Een uitnodiging om te schrijven! (English below)

Onlangs deelden we met jullie de bespreking van het boek van José Al, ‘Het bevuilde nest. Transgenerationeel trauma’. Er is duidelijk grote belangstelling voor dit thema, want het blog is enorm goed gelezen en veel gedeeld. Dat is begrijpelijk, want dit is een thema dat, vaak onzichtbaar en onbesproken, ongetwijfeld veel meer mensen raakt dan je zo op het eerste oog zou denken.
Emotionele en fysieke verwaarlozing, misbruik door je beide ouders… het zijn geen onderwerpen die zich zomaar overal en met iedereen laten bespreken. Je komt er niet vrolijk mee voor de dag. Door de pijn en vaak ook de schaamte die ermee gepaard gaan, worden zulke ervaringen soms pas na jaren en jaren gedeeld met dierbare anderen. Wat weet je in deze context eigenlijk over je buren, over collega’s, over de vriendjes en vriendinnetjes van je kinderen? Wat weet je over je broer(s) of zus(sen), zeker in een groter gezin, waar de ervaringen per kind soms enorm verschillen? En misschien zelfs… wat weten we over onszelf? Hoe diep hebben we dingen weggestopt om te kunnen overleven onder moeilijke omstandigheden? Wat kunnen we slechts gedoseerd toelaten tot ons bewustzijn, omdat we anders overweldigd raken door de angst, het verdriet en de pijn?

De verhalen in ‘Het bevuilde nest’ bieden ons een inkijkje in wat het betekent om in een onveilige setting op te groeien. Toch hoeft het niet eens zo intens en dramatisch te zijn als in het boek om toch sporen na te laten. Dat komt doordat Er wordt door een blik, een geur, een woordkeuze, een lichaamshouding of nog iets anders iets in ons geraakt dat ons in een flits terugbrengt bij een blik, een geur, een woordkeuze of een lichaamshouding van dat onveilige vroeger. Veel van wat zich in het nu lijkt te voltrekken, is in feite een herinnering aan destijds. Het brengt ons terug naar een fase in ons leven waarin we nog onvoldoende overzicht en zelfstandigheid hadden om onszelf te reguleren. We begrepen niet wat er gebeurde. We voelden ons angstig, eenzaam, verdrietig, en konden ons niet losmaken van de omstandigheden. We waren afhankelijk van de mensen bij wie we ons onveilig voelden. Ze zeiden dingen waardoor we het idee kregen dat we niet goed genoeg waren, dat we er in onze meest authentieke vorm niet werkelijk mochten zijn. We hielden ons stil en pasten ons aan, of kwamen in opstand en sprongen uit de band. Linksom of rechtsom verloren we echter een belangrijk stuk van de verbinding met ons ware zelf, met onze essentie.

Het doel van ACE Aware NL is veel breder zichtbaar te maken hoe die mechanismes werken. Het is belangrijk om te begrijpen wat zich in dat kinderkoppie afspeelt wanneer je als volwassene bewust of onbewust, bedoeld of onbedoeld, je machtspositie laat gelden. Wat gebeurt er, wanner je er niet in slaagt om je kind op een rustige, maar krachtige en betrouwbare manier bij te staan? kind dat onredelijk of onhandelbaar lijkt, is ten diepste vaak boos of angstig of verdrietig. Kun je naar je kind kijken en door diens ogen de situatie bezien? Kun je naar je kind kijken en proberen te voelen dat jij het zelf bent? Hoe voelt het om (in) dat kleine lijf te zijn en naar een grote, boze stem te luisteren, een afkeurend gezicht te zien? Als volwassene kom je misschien niet met je pijnlijke verhaal voor de dag, maar in je gedrag komt je pijnlijke verhaal tóch tevoorschijn. ‘Hurt people hurt people’, zeggen ze in het Engels: beschadigde mensen beschadigen mensen. Hoe meer je je daarvan bewust wordt, hoe meer compassie je zult ontwikkelen. Door zonder oordeel te kijken naar je eigen gevoelens en gewaarwordingen, kun je leren om ook zonder oordeel te luisteren naar het verhaal van de ander. José heeft met haar boek krachtige voorbeelden gegeven van zulke verhalen. We hebben ons samen met haar afgevraagd hoe we het delen van ervaringsverhalen zouden kunnen aanmoedigen. Wanneer verhalen worden gedeeld zonder dat er een oordeel over de verteller wordt geveld, komt er vaak al veel ruimte en een gevoel van erkenning en gehoord worden.

Daarom wilden we de boekbespreking delen, waarover José ons het volgende schreef:
“Ik ben ongelofelijk onder de indruk van deze overweldigend zuivere, intense en waardevolle boekbespreking. De tijd, moeite, energie en uiterste zorgvuldigheid die jullie hierin hebben gestoken, zoveel waardering en liefdevolle positiviteit, zó gezien, gehoord, gevoeld en begrepen te worden is werkelijk overweldigend. Zo mooi gedaan! Wat een waardering voor mijn jarenlange studies, werk en onderzoeken… Ik voel begrip en mededogen en dat betekent heel veel voor me. Dat is niet in woorden uit te drukken.”
Haar missie en de onze sluiten naadloos op elkaar aan en ze heeft een prachtig voorstel gedaan, dat wij in dankbaarheid met beide handen aannemen.

Verdient ook jouw verhaal het om te worden gehoord? Wil jij anderen een hart onder de riem steken? Wil je bijdragen aan het bespreekbaar maken van vroegkinderlijk trauma? Deel dan je verhaal met ons!
Schrijf een tekst van 750-1000 woorden, waarin je (anoniem) jouw ervaring met (seksueel) misbruik, (huiselijk) geweld en/of verwaarlozing beschrijft. Ook als je denkt dat je geen schrijver bent, nodigen we je uit om de (digitale) pen op te pakken: we helpen je graag om het zó op papier te krijgen dat jouw verhaal tot zijn recht komt. Het ACE Aware NL-team kijkt samen met José Al naar de inzendingen en kiest de tien mooiste, meest aangrijpende, inzicht gevende verhalen uit. Ben jij de inzender van één van de tien geselecteerde teksten, dan nemen we contact met je op om tot een versie te komen die als blog op onze website kan worden gepubliceerd. De schrijvers van de tien gekozen verhalen ontvangen een exemplaar van ‘Het bevuilde nest’ van José Al.

Wil je meedoen, stuur dan je verhaal met je naam, je telefoonnummer vanaf een geldig e-mailadres naar info@aceaware.nl en zorg dat het uiterlijk 20 juli bij ons binnen is. Je krijgt een bevestiging van de ontvangst en uiteraard gaan we zeer zorgvuldig en volstrekt vertrouwelijk met je gegevens om.

Schrijven kan zeer helend werken, evenals het lezen van een verhaal dat herkenning en bemoediging biedt. Je bent dus van harte welkom om een tekst in te sturen en zo het maatschappelijk bewustzijn rondom ACE’s te vergroten. We kijken uit naar jullie bijdrages!

P.S.
In een later stadium zullen we een vergelijkbare oproep doen voor zorgverleners. We zetten dan in de spotlights wat hun motivatie is voor het werken met mensen met vroegkinderlijk trauma. Daarover volgt te zijner tijd nader bericht.

Verdient ook jouw verhaal het om te worden gehoord? Wil jij anderen een hart onder de riem steken? Wil je bijdragen aan het bespreekbaar maken van vroegkinderlijk trauma? Deel dan je verhaal met ons!

Does your story deserve to be heard? Do you want to support and encourage others? Do you want to contribute to discussing early childhood trauma? Then share your story with us!

An invitation to write!

Recently we shared with you our review of José Al’s book, ‘The soiled nest. Transgenerational Trauma’. There is clearly great interest in this theme, because the blog has been very well read and widely shared. That is understandable, because this is a theme that, often invisible and unspoken, undoubtedly affects many more people than you would think at first glance.

Emotional and physical neglect, abuse by both your parents… these are not topics that can be discussed just anywhere and with everyone. It is not something you happily share. Because of the pain and often the shame that accompany it, such experiences are sometimes shared with close others only after years and years. In this context, what do you actually know about your neighbours, about colleagues, about your children’s friends? What do you know about your brother(s) or sister(s), especially in a larger family, where the experiences of the individual children may sometimes differ enormously? And maybe even… what do we know about ourselves? What are things that we deeply tucked away in order to survive under difficult circumstances? What can we allow into our consciousness only bit by bit, because otherwise we become overwhelmed by the fear, the sadness and the pain?

The stories in ‘The soiled nest’ offer us a glimpse into what it means to grow up in an unsafe and insecure setting. It doesn’t even have to be as intense and dramatic as in the book, however, to leave traces. This is because the perception of insecurity in childhood influences how our brain grows and which behavioural patterns we develop. Many of our reaction patterns are not a conscious choice, but an automatic response. We do not choose to go into fight or flight mode – it just happens. A look, a smell, a choice of words, a posture or something else touches something in us that in a flash brings us back to a look, a smell, a choice of words or a posture of that unsafe past. Much of what seems to be happening in the now is in fact a memory of the then. It brings us back to a phase in our lives in which we still had insufficient overview and independence to regulate ourselves. We did not understand what was happening. We felt anxious, lonely, sad, and could not break free from the circumstances. We depended on the people with whom we felt unsafe and insecure. They said things that made us feel like we were not good enough, that we should not really be there in our most authentic form. We kept quiet and adapted, or we rebelled and freaked out. Left or right, however, we lost an important part of the connection with our true self, with our essence.

The aim of ACE Aware NL is to make more widely visible how these mechanisms work. It is important to understand what goes on in that child’s head when you consciously or unconsciously, intentionally or unintentionally, assert your position of power as an adult. What happens if you fail to assist your child in a calm, but firm and reliable way? A child who seems unreasonable or unmanageable is at its core often angry or anxious or sad. Can you look at your child and see the situation through their eyes? Can you look at your child and try to feel that it is you? How does it feel to be (in) that little body and listen to a big angry voice, see a disapproving face? As an adult you may not come up with your painful story, but your painful story does emerge in your behaviour. Hurt people hurt people. The more you become aware of this, the more compassion you will develop. By looking at your own feelings and sensations without judgment, you can learn to listen to the other person’s story without judgment. José has provided powerful examples of such stories in her book. Together with her, we wondered how we could encourage the sharing of stories about the lived experience. When stories are shared without the teller being judged, this often creates space and a sense of recognition and being heard.

That’s why we wanted to share the book review, about which José wrote us the following:
“I am incredibly impressed by this overwhelmingly pure, intense and valuable book review. The time, effort, energy and utmost care that you have put into this, so much appreciation and loving positivity, to be seen, heard, felt and understood in this way is truly overwhelming. So beautifully done! What an appreciation for my years of studies, work and research… I feel understanding and compassion and that means a lot to me. That cannot be expressed in words.”
Her mission and ours fit seamlessly together and she has made a wonderful proposal, which we gratefully accept with both hands.

Does your story deserve to be heard? Do you want to support and encourage others? Do you want to contribute to discussing early childhood trauma? Then share your story with us!
Write a text of 750-1000 words, in which you (anonymously) describe your experience with (sexual) abuse, (domestic) violence and/or neglect. Even if you think you are not a writer, we invite you to pick up the (digital) pen: we are happy to help you get it on paper in such a way that it does justice to your story. The ACE Aware NL team will look at the entries together with José Al and chooses the ten most beautiful, most gripping, insightful stories. If yours is one of the ten selected texts, we will contact you to draw up a version that can be published as a blog on our website. The authors of the ten stories chosen will receive a copy of José Al’s ‘The soiled nest’.

If you want to participate, send your story with your name, your telephone number from a valid e-mail address to info@aceaware.nl and make sure it is received by 20th July at the latest. You will receive a confirmation of receipt and of course we handle your data very carefully and completely confidentially.

Writing can be very healing, as can reading a story that offers recognition and encouragement. You are therefore very welcome to send in a text to increase social awareness about ACEs. We look forward to your contributions!

P.S.
At a later stage we will make a similar call for healthcare providers. We then put in the spotlight what their motivation is for working with people with early childhood trauma. More information about this will follow in due course.

Van elkaar leren: een les over veilige en onveilige hechting (Deel 2; English below)

Onlangs ging ons blog over de gastles die ik gaf op een school bij een opleidingsonderdeel waarvan de studenten zelf ervaringsdeskundig zijn op het gebied van onveilige hechting. In een fijne samenwerking werd er veel uitgewisseld en ging de tijd sneller voorbij dan gedacht. Het resterende materiaal verdiende ook nog aandacht en we wilden het niet afraffelen. De oplossing was snel bedacht: een tweede gastles! Ik nam die uitnodiging met plezier aan, want een groep als deze is precies waarvoor we vanuit ACE Aware NL ons werk doen.*

De tweede les was afgelopen woensdag 8 juni. De groep was een beetje anders van samenstelling; een paar mensen van de vorige keer ontbraken en er waren wat nieuwe gezichten.
We begonnen met een korte inventarisatie van wat iedereen was bijgebleven van de vorige keer. Eén van de eersten die sprak, was de mentor (die, net als de eerste keer, intensief en geconcentreerd participeerde in alle oefeningen en gesprekken – prachtig!). De mentor verwees naar de ACE-scoreformulieren die de vorige keer waren ingevuld. Dat er twee mensen met een score 8 en twee met een score 10 waren… dat die studenten dus (bijna) alle verdrietige ervaringen op dat formulier hadden doorgemaakt… dat was heftig binnengekomen en had de mentor zeer geraakt. Ik sloot me daarbij aan en lichtte toe dat ik het daarom heel indrukwekkend vond om te zien dat deze mensen tóch weer de moed hebben opgevat om een opleidingstraject te volgen, om te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en te investeren in hun toekomst. Dat is geen sinecure; dat betekent dat ze waarschijnlijk ergens in de sociale omgeving toch een paar ‘cheerleaders’ hebben die deze uitdaging hebben gestimuleerd. Dat is mooi; dat geeft hoop. Ik benadrukte dat ook de mentor zelf daarin een waardevolle rol vervult door in de groep een veilig klimaat te creëren, zodat de opgevatte moed vaste grond vindt en het leerproces krachtig ondersteunt.

Na de check-in volgde een lichaamsgerichte oefening, waarbij de studenten lopend door de ruimte konden ervaren hoe het is om dicht bij iemand anders in de buurt te zijn. voelt het, als je vlak naast elkaar staat? Bevindt die ander zich in jouw persoonlijke ruimte? Kun je dat verdragen of voelt het bedreigend? En als dat laatste het geval is… wat doet dat dan met je lichaamsfuncties? Gaat je hart sneller kloppen? Krijg je het warm? Je lichaam spreekt vaak luid en duidelijk!
Ze stonden in tweetallen naast elkaar en koppelden terug wat ze hadden ervaren. Voor sommigen voelde het prima, iemand anders voelde zich gejaagd door zoveel nabijheid. Eén persoon zei melig te worden van degene ernaast – positief, want melig worden en samen lachen is heerlijk en geeft een gevoel van ontspanning en veiligheid, terwijl veiligheid tegelijkertijd een voorwaarde is om samen tot die ontspanning te komen.

Het lijkt zo simpel: naast iemand staan. En toch kunnen juist dat soort simpele dingen heel ingewikkeld en beangstigend voelen als je vanuit overlevingsstrategieën voortdurend op je hoede bent. Met iemand zo dicht naast je, kun je het overzicht niet goed bewaren. Je kunt (letterlijk) niet op een afstandje afwachten en de kat uit de boom kijken. Het lijkt alsof de ander aanduwt tegen de muur die je om jezelf heen hebt gebouwd ter bescherming tegen dreiging van buitenaf. Blijft je muur staan of valt die een beetje om…? En zo ja… wat dan?
En als er dan vervolgens wordt gevraagd je naar elkaar toe te draaien en elkaar in de ogen te kijken, elkaars blik vast te houden en je ogen niet af te wenden… dan komt het allemaal wel (alweer letterlijk) heel dichtbij. Enerzijds willen we als mens worden gezien, maar kunnen we het aan dat iemand ons werkelijk in de ziel kijkt? Hoe lang houden we dat vol? Wanneer wordt het ongemakkelijk? Wanneer willen we ons losmaken uit die verbinding? Wanneer is het genoeg geweest?

Het experiment duurde niet zo heel lang, maar lang genoeg om te voelen hoe intens het is elkaar zo nabij te komen. Ook dit was een oefening die is verbonden met veilige en onveilige hechting. Hoe vaker je te maken hebt gehad met situaties van onveiligheid en hoe meer je (letterlijk of figuurlijk) ‘over het hoofd bent gezien’, hoe moeilijker het vaak is om diep en open oogcontact te maken. Je kunt de neiging krijgen je te verstoppen, zodat het allemaal niet zo kwetsbaar voelt.
Er ontspon zich naar aanleiding van deze oefening een prachtig mooi gesprek, waarin de studenten aangaven in welke situaties ze dit moeilijk vonden en hoe het kan worden ervaren als een test om te zien ‘wie het het langste volhoudt’ – wie de baas is, wie de overmacht heeft, wie de dienst uitmaakt. Dat is een heel andere associatie dan: ‘Ik blijf je ogen vasthouden, want ik wil JOU vasthouden. Ik wil je kennen en je zien. Ik wil door jou worden gekend en gezien. Ik laat je niet los.’ Ook hier spelen ervaringen uit het verleden een rol voor de beleving in het heden.

Nadat iedereen de eigen stoel weer had opgezocht, gaf ik aan dat we even wat ‘hardcore’ theorie zouden doornemen. Zo legde ik onder andere uit wat er onder hechting wordt verstaan, dat vroege hechtingsstijlen vaak een leven lang bij iemand blijven, en wat het verschil is tussen veilige en onveilige hechting (angstig, vermijdend, gedesorganiseerd). We spraken over hoe belangrijk het is dat een kind op de ouder(s) kan vertrouwen en dat signalen worden opgevangen en goed worden geduid en beantwoord. filmpje met het ‘still face experiment’ van Edward Tronick laat dat op indringende wijze zien en één van de studenten brak daardoor – de tranen vloeiden. Een medestudent sloeg een troostende arm om de klasgenoot heen en een derde reikte zakdoekjes aan. Met z’n allen zwegen we even – we stonden zo stil bij het verdriet van deze mens onder ons, zonder te fixen, zonder te praten, zonder oordeel, maar mét veel compassie. Er waren meer mensen die deze twee minuten maar amper konden verdragen en ook ik zelf schoot vol, terwijl ik dit filmpje al zo enorm vaak heb gezien. Ik kan er niet aan wennen; het grijpt me iedere keer opnieuw bij de strot. Ik ben daar wel blij om, eigenlijk. Het filmpje is, wanneer je erover nadenkt dat heel veel kinderen dit niet slechts twee minuten, maar dag aan dag, jaar na jaar, moeten ondergaan, eigenlijk een horrorfilmpje. Hoe kan het ons nog verbazen dat we gaan disfunctioneren als we niet worden gezien, gehoord, begrepen, als onze vragen en behoeften om aandacht en verbinding niet worden beantwoord? Het is hartverscheurend; dat deze student er zo door werd geraakt, betekent dat het hart openstaat, dat deze mens zich durft te laten raken, dat er herkenning is (want anders raakt het niet zo). Dat betekent óók dat er bewustzijn is en dat er pogingen zullen worden ondernomen om naar beste kunnen te voorkomen dat dit patroon van emotionele verwaarlozing niet blijvend wordt herhaald.

Na een bespreking van stress, stresshormonen, hersenontwikkeling en de kortsluiting die in je mentale netwerk kan ontstaan als de bedrading niet goed is aangelegd, bespraken we hoe belangrijk de omgeving is. bent niet in je eentje verantwoordelijk voor je leven en de ontwikkeling van je brein: je maakt deel uit van een veel groter systeem, zoals je gezin, je buurt, je stad, je land, je werelddeel. Je kunt ook zelden in je eentje alles veranderen, want het is de intermenselijke dynamiek die mede bepaalt hoe goed of hoe slecht je in staat bent gezond gedrag te ontwikkelen en door te zetten.
Daarom is het belangrijk te beseffen dat gedrag een uiting is van een emotie, die een uiting is van een onvervulde behoefte. Zonder zicht op en bevrediging van die behoefte zal de emotie niet verdwijnen en dus ook het gedrag waarschijnlijk niet.

En een zeer basale behoefte blijft: veiligheid. Ontbreekt die, doordat er geen (ouderlijke) zorgzaamheid is of er veel onrust en agressie leeft in een gezin, dan ontstaat er toxische stress: chronische stress die allerlei systemen in het menselijk lichaam aantast, ook het sociale functioneren. We keken een filmpje dat dat op indrukwekkende wijze duidelijk maakt in relatie tot een gevangenispopulatie. Het geldt echter ook dichterbij: zolang je je niet veilig voelt, zul je niet graag vertellen wat je raakt en waarom. Jouw zwijgzaamheid kan lastig zijn voor een ander, maar kan deel zijn van je zelfbescherming.
We rondden af met het kiezen van een kaart die iets weergaf van hoe men de eigen toekomst voor zich zag. Daar kwamen mooie dromen en intenties tevoorschijn, wat altijd geweldig is om te horen.

De evaluatie ter plekke? Inspirerend, leerzaam, interessant, informatief, inzicht gekregen in hoe de eigen kinderen functioneren en wat ze nodig hebben, bewust geworden van de liefde voor de kinderen, en (wat mij betreft de meest ontroerende): ‘gerealiseerd dat ik meer compassie voor mezelf mag hebben’. Dat is geweldig; daar begint het mee, en dan volgt ook de compassie voor anderen. Dan hoef je niet meer te zeggen: ‘Ik heb gefaald; ik had het beter moeten doen’, maar mag je concluderen: ‘Ik heb mijn stinkende best gedaan met wat ik kon en had, en ik zou willen dat ik meer had kunnen bieden’. Dan verandert zelfverwijt in verdriet; dan kunnen boosheid en frustratie veranderen in rouw en besef van eenzaamheid. Dan kun je steun zoeken, ‘holding space’ waarbinnen je zonder oordeel veilig bent, zodat de scherpe kantjes kunnen verzachten.
En als na zoveel moois de vraag komt of ik niet vaker les zou willen komen geven, dan is er uiteraard maar één antwoord denkbaar: ‘Ja, heel graag!’

 

* Om privacyredenen gebruik ik in dit blog genderneutrale termen.

 

 

Learning from one another: a lesson about secure and insecure attachment (Part 2)

Recently our  was about the guest lecture I gave at a school in a course where the students themselves are experts in the field of insecure attachment. A lot was exchanged in a great collaboration and the time went faster than expected. The remaining material also deserved attention and we didn’t want to rush it. The solution was quickly devised: a second guest lecture! I gladly accepted that invitation, because a group like this is exactly what we do our work for from ACE Aware NL.*

The second lesson was last Wednesday, June 8. The group was a little different in composition; a few people from last time were missing and there were some new faces.
We started with a short inventory of what everyone remembered from last time. One of the first to speak was the mentor (who, just like the first time, participated intensively and concentrated in all exercises and conversations – wonderful!). The mentor referred to the ACE-score forms completed last time. That there were two people with a score of 8 and two with a score of 10… that those students had gone through (almost) all the sad experiences on that form… that had really hit and touched the mentor. I agreed and explained that I therefore found it very impressive to see that these people have once again taken up the courage to start an education trajectory, to work on their personal development and to invest in their future. That’s no mean feat; that means they probably have a few ‘cheerleaders’ somewhere in their social circle who have encouraged this challenge. That is beautiful; that gives hope. I emphasised that the mentor themselves also plays a valuable role in this by creating a safe climate in the group, so that the courage taken up finds solid ground and strongly supports the learning process.

After the check-in, a body-oriented exercise followed, in which the students could experience what it is like to be close to someone else while walking through the room. How does it feel when you’re standing right next to someone? Is that other person in your personal space? Can you bear that or does it feel threatening? And if the latter is the case… what does that do to your bodily functions? Is your heart beating faster? Do you feel warm and sweaty? Your body often speaks loudly and clearly!
They stood side by side in pairs and reported back what they had experienced. For some it felt fine, someone else felt agitated by so much closeness. One person said that the person next to them made them feel giggly – positive, because feeling giggly and laughing together is wonderful and gives a feeling of relaxation and security, while security is at the same time a precondition for achieving that relaxation together.

It seems so simple: standing next to someone. And yet those simple things can feel very complicated and scary if you’re constantly on the lookout for survival strategies. With someone so close to you, you can’t keep the overview well. You (literally) can’t wait from a distance and see which way the cat jumps and the wind blows. It seems as if the other is pushing against the wall you have built to protect yourself against outside threats. Will your wall stay standing or will it fall over a bit…? And if so… then what?
And if you are subsequently asked to turn towards each other and look each other in the eye, to hold each other’s gaze and not to avert your eyes… then it all comes (again literally) very close. On the one hand, as humans we want to be seen, but can we handle someone really looking into our soul? How long can we keep that up? When does it get uncomfortable? When do we want to break free from that connection? When has it been enough?

The experiment didn’t last very long, but long enough to feel how intense it is to get so close. This, too, was an exercise associated with secure and insecure attachment. The more times you’ve been faced with situations of insecurity and the more you’ve been (literally or figuratively) ‘overlooked’, the harder it often is to make deep and open eye contact. You may feel the urge to hide so that it all doesn’t feel so vulnerable.
As a result of this exercise, a beautiful conversation ensued, in which the students indicated in which situations they found this difficult and how it can be experienced as a test to see ‘who can last the longest’ – who is in charge, who has the force majeure, who is pulling the strings. That is a very different association than: ‘I keep holding your eyes, because I want to hold YOU. I want to know you and see you. I want to be known and seen by you. I won’t let go of you.’ Here too, experiences from the past play a role in the perception of the present.

After everyone had returned to their own chair, I indicated that we would go through some ‘hardcore’ theory. For example, I explained what is meant by attachment, that early attachment styles often stay with someone for a lifetime, and what the difference is between secure and insecure attachment (anxious, avoidant, disorganized). We talked about how important it is that a child can rely on the parent(s) and that signals are picked up and properly interpreted and answered. The video with Edward Tronick’s ‘still face experiment’ shows this in a penetrating way and one of the students broke down as a result – tears flowed. A fellow student put a comforting arm around the classmate and a third handed out handkerchiefs. We were all silent for a moment – ​​we paused to reflect on the grief of this human among us, without fixing, without talking, without judgment, but with a lot of compassion. There were more people who could barely bear these two minutes and I myself choked up, even though I’ve seen this video so many times. I can’t get used to it; it grabs me by the throat every time I watch it. I’m glad about that, actually. When you think about how many children have to endure this not just for two minutes, but day after day, year after year, the video is actually a horror movie. How can we be surprised about social dysfunction if we are not seen, heard, understood, if our questions and needs for attention and connection are not answered? It’s heartbreaking; that this student was so touched by the video means that their heart is open, that this person dares to let themselves be touched, that there is recognition (because otherwise it will not be so deeply touching). That also means that there is awareness and that efforts will be made to avoid the ongoing repetition of this pattern of emotional neglect.

After a discussion of stress, stress hormones, brain development and the short-circuiting that can occur in your mental network if the wiring is not done properly, we discussed how important the environment is. You are not merely individually responsible for your life and the development of your brain: you are part of a much larger system, such as your family, your neighbourhood, your city, your country, your continent. You can also rarely change everything on your own, because it is the interpersonal dynamics that partly determine how well or how badly you are capable of developing and persevering healthy behaviour.
That is why it is important to realise that behaviour is an expression of an emotion, which is an expression of an unmet need. Without insight into and satisfaction of that need, the emotion will not disappear and therefore probably the behaviour probably will neither.

And a very basic need remains: security. If this is missing, because there is no (parental) care or there is a lot of anxiety and aggression in a family, then toxic stress arises: chronic stress that affects all kinds of systems in the human body, including social functioning. We watched a video that impressively illustrates this in relation to a prison population. However, it also applies closer to home: as long as you don’t feel safe and secure, you will be hesitant to tell what touches you and why. Your silence can be difficult for someone else, but it can be part of your self-protection.
We ended by choosing a photo card that reflected something of how people envisioned their own future. Beautiful dreams and intentions emerged there, which is always great to hear.

The on-site evaluation? Inspiring, educational, interesting, informative, gained insight into how their own children function and what they need, became aware of the love for their children, and (for me the most moving): ‘realised that it is okay for me to have more compassion for myself’. That is amazing; that is where it starts, and then compassion for others will follow. Then you no longer have to say: “I have failed; I should have done better”, but you can conclude: “I did my very best with what I could and had, and I wish I could have offered more.” Then self-reproach turns to sorrow; then anger and frustration can turn into grief and a sense of loneliness. Then you can look for support, ‘holding space’ in which you are safe without judgment, so that the sharp edges can soften.
And if after so many beautiful things the question is posed whether I would like to come and teach more often, then of course there is only one possible answer: “Yes, I would love to!”

 

* For privacy reasons, I use gender neutral terms in this blog.

Van elkaar leren: een les over veilige en onveilige hechting (English below)

Of ik een gastles wilde geven bij haar op school, over veilige en onveilige hechting. Ze moest voor dat vak ook nog een examen afleggen en dat kon dan mooi in mijn les. Hoewel ik nog geen beeld had van hoe een examen binnen een les eruit zou zien, hoefde ik over de vraag niet lang na te denken: ja, natuurlijk wilde ik dat graag doen! ACE Aware NL leeft voor meer bewustzijn omtrent hechting en trauma, dus een gastles is volledig in lijn met onze missie. We planden een eerste ontmoeting om te kijken wat ze van mij nodig had en hoe ik haar zou kunnen ondersteunen bij de voorbereiding van haar deel van de les. Het ging om een keuzevak waarbij ervaringsdeskundigheid een belangrijke rol speelt.

We spraken af op haar stageplek; de manager aldaar had me met haar in contact gebracht, dus dit leek een geschikte optie voor een kennismakingsgesprek. We schudden handen, ze maakte een kop thee voor me en toen gingen we zitten aan één van de tafeltjes in het kleine, gezellige restaurant dat onderdeel is van haar werklocatie. Ze keek me onderzoekend en afwachtend aan, niet helemaal zeker over wat ze van mij kon verwachten. Ik begon te vragen naar haar opleiding, naar haar achtergrond, naar wat ze van de stage vond, naar wat ze zoal tegenkwam in haar werk, naar hoe ze daar haar persoonlijke ervaringen benutte. Ik hoefde het er niet uit te trekken, zullen we maar zeggen. Toen ze eenmaal in de gaten had dat ik haar verhaal echt wilde horen, praatte ze honderduit. Voordat we er erg in hadden, was het hoog tijd om af te ronden, omdat ze naar huis moest, waar haar kind op haar wachtte. We maakten wat afspraken over hoe verder te gaan en namen afscheid.

In de dagen erna stuurde ik haar het één en ander aan kijk- en leessuggesties. Dit onderwerp en alles wat ermee is verbonden, ligt me zo na aan het hart, dat ik haar misschien onbedoeld wat overlaadde. Ze was zeer geïnteresseerd, maar alles doornemen bleek niet haalbaar, vooral niet omdat het verleden haar nog bij herhaling inhaalt, ondanks dat ze in het heden hard werkt aan haar toekomst. Hoewel de thuissituatie bij onze ontmoeting in redelijk rustig vaarwater leek te verkeren, was er een paar weken later toch weer ‘gedoe’. Dat gedoe vroeg zoveel van haar aandacht en had zo’n hoge prioriteit dat het studiewerk erdoor onder druk kwam te staan. Desondanks vonden we tijd voor nog een gesprek en namen we door hoe zij haar examendeel zou kunnen inrichten binnen mijn les. Al vlot stuurde ze haar voorzet met PowerPoint naar me op en zo kon ik mijn aandeel daaromheen bouwen.

Op de dag van de les waren we met elf mensen: de docent/mentor, acht studenten live aanwezig, één student online aanwezig en ikzelf. Ik opende met een ijsbreker voor de kennismaking. Ze trekken al een tijdje met elkaar op, maar ik had een paar vragen bedacht waarop ze elkaars antwoorden vermoedelijk nog niet volledig kenden. Ze werkten in tweetallen en koppelden plenair terug, want voor mij was de groep nieuw. Ze moesten hun buurvrouw of buurman aan mij voorstellen en daarbij merkten ze soms dat het even zoeken en nadenken en navragen was. Nadat ik alle namen had gehoord, vertelde ik hoe in zo’n kleine opdracht al meteen een scala aan hechtingseigenschappen een rol speelt. Hoe goed ben je in staat om naar de ander te luisteren? Heb je rust in je hoofd of is het allemaal één grote warboel daarbinnen, omdat je de dag alweer heftig gestart bent of omdat je nog bekaf bent van wat er gisteren is gebeurd? Kun je je aandacht erbij houden? Kun je correct navertellen wat de ander met je heeft gedeeld? Of sluipen er elementen in die niet kloppen? Begrijp je wat de ander zegt of spreekt die op de één of andere manier een taal die je, letterlijk of figuurlijk, niet verstaat? Kun je zonder oordeel blijven luisteren, ook als je dingen hoort die vreemd voor je zijn of waarmee je het niet eens bent? Al deze aspecten hebben een link met (on)veilige hechting. Ze gaan over de setpoints die je in de kindertijd hebt gecreëerd voor je stressregulatie. Werd er naar jóu geluisterd? Werd jíj begrepen? Werd wat jíj zei goed geduid? Kon men jóu zonder oordeel aanhoren? Hoe minder veilig je gehecht bent, hoe moeilijker al deze ogenschijnlijke simpele taken vaak zijn.

Eén van de dingen die verder in de les aan bod kwamen, was het invullen van het ACE’s-scoreformulier.
Dit is een lijst met de tien meest voorkomende ACE’s, hoewel er absoluut meer zijn, zoals ook door één van de studenten werd benoemd. Er zijn ook versies waarbij racisme, armoede, dood van een ouder, en oorlogsgeweld worden meegenomen. Dat is natuurlijk terecht, want ook die gebeurtenissen zijn van enorme invloed op de kinderlijke ontwikkeling.
Desondanks geeft ook de tegenwoordig gebruikte lijst al heel wat handvatten. De lijst bevat tien ACE’s en je score kan dus maximaal 10 zijn, als je alle keren dat je met ‘ja’ antwoordt, bij elkaar optelt.
Onder deze acht studenten waren er maar liefst twee met een score 8 en twee met een score 10.
Ik vond het heftig om de scores te horen en vind het intens verdrietig dat er zoveel kinderen zijn die hun leven met zoveel ellende beginnen. Hoeveel geluk wordt er daardoor niet ervaren? Hoeveel potentieel blijft er daardoor liggen? Hoeveel moeite kost het mensen daardoor om een bevredigend leven op te bouwen? Hoe moeilijk is het met zo’n start om niet voortdurend in conflict te raken met jezelf en anderen? Het is geweldig om te zien dat deze studenten toch allemaal de moed en de mogelijkheid hebben gevonden om weer een leerproces aan te gaan en om daarbij hun eigen ervaringen op een positieve manier ‘uit te buiten’ en in te zetten in de begeleiding van anderen met een ‘rugzak’.

De materie werd gretig ingenomen en dus hebben we een vervolgles afgesproken. Ik kijk er al naar uit!
En de stagiaire…? Ze kreeg geweldige feedback van haar klasgenoten, dat ze zo vooruit was gegaan, dat ze er zoveel krachtiger stond dan bij een eerdere presentatie, dat ze haar medestudenten had geraakt met haar verhaal, dat men het moedig vond dat ze zich zo kwetsbaar had opgesteld door de theorie uit het filmpje dat ze liet zien, te verbinden met haar eigen verdrietige ervaringen, dat men veel had geleerd en zich herkende in wat ze had gedeeld! Ook de mentor was lovend en aan mij was de eer om als ‘tweede examinator’ het formulier voor haar presentatie te ondertekenen. Op de vraag hoe het kwam dat ze deze keer zo goed had gepresteerd, antwoordde ze dat ze zich in de voorbereiding gehoord en gezien en veilig had gevoeld. Veilig… dat oh zo basale gevoel, nodig om je creativiteit en authenticiteit te laten stromen! Ik hoorde het ontroerd aan. Voor mij was er geen examenformulier dat moest worden afgetekend, maar anders had zij er voor mij haar handtekening onder mogen zetten. Ik weet ook niet precies wie er in dit proces meer heeft geleerd: zij met haar klasgenoten, of ik. Mijn dank gaat uit naar allemaal (geen namen, al ken ik ze nog uit hun voorstelrondje), voor de warme ontvangst, de aandacht en de inbreng en de uitnodiging voor een vervolg. En vooral: ik neem mijn hoed af en maak een buiging voor hun lef en veerkracht!