Professionals en ACE-bewustzijn; Aflevering 3 – Deze keer: Carla Brok; Deel 4 (slot; English below)

Afgelopen week keken we met sociaal psychiatrisch verpleegkundige Carla Brok naar het belang van het kijken naar de context. In feite is dit de biospychosociale benadering die we al vaker hebben besproken, een benadering die onderkent dat het lichamelijke, het geestelijke en het sociale elkaar onderling voortdurend beïnvloeden. Deze week komt aan bod hoe passie voor je werk je manier van werken helpt vormgeven.

Ik vertel over iemand die op een buitenlandse camping een grapje maakte over een afspraak met een collega tijdens mijn vakantie: “Ah well, vocation… vacation… it’s all the same if you love your work!” Werken vanuit ‘vocation’, vanuit roeping, voelt vaak niet als werk, maar simpelweg als passie en als het op gang houden van de stroom der dingen. Dat is een prachtige manier om je werk te kunnen invullen. Het idee van roeping en passie doet Carla denken aan een heel bijzondere situatie die ze onlangs begeleidde en waarbij het uiterst opmerkelijke gedrag van het kind op zeer ernstige problemen bleek te duiden en bij dieper navragen mede bleek te worden veroorzaakt door ernstig trauma bij één van de ouders. Wanneer ze alleen naar de ‘buitenkant’ en de oppervlakkige signalen zou hebben gekeken, zou ze een totaal andere conclusie hebben getrokken dan waar haar intuïtie haar nu toe bracht: ‘Hier is veel meer aan de hand en het is echt heel ernstig’.

Er moest uiteindelijk grootschalig worden ingegrepen en Carla stak er veel tijd in, want het verhaal dat ze te horen kreeg, vervulde haar met mededogen voor het trauma van de ouder. “Dat zijn moeilijke situaties en het vergt moed om te durven zien wat er werkelijk speelt”, zegt ze bedachtzaam, “en als je met oprechte nieuwsgierigheid kunt kijken door de ogen van het kind, dan kun je compassie voelen, zonder de behoefte schuld en schaamte te benadrukken. Tegelijkertijd kun je onderkennen dat bepaalde manieren waarop we de samenleving inrichten, tot machtsverschillen leiden waaruit voor het kind schade voortvloeit. Wat de ene ouder deed… dat deugde echt niet, maar ik slaagde erin mijn oprechte interesse voor het levensverhaal te behouden. Ik accepteer niet zomaar alles; in feite denk ik zelfs dat ik vrij weinig accepteer, maar ik mag met het stijgen der jaren wel steeds meer zachtheid inbrengen en dat is voor alle partijen winst. Milder en zachter worden zie ik als de opdracht die hoort bij het klimmen der jaren.” Ik denk hardop na en vraag me af of het misschien zo is dat als je meer zachtheid inbrengt, er minder defensief gedrag bij de ander ontstaat en je daardoor moeilijke zaken veel beter kunt bespreken, zonder de noodzaak tot een normatief oordeel. Schuld en schaamte werken zó verlammend… daar kan een mens bijna niet naar kijken. Blijven die achterwege, dan ontstaat er een gevoel van veiligheid en is er reflectie mogelijk, die het pad baant naar groei en ontwikkeling.

We verbreden ons gesprek en gaan van Carla’s ervaringen met individuele gezinnen naar de vraag hoe zij de aandacht voor de vroege kindertijd in de Nederlandse gezondheidszorg ziet. “Dat hangt van het perspectief af; de aandacht heeft zich enorm ontwikkeld sinds ik begon met werken, maar tegelijkertijd vind ik dat het nog lang en lang niet voldoende is. Ik vind dat er nog veel te normatief wordt gedacht over hoe je met een baby zou moeten omgaan. Voeden en slapen, dragen en fietsen, fles of borst, speelgoed, luiers, hoe een baby of een moeder zich moet gedragen… iedereen vindt overal iets van en heeft er een oordeel over. Hoe helpend is dat voor ouders?” Ik leg mijn aarzeling voor en zeg dat ik een spanningsveld zie. We hebben in de laatste decennia veel inzichten verworven en geleerd dat het belangrijk is om meer door de ogen van het kind te kijken.  Op basis van de biologische blauwdruk weten we bovendien dat sommige biologische setpoints later maar moeilijk bij te sturen zijn. Dit betekent dat er dan toch wel praktijken zijn die beter of juist minder goed zijn. Je kind slaan lijkt dan toch niet zo’n goed idee, om maar iets te noemen, al is dat een normatief oordeel. Daar kan Carla zich vinden: “Oh ja, zeker; opvoeding is bepaald niet triviaal. Als iemand zegt ‘We slaan niet zo vaak’… dan gaan mijn alarmbellen af en dan reflecteer ik op de vraag hoe ik daar zonder oordeel op kan reageren, want ik wil het verhaal horen. Het ouderlijk gedrag doet zich immers ook voor als ik er niet bij ben, dus de ouder heeft dan niks aan mijn normen, terwijl ik tegelijkertijd wél wil zorgen dat de situatie voor het kind verbetert. Als ouders denken dat slaan een oplossing is voor problemen, dan is de kans groot dat er nog veel meer dingen zijn die niet goed verlopen.”

Carla is van mening dat wetenschappelijke inzichten nog volstrekt onvoldoende worden geïntegreerd. in de praktijk. De huidige (COVID-gerelateerde) verschraling van de perinatale zorg daar ook niet positief aan bijdraagt. Ze probeert daar tussendoor te laveren: “Het is mijn verantwoordelijkheid hoe ik mijn zorgschema indeel en hoe laat en op welke dagen ik werk. Sommige problemen zijn van een andere orde, van een ander belang, en ik laat het dienen van het gezinsbelang niet door een ander bepalen. Daar ben ik te eigenwijs voor.” Dat klinkt als ‘daring leadership’, om met Brené Brown te spreken, als een welbewuste keuze om continuïteit van zorg te waarborgen vanuit een diep gevoelde beroepsethiek. Dat vergt moed; dat vergt de bereidheid om je nek uit te steken en daar tijd voor vrij te maken, iets wat past bij Carla’s eerder genoemde levensfase van generativiteit: het overdragen van wijsheid aan de nieuwe generatie. “En ik vind ook”, vervolgt ze, “dat er in de opleidingen voor dit werkveld nog altijd veel te weinig aandacht is voor het feit dat de relatie tussen ouders en kinderen altijd wederzijds wordt beïnvloed. Het is van groot belang is dat het kind daarin wordt gehoord en gezien. Dat vergt soms dat er wordt gedacht en gehandeld buiten de lijntjes die nu nog vaak worden getrokken in opleidingen en praktijkvoering. Begeleiding en onderwijs aan jonge kinderen zijn zó belangrijk; we zouden dat als samenleving veel beter moeten belonen. Er kan in die vroege fases al zóveel misgaan, maar er kan ook waanzinnig veel góed gaan, als we maar zorgen dat de beroepskrachten goed zijn opgeleid en de signalen die kinderen afgeven, kunnen zien en kunnen duiden. Je hebt als professional de ‘voeding’ van het kind, het verhaal van het kind, nodig om te kunnen bepalen hoe je verder kunt gaan in een moeilijke situatie. Ik kan min of meer in paniek raken als ik het kind niet kan ‘vertalen’, als ik de signalen van het kind niet kan opvangen. Ik heb die nodig en ze vormen de basis voor hoe ik met de ouders in contact probeer te blijven, zodat zij en ik het kind kunnen geven waarom het vraagt en waarop het recht heeft.”

We praten over hoe moeilijk het kan zijn om een basale vaardigheid te ontwikkelen perspectief te blijven zien; daarvoor is niet alleen compassie naar de ander, maar zeker ook naar jezelf nodig – je moet immers niet opbranden als gevolg van teleurstelling over alles wat je niet kunt veranderen. Carla: “Ik ervaar het als heel belangrijk om mijn eigen sociale leven goed op orde te houden, want dat is de bron waaruit ik put en waaraan ik me kan opladen als het werk veel van me vraagt en ik veel verdrietige situaties tegenkom. Mindfulness helpt me daarbij, net als vertrouwen op mijn intuïtieve waarnemingen en mijn aloude neiging om wat verder te kijken dan wat direct waarneembaar is. Daar blijf ik eigenlijk aan werken, aan die vaardigheden, want die heb je echt nodig. Dat gaat me beter af naarmate ik ouder word. Ik beweeg mee met wat de verschillende levensfases van me vragen en die hebben allemaal andere accenten waar het zingeving betreft. En om het leven als zinvol te blijven ervaren, heb je het nodig dat je met andere dierbaren kunt coreguleren, zodat je je balans hervindt als je die even kwijt bent. Wandelen met een vriendin, even theedrinken met iemand, je verhaal kunnen doen voor een aandachtige luisteraar… dat zijn heel kostbare ervaringen in het leven.”

Vanwege een andere afspraak moeten we afronden, maar we stellen vast dat we met gemak nog meer thema’s hadden kunnen uitdiepen. Ik dank Carla voor haar tijd en haar openheid; ik zeg dat ik heel veel mooie dingen heb gehoord en dat ik ernaar uitkijk haar verhaal uit te werken!

Posted in Interviews professionals.