De ervaringsdeskundige, Aflevering 6 – Deze week: Anja en Peter (Deel 3, slot; English below)

De verloren verbinding met onszelf (trauma) kan heel moeilijk terug te vinden zijn. Wie ben ik eigenlijk? Wat wil ik eigenlijk? Je hebt misschien een grote gevoeligheid ontwikkeld voor wat anderen vinden en willen, maar hoe zit het met jou…? Kun je je eigen wijsheid aanboren? Durf je dat? Ervaar je bufferende bescherming, ‘holding space’, een oordeelloze aanwezigheid van iemand bij wie je je emoties mag laten zien, waarna je je eigen oplossingen kunt verzinnen?
Durft David dat? Peter merkt op dat hij in David’s ogen geregeld afwijzing lijkt te zien. Ook Anja geeft aan de verbinding vaak niet te voelen. Ze zijn teleurgesteld dat ze zo weinig waardering van David krijgen, terwijl ze zo hun best doen. Ze zoeken naar waardering voor wie ze zijn en wat ze doen. De hele situatie heeft een negatieve invloed op hun zelfwaardering, op hun relatie, op hun gezondheid.

De vraag is echter… waar is dat begonnen, dat gebrek aan waardering? De oorsprong daarvan ligt waarschijnlijk in wat ze zojuist met de legging zichtbaar hebben gemaakt: in het ouderlijk gezin mochten ze niet werkelijk zijn wie ze waren. Er was veel kritiek en hun zelfexpressie werd beperkt. Het niet gewaardeerd worden als kind heeft bij hen beiden een wond doen ontstaan. Die wond verdient heling, zoals ook de wonden van hun ouders heling verdienden. Zoals zij dat zelf echter voor hun ouders niet konden, kan David dat voor hen niet realiseren. Hij is niet zijn sprankelende zelf, maar dat zijn ze momenteel zelf ook niet, zo hebben ze expliciet aangegeven. Een kind kan je eigen kindertijd niet met terugwerkende kracht herstellen. Daarvoor zijn andere stappen nodig. Een eerste kan zijn dat je zelf waardeert hoe je je best hebt gedaan. Je hebt je ingezet met alles wat je had; meer was er niet. Oude pijn leeft vaak dicht onder de oppervlakte. Er is soms maar weinig nodig om die aan te raken. Als David het niet met Anja eens is, voelt ze irritatie en probeert ze zich te verantwoorden, zoals ze naar haar ouders deed. Als David ontevreden is en schreeuwt, krijgt Peter een knoop in zijn maag en klapt hij dicht, zoals hij deed als zijn vader explodeerde. We onderzoeken welk gevoel daarbij hoort, bij dat gedrag. Nadat hij een aantal dingen heeft genoemd die meer labels en oordelen behelzen, komt hij bij de kern: “Verdriet, leegte, eenzaamheid.”

Ik leg uit hoe onrijp het mensenbrein nog is bij de geboorte en hoe snel het zich vormt onder invloed van sociale ervaringen. Ik vertel dat vooral een gevoel van onveiligheid tot gevolg heeft dat je een aantal ‘snelwegen’ ontwikkelt die je vlot en adequaat in een overlevingsmodus brengen, maar die het moeilijk maken om gebalanceerd te reageren en dingen zorgvuldig te overwegen. Het meest primitieve deel van je brein schreeuwt ‘Alarm!’ en dus is dat hoe je reageert: met verdedigingsmechanismes. Hoe meer het brein in het vroege leven in oxytocine wordt ‘gemarineerd’, hoe fijner vertakt het neurologische netwerk zich ontwikkelt en hoe rijker je gedragspatroon. Hoe meer je de emoties die uit angst en onveiligheid en eenzaamheid voortvloeien onderdrukt (de-pressie!), hoe groter de kans dat ze tot schade leiden: schade voor je sociale functioneren, voor je mentale welzijn, voor je gezondheid.

Anja zegt dat ze inderdaad nog vaak voelt dat ze zich moet verdedigen tegenover haar ouders en we bespreken of er sprake is van ‘moeten’. Zou ze de wijze waarop haar ouders die verantwoording proberen af te dwingen, kunnen leren zien als hún manier om gehoord te worden…? We stellen vast dat er tussen ouders en kinderen voortdurend veel spiegeling plaatsvindt: Anja wilde ooit door haar moeder gehoord worden en voelde zich niet gehoord, wat waarschijnlijk kwam omdat haar moeder probeerde door Anja te worden gehoord, wier taak dat niet was en nu zijn we een hele generatie verder. Het resultaat: onbegrip en miscommunicatie en verstoring van de relatie in meerdere richtingen… heel verdrietig. En toch is het belangrijk te bedenken dat ieder gedragspatroon dat we ontwikkelen, ooit functioneel was, zelfs als het je later hopeloos in de weg zit. Door zo te kijken, kunnen we namelijk compassie ontwikkelen en leren zien waardoor iets is veroorzaakt. Dan gaat het niet meer over ‘Wat is er met jou aan de hand?’, maar over ‘Wat is er met jou gebeurd?’,  niet over ‘Wat is jouw probleem?’, maar over ‘Wat is jouw verhaal?’. Zo’n attitude vergt tijd en aandacht, maar heeft het potentieel alles ten goede te veranderen.

Ze vertellen over een zorgverlener die hen heeft aangeraden niet te streng voor zichzelf te zijn en dat ze het prima doen, maar zo voelt het helemaal niet. “Laatst zei David: ‘Ik wou dat ik er niet was, dat ik dood was’… en dat vind ik heel erg, dat hij dat zo voelt…” Anja is in tranen bij deze heftige openbaring. Ik vraag of één van hen dat gevoel herkent. Peter zegt: “Ja, dat heb ik weleens gehad, dat gevoel van… als ik er niet meer was, dan hoefde ik niet zo veel en hoefde ik niet aldoor zo na te denken…”
Ik kom terug op een eerder onderwerp en vraag of het geen tijd is om David te vertellen over het moeizame IVF-traject, want mij zou het niet verbazen als een deel van zijn uitspraken daarmee te maken heeft. Ze vragen zich af of dat niet te moeilijk voor hem is, waarop ik me afvraag of het misschien nog steeds te moeilijk en te verdrietig voor henzelf is. Ze zien namelijk hoe lief en zachtmoedig hij is voor baby’s. Hem te moeten vertellen dat hij nooit een brusje zal krijgen… en dat dan ook zelf weer onder ogen zien… dat is niet niks. Toch willen ze het overwegen, dit zware thema op een volwassen manier met hem bespreken: “Hij heeft ons natuurlijk horen praten, dus hij weet misschien meer dan we denken…”

Hoe dan ook voelen ze dat er wat moet veranderen. Ze vinden allebei dat ze nu te vaak zeggen dat ze wat hij doet, niet lief vinden, en ze realiseren zich dat David dat mogelijk vertaalt als ‘IK ben niet lief’, een boodschap die ze helemaal niet willen afgeven. Ik deel hun zorg daarover en zeg dat hij authentiek is als hij al die zware en moeilijke dingen zegt. De dappere stap die ze kunnen zetten, zit erin dat ze zich afvragen: “Wat triggert mij in wat hij zegt? Waarom is dit voor mij zo moeilijk?” En ook: als hij zich zo voelt, kunnen ze daar dan ‘holding space’ voor bieden? Kunnen ze met hem in het donker zitten? En hoe lang kunnen ze zelf nog in het donker zitten? Het is moeilijk voor ze om goed voor hem te zorgen, als hun eigen energie zo tekortschiet. Ik geef het voorbeeld van het zuurstofmasker in een vliegtuig: ouders moeten dat altijd eerst zélf opzetten voordat ze kun kind helpen. Dat voorbeeld vindt weerklank en dat is mooi; sommige oneliners kunnen je op de gekste momenten flitsend snel terugbrengen naar de kern, zonder hele theoretische beschouwingen. Met behulp daarvan kunnen ze elkaar ondersteunen bij het veranderen van ingesleten gewoontes.

Wat ook de vervolgstappen zullen zijn… alles begint met bewustzijn, met het begrijpen van de eigen en andermans gedrags- en reactiepatronen. Er is geen spiegel zo scherp en confronterend als een kind voor de ouders en de ontevredenheid van David is Anja en Peter niet onbekend: er zijn veel dimensies in hun leven die ze graag anders zouden zien en die aandacht verdienen. Als er aldoor stress bij hen is over de dingen die niet lekker lopen, dan raakt hun hele systeem ontregeld en wordt het bijna onmogelijk voor ze om voor David als coregulerende volwassene aanwezig te zijn. Ze kunnen proberen in Davids huid te kruipen als het moeizaam loopt: als ze in zijn schoenen stonden, wat zouden ze dan nodig hebben? En wellicht zijn ze al begonnen daarmee (ze hebben me tenslotte benaderd!) en moeten ze alle drie nog afkicken van de hoge adrenalinespiegels van de voorbije periode. De alertheid van adrenaline geeft het gevoel dat je ‘alive’ bent, dat het leven spannend is, maar adrenaline is ook enorm verslavend. Als er dan meer rust komt en tijd voor bezinning en bespiegeling, voelt dat haast bedreigender dan de voortdurende stress.

Anja heeft inmiddels een heerlijke lunch bereid en we eten samen na een afrondende trekking van twee mooie zingevingskaarten die voor allebei heel passend zijn. Ze vertellen hoe ze elkaar hebben leren kennen en hoe spannend dat was, hoe ze ellenlange mails stuurden en als een blok voor elkaar vielen.

We hebben lang gepraat en ik heb heel veel liefde gezien en ook veel pijn en verdriet. Er is bij allebei veel bereidheid om te geven en het goede te doen, om te leren en te proberen, en tegelijkertijd is er ook zoveel behoefte om te ontvangen. Dat is logisch, want als mens smachten we nu eenmaal naar betekenisvolle verbinding, nabijheid en koestering. Ik hoop oprecht dat we een klein begin hebben kunnen maken met uitvinden waar behoeften onbevredigd zijn gebleven en alsnog vervuld mogen worden. We hebben de kluwen wat ontward en nu is het aan hen om de draadjes nader te bestuderen.
Als Anja me naar de trein heeft gebracht, loop ik in gedachten naar het perron. Ik ben moe en dankbaar, verdrietig voor hun oude pijn en hoopvol door hun open kwetsbaarheid.

The lived experience, Episode 6 – This week: Anja and Peter (Part 3, final)

The lost connection with ourselves (trauma) can be very difficult to find back. Who am I really? What do I actually want? You may have developed a great sensitivity to what others think and want, but what about you…? Can you tap into your own wisdom? Can you find the courage? Do you experience buffering protection, ‘holding space’, a non-judgmental presence of someone to whom you can show your emotions, after which you can come up with your own solutions?
Does David dare to do this? Peter notes that regularly, he seems to see rejection in David’s eyes. Anja also indicates that she often does not feel the connection. They are disappointed that they get so little appreciation from Z even though they try so hard. They look for appreciation for who they are and what they do. The whole situation has a negative impact on their self-esteem, on their relationship, on their health.

The question is… where did that start, that lack of appreciation? The origin of this probably lies in what they just made visible with the layings: in the parental family they were not really allowed to be who they were. There was a lot of criticism and their self-expression was limited. Not being valued as a child has left a wound for both of them. That wound deserves healing, just as the wounds of their parents deserved healing. However, David cannot realize this for them, just as they could not do it for their parents. He is not his sparkling self, but they, too, are currently not themselves, as they have explicitly stated. A child cannot retroactively restore your own childhood. This requires different steps. A first could be that you yourself appreciate how you have done your best. You committed yourself with everything you had; what you gave, was all there was. Old pain often lives right under the surface. Sometimes it only takes a little to touch it. If David disagrees with Anja, she feels irritation and tries to justify herself, as she did to her parents. When David is displeased and screams, Peter gets a knot in his stomach and shuts down, just like he did when his dad would explode. We investigate which feeling goes with that behaviour. After mentioning some things that involve more labels and judgments, he gets to the crux: “Sadness, emptiness, loneliness.”

I explain how immature the human brain is at birth and how quickly it forms under the influence of social experiences. I tell them that especially a feeling of insecurity results in the development of a number of ‘highways’ that bring you smoothly and adequately into a survival mode, but that make it difficult to react in a balanced way and consider things carefully. The most primitive part of your brain yells ‘Alarm!’ and so that is how you react: with defense mechanisms. The more the brain is ‘marinated’ in oxytocin in early life, the more finely branched the neurological network develops and the richer your behavioural pattern. The more the emotions that arise from fear and insecurity and loneliness are depressed (depression!), the greater the chance that they will lead to damage: damage to your social functioning, to your mental well-being, to your health.

Anja says that indeed she still often feels that she has to defend herself against her parents and we discuss whether there is a question of ‘should’. Could she learn to see the way her parents try to enforce that responsibility as their way of being heard…? We conclude that there is a lot of mirroring going on between parents and children: Anja once wanted to be heard by her mother and felt unheard, probably because her mother was trying to be heard by Anja, whose job it was not and now we have a whole generation. The result: misunderstanding and miscommunication and disruption of the relationship in several directions… very sad. And yet it is important to remember that every pattern of behaviour we develop was once functional, even if it gets hopelessly in the way later on. By looking at things this way, we can develop compassion and learn to see what caused it. Then it is no longer about ‘What is wrong with you?’, but about ‘What happened to you?’, not about ‘What is your problem?’, but about ‘What is your story?’. It takes time and attention to develop this approach, but it has the potential to change everything for the better.

They tell about a health care professional who advised them not to be too hard on themselves and that they are doing just fine, but it doesn’t feel that way at all. “Recently David said: ‘I wish I wasn’t there, that I was dead’… and I’m very sorry that he feels that way…” Anja is in tears at this intense revelation. I ask if one of them recognises that feeling. Peter says: “Yes, I have been there, that feeling of… if I wasn’t there anymore, I didn’t have to do so much and I didn’t have to think all the time…”
I return to an earlier topic and ask if it is not time to tell David about the difficult IVF process, because I would not be surprised if some of his statements have to do with it. They wonder if that is not too hard for him, to which I wonder if it might still be too hard and too sad for themselves. They see how sweet and gentle he is towards babies. Having to tell him that he will never get a sibling… and then face it again… that is no small feat. Still, they want to consider it, discussing this heavy theme with him in a mature way: “He heard us talk, of course, so he may know more than we think…”

In any case, they feel that something has to change. They both find that nowadays they say too often that they do not like what he is doing, and they realise that David may translate that as “I am not lovable,” a message they do not want to give at all. I share their concern about that and say he is authentic when he says all those heavy and difficult things. The brave step they can take is to ask themselves: “What triggers me in what he says? Why is this so difficult for me?” And also: if he feels that way, can they offer holding space for that? Can they sit in the dark with him? And how long can they sit in the dark themselves? It is difficult for them to take good care of him when their own energy is so lacking. I give the example of the oxygen mask in an airplane: parents always have to put it on themselves before they help their child. This resonates and that is beautiful; some one-liners can quickly bring you back to the core at the craziest moments, without very theoretical considerations. With the help of those, they can support each other change ingrained habits.

Whatever the next steps will be… everything starts with awareness, with understanding one’s own and others’ patterns of behaviour and reaction. There is no mirror as sharp and confrontational as a child for the parents and the discontent of David is not unknown to Anja and Peter: there are many dimensions in their lives that they would like to see differently and that deserve attention. If they are constantly stressed about the things that are not going well, their whole system gets disrupted and it becomes almost impossible for them to be present for David as a co-regulating adult. They can try to get into David’s skin when things get rough: if they were in his shoes, what would they need? And perhaps they have already started doing that (after all, they approached me!) and all three have yet to kick the high adrenaline levels of the past period. The alertness of adrenaline gives the feeling that you are ‘alive’, that life is exciting, but adrenaline is also extremely addictive. When there is more calmness and time for reflection and contemplation, it almost feels more threatening than the constant stress.

Anja has meanwhile prepared a delicious lunch and we eat together after a final draw of two beautiful psychological cards that are very suitable for both. They reminisce how they got to know each other and how exciting that was, how they sent endless emails and how they were head over heels for each other.

We have talked for a long time and I have seen a lot of love and also a lot of pain and sorrow. There is much willingness in both to give and do good, to learn and to try, and at the same time there is such a high need to receive and be comforted. That makes sense, because as humans we crave meaningful connection, closeness and nurturing. I sincerely hope that we have been able to make a small start in figuring out where needs have been left unmet and can still be satisfied. We have untangled the knot to some extent and now it’s up to them to study the threads more closely.
When Anja has taken me to the train, I walk to the platform, fully absorbed in my thoughts. I am tired and grateful, sad for their old pain and hopeful for their open vulnerability.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 6 – Deze week: Anja en Peter (Deel 2; English below)

Vorige week eindigden we met de legging van Het Mattenspel door Anja en Peter.
Hun beider legging maakt dingen zichtbaar. Als Anja bij het leggen van de geluksklavers is aanbeland, wordt het haar te veel. Ik heb haar wangen al langzaam roder zien worden; ik heb haar onrust gevoeld en nu zoekt ze mijn ogen. Ik ben geraakt door haar tranen. Ze slaat haar handen voor haar gezicht, neemt een pauze en legt vervolgens met betraande ogen de emoji’s bij de verschillende matten. Ze slaagt erin alles af te ronden en erop te reflecteren, net als Peter.

Peter vertelt hoe het gezinshuis vroeger een verbindende factor was. Nu de kinderen volwassen zijn en niet meer in dat huis wonen, lijkt de verbintenis tussen de gezinsleden zoek. Na het overlijden van de grootouders is ook hun verbindende rol weggevallen. Peters vader is niet in Nederland geboren en Anja heeft het gevoel dat hij zich hier na al die decennia nog altijd niet werkelijk thuis voelt. Ze vragen zich als gezin af of hij niet al jaren in een depressie verkeert. Hij moppert, hij is futloos, komt tot niks, drinkt te veel… het is geen feestje om het aan te zien. Dat lijkt misschien gek, na zoveel jaren, maar toen de ouders in het begin van hun huwelijk in vaders land van oorsprong woonden, kon moeder daar ook niet aarden. De plek waar we vandaan komen, lijkt toch heel erg diep in ons verankerd te liggen en verbonden te zijn met identiteit, zingeving en levensgeluk. Blijft je ziel zich ontheemd voelen op een onbekende plek? Of is dat gevoel van ontheemding verbonden met een ziel die misschien al van kindsbeen af dolende was door onveilige hechting? Vaders psychose aan het einde van Peters puberteit was heftig voor hem: Peter kon een zwakke vader niet accepteren. Hij nam afstand van zijn vader, maar nam in het gezin juist een zorgzame rol op zich. Als hij terugkijkt, vindt hij dat hij in die rol tekort is geschoten – de relaties staan onder druk.

Ik merk op dat hij een verantwoordelijkheid op zich nam die niet voor hem was bedoeld en dat hij met mildheid mag kijken naar hoe hij naar beste kunnen heeft geprobeerd een taak te vervullen die bij zijn vader hoorde. Zo’n rolomkering wordt parentificatie genoemd, met als basis het woord ‘parent’, ouder. Ze hebben er in het gezin eigenlijk nooit echt over gesproken: “We zijn niet zulke praters, niet écht praten, bedoel ik… maar mijn moeder begint het nu na jaren slikken ook zat te worden. Ik houd zielsveel van hem en ik realiseer me dat hij veel heeft meegemaakt, maar hij helpt alles naar de kloten. Hij glijdt af en mijn jongste zus en ik hebben het daar heel moeilijk mee. Bij Anja thuis klopte het, maar bij ons thuis niet.” Hij vertelt dat zijn moeder en oudste zus het meer wegstoppen. Persoonlijk vind ik het vooral ontroerend dat hij het er zo moeilijk mee heeft. Het laat zien dat zijn hart wijd openstaat, dat hij zich laat raken door wat niet goed gaat, dat hij bij het toelichten van de situatie nu zelfs in tranen is. Het is zo mooi, als mensen kunnen huilen. Het werkt reinigend; het lucht op, het maakt schoon, het ontlaadt – en dus neemt het ook stress weg. Verdriet is een pure emotie, die dicht bij je kern ligt.

Anja en Peter praten samen over hoe verschillend ze het drinken van Peters vader ervaren. Peter is ermee opgegroeid, maar Anja niet. Haar thuissituatie was heel anders: “Klopte het bij ons wél dan? Ik weet het niet… Mijn ouders waren altijd liefdevol en mijn moeder was thuis met thee en wat lekkers; het was stabiel en warm thuis. Ik heb een periode gehad dat ik de verkeerde kant op ging, verkeerde vrienden had, verkeerde jongens ontmoette. Ik heb ook boulimia gehad in die tijd, maar mijn ouders waren altijd liefdevol. Wel hadden ze veel kritiek en ik heb me vaak niet gezien gevoeld. Er was veel oordeel en afkeuring; er was onbegrip en ruzie over beslissingen die ik nam of dingen die ik wilde. Ik ben weggelopen, heb drugs gebruikt, ik loog over waar ik was, maar ik mocht altijd terugkomen. Ik heb daardoor veel schuldgevoel over wat ik mijn ouders heb aangedaan. Het lijkt me verschrikkelijk, als je een dochter hebt die dat doet; ik vond het zielig voor mijn ouders. Zij hadden volgens mij nooit ruzie en waren altijd lief voor elkaar. Sporten en bewegen en dansen waren mijn uitlaatklep, maar ik ben wel lang op zoek geweest naar mezelf. Ik was blij, maar ook boos en verdrietig. Ik deed, door alle strengheid en bemoeizucht, veel dingen stiekem; ik was heel recalcitrant, omdat ze mij zo op de huid zaten.” Ze valt van schrik stil en is opnieuw in tranen als ze zich met gebroken stem hardop afvraagt: “Misschien doe ik dat nu met Z ook wel…” Ze snikt en zegt met angst in haar stem dat ze bang is hem al te hebben verpest: “Het zaadje dat je nu plant, groeit zijn leven met hem mee. Ik wil niet dat het nu al fout is gegaan, want op school is hij een heel blij en enthousiast mannetje…”

Ze heeft inmiddels heel wat negatieve kwalificaties over zichzelf geuit en op een gegeven moment vraag ik haar wat haar definitie is van ‘liefdevol’. Ze zegt dat het voor haar betekent dat ze altijd terug kon keren naar huis, dat ze altijd welkom was, ondanks alle streken die ze uithaalde. Ik probeer een andere verwoording te kiezen voor wat ze allemaal heeft gezegd: “Wat je zegt, klinkt alsof je bedoelt dat hoewel je eigenlijk niet deugde, niet goed genoeg was, ze je tóch bleven aanvaarden.” Ze knikt; zoiets bedoelt ze inderdaad. Ik geef aan dat dat gevoel niet goed genoeg te zijn, ook ergens is ontstaan en waarschijnlijk nog veel dieper zit. Ze denkt na, knikt langzaam en zegt: “Ja… dat heeft denk ik te maken met dat ze alles altijd bekritiseerden…”

Dit is een mooi inzicht. Ik vertel dat vrijwel alle ouders hun kinderen naar beste kunnen begeleiden, maar dat sommige maar een beperkte gereedschapskist hebben om die begeleiding te bieden. Als ouders zelf ook belast zijn door hun levensgeschiedenis, krijgen kinderen soms een onzichtbare intergenerationele traumalast te dragen. Dat ‘niet goed genoeg zijn’ kan dan een heel diepe overtuiging worden, die met schuld en schaamte gepaard gaat. Een kind kan schuldgevoel ervaren richting de ouders, maar zouden ouders ook schuldgevoel kunnen hebben naar hun kinderen…? En nóg een stap verder: zouden we alle oordelen kunnen loslaten, zeker ook die over onszelf? Kunnen we leren er anders, met meer compassie naar te kijken? Kunnen we begrijpen dat veel gedrag niet gekozen is, maar zich bijna automatisch aandient, vanuit die oude overlevingspatronen?

We spreken over de verhouding tussen hechting en authenticiteit, over allerlei vormen van gedrag die je als verslaving zou kunnen beschrijven en die vaak tot doel hebben een gevoel van erkenning en bevrediging tot stand te brengen. Daardoor neemt de stress af en kan ons systeem tot rust komen. Het probleem is alleen dat veel verslavingen op de lange termijn allerlei negatieve consequenties met zich meebrengen. Wie zich in zijn eigen sociale context onvoldoende gehoord en gezien voelt, probeert in een andere omgeving alsnog de behoefte aan erkenning te bevredigen. De dingen die daarvoor worden gedaan (bijvoorbeeld keihard werken, sportprestaties behalen, uitblinken in een hobby, roken of drinken of drugs gebruiken), zijn op zichzelf een risicofactor voor stress en ellende. Zo kom je in een heel negatieve spiraal naar beneden. Je duikt in overlevingsstrategieën, maar eigenlijk werk je toe naar je ondergang. Verslavingen hebben als onderliggende pijn meestal eenzaamheid en gebrek aan zingeving. Peters vader is er een levend voorbeeld van en Anja en Peter vinden zelf momenteel ook maar moeilijk de weg omhoog terug.

We stellen vast dat Anja en Peter allebei aan het struggelen zijn om hun leven weer meer in lijn te krijgen met hoe ze het graag zouden zien. Ze hebben het gevoel vast te zitten in de situatie en weten niet goed hoe eruit te komen. We bespreken hoe je als kind vast kunt zitten zonder eruit weg te kunnen, omdat je afhankelijk bent van de ouderlijke zorg. Eenmaal volwassen heb je andere opties: je kunt wél weg. Er zijn veel dingen die je wél kunt veranderen. Dat is echter lang niet altijd eenvoudig. Veel kinderen onderdrukken van jongs af hun authenticiteit omdat ze voelen dat die de hechtingsrelatie met hun ouders onder druk zet. Dat is een adequate reactie in die fase, maar je verliest daardoor de diepe verbinding met jezelf – de kern van wat we trauma noemen.

 

 

 

The lived experience, Episode 6 – This week: Anja and Peter (Part 2)

Last week we ende with they laying of the game by Anja and Peter.
Both their layings make things visible. When Anja has reached the lucky clovers, it becomes too much for her. I’ve already seen her cheeks grow redder; I have felt her restlessness and now she is looking for my eyes. I am touched by her tears. She puts her hands in front of her face, takes a break and then, with tears in her eyes, places the emojis at the different mats. She manages to complete everything and reflect on it, just like Peter.

Peter tells how the family home used to be a connecting factor. Now that the children are adults and no longer live in that house, the bond between the family members seems lost. After the death of the grandparents, their connecting role also disappeared. Peter’s father was not born in the Netherlands and Anja has the feeling that after all these decades he still does not really feel at home here. As a family, they wonder if he hasn’t been in a depression for years. He grumbles and complains, he is lifeless, comes to nothing, drinks too much… it is a sore sight for the eyes. That may seem crazy after so many years, but when the parents lived in father’s country of origin at the beginning of their marriage, mother could not settle there either. The place we come from seems to be very deeply anchored in us and to be connected with identity, meaning and happiness in life. Does your soul continue to feel displaced in an unknown place? Or is that sense of displacement connected to a soul that may have been wandering from childhood already due to insecure attachment? Father’s psychosis at the end of Peter’s puberty was intense for him: Peter could not accept a weak father. He distanced himself from his father, but instead took on a caring role in the family. Looking back, he feels he fell short in that role – relationships are under strain.

I mention that he took on a responsibility that was not intended for him and that he may look back with leniency at how he tried to the best of his ability to fulfill a task that belonged to his father. Such a role reversal is called parentification, based on the word ‘parent’. They’ve never really talked about it in the family: “All of us are not much of a talker, not really talking, I mean… but my mother is getting tired of it now after years of swallowing his behaviour. I love him dearly and I realise he has been through a lot, but right now, he is screwing everything up. He is slipping away and my youngest sister and I have a really hard time with that. At Anja’s house, things were right, but not at our house.” He tells that his mother and eldest sister are hiding their frustration more. Personally, I find it quite moving that he is having such a hard time with it. It shows that his heart is wide open, that he is touched by what is not going well, that he is now even in tears when explaining the situation. It is so beautiful when people can cry. It has a cleansing effect; it creates space, it cleans, it discharges – and so it takes away stress, too. Sadness is a pure emotion, which is close to your core.

Anja and Peter talk about how differently they experience Peter’s father’s drinking. Peter grew up with it, but Anja didn’t. Her home situation was very different: “Was our home situation right for us then? I don’t know… My parents were always loving and my mother was home with tea and biscuits; it was stable and warm at home. I went through a period where I went the wrong way, had wrong friends, met wrong guys. I also had bulimia during that time, but my parents were always loving. They did, however, have a lot of criticism and I often felt unseen. There was much judgment and disapproval; there was misunderstanding and arguing about decisions I made or things I wanted. I ran away, I did drugs, I lied about where I was, but I was always allowed to come back. I feel a lot of guilt about what I did to my parents. It seems terrible to me, if you have a daughter who does that; I felt sorry for my parents. I don’t think they ever argued and were always nice to each other. Sports and exercise and dancing were my outlet, but I have been in search of myself for a long time. I was happy, but also angry and sad. I did many things secretly, because of all the strictness and meddling; I was very recalcitrant because of their constant looking over my shoulder.” She falls silent with shock and is again in tears as she wonders aloud in a broken voice: “Maybe I do the same with David now…” She sobs and says with fear in her voice that she is afraid she has already ruined him: “The seed you are planting now will grow with him the rest of his life. I don’t want things to have gone wrong already, because at school he is a very happy and enthusiastic boy…”

She has already expressed a lot of negative qualifications about herself and at one point I ask her what her definition of ‘loving’ is. She says it means to her that she could always return home, that she was always welcome, despite all the pranks she played. I try to rephrase what she has said: “What you are saying sounds like you mean that even though you were a misfit, not good enough, they still accepted you.” She nods; that is indeed what she means. I indicate that that feeling of not being good enough also originated somewhere and is probably much older. She thinks, nods slowly and says, “Yeah… I think that has to do with them always criticizing everything…”

This is a nice insight. I tell them that almost all parents guide their children to the best of their ability, but that some have only a limited toolbox to provide that guidance from. When parents themselves are also burdened by their life history, children sometimes have to bear an invisible intergenerational trauma burden. That ‘not being good enough’ can then become a very deep conviction, accompanied by guilt and shame. A child can experience guilt towards the parents, but could parents also feel guilty towards their children…? And one step further: could we let go of all judgments, especially those about ourselves? Can we learn to look at it differently, with more compassion? Can we understand that a lot of behaviour is not chosen, but presents itself almost automatically, from those old survival patterns?

We talk about the relationship between attachment and authenticity, about all kinds of behaviour that you could describe as addiction and that often aim to create a feeling of recognition and satisfaction. This reduces stress and allows our system to relax. The problem is that many addictions have all kinds of negative consequences in the long run. Those who feel insufficiently heard and seen in their own social context will try to satisfy the need for recognition in another environment. The things that are done to achieve this (for example, working hard, performing in sports, excelling in a hobby, smoking or drinking or using drugs) are in themselves a risk factor for stress and misery. This will put you in a very negative spiral. You dive into survival strategies, but actually you’re working towards your demise. Addictions usually have loneliness and lack of meaning as underlying pain. Peter’s father is a living example of this and Anja and Peter are currently also having a hard time finding their way up.

We notice that Anja and Peter are both struggling to get their lives back in line with how they would like it to be. They feel stuck in the situation and don’t know how to get out of it. We discuss how you can be stuck as a child without being able to get out because you are dependent on parental care. Once an adult you have other options: you can leave. There are many things you can change. However, that is not always easy. Many children suppress their authenticity from an early age because they feel that it puts pressure on the attachment relationship with their parents. That is an adequate response at that stage, but you lose the deep connection with yourself – the core of what we call trauma.

De ervaringsdeskundige, Aflevering 6 – Deze week: Anja en Peter (Part 1; English below)

Ze benadert me omdat ze zorgen heeft om hun zoon van zeven. Het loopt allemaal niet zo lekker. De jonge mens onder hun vleugels lijkt zijn blije spontaniteit de laatste tijd niet goed aan de dag te kunnen leggen. Hij moppert veel. Ogenschijnlijk heel gewone verzoeken roepen bijna bij voorbaat weerstand op en hij oogt geregeld verdrietig en ontevreden. De ouders zijn zich er samen van bewust dat de kans reëel is dat dit met dingen van henzelf te maken heeft, maar ze krijgen er geen grip op. Ze zouden graag eens in gesprek gaan, zodat we samen kunnen kijken naar waar dit misschien vandaan komt. Wat spiegelt hun kind naar hen toe? het zijn dat hun ouderschap onbewust wordt gekleurd door hun eigen pijn en dat hun zoon die terugkaatst? Wat zouden ze kunnen doen om die pijn te helen en weer meer lichtheid te brengen in de relatie met zichzelf, elkaar en hem? Het zijn grote vragen en dus proberen we een situatie te creëren waarin we ruim de tijd hebben om samen op onderzoek te gaan.

Vanwege de afstand tot mijn woonplaats duurt het even voordat we een geschikt moment vinden, een moment waarop ze allebei aanwezig kunnen zijn en vrijuit kunnen praten, zonder zich omwille van hun zoon te hoeven inhouden bij wat mogelijk een intens gesprek wordt. Uiteindelijk besluiten we dat ik al de avond voorafgaand aan het consult bij ze zal aankomen en bij hen zal logeren. Ik ben laat door mijn andere afspraak en kom nat van de regen binnenvallen in de ruime woonkamer, die met planten, aardetinten en warme verlichting een fijne sfeer ademt. Wat bijzonder, elkaar nu al te leren kennen! Hun bereidheid mij gastvrijheid te verlenen en mijn bereidheid om de afstand letterlijk te overbruggen voedt het wederzijdse vertrouwen. We bespreken dat het veel vaker zo zou mogen zijn, dat wanneer je worstelt met iets, je iemand bij jou in huis uitnodigt, op jouw plek, in jouw wereld, waar jij thuis bent en de ander gast is. Met een consult bij je thuis is het gemakkelijker je autonomie te bewaren. Dan is het voor degene die jou komt ondersteunen duidelijker dat diens rol is gebaseerd op dienstbaarheid, en niet op autoriteit, ondanks de meegebrachte kennis en expertise. Waar het om gaat is immers het wakker roepen van jouw innerlijk weten door degene die bij jou te gast is.

“Is dat wel professioneel?”, had me de dag ervoor iemand gevraagd, “logeren bij je cliënten…?” Het was een vraag die me verwarde. Het leek me niet belangrijk – of misschien juist wél, maar omgekeerd. Ik had al uitgebreid contact gehad en zag het niet als een bezwaar. Het voorstel was bovendien van de cliënt zelf gekomen en ik had de uitnodiging alleen maar hoeven aannemen. Ik realiseerde me door de vraag alleen wel dat ons met z’n allen een beeld hebben gevormd van hoe een ‘professioneel contact’ eruitziet en dat bepaalde vormen daar dan niet in lijken te passen, terwijl ze misschien wel tot een beter resultaat zouden kunnen leiden.

Ik realiseerde me ook dat we zorg voor onze naaste enorm hebben geïnstitutionaliseerd: je komt met een vraag om ondersteuning naar een kantoor of een kliniek of een behandelkamer, waar de betreffende zorgverlener of deskundige de scepter zwaait. Misschien staan de geuren en kleuren op die plek je tegen of roept de fysieke omgeving verdrietige herinneringen op of nare associaties. In dat geval ben je meteen al niet helemaal je ontspannen zelf – je begint als het ware met een achterstand. En zodoende realiseerde ik me ook dat de veranderingen die voor veel settings nodig zijn, nog veel meer behelzen dan we vaak denken. Als ‘grass roots’-organisatie kan ik over zulke zaken beslissingen nemen zoals ze mij in overleg met de cliënt goed lijkt en dat stemde me blij en dankbaar.
Als mijn natte jas aan de kapstok hangt, drinken we gedrieën thee. We praten over van alles en nog wat en ervaren deze bijzondere start van het consult als een heel mooie start. Als we de volgende ochtend opstaan en gezamenlijk aan het werk gaan, is er al meer vertrouwdheid dan er zou zijn geweest wanneer ik pas net was aangekomen.

We beginnen met een moment van stilte, om te voelen hoe we allemaal aanwezig zijn, welke emoties en fysieke sensaties we meebrengen naar de dingen die we samen gaan onderzoeken.
Vervolgens evalueren we de oefening en inventariseren we in grote lijnen wat door Anja en Peter als het grootste knelpunt wordt ervaren. Dat kunnen ze vlot verwoorden: hun zoon is de laatste tijd ontevredener dan passend lijkt voor een kind van zeven. De communicatie bevat momenteel een aantal telkens terugkerende elementen: “Geen zin in”, “Nee, dat wil ik niet!”, “Ik vind jou stom”, “Ik mag nooit iets”, “Je bent saai”, “Nee, ik ga niet naar bed, want ik wil nog buiten spelen”, “Ik lust dat niet”, “Ik wil meer snoep”, “Waarom moet ik mijn schoenen aan?” Gedurende de uren dat we in gesprek zijn, komen al deze uitspraken voorbij en het is begrijpelijk dat de ouders er moe van worden en soms met de handen in het haar zitten over wat er kan of moet veranderen. Ik snap dat heel erg goed. En toch… ik zie het ook als een cadeau dat David zich nog steeds uitspreekt: hij laat zien dat er iets wringt in het gezinssysteem. Ze bieden hem blijkbaar toch ook veel veiligheid, want hij is niet bang voor Anja en Peter, maar gaat de confrontatie met ze aan. De vraag is: wat wil hij vertellen? Aan welke diepe, pijnlijke overtuigingen in zijn ouders appelleert hij? En ook: is er een manier waarop het gemakkelijker wordt om het negatieve oordeel over zijn gedrag los te laten en te zoeken naar de emotie achter het gedrag en naar de behoefte achter de emotie?

Dat is moeilijk, uiteraard, en Peter zegt dat hij het gemeen vindt om zulke dingen te zeggen: “Als je zoiets tegen een volwassene zegt, dan kwets je iemand heel erg.” Ik vraag of dat echt zo is. Als ik zoiets tegen Peter zou zeggen, zou hem dat kwetsen of zou hij zich gekwetst vóelen… en kan hij het verschil tussen die twee zien…? Wanneer mensen dingen tegen ons of over ons zeggen waarvan we overduidelijk weten dat ze niet waar zijn, kunnen we dat dan van ons laten afglijden…? Of zit de lastigheid juist daarin dat ze iets zeggen waarover we zelf al onzeker zijn? Wat sluimert er in onszelf, dat wordt aangeraakt met een ‘rotopmerking’? Anja en Peter denken na. We blikken terug op het gesprek van de avond ervoor, waarin ze om beurten hebben aangegeven dat ze op het moment zoekende zijn, dat ze het gevoel hebben stil te staan in hun ontwikkeling. Ze komen nog niet werkelijk tot hun recht en hun bestemming hebben ze nog niet gevonden. Er zijn wel redenen aan te wijzen voor onrust en verdriet. Een heel belangrijke is dat ze graag nog een tweede kindje zouden hebben gekregen en dat ze daarvoor, na een aantal miskramen, een moeizaam IVF-traject zijn gestart, dat dertien keer in een teleurstelling uitmondde. Dat heeft veel pijn gedaan; dat heeft hun geduld met elkaar en hun zoon op de proef gesteld: “We hadden toen echt wel een kort lontje…” Ze zijn daarover in de rouw, ook over het feit dat hij nog zo klein was en eigenlijk niet op hun blije aandacht kon bouwen. Ze hebben hem het verhaal hierover nog niet verteld, maar de vraag is of hij het op een dieper niveau misschien niet allang weet. Misschien doet hij in zijn eentje zijn stinkende best om naar zijn beide ouders toe te spiegelen wat bij hen nog een open wond is. Wat ‘acting out’ wordt genoemd, ‘afreageren’, gaat meestal over verdriet, over het naar buiten brengen van wat er van binnen leeft en waaraan geen woorden kunnen worden geven.

Omdat beelden soms meer zeggen dan woorden, beginnen we met een visuele stap. De plaatjes die ze kiezen, hebben iets bijzonders: de drie van Anja sluiten op een bepaalde manier wonderwel aan bij de drie van Peter en het is mooi om te zien dat er bij alle momenteel gevoelde onbalans een match is tussen hun keuzes. Daarmee is niet alles opgelost, maar het is hoopvol om de verbinding te zien.
Hierna leggen ze de systemische methodiek, Het Mattenspel, nadat we hebben doorgenomen dat ze allebei bij elkaars legging aanwezig kunnen zijn, op voorwaarde dat ze de ander in stilte ruimte kunnen geven. Dat voelt voor allebei goed en ik haal het spel tevoorschijn.
Ze leggen allebei met aandacht en toewijding; het proces maakt dingen zichtbaar die op een onbewust niveau al leefden, maar tranen losmaken nu ze zo confronterend op tafel liggen.