar ze wil de pijn niet aldoor meer zo voelen schuren, meer rust vinden, haar eigen grenzen beter leren bewaken, waar ze jarenlang overheen heeft laten lopen. “Soms lijkt het misschien alsof ik een autoriteitsallergie heb, maar dat geloof ik eigenlijk niet. Ik kan best autoriteit verdragen, maar voor machtsmisbruik heb ik een scherp ontwikkeld zintuig. En de laatste tijd realiseer ik me dat machtsmisbruik me triggert. Deels heb ik al meer zicht op de oorzaken daarvan. Mijn ouders hadden een streng katholieke achtergrond en vonden dingen normaal die ik helemaal niet normaal vind, zoals het onderscheid tussen man en vrouw, maar ook de manier waarop er met ons als kinderen werd omgegaan en waarop mijn vader probeerde om met bepaalde aspecten van zijn positie indruk te maken, zoals ook de pastoor dat deed.” Ik knik en vertel over ‘symbolisch geweld’, het misbruik maken van macht en aanzien en Simone herkent de verschillende elementen. Later in het gesprek zullen die nog een aantal keren voorbijkomen.

Tijdens het leggen van het spel is een deel van de openingsvraag die we altijd stellen al beantwoord, namelijk de vraag naar iemands achtergrond.
“Ik ben tussen mijn achtste en dertiende levensjaar binnen de noordelijke provincies heel vaak verhuisd. Vanaf de verhuizing op mijn dertiende kreeg ik het echt moeilijk. Ik kwam in de puberteit, was mijn vriendin en mijn fijne, vertrouwde school kwijt, moest afstand doen van de hond, die altijd mijn grote vriend was geweest en voor wie in het nieuwe huis volgens mijn ouders geen plaats meer was, en mijn ouders en zus waren altijd aan het werk in de winkel die we daar hadden, waardoor ik bijna altijd alleen thuis was. Tijdens de verhuizing overleed mijn opa. Mijn hele leven voelde vreemd voor me. Ik kon de school niet vinden. Mijn ouders hadden niet even een keer de route met mij gefietst. Gelukkig kwam ik onderweg een klasgenoot tegen die ook net daarheen was verhuisd. Op school sprak iedereen Fries en ik verstond bijna niemand. Ik voelde me min of meer gedropt in een totaal onbekende omgeving… ja… die verhuizing was echt traumatiserend voor me. Als ik terugdenk, denk ik dat mijn kameleonkwaliteiten daar zijn ontstaan: ik probeerde me zo snel mogelijk aan te passen, zodat ik er weer bij zou horen, maar dat lukte niet echt. Ik voelde me een normaal kind, maar de normale kinderen gingen niet met me om, alleen de kinderen die zelf, om andere redenen, niet echt bij de groep hoorden trokken naar mij toe en dat zag ík dan weer niet zo zitten… Tsja… zo denk je dan, op je 13e…” Ze is stil en overweegt het gevoel van toen. “In deze periode heeft zich heel veel boosheid ontwikkeld. Daarvóór vond ik het soms ook al moeilijk thuis, maar na die verhuizing werd alles nog een heel stuk erger.”

Fotograaf Cecilia Paredes

Ik vraag bij wie ze terecht kon in haar vroege kindertijd.
“Dat was toen toch wel mijn moeder. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit een klik had met mijn vader. Hij was er wel, maar ik vond hem vaak vervelend. Hij begreep mij niet en liet dat ook merken. Hij was heel autoritair, terwijl mijn moeder een gezelligheidsmens was, bij wie iedereen altijd kon aanschuiven. Bij haar kon ik zijn wie ik was en ik vond het heerlijk bij haar. Ik weet nog dat ik een keer met mijn pop op de bank zat en haar vroeg: ‘Mama, kan ik ook met jou trouwen?’ Ik was heel teleurgesteld toen bleek dat dat niet mogelijk was.
Mijn vader was door de week en op zaterdag altijd aan het werk; hij was alleen op zondag thuis en dan was hij heel rooms en streng en kil. Dan moesten we er netjes uitzien en controleerde hij of mijn moeder op zaterdag het huis wel goed genoeg had gepoetst. Als hij vond van niet, dan pakte hij de stofzuiger en een sopemmer en deed hij het dunnetjes over.
Mijn moeder was naar de mening van mijn oma, haar moeder, eigenlijk aan de late kant getrouwd. Ze was 27 en de eerste jaren kwamen er ook nog geen kinderen en dat vond mijn oma maar niks. Toen de huisarts mijn moeder op haar 35e, na een zware bevalling van mij, vertelde dat het beter was dat ze geen kinderen meer kreeg, zag mijn vader mij als de ‘schuldige’: nu zou hij, die graag een opvolger voor zijn zaak wilde, die mogelijkheid zijn ontnomen. Hij had nu twee dochters, terwijl hij verlangde naar een zoon. Later zei hij dingen als: ‘Ja, jij was een zwaar, dik kind; daardoor kon mama geen kinderen meer krijgen.’ Hij legde het vol verwijten bij mij neer en heeft mij altijd een naar mens gevonden; hij heeft letterlijk gezegd: ‘Ik heb niks met haar.’ Dat heb ik heel mijn leven gevoeld in hoe hij met mij omging en onderscheid maakte tussen mijn zus en mij.”

Hoe zou Simone haar thuisomgeving omschrijven?
“Er was veel structuur in huis, de beroemde ‘rust, reinheid en regelmaat’, en ik ben heel erg beschermd opgegroeid. We gingen nooit op vakantie, dus ik heb als kind nauwelijks wat meegemaakt.”
Ze vertelt dat ze op haar 18e min of meer het huis uit vluchtte. Ze wilde niet in het bedrijf van haar vader werken, maar toen ze op kamers woonde, voelde ze zich net zo alleen als thuis: “Ik liep tegen de wereld aan en tegen mezelf. Ik zat als een wereldvreemd meisje in een studentenhuis met bijna allemaal jongens. Hun ouders belden zó vaak dat ze zich onbereikbaar hielden, maar de mijne belden nooit. Mijn ouders hadden me nergens bij geholpen en ik heb alles alleen moeten doen en meestal ook zelf moeten betalen. Ik schrok van allerlei dingen waar ik mee te maken kreeg en was altijd op mijn hoede. Met zo’n houding ga je niet experimenteren en word je heel voorzichtig.”

Als ik vraag aan welke periode ze de fijnste herinneringen heeft, is ze heel duidelijk: “Dat was in mijn geboortehuis, met de tuin daar en een parasol, kinderen om mee te spelen, lekker kleuren, een eitje bakken… het huiselijke, het gezellige – dat vond ik heel erg fijn en dat heb ik na mijn 8e niet meer zo gevoeld. Mijn moeder werd namelijk ook steeds ongelukkiger en gebruikte mij om haar hart te luchten. Ze werd door mijn vader als een medewerker behandeld, maar ze werd niet betaald en kon soms niet rondkomen van het huishoudgeld dat ze kreeg. Ik zei weleens: ‘Dat is toch belachelijk? Het kan toch niet zo zijn dat jij niet kan kopen wat je nodig hebt omdat hij je niet meer geeft, terwijl jij óók de hele week keihard aan het werk bent?!’ Dat vond zij ook, maar dan zei ze: ‘Ja, maar je weet toch hoe hij is?’ Ik zei dat ze voor zichzelf moest opkomen, maar ze was bang voor hem.”

Volgende week lees je het vervolg van het gesprek met Simone, waarin onder andere haar verdrietigste herinneringen aan bod komen en hoe die in haar beleving een aantal gewoontes in de hand hebben gewerkt die haar zwaar vallen.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 5 (slot; English below)

Vorige week eindigden we met het belang van onvoorwaardelijke liefde; deze week gaan we verder op dit pad van aspecten die helpen bij genezing.

“Als je nu naar je leven kijkt en zegt dat je echt gelukkig bent… wat zijn dan de hoofdlijnen die er betekenis aan geven?”

“Ja… mijn partner natuurlijk… Hij is gewoon zo geweldig…” Een paar keer tijdens ons gesprek hebben haar ogen geglansd en kleurden ze rood langs de randen, maar nu ze de vraag krijgt wat haar leven zin geeft, stromen de tranen vrijelijk. Ze krijgt een knuffel, pakt een tissue uit de keuken en gaat weer zitten. Ze zegt dat het hebben van een partner die onvoorwaardelijk van haar houdt verreweg het beste is dat haar ooit is overkomen.

Het is wonderbaarlijk om te zien hoe het uiteindelijk meestal hierop neerkomt: sterke, liefdevolle relaties met anderen zorgen dat mensen gedijen. We zijn inderdaad ‘wired for connection’. Via verbinding voelen we overvloed; we groeien en bloeien. Zonder verbinding voelen we ons berooid; we lijden en kwijnen weg. Als we ons gehoord en gezien voelen, kunnen we genezen van wat pijnlijk was. Als we ons veilig en zeker voelen, kunnen we met mededogen onszelf onderzoeken en werken aan onze problemen en onze genezing.

Ze vervolgt met een geëmotioneerde stem: “Hij heeft gewoon oneindig veel geduld met mij. Ik heb in een eerder stadium met al die shit moeten dealen en ik sprak met een vriend die zei: ‘Waarom nu naar een psycholoog gaan, terwijl je al zeven jaar weg bent van thuis?’ Ik denk dat ik in de eerste jaren dat ik van huis weg was, gewoon heel goed was in het wegduwen van wat ik voelde, altijd bezorgd over een nieuw visum, over verhuizen naar een ander land of wat dan ook. Er was nooit de mentale ruimte om met al deze shit te aan het werk te gaan, om er doorheen te gaan en het te verwerken. Ik ben op mijn 18e vertrokken en heb er nooit meer naar gekeken. Nu voel ik me veiliger; ik heb een baan, een liefhebbende partner, ik ben niet meer gestrest over rondkomen tot het einde van de maand. Ineens was er nu deze mentale ruimte en begonnen er dingen naar boven te komen. Toen dacht ik: ‘Oké, ik heb een professional nodig om me hier doorheen te helpen!’ ”

“Dat is heel moedig van je!”

“Ja! Mijn partner is er vanaf het begin van dit proces, zo’n vier jaar geleden, bij geweest. Dingen in mezelf leren herkennen, omgaan met alle shit die opkomt, leren me te verontschuldigen, en hij is zo oneindig geduldig geweest met alles en heeft me onvoorwaardelijke liefde getoond, wat echt het beste is wat een mens kan overkomen… Wauw! Hij staat zeker bovenaan die lijst.”

“Besef je dat er iets aan jou moet zijn dat het liefhebben waard is…? Ik bedoel, hij is niet gewoon een sukkel die een slachtoffer vindt en de reddersrol speelt, toch?”

“Nou… ja… maar soms vraag ik me af of ik niet gewoon weer manipulatief ben en dat hij van me houdt omdat ik de juiste woorden zeg en hem zo de juiste dingen voor me laat doen.”

“Dit is dus hoe diep geworteld dit gevoel is… dat zelfs als je echt bemind wordt, je je nog steeds afvraagt ​​of je het echt waard bent.”

“Ja, absoluut. Het is moeilijk om het onvoorwaardelijke aspect ervan te aanvaarden, omdat ik nog steeds het gevoel heb dat ik die diepe verbinding niet waard ben.”

Voor veel mensen met trauma is het aspect ‘waardigheid’ zeer prominent aanwezig. Als we de verbinding met ons ware zelf verliezen, kan het moeilijk zijn om een diep vertrouwen te koesteren dat we liefde, verbinding en vreugde in het leven waard zijn. In lijn hiermee keren we terug naar het thema van trouw blijven aan jezelf, authentiek zijn en je daar goed bij voelen.

“Hoe authentiek denk je dat je kunt zijn in je huidige leven en werk?”

Elizabeth zucht: “Euhm… niet erg, denk ik… Het hangt van de situatie af, maar ik merk altijd dat ik mezelf controleer en opnieuw controleer, vooral in sociale situaties. Ik heb het gevoel dat ik op geen enkele manier mezelf kan zijn en dat mensen me dan accepteren. Dat is zo’n gewaagde manier om naar sociale ontmoetingen te kijken, dat… nou ja… dat kan niet!” Ze zegt het met passie en samen lachen we erom, al zijn we ons bewust van het feit dat er blijkbaar nog een lange weg te gaan is.

We dagen haar plagerig uit: “Hoe zou dat eruit zien, de authentieke Elizabeth?!”

Ze licht op: “Heel uitgesproken, heel luidruchtig, geïnteresseerd in van alles! Ik heb het gevoel dat ik een soort allesomvattende brug ben tussen onderwerpen en interessegebieden die de meeste mensen niet combineren, maar ik kan niet echt openlijk over al deze onderwerpen praten, omdat mensen zouden kunnen zeggen ‘oh, het is raar dat ze daarvan houdt, omdat onze groep mensen daar niet van houdt’. Dus ja… de authentieke Elizabeth is veel luider dan ze overkomt, en niet constant voorzichtig met de manier waarop ze dingen benadert. Ik ben constant bezig met het opnieuw evalueren en overdenken van dingen, en dat zou geen deel moeten uitmaken van mijn authenticiteit.”

We spreken over de impact van stress op het lichaam, van voortdurend alert zijn op gevaar, nadat Elizabeth vermeldt dat ze onlangs een bloedanalyse heeft ondergaan en enkele onverwachte waarden had. Ze zegt: “Ik realiseerde me tot nu toe niet dat stress zo’n sterke invloed op het lichaam heeft.”

“Oh, dat is interessant! Je realiseerde je dat tot voor kort niet? Eigenlijk is dit waar alles om draait en het wordt wel ‘psycho-neuro-immuno-endocrinologie’ genoemd, het effect van de psyche op de neurofysiologie en het immuunsysteem en de hormonale regulatie. Eigenlijk is het ook de kern van wat sommigen zien als een belangrijke definitie van trauma: ‘het is niet wat er met je gebeurt, maar wat er binnenin je gebeurt als gevolg van wat er met je gebeurt’. Het kan worden gezien als ‘een wond van de geest’, een ontkoppeling van het zelf. Je had het over je zussen die gewoon alles in zich opnamen en onderdrukken hoe ze zich voelden ten opzichte van je ouders. Maar wat we zien is dat als je je emoties en gevoelens onderdruk, je je immuunsysteem onderdrukt en dit kan leiden tot allerlei fysieke problemen en ook depressies.”

Elizabeth kijkt verbaasd en onderbreekt: “Mijn zus is altijd ziek; ze heeft altijd wel iets!”

“Stress… toxische stress, langdurige, chronische stress!”

Verbaasd luistert ze naar de link die ze nu ontdekt: “Wauw!”

“Verder, als het gaat om je volledige potentieel te kunnen inzetten, zijn hoge adrenaline- en cortisolspiegels neurotoxisch; ze vreten hersencellen weg, wat betekent dat je verbindingen in de hersenen verliest die je reacties op triggers uit de omgeving sturen. Je ontwikkelt dan een beperkt aantal ‘basisroutes’ voor als er iets gebeurt. Hoe meer een route wordt bewandeld, hoe sterker deze wordt. Het wordt de standaard route, de veilige modus. Het wordt jouw manier van omgaan met wat er gebeurt en je hebt minder gespecialiseerd netwerk tot je beschikking om in verschillende situaties verschillend te reageren. Hoe langer je de stress onderdrukt, hoe groter je kansen zijn op allerlei soorten niet-besmettelijke ziektes, bloeddrukverhoging, hartproblemen en zelfs kanker. Als je je immuunsysteem langdurig onderdrukt, heeft je lichaam steeds meer moeite om gezondheidsbedreigingen te bestrijden en je balans, je homeostase, te behouden. Als je hier dieper in duikt, wordt het gemakkelijker om te zien hoe stressfysiologie een rol speelt in de algehele gezondheid.”

We merken op dat ze meerdere keren de ‘shit’ die naar boven is gekomen, naar voren heeft gebracht. We vragen ons af op welk punt ze vooral zou willen genezen. “Ja … nogmaals, alle dingen die ik heb geïnternaliseerd en die erg ongezond zijn. Lange tijd was mijn coping-mechanisme zelfbeschadiging, zoals snijden; zo ging ik met dingen om. Dat is iets dat nog moet worden opgelost. Ik voel me echt tekort gedaan en verraden als ik kijk naar alle dingen die andere mensen hebben, zoals een goede relatie met hun ouders, en daar voel ik me erg bitter over en jaloers op andere mensen die dat hebben… en dat gevoel beïnvloedt echt mijn relaties met andere mensen. Dat zijn zo’n beetje de belangrijkste dingen die ik met een professional hoop uit te zoeken.”

“Als je zegt ‘bitter en jaloers’… zou je dat dan kunnen herformuleren op een meer compassievolle manier naar jezelf toe?” Ze glimlacht en wordt zacht: “Ja… misschien als verdriet om wat ik niet had…?” “Rouw…?” “Ja, rouw is daar een heel goed woord voor. Rouw en verdriet voelen als iets wat een gemakkelijker proces is dan bijvoorbeeld jaloezie. Je doorloopt fases van rouw en werkt je omhoog.” “Ja, precies, terwijl jaloers en verbitterd zijn nog steeds erg veroordelend is naar jezelf toe, in plaats van medelevend…” Ze knikt: “Ja…dat is waar; dat is opnieuw een interessant perspectief.”

We vragen ons af of ze ideeën heeft over waarom haar moeder haar niet de zorgzame en attente bufferende bescherming kon bieden die ze nodig had.

“Ik bedoel… ik denk dat dit deels kwam omdat ze niet heeft geleerd hoe ze dat moet doen, omdat ze het zelf nooit heeft gekregen. Ze voelt zich over het algemeen ook bedreigd in haar eigen leven, denk ik, in haar identiteit als goede moeder. Het is ironisch, want dat zei ze wel eens: ‘Ik ben zo’n slechte moeder.’ Ik denk dat ze daar erg onzeker over was. Ze wilde echt controle, en omdat ze als kind in die chaotische omgeving geen controle had over haar eigen leven, voelde ze dat ze controle kon uitoefenen toen ze moeder werd en haar eigen gezin stichtte. Ze wilde die niet opgeven en terwijl ik opgroeide en steeds meer begon te twijfelen, bleef ze die behoefte aan controle behouden. Ik denk dat ze gewoon bang was. Ik denk dat mijn moeder, nadat ik van huis was gegaan, waarschijnlijk erg verdrietig was. Ik herken dat element en ik voel me steeds meer verdrietig voor haar; hoe langer ik afstand kan nemen van die woede, hoe meer ik bijna medelijden met haar krijg.”

We noemen nog eens die volgorde van gedrag, dat het resultaat is van een emotie, die voortkomt uit een onvervulde onderliggende behoefte. Als je dat erkent, verandert je blik op en aanpak van een probleem. Focussen op gedrag laat veel onderliggende pijn onaangeroerd en is misschien niet zo nuttig. Op de een of andere manier lijkt het erop dat Elizabeth haar pad naar genezing al aan het bewandelen is, want ze onderkent het intergenerationele trauma; ze begrijpt dat het gedrag van haar moeder waarschijnlijk was gebaseerd op angstgevoelens en ze heeft medelijden met haar.

Wij ronden af en danken Elizabeth oprecht voor haar openheid en zullen haar op de hoogte houden van de blogposting. Ze begeleidt ons naar beneden en we nemen warm afscheid. Terwijl we onze fietsen losmaken, hangt de indruk van Elizabeths openhartigheid nog om ons heen. De wolken van eerder op de ochtend zijn verdwenen en de zon is doorgebroken. De meeuwen zijn er nog steeds; ze vliegen schreeuwend rond en verraden de nabijheid van de zee. We besluiten naar de kustlijn te fietsen, over het strand te lopen en te lunchen met de zon op ons gezicht, terwijl we het verhaal laten bezinken waarnaar we met eerbied hebben geluisterd.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 4 (English below)

Vorige week spraken we over de impact van je authentieke zelf zijn op de relatie met verzorgers en hoe hun reactie op dat authentieke zelf je gevoel van eigenwaarde kan beïnvloeden.

Deze week komen we bij het thema ‘slechte gewoonten’, en vragen we Elizabeth of ze gedragingen heeft die ze zo zou kwalificeren en of ze denkt dat die een reactie zijn op de ervaringen van haar vroege jaren. Ze denkt na en zegt: “Geen excuses aanbieden is er zeker een die ik thuis heb opgepikt. En toen ik eindelijk alleen in het buitenland was, was ook middelengebruik een groot ding: ik had geen ervaring met alcohol en was elke avond dronken. En nog één: vooroordelen. Ik merk dat ik vaak onbewust vooroordelen heb over veel dingen, ook al doe ik echt mijn best om open-minded te zijn. Zelfingenomenheid is een andere, het gevoel van ‘ik verdien dit omdat ik beter ben en omdat ik weet dat…’ Ik zou zeggen dat ik vaak te snel mijn oordeel klaar heb.” We vragen of dit invloed heeft op haar werk en dat bevestigt ze. Ze legt uit hoe ze met veel verschillende culturen werkt en hoe mensen een verschillende werkethiek hebben. Ze raakt ‘ongelooflijk gefrustreerd’ als mensen niet op tijd hun werk afleveren of niet goed communiceren: “Mijn directe, reflexmatige reactie is altijd: ‘Kom op, schiet ‘s op met die klus!’ en ik vind het verschrikkelijk om zo snel zulke vooroordelen klaar te hebben; ik haat het, want het voelt soms bijna als racisme!”

Elizabeth toont indrukwekkende en opmerkelijke zelfreflectie in haar woorden, wat een veelbelovende weg naar genezing is. Wanneer we begrijpen dat ons gedrag een coping-mechanisme is in een poging ons welzijn voor dit moment te vergroten, kunnen we er gemakkelijker aan werken. We kunnen dan meer compassie hebben voor onszelf, ongeacht de lengte of duur van de helende reis die voor ons ligt. Het trieste van Elizabeths woorden is echter dat ze duidelijk ziet dat ze in haar huidige leven kenmerken uit haar kinderjaren meedraagt die het haar moeilijk maken om mensen in haar sociale omgeving open en vertrouwensvol te benaderen, of het nu om collega’s of om anderen gaat, ook al spant ze zich daar nog zo voor in. Ze is zich heel erg bewust van zichzelf, ervaart daarbij een negatief zelfoordeel en schaamte, wat leidt tot een negatief zelfbeeld, wat resulteert in nog meer zelfbewustzijn. Het is een vicieuze cirkel, die moeilijk te doorbreken is.

“Wat denk je… wat zie je als de drijvende kracht achter die gedachten? Waar komen ze vandaan? Welk doel dient het om zo te denken?”

“Euhm…” Er valt een lange pauze terwijl Elizabeth over een antwoord nadenkt. De meeuwen vliegen om het huis en we kunnen ze horen schreeuwen terwijl we in innige stilte bij elkaar zitten. Ze neemt de tijd en reageert dan aarzelend: “Volgens mij komt het voort uit een soort ongeduld, uit jezelf begraven en opgaan in je werk. Als kind ontsnapte ik aan alles door te lezen; ik las en las en las, en dompelde mezelf onder in de wereld van mijn boeken, alles om mijn ouders niet in de weg te zitten. Ik was een slimme meid, liep altijd voor op mijn klas. En als ik nu merk dat iemand niet tegen mijn competenties op kan, dat ik dan gefrustreerd raak. Het lastige is…” Ze neemt een lange pauze en denkt na over hoe verder te gaan. Ze haalt diep adem, wacht nog even en vervolgt voorzichtig: “… het voelt bijna goed, het gevoel beter te zijn dan de ander; het is frustrerend en het is tegelijk ook bevredigend om je beter te voelen dan andere mensen. Als ik het echt onder een microscoop bekijk, denk ik dat daar een element zit, dat het me een goed gevoel over mezelf geeft om te zien dat andere mensen moeite hebben om mijn werkniveau bij te houden.”

“Wat mooi dat je het woord ‘ontsnappen’ gebruikt, omdat sommige definities van trauma zeggen dat ‘alles wat helpt om tijdelijk de pijn van het gebrek aan verbinding te verlichten, verslaving is’.”

“Hmm… denk je dat mijn lezen een verslaving was?”

“Nou, je hoeft het niet per se verslaving te noemen, maar sommige mensen zeggen dat alles waar je niet zonder kunt en wat op de lange termijn schadelijk is, maar wat je een tijdelijke verlichting geeft van de pijn waaraan je lijdt, een verslaving zou kunnen worden genoemd. Het is dan jouw manier om je pijn te verdoven, om je los te maken van je omgeving en om te gaan met de moeilijke situatie waarin je je bevindt en die je een gevoel van onzekerheid geeft, het gevoel er niet bij te horen.”

Elizabeth denkt even na en zegt: “Interessant… Mijn ouders pakten voor straf vaak mijn boeken af. Ik vond dat grappig, omdat de meeste ouders moeite hebben om hun kinderen aan het lezen te krijgen, maar nu je het zegt… Misschien was het afpakken van mijn boeken in zekere zin ook traumatisch, omdat die boeken mijn enige manier waren om geestelijk gezond te blijven. Het is een interessant perspectief.”

“Het kan heel interessant zijn om er zo naar te kijken, omdat het je een duidelijker beeld kan geven van ‘wat had ik nodig om me op zijn minst een beetje gelukkig en okay te voelen; wat moest ik doen om weer contact met mezelf te maken, zodat ik weer kon voelen wie ik werkelijk ben en hoe werd dat onmogelijk gemaakt of bestraft of beschuldigd of beschaamd door anderen of hoe werd dat gebruikt om te zorgen dat ik me schuldig zou voelen?’ Je kunt je altijd afvragen op welke manier de ‘slechte gewoonten’ jou dienen; wat doen ze voor je, hoe zijn ze behulpzaam?”

Elizabeth knikt: “Ja, ik worstelde altijd met mijn zelfbeeld toen ik opgroeide, want mijn moeder bleef me slechte dingen over mezelf vertellen die ik 100% geloofde. Dit kan vervolgens heel snel veranderen in zelfhaat… laaiende zelfhaat waarmee ik nog altijd worstel. Dat gevoel wordt dan heel overheersend. Ik denk dat het doel is dat ermee wordt gediend, het feit dat ik me beter voel dan anderen in mijn werk, een tijdelijke pleister op de wond: ‘ik ben geen loser, ik ben beter dan zij…’ en dat ik daar dan wat troost in vind.”

“Inderdaad. Sommige trauma-experts zouden zeggen dat als we onze ‘slechte gewoonten’ zien als onze eigen, unieke manier van omgaan met de moeilijke omstandigheden, we met veel meer compassie naar onszelf kunnen kijken. Dan kunnen we stoppen onszelf zulke negatieve labels op te plakken. Je noemde al een heel aantal van zulke moeilijke labels over jezelf, en ik herken ze omdat ik zelf ook vertrouwd ben met dat proces. Nu ik veel meer over dit onderwerp heb nagedacht, herken ik het beter bij mezelf, en zie ik het ook als andere mensen het zichzelf aandoen: ‘Ik ben gewoon lui, ik ben gewoon confronterend, ik ben gewoon dom…’ Niet-confronterend zijn kun je bijvoorbeeld als een positieve eigenschap bestempelen, maar als het een vorm is van de situatie ontvluchten, zoals bij je vader, dan kan het ook giftig zijn. Daarom hangt het vaak echt af van hoe je het labelt. Als je de reis naar waar je nu in je leven bent, labelt als het gevolg van je gretige nieuwsgierigheid, dan krijgt het verhaal een heel andere kleur dan wanneer je het als confronterend bestempelt.

“Ja… dat is helemaal waar…”

Elizabeth vertelt in haar verhaal over ontvluchten, dissociatie, over het loskoppelen van haar gelukkige zelf ter voorkoming van ruzie met haar ouders. Ze benoemt ook de strafmaatregelen die haar ouders namen om te proberen hun dochter onder controle te krijgen en van haar af te pakken wat volgens haar echt van haar was: een onderzoekende houding, een brandend verlangen om kennis op te doen en haar nieuwsgierigheid te bevredigen, manieren om contact te maken met haar innerlijke drive voor dingen. Straffen vergroot echter het verlies van de onderlinge verbinding, zowel die met haar ouders als die met haar authentieke zelf. We zijn in Elizabeths woorden getuige van heel moedige overwegingen. We luisteren aandachtig en zijn mentaal aanwezig bij haar verhaal, waardoor duidelijk wordt dat het deze keer om haar opvattingen en beslissingen gaat. Door op deze manier ruimte te creëren voor Elizabeth, een veilige ruimte waar ze wordt gehoord en gezien en waar haar verhalen niet worden beoordeeld of afgewezen, kunnen we samen voorzichtige stappen zetten om bepaalde vormen van gedrag te herformuleren als copingstrategieën. We ervaren het als een eer om getuige te mogen zijn van hoe ze zich openstelt en haar verhaal met ons deelt. Voor iedereen met trauma-ervaringen zijn steun en onvoorwaardelijke liefde uiterst waardevol op het pad naar genezing.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 1 – Deze week: Elizabeth, Deel 3 (English below)

De fijne, en soms pijnlijk lastige balans tussen gehechtheid en authenticiteit

Vorige week spraken we over de impact van schaamte en verbroken verbinding als hindernissen voor het gevoel er echt bij te horen. Deze week duiken we dieper in de fijne en soms pijnlijk lastige balans tussen gehechtheid en authenticiteit.
We beginnen met Elizabeth te vragen naar het moment en de wijze waarop ze, terugkijkend op haar kinderjaren, tot de conclusie kwam dat dingen met elkaar verbonden waren. “Ik had onlangs mijn intake bij een psycholoog en die stelde ook ongeveer deze vraag [gelukkig!]. Wat me echt heel scherp is bijgebleven, is het gevoel altijd op mijn tenen te lopen, omdat ik nooit wist waarover mijn moeder zou ontploffen. Ondanks alle leuke dingen op school en het sporten en het ontbreken van financiële zorgen… zodra ik thuiskwam, moest ik heel voorzichtig zijn, want alles kon tot een explosie leiden.”

We merken op dat haar moeder veel meer aanwezig is in haar herinneringen dan haar vader: “Absoluut. Mijn moeder was de hoofdrolspeler. Mijn vader en ik hebben nooit een slechte relatie gehad, ook al was ik boos dat hij ons niet verdedigde, vooral als bij haar echt uit de hand liep, maar ik voelde nooit enige vijandigheid naar hem toe. Het voelde als ‘good cop, bad cop’ en mijn moeder was absoluut de bad cop.” Ze lacht, maar niet blij of oprecht. Ze pauzeert en vervolgt: “Ik heb een heel duidelijke herinnering aan de keer dat mijn moeder me in het gezicht sloeg bij een gelegenheid waarbij ik mijn zusje dwarsboomde. Ik was daar heel goed in. Mijn moeder werd boos en sloeg me. Zoiets gebeurde echter niet vaak, en als het gebeurde, denk ik dat ik het verdiende; ik was een verwend nest. Het is apart, want als ik aan het woord ‘mishandeling’ denk, zou ik het nooit op mezelf toepassen. Als iemand naar me toe zou komen en me zou vertellen dat ze samenwoont met iemand die haar constant uitscheldt en schreeuwt en haar slaat, zou ik zeggen: “Wegwezen daar!”” Maar hoewel dat in feite de relatie is die ik met mijn moeder had, ik zou het label van mishandeling nooit op mezelf plakken, vroeger niet en nu ook niet. Waarom niet? Nou, het is een zware term en zoveel mensen zijn veel slechter af dan ik, dus ik heb het gevoel dat ik niet het recht heb om dat label te gebruiken voor wat er met mij is gebeurd. Het zou voelen alsof je anderen onrecht aandoet.” In de stilte die volgt, horen we de meeuwen weer luid schreeuwen. “Ja”, vervolgt ze, “ik hoop hier binnenkort met mijn psycholoog over te praten!” Met haar lach, waarbij we aanhaken, doorbreken we de opgebouwde spanning.

Jezelf negatieve etiketten opplakken, verteerd worden door schuld en schaamte, je levensverhaal als minder waardevol of minder bijzonder zien, is een veel voorkomend denkpatroon in onderzoek naar trauma. Wanneer we doorkrijgen dat degenen die ons zouden moeten koesteren en beschermen, zodat we ons gelukkig en levendig en veilig voelen, degenen blijken te zijn die ons pijn doen en maken dat we ons niet thuis voelen en eenzaam zijn, maakt ons dat bang, onzeker en verdrietig. Dit kan ons wereldbeeld zozeer vernietigen dat we irrationele verklaringen gaan zoeken voor wat er is gebeurd. Als gevolg hiervan kunnen we onszelf klein maken en naar beneden praten en onszelf wijsmaken dat het niet zo erg was, en dat we dat wat ons overkwam, waarschijnlijk verdienden. We vertellen onszelf daarmee een verhaal dat maar één doel heeft, namelijk onszelf te redden uit een gevoel van diepe angst voor totaal ten onder gaan, het helemaal niet waard te zijn om te bestaan. Dit kan ons op korte termijn redden, maar de toxische stress bouwt zich op en door het gebrek aan bufferende bescherming van een zorgzame, attente volwassene raken onze systemen op de lange termijn ontregeld. Dit hoeft echter niet altijd voor iedereen het geval te zijn. Een belangrijke vaardigheid als ouder is om te weten wanneer en hoe je naar je kind toe meer gezaghebbend (niet autoritair) kunt zijn, zodat er een veilige hechting ontstaat. Als de gehechtheid echter onveilig is en de authenticiteit van het kind niet gezien mag worden, werkt dit bijna voor niemand goed uit, voor het kind noch voor de ouder. Dit is het thema van de strijd tussen authenticiteit en gehechtheid waar onder meer Gabor Maté en Ingeborg Bosch nader op ingaan.

We blijven ons afvragen: “Is het niet vreemd dat we als kinderen het gevoel kregen dat we zo’n benadering van onze ouders verdienden?”Elizabeth reageert: “Mijn ouders noemden me respectloos, omdat ik altijd een antwoord terug had. Het ergste was echter de emotionele manipulatie, niet de fysieke mishandeling. Het was echt het emotionele aspect. Ze kon gewoon gillen, gillen, gillen tegen me, schreeuwen, me uitschelden, me het gevoel geven dat ik een manipulatief persoon ben. En dat is iets wat ik tot op de dag van vandaag nog steeds geloof, want dat heeft ze me altijd verteld. Het werd een deel van mijn identiteit, dit gevoel van ‘ik denk dat dat gewoon is wie ik ben, een manipulatief persoon’.”
We lichten toe dat dit behoorlijk zelfdestructief kan zijn. Wanneer je als kind dergelijke kwalificaties maar vaak genoeg hoort, dan ga je er waarschijnlijk in geloven en dan je je misschien zelfs ook zo gedragen. Ze deelt een aantal zeer droevige herinneringen: “Ik was rond de 12 of 13 en veel van mijn vrienden hadden anorexia. Ik heb zelf ook een eetstoornis ontwikkeld en ik herinner me dat mijn ouders me nauwelijks steunden: ‘Dit is zo’n bullshit; je bent gedraagt je als een klein kind.’ Ze brachten me naar een kliniek voor therapie en zelfs jaren nadat de stoornis was opgelost, zei mijn moeder wanneer ik geen zin had om te eten of zoiets: ‘Oh, niet weer deze shit…’ Die momenten horen bij de grootste dieptepunten in mijn leven, dat ik me realiseerde dat ze me niet serieus nam bij de dingen die moeilijk waren voor me. Het kon haar niet echt wat schelen of, als het haar wel wat kon schelen, liet ze dat wel op een heel rare manier merken.”

“Hadden je zussen dezelfde problemen met je ouders?” Ze is heel vastberaden: “Nee, het betrof alleen mij! Zij gingen er op heel andere manieren mee om. Ze waren erg goed in het niet provoceren van mijn moeder en geen knuppels in het hoenderhok gooien. Ik ergerde mijn ouders constant, praatte terug en ging met plezier de strijd aan. Mijn beide zussen leerden het spel beter te spelen, denk ik, terwijl ze me ook als de oudere zus zagen en beseften dat ze het niet wilden doen zoals ik deed.” Op de vraag wat ‘het spel’ was, antwoordt ze onverschrokken: “Oh, hoe mam niet pissig te maken, hoe de vrede in huis te bewaren!” We bieden een alternatieve optie: “Maar wat als het spel zou zijn ‘hoe blijf ik het dichtst bij mijn authenticiteit’, misschien ben jij dan de winnaar …?” Ze kijkt, pauzeert en knikt dan: “Ja, zeker… Ik was eigenlijk geschokt toen ik van mijn zussen hoorde dat ze zich emotioneel precies zo voelden als ik. Ze gingen er alleen anders mee om. Ik sprak altijd mijn mening uit, en daardoor leidde alles voortdurend tot strijd, terwijl zij gewoon ‘ja mama’ zeiden en naar hun kamer gingen. Ik denk dat mij goed observeerder en de consequenties leerden kennen.” We vragen ons af of ze, terugkijkend, wenst dat ze de situatie anders had aangepakt en ze antwoordt met een volmondig ‘Nee!’ “Ik ben blij dat ik hoe dan ook trouw ben gebleven aan mezelf, ook al heeft het me veel pijn gekost. Ik denk niet dat ik daar gewoon zou kunnen zitten en alles zou pikken; dat is gewoon niet hoe ik ben. Welke persoonlijkheid ik in die jaren ook heb ontwikkeld, alles heeft me geleid naar waar ik nu ben en naar het fantastische leven dat ik nu leid. Dus, hoe kan ik er spijt van krijgen als ik zo gelukkig ben met waar ik nu sta?”

We vieren deze conclusie met Elizabeth mee en vragen ons af of ze het gevoel heeft dat bepaalde aspecten van haar jeugd bijzonder relevant zijn voor haar persoonlijke ontwikkeling in haar leven. “Ik denk dat ik tot op de dag van vandaag een onverzadigbare nieuwsgierigheid heb die voortkomt uit alle activiteiten waaraan ik als kind heb mogen deelnemen. Die gretigheid voedt mijn liefde voor reizen, mijn liefde voor echte ‘nerd’ dingen en mijn wens om een ​​master te behalen in het vakgebied dat ik heb gekozen. Dat vind ik heel leuk aan mezelf. Ik heb veel kunnen doen, zolang het maar niet buiten het domein van mijn ouders was. Ze waren rond mijn 18e bijvoorbeeld heel duidelijk over het niet financieren van mijn universiteit als het geen christelijke opleiding was: ‘Ga gerust naar een seculiere school, maar dan sta je er alleen voor’, zeiden ze.”

Dan: “Mijn moeder noemde me altijd manipulatief. In zekere zin had ze gelijk: ik kan dat wel zijn; Ik probeer meestal mijn zin te krijgen. Ik schijn ook het humeur van mijn moeder te hebben geërfd, het heethoofdige, ‘kom-maar-op-want-ik-vecht’-achtige. Woede is vaak mijn eerste reactie in geval van frustratie en dit was echt iets waaraan ik moest werken toen mijn partner en ik gingen samenwonen; ik moet andere manieren vinden om mijn woede te kanaliseren. Het feit dat hij zo’n geweldig persoon is en echt niet-confronterend, is zo behulpzaam geweest. Ik ben veel reflectiever geworden over mijn eigen gedrag en ik kan om feedback vragen over hoe ik heb gereageerd en mijn excuses aanbieden wanneer dat nodig is. Me verontschuldigen maakte me altijd zo ongemakkelijk; ik wilde gewoon niet toegeven dat ik ongelijk had…’ Ze klemt haar tanden op elkaar als ze denkt aan hoe het voor haar voelde en schudt haar hoofd. “Nu kan ik zeggen ‘kijk, het spijt me; kan ik het goedmaken met je?’ en dat voelt heel goed. Het is zo’n verschil…” Mijn moeder heeft nooit haar excuses aangeboden aan ons, nooit, niet aan mij en mijn zussen, en niet aan mijn vader. Ik heb nooit geleerd hoe ik mijn excuses moet aanbieden aan anderen. Pas later leerde ik dat je dat moet kunnen, als je dingen met mensen wilt oplossen.” Ze vertelt hoe ze de laatste periode, in COVID-tijd, wat meer contact met haar moeder heeft gehad, hoewel het vertrouwen dat nog over was, zwaar beschadigd is. “Ik wil de ervaring die mijn moeder met haar moeder had niet herhalen, om aan haar sterfbed te staan en het gevoel te hebben dat we nooit hebben geprobeerd om dingen op te lossen. Ze is alleen nog steeds niet erg zelfbewust en het zou moeilijk voor me zijn om met haar te praten over alles wat er is gebeurd zonder haar te beschuldigen of haar in de verdediging te laten schieten.’

Volgende week zullen we het hebben over slechte gewoonten en verslaving, vermijden ze onder ogen te zien, en het genezingsproces dat door onvoorwaardelijke liefde wordt ondersteund.