Professionals en ACE-bewustzijn, Aflevering 7 – Deze week: Chris Vleesman (English below)

We vertrokken met een groep van zo’n vijftien mensen vanaf de locatie waar we hadden genoten van koffie en thee en heerlijk Valentijnsgebak. Velen van ons hadden elkaar niet of pas een enkele keer ontmoet en we zouden een stevige wandeling maken om van de frisse winterlucht te genieten en elkaar te leren kennen. Bovendien zou op die manier na terugkeer uit het natuurgebied de lunch er extra goed in vallen. Eén van de wandelaars was Chris en nadat ik een poosje met anderen had gelopen, kwam ik met hem in gesprek. Hij is de coördinator van de Haven van Kloosterveen, onderdeel van de Stichting Phusis. Ik wist al dat hij diverse dingen deed, maar ik was vooral benieuwd naar zijn ‘core business’: “Wij vangen jongeren op die te maken hebben met moeilijk opvoedbare ouders”, was zijn antwoord, terwijl hij mij met glimmende ogen aankeek. Ik barstte in lachen uit: “Wow, wat een geweldige formulering! Die vind ik goed!” Hij lachte terug en door mijn uitbundige reactie had hij snel in de gaten dat ik begreep waarop hij doelde. Omgekeerd had ik snel in de gaten dat hij begreep wat intergenerationele overdracht inhoudt. We raakten in een boeiend gesprek, dat de rest van de wandeling duurde.

Ik vertelde hem dat ik net de week ervoor een vergelijkbare omkering had meegemaakt. Ik had een tekst onder ogen gehad waarin werd gesproken over verwarde mensen die in de acute zorg terechtkomen en een ‘veiligheidsrisico’ vormen voor de sociale omgeving. Daarbij had ik moeten denken aan wat er gebeurt als het niet lukt om in de kindertijd een stevig fundament te leggen voor de rest van het leven en hoe er dan voor kinderen een ‘veiligheidsrisico’ ontstaat. Ook daarin zit een andere duiding dan de meest gangbare. Bij ‘moeilijk opvoedbaar’ wordt meestal gedacht aan het resultaat van het ouderschap, aan een kind dat ‘lastig’ is. Bij ‘veiligheidsrisico’ wordt meestal gedacht aan het resultaat van een leven met zoveel hindernissen dat het tot agressie en onbeheersbaar gedrag leidt. Wat Chris echter bedoelde, was dat de kinderen het zwaar hebben omdat hun ouders niet goed begrijpen wat ze nodig hebben en hoe dat te bieden. Dat was ook wat ik bedoelde: als kinderen in hun ‘eerste 1000 dagen’ niet ontvangen wat ze nodig hebben om tot een bloeiende ontwikkeling te komen, als ze niet veilig gehecht raken, dan hebben ze een extra hindernis. Dan creëert de sociale omgeving een ‘veiligheidsrisico’, een kans dat de veiligheidsbeleving onder druk komt te staan.

Uiteindelijk gaat het natuurlijk om wat voor aanpak je hanteert wanneer mensen zoekend of dwalend door hun dagelijks bestaan gaan en ondersteuning nodig hebben. Toch is het boeiend om te zien hoe je door een verandering in je taalgebruik op creatieve wijze kunt laten zien wat je denkrichting is. Zo’n innovatieve formulering maakt bovendien een scala aan mensbeelden en wereldvisies zichtbaar. Wie is waarvoor verantwoordelijk? Welke doelstellingen streef je na? Vanuit welke kernwaarden bied je een verdwaalde ander een plek in het leven, in jouw leven? Hoe wil je eraan bijdragen dat de mens voor wie je zorg draagt, de eigen plek in de wereld kan vinden, kan kiezen, kan krijgen? In de zorgsector gaat het vaak over hoeveel geld het kost als mensen ‘ontsporen’. Daarover had Chris ook ideeën: “Een onsje welzijn scheelt een kilo zorg!”, zei hij, terwijl we over een voetbreed paadje door een veld met gras en heide in wintertooi liepen. Chris vertelde over wat hij dagelijks aan impact ziet van zijn filosofie. De collega’s, zoals ze worden genoemd, vinden hun draai in het zorgbedrijf als keukenmedewerker, als reacreatiebegeleider, als verkoper, en krijgen zo weer een volwaardig leven.

Niet dat het altijd allemaal eenvoudig is en zonder hobbels verloopt… Hij glimlachte bij de herinnering aan een week weg met een groepje jongens die veel te veel blowden. Hij was met ze naar een omgeving vertrokken waar die joints niet te krijgen waren, maar waar wél volop aandacht was en tijd voor mooie gezamenlijke activiteiten. Een sjamaan had een spirituele sessie geleid met bezinning en muziek en het effect ervan had weken en weken na-geijld. Ook na terugkeer thuis werd er nauwelijks een joint gerookt. Ook andere vormen van moeilijk gedrag waren in settings waar hij met deze aanpak werkte, met 50% afgenomen. Dat was het gevolg van het aandachtig en op voet van gelijkwaardigheid omgaan met jongeren en jongvolwassenen naar wie jaar in jaar uit niet of nauwelijks was geluisterd. “Hoewel het goed gaat, moet je dan toch ook weer niet denken dat je ze zomaar weer ergens anders kunt neerzetten. Hun geschiedenis heeft ze kwetsbaar gemaakt en als ze zulke stabiele, sensitieve zorg weer kwijtraken, kan ook de structuur in hun leven zomaar weer kapot worden gemaakt. Dan valt alles weer onder ze vandaan, iets wat we nog op heel veel plekken zien gebeuren.” We spraken over het grote belang van mentaal welzijn en zingeving, ook en juist voor degenen die er niet in slagen daar helemaal zelfstandig vorm aan te geven.

Zodoende kwamen we ook op het onderwerp Positieve Gezondheid, dat gebaseerd is op de salutogenetische gedachte: niet kijken vanuit pathogenese (waar komt ziekte vandaan en wat moet ik vermijden?), maar vanuit salutogenese (hoe behoud ik gezondheid en wat kan ik daarvoor het beste doen?). Dan heb je in ieder geval een dak boven je hoofd nodig, een bed om in te slapen. Voor veel jongvolwassenen met problemen is zelfs dat al een uitdaging van jewelste. Chris vertelde over een jongere die vanuit Noord-Afrika via allerlei omzwervingen bij hen was terechtgekomen en in de opvanglocatie tijdelijk onderdak en een veilige haven had gevonden tot er een meer structurele oplossing was. Chris gebruikt samen met zijn team de fysieke, organisatorische en juridische ruimte die er is in dit soort noodsituaties. “Wij werken hier vanuit onvoorwaardelijke liefde”, omschreef hij de essentie van het beleid. Dat was heel wat anders dan ik de week ervoor had gehoord van een manager die helaas moest vaststellen dat nog heel vaak niet compassie, maar repressie de standaard is als mensen in een instelling ‘onhandelbaar’ zijn.

Chris had me geraakt met zijn visie en verhalen. Op zijn vraag waar mijn professionele interesse lag, vertelde ik over ACE’s, over de invloed van onveilige hechting op de volwassen gezondheid en over hoe we met ACE Aware NL na twee vreemde jaren nu eindelijk graag via live ontmoetingen de film ‘Resilience’ willen vertonen. Terwijl ik naar hem had geluisterd, had ik me gerealiseerd dat ik heel graag eens met de ervaringsdeskundige jongvolwassenen naar de docufilm zou kijken. Ik fantaseerde hardop over hoe mooi het zou zijn hun mening erover te horen en dan in een focusgroep te vernemen wat hen had aangesproken in de film en wat ze hadden herkend. Ook Chris zag het voor zich.

Terug van de wandeling kwamen we tijdens de lunch wonderlijk genoeg met vier mensen nogmaals te spreken over trauma, over hoe dat ertoe kan leiden dat we onze zorginstincten willen volgen, zodat een ander niet hoeft te ervaren wat voor onszelf zo moeilijk en verdrietig was. We spraken ook over hoe de huidige omstandigheden veel pijn uit het verleden aanraken en pijn voor de toekomst creëren: mensen zijn immers niet gemaakt om afgescheiden van anderen te functioneren. We realiseerden ons bovendien hoe zulke situaties ons een spiegel voorhouden: wat vinden we moeilijk in wat we voelen en zien gebeuren? Willen we echt de ander helpen? Of zijn we eigenlijk vaak koortsachtig op zoek naar verzachting van de pijn die nog sluimert in onszelf…? Eén tafelgenoot zou daar graag eens dieper in duiken, gezien het eigen levensverhaal. Dat voornemen ligt er nu.
En Chris en ik gaan er binnenkort samen voor zitten om te kijken hoe een filmvertoning gestalte kan krijgen. Is het geen wonder, hoe je soms bij de meest onverwachte gelegenheden tot inspirerende ideeën komt en de prachtigste mensen treft? Wat een Valentijnsontmoeting!

Posted in Interviews professionals.