De ervaringsdeskundige, Aflevering 3 – Deze week: Isis, Deel 3 (English below)

Afgelopen week eindigden we met een verdrietige constatering door Isis, namelijk dat ze zichzelf in de loop der jaren is kwijtgeraakt.

Na een moment van stilte vertelt Isis over haar eigen rebirthing-ervaring, waarin de therapeut vroeg of Isis wellicht was geboren na een ingeleide bevalling. Die vraag kon ze niet beantwoorden, maar haar moeder bevestigde dat. De zorgverleners zaten niet te wachten op een bevalling op zondag en dus werd haar moeder op zaterdagavond ingeleid. “Ik heb ervaren dat ik machteloos ter wereld kwam, dat ik niks kon doen… De bevalling ging te snel en te heftig en dat gevoel van machteloosheid kan ik nog vaak ervaren. Vreemd genoeg… Robin is na een natuurlijke thuisbevalling geboren, maar een dag later kreeg ik kraamvrouwenkoorts en ik werd per ambulance naar het ziekenhuis afgevoerd. Ik was zomaar ineens doodziek en dat is waarschijnlijk ook traumatisch geweest voor Robin en voor de oudste. Ook hier zit dus weer een overlapping met mijn eigen leven.”

Ik vraag Isis waaraan ze denkt bij het woord ‘traumatisch’: “Dat is een breed begrip, toch…? Ik denk aan een plotselinge gebeurtenis of aan verwaarlozing of andere chronische toestanden…”
Ik vertel wat veel trauma-experts als de essentie van trauma zien: het alleen zijn met de pijn van moeilijke ervaringen. Het gaat niet om die ervaring zelf, maar om wat die ervaring doet met je innerlijke, je emotionele wereld en hoe dat je gedragsrepertoire beperkt en minder flexibel maakt. Je vervalt al snel in de bekende overlevingsstrategieën: fight, flight, freeze en fawn (veinzen, je tegenstander ‘pleasen’). Hoe vroeger in het leven dat gebeurt, hoe groter de gevolgen. Isis had truckjes om zich niet de woede van haar vader op de hals te halen en om schelden en opsluiting te voorkomen, maar de angst was er voortdurend. Ze zag zich genoodzaakt haar authenticiteit deels op te offeren. Ze liet bepaalde delen van wie ze was niet zien, opdat ze iets van veiligheid in de relatie met haar ouders kon handhaven. Ze zegt dat ze, doordat ze vaak op stap was, ook lang niet alles meekreeg en dat ze er niet zo’n sterk bewustzijn over had. Desondanks is de impact er meestal wel, want hoewel we niet alles wat we meemaken via ons narratieve geheugen kunnen reproduceren (we kunnen het verhaal niet vertellen), slaan we de imprint die onze stresshormonen in onze cellen hebben achtergelaten, wel op. We hebben er dus wél een lichamelijke herinnering aan, ook als die niet bewust is, en die fysieke herinnering wordt getriggerd door situaties die lijken op wat we eerder meemaakten. Wat we in het ‘nu’ ervaren, is daarom vaak een herinnering aan wat er ‘toen’ gebeurde en waarin we alleen stonden, omdat er geen bufferende bescherming was van een volwassene die voor coregulatie zorgde en ons geruststelde. Dan zoeken we andere manieren om ons veilig en tevreden te voelen en dat zijn dikwijls ‘slechte gewoontes’ en verslavingen, vanwege hun hormonale bevredigingseffect. Die zijn ook Isis niet vreemd: ze noemt roken, drinken, slaapmedicatie en koffie.

Verslaving werd lang gezien als gedrag dat bestraft moest worden, toen als hersenaandoening en inmiddels bij voorvechters van een meer holistische kijk als een oplossing voor een onderliggend probleem, dat bijna altijd trauma is. Niet iedereen met trauma raakt verslaafd, maar mensen met een verslaving hebben bijna altijd trauma in hun voorgeschiedenis. Vanuit dit perspectief kunnen we met meer compassie kijken naar wat er speelt. Het laat ook zien dat het waarschijnlijk moeilijk is de verslaving te beëindigen als er voor het onderliggende trauma geen oprechte aandacht en erkenning is.

We stellen vast dat er veel moment zijn geweest waarop Isis de verbinding met zichzelf niet kon vasthouden en dat in veel situaties in haar kindertijd haar ouders er niet voor haar waren om haar liefdevol te begeleiden: “Het kwam niet in me op om moeilijke dingen met mijn ouders te bespreken. Ik sloeg me erdoorheen en zorgde dat ik het relatief naar de zin had.” Ze heeft al met al lange tijd een grote last met zich meegedragen en hoe verdrietig ze nu ook is… ze is ook moe daarvan en even niet voor Robin hoeven te zorgen, voelt voor een deel ook als verlichting van die last. Daarmee is ook duidelijk dat lichaam en geest nauw verbonden zijn: wat we geestelijk als een zware last ervaren, heeft gevolgen voor ons lichamelijk welzijn. De machteloosheid die Isis momenteel ervaart, is al heel oud, zo heeft ze aangegeven, want die stamt al van haar geboorte. Het is indrukwekkend om dit soort verbanden te kunnen zien en daarmee ook te ervaren dat we niet te gering mogen denken over hoe we omgaan met onze allerkleinsten op het moment dat ze ter wereld komen en in hun eerste 1000 dagen.

We zijn het erover eens dat het voor jezelf als ouder heel confronterend kan zijn om te zien dat je kinderen je spiegelen. Wat je moeilijk vindt in hen, is meestal wat heling in jezelf verdient. De zelfreflectie die daarvoor nodig is, vraagt echter om een veilige omgeving, één waarin je niet meteen weer in je ‘coping strategies’ vervalt, in gedragspatronen die je ooit logischerwijze ontwikkelde om te overleven. Pas als die veiligheid er is, kun je met compassie je eigen pijn aankijken en bevragen. Dan kun je weer leren luisteren naar je intuïtie en bepalen wat je in de interactie met anderen wilt aannemen en wat niet.

De boeddhisten zeggen: als je een cadeautje geeft en de ontvanger het niet aanneemt, dan blijft het geschenk van jou. Dat geldt voor mooie dingen (aandacht, liefde, blijdschap) en ook voor je boosheid: neemt de ander je boosheid niet aan, dan komt die bij jou terug, vaak dubbel en dwars, en dan kan die boosheid van alles triggeren. Wanneer we kunnen leren zien dat onder boosheid vaak heel diepe pijn zit, kunnen we meer compassie ervaren, zowel voor onszelf als voor de ander.
“Dat vind ik mooi”, zegt Isis, “over die boosheid niet aannemen… Ik probeer dat ook met Robin. Ik kan Robin’s gedachten over mij niet veranderen. Ik heb gezegd ‘ik hou van je’ en meer kan ik nu niet doen.”

Mijn gedachte is wat positiever; ik denk wél dat ze Robin’s gevoel kan beïnvloeden. Ik benoem een andere boeddhistische wijsheid, die zegt dat als het niet lukt om actief groei of verbetering te bewerkstelligen, het al winst is als je geen schade meer berokkent. Dan kan het stof van de strijd neerdalen en komt er voor iedereen meer zicht en ademruimte. Het stelt ook iedereen in staat om wat meer te voelen wat er in het eigen lichaam gebeurt en om daarop te reflecteren, zonder dat er telkens escalatie optreedt die ‘zwaar op de maag ligt’ of die ‘het bloed onder de nagels vandaan haalt’ – over de taal van het lichaam gesproken. Bovendien betekent meer ruimte creëren dat je elkaar niet belast met wat je van elkaar wilt en verwacht. Robin kan Isis niet geven wat Isis als kind heeft gemist. Isis kan Robin ook niet geven wat Robin als kind heeft gemist. Ze hebben allebei behoeftes die ze bij elkaar niet kunnen vervullen. Dat is enerzijds een verdrietig en anderzijds een cruciaal inzicht voor hen allebei om verder te komen. Als ze beiden een gesprekspartner kunnen vinden bij wie ze zich veilig voelen, die zonder oordeel, zonder dreigen met sancties en zonder het creëren van schaamte naar hen kan luisteren, naar alles wat ze voelen en ervaren, kunnen ze langzaam maar zeker de verbinding met zichzelf herstellen. En dát, zeggen trauma-experts, is de essentie van genezing: het herstel van de verbinding met je authentieke zelf. Die verbinding is de basis van waaruit je de verbinding met de ander kunt terugvinden of opbouwen.

Met die hoopvolle gedachte ronden we af. De komende tijd zal leren hoe het verder gaat met Isis en Robin en ik wens Isis en Robin daarbij alle goeds van de wereld!

Posted in Interviews ervaringsdeskundigen.